Er
In “Er rummet klart?” betekent “Er” “is” en in “Der er plads nok til at gå rundt” betekent de kleine vorm “er” “is/are” binnen de constructie “der er”. Het is de vorm van være. Gebruik “Er” vooraan in een ja-neevraag, zoals “Er rummet klart?”.
rummet
“Rummet” betekent hier “de kamer” of “de ruimte” in “Er rummet klart?”. Het is de bepaalde vorm van rum. Gebruik het als onderwerp wanneer je naar een specifieke kamer of ruimte verwijst.
klart
In “Er rummet klart?” betekent “klart” “klaar”; in “Billedet ser klart ud” betekent het “duidelijk” of “helder”. Het is de vorm van klar die in deze zinnen bij het onderwerp past. Gebruik het ook in een beschrijving met ser ... ud wanneer je zegt hoe iets eruitziet.
Stolene
“Stolene” betekent “de stoelen” in “Stolene står på plads.” Het is de bepaalde meervoudsvorm van stol. Gebruik het als onderwerp wanneer je naar specifieke stoelen verwijst.
står
“Står” betekent hier “staan” en beschrijft de positie van de stoelen in “Stolene står på plads.” Het is de vorm van stå. Gebruik het met “på plads” om te zeggen dat iets op zijn plaats staat.
på
“På” geeft hier de plaatsrelatie aan in “Stolene står på plads” en “De ligger på bordet”; afhankelijk van de combinatie betekent het ongeveer “op” of “op zijn plaats”. Gebruik het vóór een plaatsaanduiding, zoals “på bordet”.
plads
“Plads” betekent “plaats” in “på plads” en “ruimte” in “plads til at gå rundt” en “plads nok til at gå rundt”. De betekenis volgt dus uit de hele combinatie. Gebruik “plads til at ...” voor ruimte voor een activiteit en “plads nok” voor voldoende ruimte.
Virker
“Virker” betekent hier “werkt” in de vraag “Virker skærmen?”. Het is de vorm van virke. Gebruik het met een apparaat of ander hulpmiddel als onderwerp wanneer je vraagt of het functioneert.
skærmen
“Skærmen” betekent “het scherm” in “Virker skærmen?”. Het is de bepaalde vorm van skærm. Gebruik het wanneer je naar een specifiek scherm verwijst.
Billedet
“Billedet” betekent “het beeld” of “de afbeelding” in “Billedet ser klart ud.” Het is de bepaalde vorm van billede. Gebruik het als onderwerp in een zin die beschrijft hoe een beeld eruitziet.
ser
“Ser” betekent in “Billedet ser klart ud” dat het beeld er op een bepaalde manier uitziet. Het is de vorm van se in de constructie waarmee je een indruk of uiterlijk beschrijft. Gebruik een beschrijving tussen ser en ud, zoals klart in deze dialoog.
ud
“Ud” heeft hier geen zelfstandige betekenis als “uit”; samen met ser helpt het in “Billedet ser klart ud” om te zeggen hoe iets eruitziet. Gebruik dezelfde constructie wanneer je het uiterlijk of de indruk van iets beschrijft.
Har
“Har” betekent “hebben” in “Har vi tuscher?”. Het is de vorm van have. Gebruik het aan het begin van een vraag wanneer je vraagt of iemand iets heeft, met de persoon of groep erna, zoals in “Har vi tuscher?”.
vi
“Vi” betekent “we” en verwijst in “Har vi tuscher?” naar de spreker en minstens één andere persoon. Gebruik het als onderwerp bij iets wat de groep heeft of doet. In deze vraag staat het na Har.
tuscher
“Tuscher” betekent “stiften” of “markers” in “Har vi tuscher?”. Het is het meervoud van tusch. Gebruik het om meerdere schrijfstiften aan te duiden, bijvoorbeeld wanneer je controleert of ze beschikbaar zijn.
De
“De” betekent hier “ze” en verwijst terug naar “tuscher” in “De ligger på bordet.” Gebruik het als onderwerp vóór het werkwoord wanneer je naar deze voorwerpen terugverwijst.
ligger
“Ligger” betekent hier “liggen” en beschrijft waar de stiften zich bevinden in “De ligger på bordet.” Het is de vorm van ligge. Gebruik het met “på” en een plaats om de locatie van voorwerpen aan te geven.
bordet
“Bordet” betekent “de tafel” in “De ligger på bordet.” Het is de bepaalde vorm van bord. Gebruik het na “på” wanneer je zegt dat iets op een specifieke tafel ligt.
der
“Der” maakt deel uit van de bestaansconstructie in “Er der plads til at gå rundt?” en “Der er plads nok til at gå rundt.” De vraag vraagt of er ruimte bestaat; de mededeling zegt dat die ruimte er is. Gebruik “Er der ...?” om naar het bestaan of de aanwezigheid van iets te vragen.
til
In “plads til at gå rundt” geeft “til” aan waarvoor de ruimte bedoeld of voldoende is: om rond te lopen. Gebruik het in de combinatie “plads til at ...” vóór een activiteit.
at
“At” staat in “at gå rundt” vóór het werkwoord en markeert de infinitief, vergelijkbaar met “te”. In “plads til at gå rundt” verbindt het de ruimte met de activiteit. Een herbruikbaar patroon is “til at” gevolgd door een infinitief.
gå
“Gå” betekent hier “lopen” of “gaan” in “at gå rundt”. Het is de infinitiefvorm van gå. Gebruik het met “rundt” wanneer je spreekt over rondlopen in een ruimte.
rundt
“Rundt” geeft in “gå rundt” aan dat de beweging rondom of door de ruimte gaat. Het betekent hier “rond” of “rondom”. Gebruik het samen met gå om rondlopen te beschrijven.
nok
“Nok” betekent “genoeg” in “Der er plads nok til at gå rundt.” Het staat na “plads” en geeft aan dat de hoeveelheid ruimte voldoende is. Gebruik “plads nok” wanneer je wilt zeggen dat er genoeg ruimte is.