Yo
Yo betekent hier ‘ik’ en markeert wie de handeling uitvoert in Yo tengo este. In het Spaans kan het onderwerp vaak worden weggelaten, maar hier wordt Yo expliciet genoemd. Gebruik Yo vóór een vervoegde werkwoordsvorm wanneer je de nadruk op de persoon wilt leggen.
tengo
tengo betekent hier ‘heb’ of ‘bezit’ en staat in Yo tengo este. Dit is de vorm die bij de spreker ‘ik’ hoort van tener. Een bruikbaar patroon is Yo tengo + een voorwerp of zaak, zoals in Yo tengo este.
este
este betekent hier ‘deze’ of ‘deze ene’ en verwijst naar het voorwerp dat de spreker heeft in Yo tengo este. De vorm este verwijst naar een mannelijk enkelvoudig voorwerp. Je gebruikt het in een bezitsuitdrukking wanneer je één specifiek voorwerp aanwijst.
no
no betekent hier ‘niet’ en maakt de mededeling ontkennend in Yo no lo tengo en Yo no puedo hacerlo. Het staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm, zoals in no lo tengo en no puedo. Je gebruikt no om bezit of mogelijkheid te ontkennen.
lo
lo verwijst hier naar ‘het’ als datgene wat de spreker niet heeft in Yo no lo tengo. Het staat tussen no en de werkwoordsvorm tengo. Dit is een gebruikelijk patroon voor een kort object dat vóór een vervoegd werkwoord staat.
puedo
puedo betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de spreker in staat is iets te doen in Yo puedo hacerlo. Het is de ik-vorm van poder in deze tegenwoordige situatie. Na puedo volgt hier de handeling in hacerlo; zo geef je aan wat je kunt doen.
hacerlo
hacerlo betekent hier ‘het doen’ in Yo puedo hacerlo en Yo no puedo hacerlo. Het bestaat uit hacer, ‘doen’, met lo, ‘het’, eraan vast achter het infinitief. De volledige vorm puedo hacerlo is bruikbaar om te zeggen dat je iets wel of niet kunt doen.
puedes
puedes betekent hier ‘kun je’ in de vraag ¿Puedes ayudarme? en ¿Puedes hacer esto? De vorm spreekt één persoon rechtstreeks aan en vraagt naar diens mogelijkheid of bereidheid. Een bruikbaar vraagpatroon is ¿Puedes + een handeling?, zoals in ¿Puedes ayudarme?.
ayudarme
ayudarme betekent hier ‘me helpen’ in ¿Puedes ayudarme? Het bestaat uit ayudar, ‘helpen’, met me, ‘mij’, aan het infinitief vast. Je gebruikt ¿Puedes ayudarme? wanneer je iemand rechtstreeks om hulp vraagt.
hacer
hacer betekent hier ‘doen’ in ¿Puedes hacer esto? en benoemt de handeling waarnaar wordt gevraagd. Het staat na puedes als infinitief in de vraag. Je gebruikt het in een patroon als ¿Puedes hacer + iets? wanneer je vraagt of iemand een taak kan uitvoeren.
esto
esto betekent hier ‘dit’ en verwijst in ¿Puedes hacer esto? naar de zaak of handeling die gedaan moet worden. Het staat direct na hacer als datgene wat iemand zou moeten doen. De combinatie hacer esto is bruikbaar wanneer je naar iets concreets verwijst dat voor de gesprekspartner duidelijk is.