Een losse stoel veilig maken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a room, two adults notice a loose chair, choose another seat, and move the unsafe chair away from the walkway..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een losse stoel veilig maken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Denne stol føles løs.

Denne stool feuls leus. Deze stoel voelt los aan.
B

Hvilken del bevæger sig?

Velguh del bewee-er sai? Welk deel beweegt?
A

Det bageste ben vipper lidt.

De ba-geeste been vebber let. De achterste poot wiebelt een beetje.
B

Vi skal reparere den, før nogen bruger den.

Wie skal repareere den, feur noe-en broe-er den. We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.
A

Skal jeg sidde et andet sted?

Skal jai see-uh ed anuh stee? Zal ik ergens anders gaan zitten?
B

Brug en anden stol indtil videre.

Broe en anuh stool endel vie-uh-reh. Gebruik voorlopig een andere stoel.
A

Jeg flytter denne stol væk.

Jai fleuduh denne stool weeg. Ik zal deze stoel aan de kant zetten.
B

Stil den op ad væggen, så gangen er fri.

Sdel den ob e vegguh, soo ganguh e frie. Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

Woord voor woord

Denne “Denne” betekent hier “deze” en wijst de stoel aan in “Denne stol”. De hoofdletter komt doordat het woord aan het begin van de zin staat; later verschijnt dezelfde vorm als “denne” in “denne stol”.
stol “stol” betekent hier “stoel”, het meubel waarop iemand kan zitten. In “Denne stol” en “en anden stol” staat het woord voor het soort voorwerp waarnaar men verwijst.
føles In “Denne stol føles løs” betekent “føles” dat de stoel zo aanvoelt. Samen met een beschrijving zoals “løs” gebruik je het om een lichamelijke of algemene indruk van een voorwerp te geven.
løs “løs” betekent hier “los”, dus niet stevig vast. In “føles løs” beschrijft het dat de stoel onveilig of instabiel aanvoelt; je gebruikt het bij een voorwerp dat niet goed vastzit.
Hvilken “Hvilken” betekent “welke” en vraagt om een keuze of identificatie. In “Hvilken del” staat het vóór het onderdeel waarover men informatie wil.
del “del” betekent hier “deel” of “onderdeel” van de stoel. In “Hvilken del” vraag je welk specifiek onderdeel beweegt; dit patroon is bruikbaar wanneer je een onderdeel van iets wilt aanwijzen.
bevæger In “bevæger sig” gaat het om bewegen. “bevæger” geeft de beweging aan en “sig” maakt samen met dit werkwoord de volledige uitdrukking; gebruik de combinatie om te beschrijven dat iets of iemand beweegt.
sig In “bevæger sig” verwijst “sig” terug naar datgene wat beweegt, zodat de hele uitdrukking “beweegt” betekent. Gebruik “sig” hier samen met “bevæger” wanneer je beweging van het onderwerp beschrijft.
Det “Det” betekent hier “het” in de woordgroep “Det bageste ben” en introduceert het achterste been als onderwerp. Je gebruikt deze combinatie om een specifiek onderdeel van de stoel te benoemen.
bageste “bageste” betekent hier “achterste” en onderscheidt het been aan de achterkant van de stoel. In “Det bageste ben” helpt het woord om precies aan te geven welk onderdeel bedoeld wordt.
ben “ben” betekent hier “poot”, namelijk een poot van de stoel. In “Det bageste ben” wordt het gecombineerd met een plaatsbeschrijving om één onderdeel van het meubel aan te wijzen.
vipper “vipper” betekent hier dat het been wiebelt of heen en weer beweegt. In “Det bageste ben vipper lidt” beschrijft het een kleine instabiele beweging; je gebruikt het bij een voorwerp of onderdeel dat niet stil blijft staan.
lidt “lidt” betekent “een beetje” en beperkt hier de mate van de beweging in “vipper lidt”. Je zet het na een werkwoord om aan te geven dat iets slechts in geringe mate gebeurt.
Vi “Vi” betekent “we” en verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon. In “Vi skal reparere den” staat het als onderwerp vóór de handeling.
skal In “Vi skal reparere den” geeft “skal” aan dat repareren nodig is of moet gebeuren. In de vraag “Skal jeg sidde et andet sted?” leidt het een vraag in over wat de spreker moet of zal doen; het staat hier vóór de daaropvolgende handeling.
reparere “reparere” betekent “repareren” of “herstellen”. In “skal reparere den” benoemt het de handeling die met de stoel moet gebeuren; na “skal” staat het als de handeling die gepland of nodig is.
den “den” verwijst hier naar de stoel: “reparere den” betekent “hem repareren” en “Stil den” betekent “zet hem”. Je gebruikt het als verwijzing naar de eerder genoemde stoel nadat de handeling al duidelijk is.
før “før” betekent “voordat” en geeft aan dat één handeling eerder moet plaatsvinden. In “før nogen bruger den” wordt het repareren gekoppeld aan het moment waarop iemand de stoel gebruikt.
nogen “nogen” betekent hier “iemand” of, in deze ontkennende veiligheidscontext, “iemand ook maar”. In “før nogen bruger den” verwijst het naar een niet nader genoemde persoon die de stoel zou kunnen gebruiken.
bruger “bruger” betekent “gebruikt”. In “nogen bruger den” is de stoel het voorwerp dat iemand gebruikt; je gebruikt het werkwoord met het voorwerp van de handeling.
Jeg “Jeg” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die spreekt. In “Jeg flytter denne stol væk” staat het als onderwerp vóór de handeling.
sidde “sidde” betekent “zitten”. In “Skal jeg sidde et andet sted?” vraagt de spreker of die ergens anders moet zitten; het wordt hier gebruikt met een plaatsaanduiding zoals “et andet sted”.
et “et” is hier het onbepaalde lidwoord in “et andet sted” en betekent “een”. Het staat vóór “sted” om een niet nader bepaalde andere plaats aan te duiden.
andet “andet” betekent hier “ander” of “anders” in “et andet sted”. De woordgroep verwijst naar een alternatieve plaats in plaats van de huidige zitplaats.
sted “sted” betekent “plaats”. In “et andet sted” gaat het om een andere plek waar de spreker kan zitten; je gebruikt het samen met een plaatsbeschrijving.
Brug “Brug” betekent hier “gebruik” en is een directe instructie in “Brug en anden stol”. Het wordt gevolgd door het voorwerp dat iemand moet gebruiken, hier “en anden stol”.
en “en” is hier het onbepaalde lidwoord voor “stol” in “en anden stol”. Het geeft aan dat het om een niet nader genoemde andere stoel gaat.
anden “anden” betekent “andere” in “en anden stol”. Het onderscheidt deze stoel van de losse stoel; gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een alternatief aanwijst.
indtil videre “indtil videre” betekent als geheel “voorlopig” of “voor nu”. “indtil” draagt de betekenis “totdat” of “tot”, en “videre” betekent “verder”; samen geven ze aan dat de instructie alleen tijdelijk geldt. In “Brug en anden stol indtil videre” staat de uitdrukking aan het einde van de zin.
flytter “flytter” betekent hier “verplaatst”. In “Jeg flytter denne stol væk” beschrijft het dat de spreker de stoel naar een andere plek brengt; het kan met een voorwerp worden gebruikt.
væk “væk” betekent “weg” en geeft in “flytter denne stol væk” aan dat de stoel van de huidige plek wordt verwijderd. Je gebruikt het na een bewegingswerkwoord om verwijdering of afstand aan te geven.
Stil “Stil” betekent hier “zet” of “plaats” en geeft een directe instructie in “Stil den op ad væggen”. Het wordt gebruikt met het voorwerp en de plaats waar dat moet komen.
op In “Stil den op ad væggen” helpt “op” de plaatsingshandeling uit te drukken: de stoel moet in een bepaalde positie worden gezet. Samen met “Stil den” vormt het een bruikbaar patroon voor het plaatsen van een voorwerp.
ad In “op ad væggen” betekent “ad” hier “tegen” en geeft het de muur aan waartegen de stoel geplaatst moet worden. Het verbindt de plaatsingshandeling met het oppervlak dat de stoel raakt.
væggen “væggen” betekent hier “de muur”, de specifieke muur in de ruimte. In “op ad væggen” volgt het op “ad” en benoemt het de plaats waar de stoel wordt gezet.
“så” betekent hier “zodat” en verbindt het plaatsen van de stoel met het gewenste resultaat. In “så gangen er fri” introduceert het de reden of bedoeling om de doorgang vrij te houden.
gangen “gangen” betekent hier “de gang” of “de doorgang” die vrij moet blijven. In “så gangen er fri” verwijst het naar de loopruimte waar de stoel niet in de weg mag staan.
er “er” betekent hier “is” en verbindt “gangen” met de toestand “fri”. In “gangen er fri” beschrijf je dat een ruimte of doorgang niet geblokkeerd is.
fri “fri” betekent hier “vrij” of “vrijgehouden”, dus zonder stoel of andere hindernis in de doorgang. In “gangen er fri” beschrijft het de gewenste toestand van de loopruimte.

Grammatica

før + bijzin

Reparer, før nogen bruger stolen.

Repareer, feur noe-en broe-er stoeluh.

Repareer voordat iemand de stoel gebruikt.

Na før volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord. før betekent ‘voordat’.

op ad + bepaald zelfstandig naamwoord

Stil stolen op ad væggen.

Sdel stoeluh ob e vegguh.

Zet de stoel tegen de muur.

In het Deens krijgt een zelfstandig naamwoord vaak een bepaald achtervoegsel: stol → stolen en væg → væggen.

Deens woordenschat

bageste bijvoeglijk naamwoord
ba-geeste achterste
ben zelfstandig naamwoord
been poot
bevæger sig werkwoord
bewee-er sai beweegt
del zelfstandig naamwoord
del deel
føles werkwoord
feuls voelt aan
før voegwoord
feur voordat
hvilken bepaler
velguh welke
lidt bijwoord
let een beetje
løs bijvoeglijk naamwoord
leus los
reparere werkwoord
repareere repareren
stol zelfstandig naamwoord
stool stoel
vipper werkwoord
vebber wiebelt

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze stoel voelt los aan.

Antwoord tonenDenne stol føles løs.

Welk deel beweegt?

Antwoord tonenHvilken del bevæger sig?

De achterste poot wiebelt een beetje.

Antwoord tonenDet bageste ben vipper lidt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

achterste

Antwoord tonenbageste

stoel

Antwoord tonenstol

voelt aan

Antwoord tonenføles

welke

Antwoord tonenhvilken