Een bestelling controleren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a food pickup counter, two adults check that the drinks and food match the receipt before carrying them..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een bestelling controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Lass uns die Bestellung prüfen.

Las oens die buh-sj-tèl-loeng pruu-fuhn. Laten we de bestelling controleren.
B

Die Getränke sind hier.

Die guh-treng-kuh zint hie-uh. De drankjes zijn hier.
A

Haben wir auch das Essen?

Haa-buhn wier auw-g das è-suhn? Hebben we het eten ook?
B

Es ist in dieser Tasche.

Es ist in die-zuh tasj-uh. Het zit in deze tas.
A

Stimmt alles?

Sjtimt al-luhs? Klopt alles?
B

Es passt zum Kassenbon.

Es past tsoem kasuhn-boon. Het klopt met de bon.
A

Ich kann die Getränke tragen.

Ig kan die guh-treng-kuh traa-guhn. Ik kan de drankjes dragen.
B

Ich trage die Tasche mit dem Essen.

Ig traa-guh die tasj-uh mit deem è-suhn. Ik draag de tas met het eten.

Woord voor woord

Lass In “Lass uns die Bestellung prüfen.” maakt “Lass” een gezamenlijke aansporing: laten we iets doen. Het hoort bij het vaste patroon “Lass uns + infinitief”, bijvoorbeeld bij een voorstel om samen iets te controleren.
uns “Uns” betekent hier ons: de spreker stelt voor dat de spreker en de luisteraar samen iets doen. In “Lass uns die Bestellung prüfen.” staat het in het patroon “Lass uns + infinitief”, dat je gebruikt voor een gezamenlijk voorstel.
die “Die” is hier het bepaalde lidwoord bij “Bestellung” in “die Bestellung”. Gebruik het samen met een bekend of specifiek zelfstandig naamwoord, zoals bij een bestelling die je aan het controleren bent.
Bestellung “Bestellung” betekent hier bestelling, dus het eten en drinken dat samen is besteld. In een restaurant of afhaalzaak kun je “Bestellung” gebruiken wanneer je controleert of de bestelde producten compleet zijn.
prüfen “Prüfen” betekent in “Lass uns die Bestellung prüfen.” controleren of iets juist of compleet is. Na “Lass uns” blijft het werkwoord in de infinitief; het patroon is “Lass uns + infinitief” voor een gezamenlijke controle of handeling.
Getränke “Getränke” betekent hier dranken en is de meervoudsvorm van Getränk. In “Die Getränke sind hier.” verwijst het naar de drankjes van de bestelling; je gebruikt het bijvoorbeeld bij het aanwijzen of controleren van meerdere drankjes.
sind “Sind” betekent zijn in “Die Getränke sind hier.” en past hier bij “Die Getränke”. Het patroon “zelfstandig naamwoord + sind + plaats” geeft aan waar meerdere dingen zich bevinden, bijvoorbeeld bij het ophalen van een bestelling.
hier “Hier” betekent hier, op de plaats waar de spreker en luisteraar zich bevinden. In “Die Getränke sind hier.” gebruik je het om te zeggen dat iets aanwezig of gevonden is op de huidige plek.
Haben “Haben” betekent hebben in de vraag “Haben wir auch das Essen?”. Door de werkwoordsvorm vooraan te zetten, vraag je of iets aanwezig of inbegrepen is; een bruikbaar patroon is “Haben wir + voorwerp?”.“
wir “Wir” betekent wij of we en is hier de groep die de bestelling controleert. In “Haben wir auch das Essen?” staat het na het werkwoord, zoals vaak in een Duitse ja-neevraag.
auch “Auch” betekent ook en voegt het eten toe aan de al genoemde drankjes in “Haben wir auch das Essen?”. Je gebruikt het om te vragen of een extra persoon, voorwerp of onderdeel eveneens aanwezig is.
das “Das” is hier het bepaalde lidwoord bij “Essen” in “das Essen”. Samen verwijst “das Essen” naar het specifieke eten dat bij deze bestelling hoort.
Essen “Essen” betekent hier eten als voedsel, niet de handeling van eten. In “Haben wir auch das Essen?” verwijst het naar het voedselonderdeel van de bestelling; in een afhaalsituatie gebruik je het om dat onderdeel aan te duiden.
Es “Es” betekent hier het en verwijst naar het eerder genoemde “Essen”. In “Es ist in dieser Tasche.” gebruik je het om niet opnieuw te herhalen waar je naar verwijst, gevolgd door een mededeling over de plaats.
ist “Ist” betekent is en beschrijft in “Es ist in dieser Tasche.” waar het eten zich bevindt. Het is de vorm die hier bij “Es” hoort; het patroon “Es ist in + plaats” geeft een locatie aan.
in “In” betekent in en geeft in “in dieser Tasche” aan dat iets zich binnen een tas bevindt. Je gebruikt het met een plaats of voorwerp waarin iets zich bevindt, zoals bij het aanwijzen van de tas met het eten.
dieser “Dieser” betekent deze in “in dieser Tasche.” De vorm hoort hier bij “Tasche” in de plaatsaanduiding; samen wijs je naar één specifieke tas die dichtbij of relevant is.
Tasche “Tasche” betekent tas en verwijst hier naar de tas waarin het eten zit. In “in dieser Tasche” gebruik je het om de plaats van iets aan te geven tijdens het ophalen of dragen van een bestelling.
Stimmt “Stimmt” betekent hier klopt of is correct in de vraag “Stimmt alles?”. Je gebruikt deze vraag om te controleren of een bestelling, lijst of andere situatie juist is.
alles “Alles” betekent alles en verwijst hier naar de volledige bestelling: de drankjes en het eten. In “Stimmt alles?” vraag je of alle onderdelen samen correct zijn.
passt “Passt” betekent hier overeenkomen met of kloppen met in “Es passt zum Kassenbon.” Het werkwoord geeft aan dat de bestelling overeenkomt met een referentie; het patroon “iets passt zu + referentie” gebruik je bij zo’n vergelijking.
zum “Zum” is hier de samentrekking van zu en dem in “zum Kassenbon.” Het hoort bij “passen” om aan te geven waarmee iets overeenkomt; een bruikbaar patroon is “etwas passt zum + zelfstandig naamwoord”.
Kassenbon “Kassenbon” betekent kassabon en is hier het document waarmee de bestelling wordt vergeleken. In “Es passt zum Kassenbon.” gebruik je het wanneer je controleert of de producten overeenkomen met wat op de bon staat.
Ich “Ich” betekent ik en is de persoon die in “Ich kann die Getränke tragen.” de handeling op zich neemt. Het staat als onderwerp vooraan; het patroon “Ich + werkwoord” gebruik je om je eigen handeling of aanbod te beschrijven.
kann “Kann” betekent kan en drukt in “Ich kann die Getränke tragen.” uit dat de spreker bereid of in staat is om de drankjes te dragen. Na “kann” volgt de infinitief aan het einde, zoals in “Ich kann + voorwerp + infinitief”.
tragen “Tragen” betekent dragen in “Ich kann die Getränke tragen.” Het is hier de infinitief na “kann”; gebruik het patroon “Ich kann + voorwerp + tragen” wanneer je aanbiedt iets te dragen.
trage “Trage” betekent draag in “Ich trage die Tasche mit dem Essen.” en beschrijft wat de spreker zelf doet of op zich neemt. Het is de vorm die hier bij “Ich” hoort; het patroon “Ich trage + voorwerp” is bruikbaar wanneer je zegt wat je draagt.
mit “Mit” betekent met en verbindt in “die Tasche mit dem Essen” de tas met wat erin zit of ermee samenhangt. Het patroon “voorwerp + mit + inhoud” gebruik je bijvoorbeeld om een tas, doos of bestelling met een bepaalde inhoud te beschrijven.
dem “Dem” is hier het bepaalde lidwoord bij “Essen” in “mit dem Essen.” Na “mit” staat deze vorm in deze combinatie; het patroon “mit dem + zelfstandig naamwoord” gebruik je om aan te geven waarmee iets verbonden is.

Grammatica

Lass uns + infinitief

Lass uns die Bestellung prüfen.

Las oens die buh-sj-tèl-loeng pruu-fuhn.

Laten we de bestelling controleren.

Lass uns + infinitief drukt een voorstel uit: samen iets doen.

mit + datief

mit dieser Tasche

mit die-zuh tasj-uh

met deze tas

Na mit staat altijd de datief. Bij het vrouwelijke Tasche wordt dieser gebruikt.

Duits woordenschat

alles voornaamwoord
al-luhs alles

Stimmt alles?

Bestellung zelfstandig naamwoord
buh-sj-tèl-loeng bestelling

die Bestellung

dieser bepaler
die-zuh deze

dieser Tasche

Essen zelfstandig naamwoord
è-suhn eten

Haben wir auch das Essen?

Getränke zelfstandig naamwoord
guh-treng-kuh drankjes

Die Getränke sind hier.

hier bijwoord
hie-uh hier

Die Getränke sind hier.

Kassenbon zelfstandig naamwoord
kasuhn-boon kassabon

zum Kassenbon

Lass uns uitdrukking
las oens laten we

Lass uns die Bestellung prüfen.

passt werkwoord
past past

Es passt zum Kassenbon.

prüfen werkwoord
pruu-fuhn controleren

die Bestellung prüfen

Stimmt werkwoord
sjtimt klopt

Stimmt alles?

Tasche zelfstandig naamwoord
tasj-uh tas

in dieser Tasche

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we de bestelling controleren.

Antwoord tonenLass uns die Bestellung prüfen.

De drankjes zijn hier.

Antwoord tonenDie Getränke sind hier.

Hebben we het eten ook?

Antwoord tonenHaben wir auch das Essen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tas

Antwoord tonenTasche

hier

Antwoord tonenhier

drankjes

Antwoord tonenGetränke

eten

Antwoord tonenEssen