Een oplader en adapter lenen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, one person borrows a charger and adapter and checks whether the cable can reach the table..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een oplader en adapter lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Er der en oplader, jeg må låne?

è-uh een oo-plee-uh, jai moo loo-nuh? Is er een oplader die ik mag lenen?
B

Brug den ved siden af min laptop.

broe den vee-dh sie-uh è min lèèd-bob. Gebruik die naast mijn laptop.
A

Har jeg også brug for denne adapter?

haa jai oo-suh broe voo-uh den-uh aa-dep-tuh? Heb ik deze adapter ook nodig?
B

Brug den, hvis dit stik ikke passer.

broe den, ves did sdehg eg-uh pè-suh. Gebruik hem als je stekker niet past.
A

Kan kablet nå bordet?

kèn kèè-bluh noo boh-uh-dhuh? Komt de kabel tot aan de tafel?
B

Den kan nå bordet, hvis du sidder tæt på væggen.

den kèn noo boh-uh-dhuh, ves doe seh-dhuh tèdh poo vèè-juh. De kabel komt tot aan de tafel als je bij de muur zit.
A

Jeg lægger det hele tilbage, når jeg er færdig.

jai lè-guh de hee-luh teh-bee-luh, noo-uh jai è feh-uh-dee. Ik leg alles terug als ik klaar ben.
B

Lad det ligge på mit skrivebord, så jeg kan finde det.

lèdh de lè-guh poo mid sgree-vuh-boh-uh, soo jai kèn fè-nuh de. Laat het op mijn bureau liggen, zodat ik het kan vinden.

Woord voor woord

Er In “Er der en oplader” betekent “Er” hier “is” in de vraag of iets aanwezig is. Een nieuw voorbeeld is “Er der kaffe?” voor “Is er koffie?”
der In “Er der en oplader” verwijst “der” naar de aanwezigheid van iets: “daar” in de vaste vraagconstructie “Er der ...?”. Gebruik “Er der ...?” om te vragen of iets ergens aanwezig is.
en “En” in “en oplader” betekent “een” en introduceert één oplader die nog niet eerder genoemd is. Gebruik “en” vóór een zelfstandig naamwoord zoals in “en laptop” in een nieuw voorbeeld.
oplader “Oplader” betekent hier een oplader voor een apparaat. Het woord kan direct na “en” staan, zoals in “en oplader” wanneer je er een wilt lenen of zoeken.
jeg “Jeg” betekent “ik” en verwijst in “jeg må låne” naar de persoon die iets wil lenen. Gebruik “jeg” als onderwerp voor wat jij doet of wilt doen.
“Må” betekent in “jeg må låne” dat de spreker toestemming heeft of mag lenen. Gebruik “må” vóór een infinitief, bijvoorbeeld in “jeg må gå” in een nieuw voorbeeld.
låne “Låne” betekent hier “lenen”, waarbij de spreker iets van iemand anders wil gebruiken. Na “må” staat het in de vorm “må låne”; een nieuw voorbeeld is “Jeg må låne en pen.”
Brug “Brug” betekent “gebruik” en is hier een directe opdracht om de oplader te gebruiken. “Brug” is de gebiedende vorm van “bruge”; gebruik hem vóór het voorwerp, zoals in “Brug denne.”
den “Den” verwijst in “Brug den ved siden af min laptop” naar de bedoelde oplader: “gebruik die”. Het kan als verwijzing naar een eerder genoemd voorwerp vóór een plaatsbepaling staan.
ved “Ved” draagt in “ved siden af min laptop” bij aan de plaatsaanduiding naast de laptop. Leer de volledige uitdrukking “ved siden af” als patroon voor “naast”, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld “ved siden af døren”.
siden “Siden” betekent letterlijk “zijde”, maar in “ved siden af” maakt het samen met de andere woorden de plaatsaanduiding “naast”. Gebruik de volledige uitdrukking “ved siden af” en laat “siden” daar niet weg.
af “Af” is in “ved siden af min laptop” het laatste onderdeel van de vaste uitdrukking “ved siden af”, die “naast” betekent. Gebruik de volledige uitdrukking vóór het genoemde object, zoals in “ved siden af min laptop”.
min “Min” betekent “mijn” en geeft in “min laptop” aan dat de laptop van de spreker is. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit wordt genoemd.
laptop “Laptop” betekent “laptop” en is in “min laptop” het voorwerp waar de oplader naast ligt. Gebruik het met een bezitswoord of plaatsaanduiding, zoals in “på min laptop” in een nieuw voorbeeld.
Har “Har” betekent in “Har jeg også brug for” “heb” en vormt hier samen met “jeg” een vraag. Gebruik “har” met “brug for” om te vragen of iemand iets nodig heeft.
også “Også” betekent “ook” en voegt in “også brug for denne adapter” de adapter toe aan wat al nodig kan zijn. Plaats het vóór het deel dat je als extra mogelijkheid of extra behoefte noemt.
for “For” betekent in “brug for” niet los “voor”, maar vormt samen met “brug” de uitdrukking “brug for”, “nodig hebben”. Gebruik “have brug for” vóór het voorwerp dat iemand nodig heeft.
denne “Denne” betekent “deze” en wijst in “denne adapter” naar de adapter die hier bedoeld of aangewezen is. Gebruik “denne” direct vóór het zelfstandig naamwoord dat je dichtbij of specifiek aanwijst.
adapter “Adapter” betekent “adapter” en is in “denne adapter” het voorwerp waarvan de spreker wil weten of het nodig is. Het kan na “brug for” staan als het voorwerp dat iemand nodig heeft.
hvis “Hvis” betekent “als” en introduceert in “hvis dit stik ikke passer” de voorwaarde waaronder de adapter gebruikt moet worden. Gebruik “hvis” aan het begin van een voorwaardelijke bijzin.
dit “Dit” betekent “jouw” en geeft in “dit stik” aan dat de stekker van de aangesprokene is. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord dat bij de aangesprokene hoort.
stik “Stik” betekent hier “stekker”, het voorwerp dat wel of niet in een aansluiting past. In “dit stik” staat het na een bezitswoord; een nieuw voorbeeld is “et stik” voor “een stekker”.
ikke “Ikke” betekent “niet” en ontkent in “ikke passer” dat de stekker past. Plaats “ikke” vóór het werkwoordelijke deel dat je ontkent, zoals in deze bijzin.
passer “Passer” betekent in “dit stik ikke passer” “past” of “geschikt is om erin te passen”. De vorm “passer” staat hier bij het onderwerp “dit stik”; een nieuw voorbeeld is “Skoen passer.”
Kan “Kan” betekent “kan” en vraagt in “Kan kablet nå bordet” of de kabel de tafel kan bereiken. Gebruik “kan” vóór een infinitief, zoals in “kan nå”.
kablet “Kablet” betekent “de kabel” en verwijst naar de kabel die naar de tafel moet reiken. Het is de bepaalde vorm in “kablet”; gebruik het hier als onderwerp vóór “kan nå”.
“Nå” betekent in “kan nå bordet” “bereiken” of “tot aan iets komen”. Na “kan” staat de infinitief “nå”; gebruik hem vóór het doel, zoals in “nå bordet”.
bordet “Bordet” betekent “de tafel” en is in “nå bordet” het doel dat de kabel moet bereiken. De vorm “bordet” verwijst naar een specifieke tafel die in de situatie bekend is.
du “Du” betekent “jij” en verwijst in “hvis du sidder” naar de aangesprokene. Gebruik “du” als onderwerp voor wat de andere persoon doet.
sidder “Sidder” betekent in “du sidder tæt på væggen” “zit”. Het beschrijft hier de positie van de aangesprokene; een nieuw voorbeeld is “Jeg sidder på en stol.”
tæt “Tæt” betekent in “tæt på væggen” “dichtbij” en beschrijft de korte afstand tot de muur. Gebruik het in de vaste combinatie “tæt på” vóór de plaats of persoon waar iets dichtbij is.
“På” betekent in “tæt på væggen” samen met “tæt” “bij” of “dicht bij”; later betekent het in “på mit skrivebord” “op”. De juiste betekenis komt hier uit de volledige woordgroep: “tæt på væggen” en “på mit skrivebord”.
væggen “Væggen” betekent “de muur” en is in “tæt på væggen” de plaats waar de aangesprokene dichtbij zit. De vorm verwijst naar een specifieke muur in de gedeelde ruimte.
lægger “Lægger” betekent in “Jeg lægger det hele tilbage” “leg terug” of “plaats terug”. Het beschrijft het neerleggen van de geleende spullen; gebruik “lægger” met een voorwerp en “tilbage” wanneer iets teruggelegd wordt.
det “Det” betekent in “det hele” “het” en verwijst in “Lad det ligge” naar het bedoelde voorwerp. In deze dialoog verwijst het naar de spullen die op het bureau moeten blijven liggen.
hele “Hele” draagt in “det hele” de betekenis “alles” of “het geheel”: alle geleende spullen samen. Gebruik de volledige combinatie “det hele” wanneer je naar alles van een bepaalde verzameling verwijst.
tilbage “Tilbage” betekent “terug” en geeft in “lægger det hele tilbage” aan dat de spullen naar hun eerdere plaats worden gebracht. Gebruik het na een werkwoord van bewegen of plaatsen wanneer iets teruggaat.
når “Når” betekent in “når jeg er færdig” “wanneer” of “als” voor een tijdstip of voorwaarde die in de toekomst of als herhaalde situatie geldt. Gebruik “når” vóór een bijzin over het moment waarop iets gebeurt.
færdig “Færdig” betekent in “jeg er færdig” “klaar” of “klaar zijn met iets”. Gebruik het na “er” om aan te geven dat je activiteit voltooid is, zoals in “Jeg er færdig.”
Lad “Lad” betekent in “Lad det ligge” “laat” en geeft de opdracht om iets op zijn plaats te laten. “Lad” is de gebiedende vorm van “lade”; gebruik hem vóór de persoon of zaak die iets moet blijven doen of zijn.
ligge “Ligge” betekent in “Lad det ligge” “liggen” of “blijven liggen”. Na “lad” beschrijft het wat er met het voorwerp moet gebeuren; een nieuw voorbeeld is “Lad bogen ligge.”
mit “Mit” betekent “mijn” en geeft in “mit skrivebord” aan dat het bureau van de spreker is. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit wordt genoemd.
skrivebord “Skrivebord” betekent “bureau” en is in “på mit skrivebord” de plaats waar het voorwerp moet liggen. Gebruik het na een plaatsaanduiding zoals “på” wanneer iets op het bureau ligt.
“Så” betekent in “så jeg kan finde det” “zodat” en introduceert het doel van het laten liggen op het bureau. Gebruik “så” vóór een bijzin die uitlegt welk resultaat of doel je wilt bereiken.
finde “Finde” betekent “vinden” en staat in “kan finde det” na “kan” als infinitief. Gebruik het met het voorwerp dat je wilt vinden, zoals in “Jeg kan finde nøglen” in een nieuw voorbeeld.

Grammatica

have brug for + substantiv

Har du brug for en oplader?

haa doe broe voo-uh een oo-plee-uh?

Heb je een oplader nodig?

In het Deens gebruik je de vaste uitdrukking have brug for om uit te drukken dat je iets nodig hebt.

bepaalde vorm: -et of -en

Læg kablet ved siden af bordet.

lèhg kèè-bluh vee-dh sie-uh è boh-uh-dhuh.

Leg de kabel naast de tafel.

Een zelfstandig naamwoord krijgt vaak een achtervoegsel in de bepaalde vorm: kabel → kablet en bord → bordet.

Deens woordenschat

adapter zelfstandig naamwoord
aa-dep-tuh adapter
Geslacht
common
bord zelfstandig naamwoord
boh-uh tafel bordet
Geslacht
neuter
bruge werkwoord
broe-uh gebruiken Brug
have brug for uitdrukking
heh-vuh broe foo-uh nodig hebben Har ... brug for
kabel zelfstandig naamwoord
kèè-bul kabel kablet
Geslacht
common
laptop zelfstandig naamwoord
lèèd-bob laptop
Geslacht
common
låne werkwoord
loo-nuh lenen
werkwoord
noo bereiken
oplader zelfstandig naamwoord
oo-plee-uh oplader
Geslacht
common
passe werkwoord
pè-suh passen passer
stik zelfstandig naamwoord
sdehg stekker
Geslacht
neuter
ved siden af voorzetsel
vee-dh sie-uh è naast

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Komt de kabel tot aan de tafel?

Antwoord tonenKan kablet nå bordet?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

oplader

Antwoord tonenoplader

stekker

Antwoord tonenstik

gebruiken

Antwoord tonenBrug

adapter

Antwoord tonenadapter