Må
In “Må jeg bruge en kuglepen?” vraagt “Må” of de spreker toestemming krijgt om iets te doen. Het staat hier vooraan in een vraag en wordt gebruikt met een persoon en een handeling.
jeg
“jeg” betekent “ik” en verwijst in deze zin naar de persoon die de pen wil gebruiken. Het staat als onderwerp vóór “bruge” in de vraag “Må jeg bruge en kuglepen?”.
bruge
“bruge” betekent hier “gebruiken”: de spreker vraagt of die een pen mag gebruiken. Na “Må jeg” volgt “bruge” als de handeling waar toestemming voor wordt gevraagd.
en
“en” is hier het onbepaalde lidwoord bij “kuglepen” en betekent “een”. Het introduceert één niet nader bepaalde pen in “en kuglepen”.
kuglepen
“kuglepen” betekent “balpen” en is het voorwerp dat de spreker wil gebruiken. Je kunt het gebruiken na “en” wanneer je naar één balpen verwijst.
Tag
In “Tag den sorte fra koppen” is “Tag” een opdracht om iets te nemen. Het staat aan het begin van de zin en wordt gevolgd door het voorwerp “den sorte”.
den
“den” verwijst in “den sorte” naar de betreffende pen: “de zwarte”. Samen met een beschrijving verwijst het naar een al bekende keuze uit meerdere voorwerpen.
sorte
“sorte” betekent hier “zwarte” en beschrijft welke pen genomen moet worden. Het staat na “den” in “den sorte”.
fra
“fra” betekent hier “uit” en geeft aan waar de pen vandaan genomen wordt. Het wordt gebruikt vóór de bron of plaats “koppen” in “fra koppen”.
koppen
“koppen” betekent hier “de beker”, de plaats waar de pen in zit. In “fra koppen” noemt het de bron waaruit iets wordt genomen.
har
“har” is de vorm van “hebben” in “Jeg har også brug for en notesbog”. In deze zin maakt het deel uit van de constructie “har brug for”, waarmee de spreker aangeeft iets nodig te hebben.
også
“også” betekent “ook” en voegt de behoefte aan een notitieboek toe naast de eerder genoemde pen. Het staat in “Jeg har også brug for...” vóór de rest van de behoefte-uitdrukking.
brug for
“har brug for” betekent als geheel “nodig hebben”. In deze constructie draagt “brug” het idee van behoefte of gebruik bij, terwijl “for” de verbinding met het benodigde voorwerp maakt; samen staan ze in “har brug for en notesbog”.
notesbog
“notesbog” betekent “notitieboek” en is het voorwerp dat de spreker daarnaast nodig heeft. Het staat in “en notesbog” na het onbepaalde lidwoord “en”.
Der
In “Der ligger en gammel notesbog i skuffen” introduceert “Der” het feit dat er ergens een voorwerp aanwezig is. Een bruikbaar patroon is “Der ligger + voorwerp + plaats” wanneer je de ligging van iets beschrijft.
ligger
“ligger” betekent hier “ligt” of “bevindt zich” en beschrijft de positie van de notitieboek in de lade. Het wordt gebruikt voor iets dat op een bepaalde plaats ligt, zoals in “ligger ... i skuffen”.
gammel
“gammel” betekent “oud” en beschrijft in deze zin de notitieboek. Het staat vóór “notesbog” in “en gammel notesbog”.
i
“i” betekent “in” en geeft de plaats aan waar de notitieboek ligt. Het verbindt “ligger” met de plaats “skuffen” in “i skuffen”.
skuffen
“skuffen” betekent hier “de lade”, de plaats waarin de notitieboek ligt. Het staat na “i” in de plaatsaanduiding “i skuffen”.
skal
In “Jeg skal bare skrive en kort liste” geeft “skal” aan wat de spreker moet of van plan is te doen. Het wordt hier gevolgd door de handeling “skrive”.
bare
“bare” betekent hier “alleen” of “maar” en beperkt de handeling tot het schrijven van een korte lijst. Het staat vóór “skrive” in “skal bare skrive”.
skrive
“skrive” betekent “schrijven” en noemt de handeling die de spreker gaat uitvoeren. Het staat na “skal bare” en vóór het voorwerp “en kort liste”.
kort
“kort” betekent “kort” en beschrijft de lijst die geschreven wordt. Het staat vóór “liste” in “en kort liste”.
liste
“liste” betekent “lijst” en is wat de spreker wil schrijven. In “en kort liste” wordt het nader beschreven door “kort”.
dem
“dem” betekent hier “ze” en verwijst naar de pen en de notitieboek. In “Tag dem begge med tilbage” is “dem” het voorwerp dat teruggebracht moet worden.
begge
“begge” betekent “beide” en maakt duidelijk dat de twee voorwerpen allebei teruggebracht moeten worden. Het staat samen met “dem” in “dem begge”.
med
In “Tag dem begge med tilbage” betekent “med” dat de voorwerpen met de persoon meegaan. Het maakt samen met “Tag” en “tilbage” duidelijk dat ze meegenomen en teruggebracht moeten worden.
tilbage
“tilbage” betekent “terug” en geeft de richting van de handeling aan: de pen en de notitieboek moeten teruggaan. Het staat in de uitdrukking “med tilbage”.
når
“når” betekent hier “wanneer” of “als” en introduceert het moment waarop de voorwerpen teruggebracht moeten worden. Het staat vóór de bijzin “du er færdig” in “når du er færdig”.
du
“du” betekent “jij” en verwijst naar de persoon die de pen en de notitieboek gebruikt. Het is het onderwerp van “er færdig” in “når du er færdig”.
er
“er” is de vorm van “zijn” in “du er færdig”. Hier verbindt het de persoon “du” met de toestand “færdig”.
færdig
“færdig” betekent hier “klaar” of “af” met de taak. In “når du er færdig” geeft het aan dat het terugbrengen gebeurt zodra de persoon klaar is.
lægger
In “Jeg lægger dem på dit skrivebord” betekent “lægger” dat de spreker de voorwerpen ergens neerlegt. Het wordt gebruikt met het voorwerp “dem” en de plaats “på dit skrivebord”.
på
“på” betekent hier “op” en geeft het oppervlak aan waarop de voorwerpen gelegd worden. Het staat vóór “dit skrivebord” in “på dit skrivebord”.
dit
“dit” betekent “jouw” of “je” en geeft aan dat het bureau bij de aangesproken persoon hoort. Het staat direct vóór “skrivebord” in “dit skrivebord”.
skrivebord
“skrivebord” betekent “bureau” of “schrijftafel” en is de plaats waarop de voorwerpen worden gelegd. In “på dit skrivebord” wordt het voorafgegaan door “på” en “dit”.
Så
In “Så er de nemme at finde” betekent “Så” hier “dan” of “op die manier”. Het introduceert het gevolg van de afspraak om de voorwerpen op het bureau te leggen.
de
“de” betekent hier “ze” en verwijst naar de pen en de notitieboek. In “Så er de nemme at finde” is “de” het onderwerp; dat verschilt van “dem”, dat eerder als voorwerp werd gebruikt.
nemme
“nemme” betekent hier “gemakkelijk” en beschrijft hoe eenvoudig het is om de voorwerpen te vinden. Het staat vóór “at finde” in “nemme at finde”.
at
“at” is hier de infinitiefmarkeerder vóór “finde” en maakt deel uit van “at finde”. De combinatie noemt de handeling die gemakkelijk is.
finde
“finde” betekent “vinden” en noemt de handeling in “nemme at finde”. Het staat na “at” en verwijst hier naar het terugvinden van de pen en de notitieboek.