Een losse stoel veilig maken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a room, two adults notice a loose chair, choose another seat, and move the unsafe chair away from the walkway..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een losse stoel veilig maken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Denne stol føles løs.

Denne stool feuls leus. Deze stoel voelt los aan.
B

Hvilken del bevæger sig?

Velguh del bewee-er sai? Welk deel beweegt?
A

Det bageste ben vipper lidt.

De ba-geeste been vebber let. De achterste poot wiebelt een beetje.
B

Vi skal reparere den, før nogen bruger den.

Wie skal repareere den, feur noe-en broe-er den. We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.
A

Skal jeg sidde et andet sted?

Skal jai see-uh ed anuh stee? Zal ik ergens anders gaan zitten?
B

Brug en anden stol indtil videre.

Broe en anuh stool endel vie-uh-reh. Gebruik voorlopig een andere stoel.
A

Jeg flytter denne stol væk.

Jai fleuduh denne stool weeg. Ik zal deze stoel aan de kant zetten.
B

Stil den op ad væggen, så gangen er fri.

Sdel den ob e vegguh, soo ganguh e frie. Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

Uitleg van de zinnen

  1. Denne stol føles løs.

    Deze stoel voelt los aan.

    Denne
    deze
    stol
    stoel
    føles
    voelt aan
    løs
    los
    Uitgebreide uitleg

    Denne staat vóór stol en betekent hier “deze”. Het is de enkelvoudige vorm die bij een woord van het gemeenschappelijke geslacht, zoals stol, hoort. Vergelijk dette bij een onzijdig enkelvoudig woord en disse bij meervoud. De vorm verwijst naar iets dat in de situatie of in de aandacht wordt aangewezen; de zin specificeert niet verder welke stoel dat is. stol betekent “stoel”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht: en stol; in bepaalde vorm: stolen (“de stoel”). Het meervoud is stole (“stoelen”). føles komt van føle (“voelen”) en staat in de tegenwoordige tijd. De vorm op -s wordt hier gebruikt in de constructie noget føles + bijvoeglijk naamwoord: iets wordt op een bepaalde manier ervaren bij aanraken of gebruik. De stoel is in deze zin het onderwerp van de waarneming; er wordt niet beweerd dat de stoel zelf een bewuste voeler is. Voorbeeld: Skruen føles løs. — “De schroef voelt los aan.” Hier werkt dezelfde constructie met een ander onderwerp. løs betekent hier “los”, dus niet stevig vastzittend. Als bijvoeglijk naamwoord krijgt het een andere vorm bij een onzijdig woord of meervoud: en løs stol, et løst bord, løse stole. Een bruikbare tegenstelling is fast (“vast” of “stevig”), afhankelijk van de context. Samen vormen de delen Denne stol (“deze stoel”), føles (“voelt aan”) en løs (“los”). De volledige betekenis is: “Deze stoel voelt los aan.”

  2. Hvilken del bevæger sig?

    Welk deel beweegt?

    Hvilken
    welke
    del
    deel
    bevæger sig
    beweegt zich
    Uitgebreide uitleg

    Hvilken betekent hier “welke” en staat bij een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. De vorm kiest mee met het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord: hvilken bij enkelvoud met gemeenschappelijk geslacht, hvilket bij enkelvoud met onzijdig geslacht en hvilke bij meervoud. Voorbeeld: Hvilken stol? — “Welke stoel?” del betekent hier “deel” of “onderdeel”. Het is een zelfstandig naamwoord met gemeenschappelijk geslacht: en del, bepaald delen. In deze vraag vraagt hvilken del welk onderdeel bedoeld of in beweging is; het antwoord wordt niet al door de vraag zelf vastgelegd. bevæger sig komt van bevæge sig, “zich bewegen” of “bewegen”. bevæger is de tegenwoordige tijd van bevæge; sig is het wederkerende voornaamwoord dat bij de derde persoon hoort. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd van het werkwoord niet naar persoon of getal. Voorbeeld: Benet bevæger sig. — “De poot beweegt.” Samen vormt Hvilken del de vragende woordgroep “welk deel”, en bevæger sig zegt wat dat deel doet. De volledige vraag Hvilken del bevæger sig? betekent dus: “Welk deel beweegt?” De vraag gebruikt de tegenwoordige tijd en vraagt om identificatie van het bewegende onderdeel.

  3. Det bageste ben vipper lidt.

    De achterste poot wiebelt een beetje.

    Det
    het (onzijdig enkelvoud)
    bageste
    achterste
    ben
    poot
    vipper
    wiebelt
    lidt
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    Det bageste ben betekent hier “de achterste poot”. Det is in deze naamwoordgroep het onzijdige enkelvoudige lidwoord dat vóór een bijvoeglijk naamwoord staat; het is hier geen zelfstandig aanwijzend voornaamwoord dat zelf naar de poot verwijst. Ben is onzijdig: et ben. De vaste vertaling maakt duidelijk dat ben hier “poot” betekent. bageste betekent “achterste”. Het is de bepaalde vorm van bagest, met de betekenis “het verst naar achteren”. Voorbeelden: den forreste del = “het voorste deel” en det bageste ben = “de achterste poot”. De vorm bageste wordt gebruikt in een bepaalde naamwoordgroep zoals deze. ben betekent hier “poot”. De onbepaalde enkelvoudsvorm is et ben; het meervoud is ook ben, bijvoorbeeld to ben = “twee poten”. In andere contexten kan ben ook naar een been verwijzen; de vertaling en de context bepalen hier de betekenis “poot”. vipper betekent hier “wiebelt”. De basisvorm is vippe en vipper is de tegenwoordige tijd. Deze vorm verandert hier niet voor enkelvoud en meervoud: benet vipper = “de poot wiebelt”, benene vipper = “de poten wiebelen”. lidt betekent “een beetje”. Het is een bijwoord dat de mate van het wiebelen beperkt en niet met het zelfstandig naamwoord mee verandert. Samen vormen det bageste ben (“de achterste poot”), vipper (“wiebelt”) en lidt (“een beetje”) de volledige betekenis: “De achterste poot wiebelt een beetje.”

  4. Vi skal reparere den, før nogen bruger den.

    We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.

    Vi skal
    wij moeten
    reparere
    repareren
    den
    hem
    før
    voordat
    nogen
    iemand
    bruger
    gebruikt
    Uitgebreide uitleg

    Vi skal betekent hier ‘wij moeten’. skal is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle; met een infinitief erna drukt het hier noodzakelijkheid uit. vi betekent ‘wij’ en is meervoud. reparere is de infinitief ‘repareren’. Na skal staat deze vorm zonder een extra infinitiefmarkeerder: Vi skal reparere .... Voorbeeld: Vi skal vente. — ‘Wij moeten wachten.’ den is hier een enkelvoudig objectpronomen voor een zelfstandig naamwoord van het en-type. De vaste vertaling ondersteunt hier ‘hem’; de precieze referent wordt in deze zin zelf niet benoemd. Hetzelfde pronomen verschijnt opnieuw aan het einde van de zin. De vorm den verschilt dus van det, dat bij een zelfstandig naamwoord van het et-type hoort. før betekent ‘voordat’ en leidt een bijzin in. Het plaatst de handeling in die bijzin later dan de reparatie. Voorbeeld: Ring før du kommer. — ‘Bel voordat je komt.’ nogen betekent hier ‘iemand’: een niet nader genoemde persoon. Het is geen ontkennende of voorwaardelijke vorm. Voorbeeld: Nogen venter. — ‘Iemand wacht.’ bruger betekent hier ‘gebruikt’. Het is de tegenwoordige vorm van bruge, ‘gebruiken’. De Deense tegenwoordige werkwoordsvorm verandert hier niet mee met persoon of getal; nogen is wel het onderwerp met enkelvoudige betekenis. Voorbeeld: Hun bruger telefonen. — ‘Zij gebruikt de telefoon.’ De structuur is Vi skal reparere den + før nogen bruger den: ‘Wij moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.’ Vi skal geeft de noodzaak aan, reparere den noemt de noodzakelijke handeling en het object, en de bijzin met før geeft aan dat eerst de reparatie plaatsvindt en daarna het gebruik.

  5. Skal jeg sidde et andet sted?

    Zal ik ergens anders gaan zitten?

    Skal jeg
    zal ik?
    sidde
    zitten
    andet
    ander
    sted
    plaats
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg vormt hier een vraag met skal en het onderwerp jeg: “zal ik …?” In deze zin gaat het om een vraag of voorstel over de gewenste handeling. Het patroon is Skal + onderwerp + infinitief ...?, bijvoorbeeld: Skal vi vente? — “Zullen we wachten?” sidde betekent hier “zitten” of “zittend zijn” en staat na skal. De vorm zelf drukt niet specifiek de beweging naar een zitplaats uit. Voor “gaan zitten” met nadruk op die beweging gebruikt het Deens bijvoorbeeld sætte sig; de vaste Nederlandse vertaling geeft in deze context natuurlijk weer wat de spreker bedoelt. andet betekent hier “ander” en staat bij het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord sted. Het bijvoeglijke naamwoord heeft de vorm andet bij een onzijdig zelfstandig naamwoord; de andere relevante vormen zijn anden bij een gemeenk geslacht enkelvoudig woord en andre in het meervoud. Vergelijk: en anden stol — “een andere stoel” — tegenover et andet sted — “een andere plaats”. De vorm wordt dus bepaald door het zelfstandig naamwoord, niet alleen door het feit dat het om één plaats gaat. sted betekent “plaats” of “plek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et sted. In de combinatie et andet sted betekent het “ergens anders”, zonder een precieze andere plek te noemen. Voorbeeld: Vi mødes et andet sted. — “We spreken ergens anders af.” Samen bestaat de zin uit de vraagstructuur Skal jeg ...?, het werkwoord sidde en de plaatsbepaling et andet sted. De volledige betekenis is: “Zal ik ergens anders gaan zitten?” In het Deens staat er met sidde letterlijker dat de spreker op een andere plaats zal zitten; de vaste vertaling maakt de bedoelde handeling in natuurlijk Nederlands expliciet.

  6. Brug en anden stol indtil videre.

    Gebruik voorlopig een andere stoel.

    Brug
    gebruik
    anden
    andere
    stol
    stoel
    indtil videre
    voorlopig
    Uitgebreide uitleg

    Brug betekent hier “gebruik” en is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). De gebiedende wijs heeft hier geen expliciet onderwerp: de aangesproken persoon is degene die moet handelen. Voorbeeld: Brug denne nøgle. — “Gebruik deze sleutel.” anden betekent hier “andere” in de betekenis van een alternatief. Het is de vorm die past bij het onbepaalde enkelvoud van stol, een woord van het gemeenschappelijk geslacht: en anden stol. De vormen zijn onder meer anden bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord in dit type enkelvoud en andet bij een onzijdig woord; de vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald. Voorbeeld: Vælg en anden dag. — “Kies een andere dag.” stol betekent “stoel”. Het is een zelfstandig naamwoord met het patroon en stol — “een stoel”, stolen — “de stoel”, stole — “stoelen”, stolene — “de stoelen”. In de vaste zin staat het in het onbepaalde enkelvoud na en anden. indtil videre is een vaste uitdrukking met de betekenis “voorlopig” of “tot nader order”. Ze geeft aan dat de instructie voor de huidige, tijdelijke periode geldt. Voorbeeld: Bliv her indtil videre. — “Blijf voorlopig hier.” Samen vormen de delen de directe instructie Brug en anden stol — “Gebruik een andere stoel”, gevolgd door indtil videre — “voorlopig”. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik voorlopig een andere stoel.” De zin is direct en alledaags geformuleerd.

  7. Jeg flytter denne stol væk.

    Ik zal deze stoel aan de kant zetten.

    Jeg
    ik
    flytter
    verplaats
    denne
    deze
    stol
    stoel
    væk
    weg
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de Deense onderwerpsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. Als dezelfde persoon het voorwerp is, gebruikt het Deens mig: Hun ser mig. — “Zij ziet mij.” flytter is de tegenwoordige vorm van flytte, “verplaatsen” of “verhuizen”. Hier gaat het om het verplaatsen van een voorwerp. Het Deens gebruikt de tegenwoordige tijd ook voor een geplande of nabije handeling; daarom past deze vorm bij de vertaling “ik zal ... zetten”. Vergelijk: Jeg flytter stolen. — “Ik verplaats de stoel.” denne betekent hier “deze” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het verwijst naar één dichtbij aangewezen zaak. De vorm hoort bij een enkelvoudig woord van het type dat in deze zin door stol wordt bepaald. Een ander veelgebruikt aanwijzend woord is den in uitdrukkingen zoals den stol, maar denne legt de nadruk op “deze”. stol betekent “stoel”. Het is het zelfstandig naamwoord in de woordgroep denne stol; de combinatie betekent “deze stoel”. Het meervoud is stole: to stole — “twee stoelen”. væk betekent “weg” en geeft aan dat de stoel van zijn huidige plaats wordt verwijderd. Het hoort hier bij flytter: flytte ... væk is een bruikbaar patroon voor “iets wegverplaatsen”. Bijvoorbeeld: Hun flytter kassen væk. — “Zij verplaatst de kist weg.” Samen vormen de delen het patroon Jeg + flytter + denne + zelfstandig naamwoord + væk: “Ik verplaats deze ... weg.” In deze zin is het geheel: “Ik zal deze stoel aan de kant zetten.” De voorafgaande context noemt een andere stoel als tijdelijke optie, en de volgende zin concretiseert dat deze stoel tegen de muur kan worden gezet zodat de doorgang vrij blijft.

  8. Stil den op ad væggen, så gangen er fri.

    Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

    Stil
    zet / plaats
    den
    hem
    op ad
    tegenaan / tegen
    væggen
    de muur
    så
    zodat
    gangen
    de doorgang
    fri
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    Stil is de gebiedende wijs van stille (“plaatsen/zetten”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; het onderwerp “jij” staat er niet bij. Bijvoorbeeld: Stil stolen her. = “Zet de stoel hier.” den is hier het Deense objectpronomen voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijk geslacht. In de gegeven vertaling en context verwijst het naar het voorwerp dat wordt verplaatst, namelijk de stoel uit de voorafgaande zin. Daarom betekent het hier “hem”. De vorm den drukt hier geen meervoud uit; voor een meervoudig object gebruikt het Deens dem. op ad is een vaste ruimtelijke combinatie met de betekenis “tegenaan/tegen”. Ze beschrijft dat iets tot tegen een oppervlak wordt geplaatst. In een andere zin kan op ook “op” betekenen, maar samen met ad geeft deze combinatie hier contact met de muur aan. væggen betekent “de muur”. Het zelfstandige naamwoord is væg; -en maakt hier de bepaalde vorm enkelvoud: væg → væggen. Het is dus het woord væg zelf dat deze vorm draagt, niet op ad. så leidt hier een gevolg- of doelsituatie in: “zodat”. De betekenis wordt bepaald door de daaropvolgende bijzin; het is hier niet het bijwoord “dan” in een tijdsvolgorde. gangen betekent hier “de doorgang” of “de gang”. De basisvorm is gang; gangen is de bepaalde vorm enkelvoud. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het hier om de doorgang gaat die vrij moet zijn, zonder een specifiekere invulling van die ruimte te vereisen. fri betekent “vrij” of “onbelemmerd”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat na er als naamwoordelijk deel van de zin: gangen er fri = “de doorgang is vrij”. Het verandert hier niet van vorm om bij gangen aan te sluiten. Samen vormt Stil den op ad væggen de opdracht “Zet hem tegen de muur”. Daarna geeft så gangen er fri het beoogde resultaat: “zodat de doorgang vrij is/blijft”. De volledige uiting is dus: “Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.”

Grammatica

før + bijzin

Reparer, før nogen bruger stolen.

Repareer, feur noe-en broe-er stoeluh.

Repareer voordat iemand de stoel gebruikt.

Na før volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord. før betekent ‘voordat’.

op ad + bepaald zelfstandig naamwoord

Stil stolen op ad væggen.

Sdel stoeluh ob e vegguh.

Zet de stoel tegen de muur.

In het Deens krijgt een zelfstandig naamwoord vaak een bepaald achtervoegsel: stol → stolen en væg → væggen.

Deens woordenschat

bageste bijvoeglijk naamwoord
ba-geeste achterste
ben zelfstandig naamwoord
been poot
bevæger sig werkwoord
bewee-er sai beweegt
del zelfstandig naamwoord
del deel
føles werkwoord
feuls voelt aan
før voegwoord
feur voordat
hvilken bepaler
velguh welke
lidt bijwoord
let een beetje
løs bijvoeglijk naamwoord
leus los
reparere werkwoord
repareere repareren
stol zelfstandig naamwoord
stool stoel
vipper werkwoord
vebber wiebelt

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze stoel voelt los aan.

Antwoord tonenDenne stol føles løs.

Welk deel beweegt?

Antwoord tonenHvilken del bevæger sig?

De achterste poot wiebelt een beetje.

Antwoord tonenDet bageste ben vipper lidt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

achterste

Antwoord tonenbageste

stoel

Antwoord tonenstol

voelt aan

Antwoord tonenføles

welke

Antwoord tonenhvilken