Etiketten en ruimte in de gedeelde koelkast | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, two adults talk about labeling food and using shelf space in a shared fridge..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Etiketten en ruimte in de gedeelde koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg bruge det fælles køleskab?

mo jai broe-uh de fel-uhs keu-luh-sgèp? Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?
B

Sæt et mærke på din mad, før du sætter den ind.

sèt eth mèa-guh po dien mèth, feur doe sèd-uh den en. Zet een label op je eten voordat je het erin zet.
A

Hvor kan jeg finde et mærke?

voh ken jai fen-uh eth mèa-guh? Waar kan ik een label vinden?
B

Der er etiketter ved siden af køleskabet.

dèa èa e-tie-ged-uh ve sie-en èw keu-luh-sgè-buh. Er liggen labels naast de koelkast.
A

Er der plads nok derinde?

èa dèa plès nok dèa-en-uh? Is er binnen genoeg ruimte?
B

Brug den øverste hylde; der er plads på den.

broe den eu-vuh-stuh hü-luh; dèa èa plès po den. Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.
A

Jeg tager min mad ud senere.

jai tè-uh mien mèth oe-th see-nuh. Ik haal mijn eten er later uit.
B

Så er der plads til andre mennesker.

so èa dèa plès tel an-ruh men-skuh. Zo blijft er ruimte vrij voor andere mensen.

Uitleg van de zinnen

  1. Må jeg bruge det fælles køleskab?

    Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?

    Må jeg
    mag ik
    bruge
    gebruiken
    fælles
    gedeeld
    køleskab
    koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier “mag ik?” en vormt een vraag om toestemming. må is de tegenwoordige vorm van het Deense modale werkwoord måtte; jeg betekent “ik”. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. Voorbeeld: Må jeg komme? — “Mag ik komen?” bruge betekent hier “gebruiken”. Dit is de infinitief. Na må blijft deze vorm onveranderd: Må jeg bruge ...? — “Mag ik ... gebruiken?” De handelende persoon bij bruge is hier dezelfde als het onderwerp jeg. fælles betekent hier “gedeeld” of “gemeenschappelijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord: et fælles rum — “een gedeelde ruimte”. In deze constructie verandert fælles niet voor het onzijdige enkelvoud. køleskab betekent “koelkast”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord en staat hier in de basisvorm. In det fælles køleskab staat det vóór een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het markeert hier de bepaalde naamwoordgroep; het is niet het achtervoegsel waarmee het Deens de bepaaldheid vaak aan het zelfstandig naamwoord hecht. De hele groep betekent “de gedeelde koelkast”. De hele vraag wordt opgebouwd als Må jeg + infinitief bruge + det fælles køleskab: “Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?” De vraag vraagt om toestemming.

  2. Sæt et mærke på din mad, før du sætter den ind.

    Zet een label op je eten voordat je het erin zet.

    Sæt
    zet; plaats
    et mærke
    een label
    på
    op
    din
    je; jouw
    mad
    eten
    før
    voordat
    du
    je; jij
    sætter
    zet; plaatst
    den
    het
    ind
    erin; naar binnen
    Uitgebreide uitleg

    Sæt is de gebiedende wijs van sætte (“plaatsen; zetten”). Het onderwerp wordt normaal begrepen als “jij”: Sæt ... = “Zet ...”. De tegenwoordige tijd is sætter, zoals in de latere bijzin. et mærke betekent “een label”. Mærke is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et mærke is de onbepaalde enkelvoudsvorm, mærket de bepaalde enkelvoudsvorm en mærker het meervoud. Het lidwoord et markeert het onzijdige genus; het drukt op zichzelf geen afzonderlijke numerieke hoeveelheid uit. på betekent hier “op”. Het herbruikbare patroon is sætte et mærke på noget: “een label op iets plaatsen”. din betekent “je/jouw” en stemt af op het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort in getal en genus. Bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord staat dit, en bij een meervoudig zelfstandig naamwoord dine; bij het gemeenslachtige enkelvoud mad staat din. mad betekent hier “eten”. Het is een gemeenslachtig zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is maden. In deze zin is het datgene waarop het label komt en dat later naar binnen wordt gezet. før betekent “voordat” wanneer het de volgende bijzin inleidt. Het patroon før + bijzin plaatst de ene gebeurtenis vóór de andere: Jeg spiser, før jeg går = “Ik eet voordat ik ga.” du is het persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud: “jij/je”. Het is het expliciete onderwerp van de bijzin na før. sætter is de tegenwoordige tijd van sætte bij du: du sætter. Samen met ind vormt het sætte noget ind, “iets naar binnen zetten/erin zetten”. sætter is geen infinitief en geen gebiedende wijs; de gebiedende wijs is sæt. den is een voornaamwoord voor een enkelvoudig gemeenslachtig referent. In overeenstemming met de vaste vertaling verwijst het hier naar het eten (mad): “het”. Voor een enkelvoudig onzijdig referent gebruikt het Deens det. ind is hier een richtingspartikel met de betekenis “naar binnen; erin”. Met sætter voltooit het de betekenis van iets naar binnen zetten: du sætter den ind = “je zet het erin”. De zin geeft eerst de instructie Sæt et mærke på din mad: “Zet een label op je eten.” De bijzin før du sætter den ind geeft de tijdsrelatie aan: dit gebeurt voordat je het eten naar binnen zet. In de gegeven context is dat verenigbaar met het in de gedeelde koelkast zetten. Samen betekent de hele zin: “Zet een label op je eten voordat je het erin zet.”

  3. Hvor kan jeg finde et mærke?

    Waar kan ik een label vinden?

    Hvor
    waar
    kan jeg
    kan ik
    finde
    vinden
    mærke
    label
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het staat aan het begin van de vraag. Vergelijk voor een andere vraagfunctie hvornår (“wanneer”): Hvor bor du? = “Waar woon je?” kan jeg bestaat uit kan, de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”), en het voornaamwoord jeg (“ik”). Kan verandert niet volgens de persoon: jeg kan, du kan en de kan. In een Deense vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Kan jeg komme ind? = “Kan ik binnenkomen?” Het betekent hier dat de spreker vraagt of het mogelijk is om iets te doen; het zegt niet op zichzelf dat die mogelijkheid zeker bestaat. finde betekent “vinden”. Dit is de infinitief van finde. Na het modale werkwoord kan staat de infinitief zonder at: Jeg kan finde det = “Ik kan het vinden.” Zonder modaliteit kan de infinitief ook met at voorkomen, bijvoorbeeld at finde = “vinden”. mærke betekent in deze zin “label”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat in de volledige woordgroep het onbepaalde lidwoord et: et mærke. De bepaalde vorm is mærket (“het label”), en het meervoud is mærker (“labels”). Het woord kan in andere contexten ook bijvoorbeeld “merk” of “teken” betekenen, maar de vaste vertaling en de context ondersteunen hier de betekenis “label”. Samen vormt Hvor kan jeg finde et mærke? de vraag “Waar kan ik een label vinden?” De plaatsvraag Hvor wordt gevolgd door kan, daarna het onderwerp jeg, en vervolgens de handeling finde; et mærke is wat de spreker wil vinden.

  4. Der er etiketter ved siden af køleskabet.

    Er liggen labels naast de koelkast.

    Der er
    er zijn / er is
    etiketter
    labels
    ved siden af
    naast
    køleskabet
    de koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Der er is een veelgebruikt Deens bestaanspatroon: het zegt dat iets aanwezig is of bestaat. er is hier een onpersoonlijk plaatsingswoord en verwijst niet naar een bepaald zelfstandig naamwoord; er is de tegenwoordige tijd van at være in dit patroon. Vergelijk het voorbeeld Der er plads. — Er is ruimte. In de verleden tijd staat bijvoorbeeld Der var plads. — Er was ruimte. etiketter betekent hier “labels” en is het meervoud van en etiket. Het is een onbepaald meervoud: er wordt niet gezegd welke specifieke labels het zijn. De bepaalde meervoudsvorm is etiketterne, “de labels”. Voorbeeld: Jeg ser etiketter. — Ik zie labels. ved siden af is een vaste voorzetseluitdrukking voor een plaats naast iets. Zij wordt gevolgd door de naamwoordgroep waarmee de positie wordt vergeleken. Voorbeeld: Stolen står ved siden af bordet. — De stoel staat naast de tafel. køleskabet betekent “de koelkast”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van et køleskab: het achtervoegsel -et maakt dit onzijdige zelfstandig naamwoord bepaald. Ter vergelijking: et køleskab — een koelkast; køleskabet — de koelkast. Dit zegt alleen iets over de grammaticale bepaaldheid van het zelfstandig naamwoord, niet over een aantal koelkasten. Samen vormt de zin het patroon Der er + wat aanwezig is + een plaatsbepaling: Der er etiketter zegt dat er labels aanwezig zijn, en ved siden af køleskabet bepaalt hun positie. De volledige betekenis is dus: “Er zijn labels naast de koelkast.”

  5. Er der plads nok derinde?

    Is er binnen genoeg ruimte?

    Er der
    is er
    plads
    ruimte; plaats
    nok
    genoeg
    derinde
    daarbinnen
    Uitgebreide uitleg

    Er der is hier de Deense vraagconstructie voor een bestaan- of aanwezigheidsvraag: letterlijk ongeveer “is er?”, maar in deze zin natuurlijk “is er?”. De woordvolgorde is werkwoord vóór der, omdat dit een vraag is. Er is de vorm van være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd; der is hier een formeel plaats- of bestaanssubject en verwijst niet zelfstandig naar een bepaalde persoon of zaak. Vergelijk: Der er plads. = “Er is ruimte.” en Er der plads? = “Is er ruimte?” plads betekent hier “ruimte” of “plaats”, meer bepaald beschikbare ruimte. Het is in deze betekenis een zelfstandig naamwoord; de vaste zin zegt niet hoeveel afzonderlijke plaatsen er zijn. Een bruikbaar contrast is plads (“ruimte/plaats”) tegenover område (“gebied”): Der er ikke meget plads. = “Er is niet veel ruimte.” nok staat na plads en betekent hier “genoeg”. Het geeft aan dat de beschikbare ruimte voldoet aan een niet nader genoemde behoefte of grens. In een andere positie kan nok ook andere functies hebben, maar hier hoort het bij de hoeveelheid ruimte: Er der plads nok? = “Is er genoeg ruimte?” derinde is een plaatsbijwoord en betekent “daarbinnen” of “binnen daar”. Het specificeert de locatie van de bedoelde ruimte zonder zelf een zelfstandig naamwoord te zijn. Het is gevormd met der (“daar”) en inde (“binnen”); samen vormt het één woord in het Deens. Een vergelijkbaar plaatswoord is herinde (“hierbinnen”), bijvoorbeeld: Der er varmt herinde. = “Het is hierbinnen warm.” Samen vormen de delen Er der + plads nok + derinde de vraag “Is er daarbinnen genoeg ruimte?”. De vraag gaat dus over de aanwezigheid van voldoende beschikbare ruimte op de plaats die met derinde wordt aangeduid.

  6. Brug den øverste hylde; der er plads på den.

    Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.

    Brug
    gebruik
    den
    de
    øverste
    bovenste
    hylde
    plank
    der er
    er is
    plads
    ruimte
    på den
    daarop
    Uitgebreide uitleg

    Brug is de gebiedende wijs van bruge (gebruiken): Brug hylden! betekent “Gebruik de plank!”. De gebiedende wijs noemt het onderwerp niet afzonderlijk en markeert hier niet zelf de persoon; uit de situatie blijkt dat de instructie aan de aangesprokene is gericht. den staat hier vóór een zelfstandig naamwoord. Het is het bepaalde lidwoord bij hylde, dat een gemeenschappelijk geslacht heeft: den hylde = “de plank”. Het is dus niet op zichzelf een getalaanduiding. øverste betekent hier “bovenste”. Het is de superlatief van øvre (“hoger”): øverste betekent “hoogste” of “bovenste”. In den øverste hylde staat het vóór het zelfstandig naamwoord en vormt het met den de bepaalde woordgroep; de betekenis is dat deze plank boven de andere planken ligt. hylde betekent “plank”, vooral een plank in een kast of rek. Het is hier enkelvoud: en hylde is “een plank”, en hylden is “de plank”. In den øverste hylde krijgt hylde zelf niet de bepaalde uitgang -n, omdat de bepaalde woordgroep hier met den vóór het bijvoeglijk naamwoord wordt gevormd. der er is de gebruikelijke constructie voor “er is” of “er zijn”. In deze constructie verwijst der niet naar een concrete plaats; het introduceert wat er aanwezig is. Het getal van wat aanwezig is blijkt uit het zelfstandig naamwoord: der er en stol = “er is een stoel”, maar der er stole = “er zijn stoelen”. plads betekent “ruimte”. Het gaat hier om ruimte als hoeveelheid, niet om een afzonderlijke stoel of een afzonderlijke plaats. Een bruikbaar contrast is Der er plads (“Er is ruimte”) tegenover Der er ikke plads (“Er is geen ruimte”). på den bestaat uit på (“op”) en den als zelfstandig gebruikt voornaamwoord. Hier verwijst den naar de eerder genoemde plank, zodat på den betekent “op die plank” of natuurlijker “daarop”. den is hier een afzonderlijk voornaamwoord; dat is een andere functie dan het lidwoord in den øverste hylde. Samen geeft Brug den øverste hylde de instructie “Gebruik de bovenste plank”. Daarna zegt der er plads på den dat er ruimte op die plank is. De volledige betekenis is: “Gebruik de bovenste plank; daarop is ruimte.”

  7. Jeg tager min mad ud senere.

    Ik haal mijn eten er later uit.

    Jeg
    ik
    tager … ud
    eruit halen
    min
    mijn
    mad
    eten
    senere
    later
    Uitgebreide uitleg

    Jeg is het onderwerp en betekent “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud; bijvoorbeeld Jeg kommer. betekent “Ik kom.” tager ... ud is hier een onderbroken constructie: tage ud betekent “eruit halen” of “naar buiten nemen”. tager is de tegenwoordige tijd van tage; in het Deens verandert de tegenwoordige tijd niet naar persoon of aantal. Het voorwerp kan tussen werkwoord en partikel staan: Jeg tager bogen ud. betekent “Ik haal het boek eruit.” min betekent hier “mijn” en hoort bij het enkelvoudige gemeenschappelijke geslacht van mad. De vormen zijn min bij enkelvoudig gemeenschappelijk geslacht, mit bij enkelvoudig onzijdig geslacht en mine bij meervoud. De vorm wordt dus bepaald door het bezeten zelfstandig naamwoord, niet door het geslacht van de bezitter. mad is het zelfstandig naamwoord voor “eten”; in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om het eten dat eruit wordt gehaald. Het is een gemeenschappelijk-geslachtswoord: en mad. senere betekent “later”. Het is de vergelijkende vorm van sen (“laat”): sen, senere, senest — “laat”, “later”, “het laatst”. Een voorbeeld: Vi kommer senere. betekent “We komen later.” Samen vormen de delen: Jeg + tager min mad ud + senere: “Ik haal mijn eten er later uit.” Het onderwerp is de spreker, min mad is wat eruit wordt gehaald, en senere plaatst die handeling op een later moment.

  8. Så er der plads til andre mennesker.

    Zo blijft er ruimte vrij voor andere mensen.

    Så
    dan / zo
    er der
    is er / er is
    plads
    ruimte
    til
    voor
    andre
    andere
    mennesker
    mensen
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “zo” of “dan” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat. In combinatie met de vaste vertaling drukt het hier het gevolg uit: zo blijft er ruimte over. er der is de Deense constructie voor “er is / er zijn”. er is de vorm van het werkwoord at være (“zijn”); der is hier een plaatsvullend element en verwijst niet naar een specifiek genoemd persoon of ding. In een mededeling staat de volgorde vaak der er ...; na het inleidende Så krijg je door de zinsbouw Så er der .... plads is een zelfstandig naamwoord en betekent “ruimte”. Het kan ook fysieke plaats betekenen, maar in deze zin gaat het om beschikbare ruimte of mogelijkheid voor anderen. Voorbeeld: Der er ikke plads. — “Er is geen ruimte.” til betekent hier “voor” en leidt aan wie of wat de ruimte ten goede komt. De combinatie plads til + zelfstandig naamwoord is een bruikbaar patroon: plads til børn betekent “ruimte voor kinderen”. andre betekent “andere”. Het staat vóór mennesker en past daarbij in betekenis als “andere mensen”, dus mensen naast de al bedoelde of eerder genoemde mensen. De vorm andre wordt gebruikt bij een meervoudig zelfstandig naamwoord; bij een enkelvoudig onbepaald zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld en anden person — “een andere persoon”. mennesker betekent “mensen”. Dit is het meervoud van menneske (“mens”): et menneske — “een mens”, mennesker — “mensen”. Het meervoud heeft hier geen aparte uitgang voor bepaaldheid; een bepaalde vorm is menneskerne — “de mensen”. Samen vormen de delen Så er der plads til andre mennesker de betekenis: “Zo blijft er ruimte vrij voor andere mensen.” De structuur is letterlijk opgebouwd als “zo is er ruimte voor andere mensen”, waarbij de Deense constructie der er het bestaan of beschikbaar zijn van de ruimte uitdrukt. De zin is neutraal en herbruikbaar wanneer een beschikbare ruimte of mogelijkheid voor anderen wordt genoemd.

Grammatica

før + sætning

Jeg sætter mad ind, før andre mennesker bruger køleskab.

jai sèd-uh mèth en, feur an-ruh men-skuh broe-uh keu-luh-sgab.

Ik zet eten erin voordat andere mensen de koelkast gebruiken.

Na før volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord. De komma staat vóór de bijzin.

verb + ind/ud

Jeg tager mad ud.

jai tè-uh mèth oe-th.

Ik haal eten eruit.

Ind en ud staan vaak na het werkwoord en geven een richting aan: naar binnen of naar buiten.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh gebruiken

Må jeg bruge det fælles køleskab?

finde werkwoord
fen-uh vinden
fælles bijvoeglijk naamwoord
fel-uhs gedeeld / gemeenschappelijk

det fælles køleskab

før voegwoord
feur voordat

før du sætter den ind

hvor bijwoord
voh waar

Hvor kan jeg finde et mærke?

ind bijwoord
en naar binnen / erin

sætter den ind

jeg voornaamwoord
jai ik
køleskab zelfstandig naamwoord
keu-luh-sgèp koelkast
Geslacht
neuter
mad zelfstandig naamwoord
mèth eten / voedsel
Geslacht
common
mærke zelfstandig naamwoord
mèa-guh label / etiket
Geslacht
neuter
sæt werkwoord
sèt zet

Sæt et mærke på din mad

sætter werkwoord
sèd-uh zet

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?

Antwoord tonenMå jeg bruge det fælles køleskab?

Waar kan ik een label vinden?

Antwoord tonenHvor kan jeg finde et mærke?

Is er binnen genoeg ruimte?

Antwoord tonenEr der plads nok derinde?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

label / etiket

Antwoord tonenmærke

gebruiken

Antwoord tonenbruge

koelkast

Antwoord tonenkøleskab

gedeeld / gemeenschappelijk

Antwoord tonenfælles