Een pen en notitieboekje lenen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, one person borrows a pen and notebook for a short list and agrees where to put them back..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een pen en notitieboekje lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg bruge en kuglepen?

Mo yai broe-uh en koele-pen? Mag ik een pen gebruiken?
B

Tag den sorte fra koppen.

Teh den sohd-uh frah kuh-ben. Pak de zwarte uit de beker.
A

Jeg har også brug for en notesbog.

Yai haa osoe broe foh en noots-boo. Ik heb ook een notitieboekje nodig.
B

Der ligger en gammel notesbog i skuffen.

Deh lee-uh en gawm-el noots-boo ie sgoe-fen. Er ligt een oud notitieboekje in de la.
A

Jeg skal bare skrive en kort liste.

Yai sgel baa-uh sgri-uh en kohd lis-deh. Ik hoef alleen een kort lijstje te schrijven.
B

Tag dem begge med tilbage, når du er færdig.

Teh dem beg-uh mee te-bè, noor doe èr fèh-die. Breng ze allebei terug als je klaar bent.
A

Jeg lægger dem på dit skrivebord.

Yai leg-uh dem po dit sgri-uh-boor. Ik leg ze op je bureau.
B

Så er de nemme at finde.

Soh èr die nem-uh uh fen-uh. Dan zijn ze makkelijk te vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Må jeg bruge en kuglepen?

    Mag ik een pen gebruiken?

    Må jeg
    mag ik
    bruge
    gebruiken
    kuglepen
    pen
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier ‘mag ik’. Må is de tegenwoordige vorm van måtte en drukt in deze vraag toestemming uit. De volgorde må + onderwerp vormt een ja-neevraag: Må jeg ...? = ‘Mag ik ...?’ Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. Voorbeeld: Må jeg komme ind? — ‘Mag ik binnenkomen?’ bruge betekent ‘gebruiken’. Dit is de infinitief; na må blijft deze vorm onveranderd. Het is dus niet een vervoegde vorm die hier aan jeg wordt aangepast. Voorbeeld: Jeg må bruge telefonen. — ‘Ik mag de telefoon gebruiken.’ kuglepen betekent ‘balpen’ of, in de vaste Nederlandse vertaling hier, ‘pen’. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: kuglepen verwijst specifieker naar een pen met een balpunt dan het algemenere pen. In en kuglepen staat het zelfstandig naamwoord in het onbepaalde enkelvoud; en markeert hier het grammaticale woordgeslacht en niet op zichzelf een expliciet aantal. Voorbeeld: Jeg har en kuglepen. — ‘Ik heb een balpen.’ Samen vormen Må jeg bruge en kuglepen? de beleefde vraag ‘Mag ik een pen gebruiken?’: Må jeg vraagt toestemming, bruge benoemt de handeling en en kuglepen is het voorwerp van die handeling.

  2. Tag den sorte fra koppen.

    Pak de zwarte uit de beker.

    Tag
    pak
    den sorte
    de zwarte
    fra
    uit
    koppen
    de beker
    Uitgebreide uitleg

    Tag is de gebiedende wijs van tage (“pakken/nemen”). Het onderwerp “jij” wordt bij deze opdracht normaal niet uitgedrukt. Hier betekent de vorm “pak”. Voorbeeld: Tag bogen. = “Pak het boek.” den sorte betekent hier “de zwarte”. Het zelfstandig naamwoord waarnaar deze woordgroep verwijst, wordt in de vaste zin niet genoemd of nader geïdentificeerd. den markeert hier een bepaald enkelvoudig zelfstandig-naamwoordelijk geheel van de gemeenschappelijke woordklasse; sorte is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord sort (“zwart”) die bij bepaaldheid of meervoud wordt gebruikt. In deze woordgroep is sorte dus geen zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Den røde er min. = “De rode is van mij.” fra is een voorzetsel. Hier geeft het aan waaruit iets wordt gepakt en betekent het “uit”. Het vormt met koppen de woordgroep fra koppen. koppen is de bepaalde vorm van kop (“beker”): en kop = “een beker”, koppen = “de beker”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. Het meervoud is kopper (“bekers”) en het bepaalde meervoud kopperne (“de bekers”). Voorbeeld: Bogen ligger i koppen. = “Het boek ligt in de beker.” Samen vormt Tag de opdracht, den sorte het bepaalde object “de zwarte” en fra koppen de bronlocatie “uit de beker”. De volledige betekenis is: “Pak de zwarte uit de beker.”

  3. Jeg har også brug for en notesbog.

    Ik heb ook een notitieboekje nodig.

    Jeg
    ik
    har … brug for
    nodig hebben
    også
    ook
    en
    een
    notesbog
    notitieboekje
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Dit is de Deense onderwerpsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. Een bruikbaar contrast is jeg “ik” tegenover du “jij”. har brug for is de vaste constructie voor “nodig hebben”. Har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); brug for hoort in deze betekenis bij de constructie. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” også betekent “ook” en voegt deze mededeling toe aan iets anders dat eveneens geldt. In deze zin staat het tussen har en brug for; samen met har brug for betekent het dat de spreker ook een notitieboekje nodig heeft. en is hier het onbepaalde lidwoord bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord notesbog. Het introduceert een niet nader bepaald exemplaar; op zichzelf beweert het niet dat er precies één exemplaar wordt geteld. En wordt gebruikt bij woorden van het Deense fælleskøn, terwijl et wordt gebruikt bij woorden van het onzijdige geslacht. notesbog betekent “notitieboekje” of “notitieboek”. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het bepaalde enkelvoud is notesbogen (“het notitieboekje”) en het meervoud is notesbøger (“notitieboeken”). Voorbeeld: Jeg skriver i notesbogen. — “Ik schrijf in het notitieboekje.” Samen vormen de delen Jeg har også brug for en notesbog de betekenis “Ik heb ook een notitieboekje nodig.” Jeg is het onderwerp, har brug for drukt de behoefte uit, også betekent “ook” en en notesbog noemt het benodigde voorwerp onbepaald.

  4. Der ligger en gammel notesbog i skuffen.

    Er ligt een oud notitieboekje in de la.

    Der ligger
    er ligt / bevindt zich
    gammel
    oud
    notesbog
    notitieboekje
    skuffen
    de la
    Uitgebreide uitleg

    Der ligger is een vaste manier om te zeggen dat iets zich ergens bevindt. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge en betekent hier niet dat iemand iets neerlegt, maar dat iets ergens ligt of zich bevindt. Der is in deze constructie een plaatsaanduidend element zonder dat het zelf een concreet ding aanwijst. Vergelijk: Der ligger en bog på bordet. — Er ligt een boek op tafel. gammel betekent hier ‘oud’ en beschrijft notesbog. De vormen zijn gammel bij een enkelvoudig en-woord, gammelt bij een enkelvoudig et-woord en gamle bij meervoud of bepaalde vormen. Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord: en gammel notesbog. notesbog is het onbepaalde enkelvoud van het Deense en-woord notesbog, ‘notitieboekje’. Een bruikbare vormreeks is notesbog — notesbogen — notesbøger, respectievelijk onbepaald enkelvoud, bepaald enkelvoud en meervoud. In de gegeven zin staat en notesbog: een niet nader bepaald notitieboekje. En is hier een onbepaald lidwoord; de zin stelt niet afzonderlijk een telhandeling voor. skuffen is de bepaalde enkelvoudsvorm van skuffe, ‘la’. Het achtervoegsel -en draagt hier de bepaaldheid: skuffe betekent ‘een la’, terwijl skuffen ‘de la’ betekent. i skuffen betekent ‘in de la’. De combinatie met een plaatsbepaling na het zelfstandig naamwoord maakt duidelijk waar het notitieboekje zich bevindt. Samen bestaat de zin uit Der ligger + en gammel notesbog + i skuffen: er bevindt zich een oud notitieboekje in de la. De zin beschrijft de locatie van het notitieboekje en gebruikt daarvoor de Deense plaatsconstructie der ligger ....

  5. Jeg skal bare skrive en kort liste.

    Ik hoef alleen een kort lijstje te schrijven.

    Jeg skal
    ik hoef / ik moet
    bare
    alleen
    skrive
    schrijven
    kort
    kort
    liste
    lijst
    Uitgebreide uitleg

    Jeg skal bestaat uit jeg (“ik”) en skal, de tegenwoordige vorm van skulle. In deze zin krijgt skal samen met bare de betekenis “hoeven”: Jeg skal bare ... betekent hier “ik hoef alleen maar ...”. In andere contexten kan skal ook een verplichting of een voorgenomen handeling uitdrukken. Voorbeeld: Jeg skal skrive i morgen. — “Ik moet of ga morgen schrijven”, afhankelijk van de context. bare betekent hier “alleen” of “slechts”. Samen met skal beperkt het de noodzakelijke handeling tot wat daarna komt. Voorbeeld: Jeg vil bare se. — “Ik wil alleen kijken.” skrive betekent “schrijven”. Na een modaal werkwoord zoals skal staat het volgende werkwoord in deze infinitiefvorm, zonder at: Jeg skal skrive. — “Ik moet of ga schrijven.” kort betekent hier “kort” en beschrijft liste. In en kort liste staat het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord. De vorm is hier kort omdat liste een enkelvoudig onbepaald en-woord is. Bij een onzijdig enkelvoud staat bijvoorbeeld ook kort in et kort brev, terwijl meervoud en bepaalde vormen korte hebben. Een nuttige vergelijking is kort — “kort”, kortere — “korter”. liste betekent “lijst”. Het is een en-woord: en liste betekent “een lijst”. De bepaalde vorm is listen (“de lijst”) en het meervoud is lister (“lijsten”). Het lidwoord en markeert hier de onbepaalde vorm; het stelt op zichzelf geen numerieke telling centraal. Samen vormen Jeg skal bare skrive en kort liste de vaste betekenis: “Ik hoef alleen een kort lijstje te schrijven.”

  6. Tag dem begge med tilbage, når du er færdig.

    Breng ze allebei terug als je klaar bent.

    Tag … med tilbage
    breng ... terug
    dem begge
    ze allebei
    når
    als / wanneer
    du
    je/jij
    er færdig
    klaar zijn
    Uitgebreide uitleg

    Tag betekent hier “breng/neem mee” als bevel. Het is de gebiedende wijs van tage; de infinitief is at tage. Voorbeeld: Tag bogen! = “Neem het boek!” med tilbage vormt met Tag de herbruikbare combinatie tage noget med tilbage: iets terugbrengen of terug meenemen. med geeft aan dat iets wordt meegenomen en tilbage dat het teruggaat. Samen drukken ze hier het bevel “breng terug” uit. dem begge is het meervoudige object: dem is de objectvorm van “ze/hen”, en begge betekent “allebei”. Begge maakt duidelijk dat het om precies twee dingen gaat, maar de vaste teksten benoemen niet afzonderlijk welke twee dingen dat zijn. Voorbeeld: Jeg ser dem begge. = “Ik zie ze allebei.” De is de onderwerpvorm; dem is de objectvorm. når leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “als/wanneer”. Herbruikbaar patroon: når + bijzin. Voorbeeld: Jeg ringer, når jeg kommer hjem. = “Ik bel als ik thuiskom.” du betekent “je/jij” en is hier het onderwerp van de bijzin. In het Deens is du de tweede persoon enkelvoud; het verwijst dus grammaticaal naar één aangesproken persoon. er færdig betekent “klaar zijn”. Er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”), en færdig is het bijvoeglijk naamwoord “klaar”. Færdig staat hier in het enkelvoud omdat het onderwerp du enkelvoud is; bij een meervoudig onderwerp staat de vorm færdige: Vi er færdige. = “Wij zijn klaar.” De hele zin bouwt zo op: het bevel Tag ... med tilbage (“breng ... terug”) heeft dem begge (“ze allebei”) als object. De tijdsbepaling når du er færdig geeft aan wanneer dat moet gebeuren: “Breng ze allebei terug als je klaar bent.”

  7. Jeg lægger dem på dit skrivebord.

    Ik leg ze op je bureau.

    Jeg
    ik
    lægger
    leg
    dem
    ze
    på
    op
    dit
    je
    skrivebord
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud: de spreker voert de handeling uit. Het is de vorm voor het onderwerp. Voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” lægger is de tegenwoordige tijd van at lægge, “leggen” of “plaatsen”. Hier gaat het om iets ergens neerleggen, niet om zelf ergens gaan liggen. Voorbeeld: Jeg lægger bogen på bordet. — “Ik leg het boek op tafel.” dem is hier het meervoudige objectpronomen “ze”. Het verwijst naar de al eerder genoemde entiteiten en is datgene wat geplaatst wordt, niet het onderwerp. De vorm dem is de objectvorm; in een ander voorbeeld betekent Jeg ser dem. “Ik zie ze.” på geeft hier de plaats aan waarop iets wordt neergelegd: “op”. Samen met lægger beschrijft het plaatsen op een oppervlak. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op tafel.” dit betekent “je/jouw” en staat bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. In deze zin hoort het bij skrivebord. Vergelijk din stol — “je stoel” — met dit skrivebord — “je bureau”. skrivebord betekent “bureau” of “schrijftafel”: een tafel waaraan iemand schrijft of werkt. Het is hier het oppervlak waarop de eerder genoemde entiteiten worden neergelegd. Samen vormen de delen Jeg + lægger = “ik leg”, dem = “ze”, en på dit skrivebord = “op je bureau”. De volledige betekenis is: “Ik leg ze op je bureau.”

  8. Så er de nemme at finde.

    Dan zijn ze makkelijk te vinden.

    Så
    dan
    er de
    zijn ze
    nemme
    makkelijk
    at finde
    te vinden
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier ‘dan’ en sluit aan bij de eerder genoemde situatie. In andere contexten kan het ook bijvoorbeeld ‘zo’ of ‘dus’ betekenen, maar hier is ‘dan’ de passende betekenis. er de bevat het werkwoord er (‘zijn’) en het voornaamwoord de (‘ze’). er is de tegenwoordige vorm van at være (‘zijn’); deze vorm verandert niet naar persoon of getal. de is hier de vorm voor een meervoudig onderwerp. In de gegeven context verwijst de naar de eerder genoemde dingen. nemme betekent hier ‘makkelijk’. Dit is de meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord nem (‘makkelijk’). Vergelijk: en nem opgave = ‘een makkelijke opdracht’, maar nemme opgaver = ‘makkelijke opdrachten’. In deze zin past nemme bij het meervoudige onderwerp de. at finde betekent ‘te vinden’. finde is de infinitief van at finde (‘vinden’), en at markeert hier de infinitief. De combinatie nemme at finde betekent ‘makkelijk te vinden’. Voorbeeld: Bogen er nem at finde. = ‘Het boek is makkelijk te vinden.’ Samen betekent Så er de nemme at finde.: ‘Dan zijn ze makkelijk te vinden.’ De zin bestaat hier uit Så (‘dan’) + er de (‘zijn ze’) + nemme (‘makkelijk’) + at finde (‘te vinden’).

Grammatica

have brug for + substantiv

Jeg har brug for en kuglepen.

Yai haa broe foh en koele-pen.

Ik heb een balpen nodig.

De vaste uitdrukking have brug for betekent ‘nodig hebben’. Het werkwoord wordt vervoegd: jeg har.

Når ..., ...

Når jeg er færdig, lægger jeg dem tilbage.

Noor yai èr fèh-die, leg-uh yai dem te-bè.

Wanneer ik klaar ben, leg ik ze terug.

Na når volgt een bijzin. In de hoofdzin staat het werkwoord lægger vóór het onderwerp jeg.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh gebruiken

Må jeg bruge en kuglepen?

der bijwoord
deh er; daar

Der ligger en gammel notesbog i skuffen.

fra voorzetsel
frah uit; van

Tag den sorte fra koppen.

gammel bijvoeglijk naamwoord
gawm-el oud
Geslacht
common

en gammel notesbog

have brug for uitdrukking
haa broe foh nodig hebben

Jeg har også brug for en notesbog.

jeg voornaamwoord
yai ik

Jeg har også brug for en notesbog.

kop zelfstandig naamwoord
kuhb beker koppen
Geslacht
common

fra koppen

kuglepen zelfstandig naamwoord
koele-pen balpen
Geslacht
common

en kuglepen

ligge werkwoord
lee-uh liggen ligger

Der ligger en gammel notesbog i skuffen.

notesbog zelfstandig naamwoord
noots-boo notitieboekje
Geslacht
common

en notesbog

sort bijvoeglijk naamwoord
sohd zwart sorte

den sorte

tage werkwoord
tee-uh nemen; meenemen Tag

Tag den sorte fra koppen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik een pen gebruiken?

Antwoord tonenMå jeg bruge en kuglepen?

Pak de zwarte uit de beker.

Antwoord tonenTag den sorte fra koppen.

Ik leg ze op je bureau.

Antwoord tonenJeg lægger dem på dit skrivebord.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebruiken

Antwoord tonenbruge

beker

Antwoord tonenkoppen

notitieboekje

Antwoord tonennotesbog

balpen

Antwoord tonenkuglepen