Alles controleren voor vertrek | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before leaving home, two adults check keys, a wallet, and the locked door..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Alles controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Har vi alt, før vi går?

Haa vie alt, feur vie goor? Hebben we alles voordat we weggaan?
B

Lad os tjekke det nu.

La os tsjek-ke de noe. Laten we het nu controleren.
A

Har du dine nøgler?

Haa doe die-ne neuler? Heb je je sleutels?
B

De er i min lomme.

Die air i mien lom-me. Ze zitten in mijn zak.
A

Er din pung i din taske?

Air dien pong i dien tes-ke? Zit je portemonnee in je tas?
B

Jeg lagde den derind.

Yai la-de den dair-en. Ik heb hem erin gedaan.
A

Er døren låst?

Air deur-en lohst? Is de deur op slot?
B

Jeg har lige tjekket den.

Yai haa lie-e tsjek-ke den. Ik heb het net gecontroleerd.

Uitleg van de zinnen

  1. Har vi alt, før vi går?

    Hebben we alles voordat we weggaan?

    Har vi
    hebben we
    alt
    alles
    før
    voordat
    går
    gaan; vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Har vi staat aan het begin omdat dit een ja-neevraag is: de persoonsvorm har komt vóór het onderwerp vi. Har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); in deze zin betekent het samen met vi “hebben we”. In een mededelende zin staat de volgorde bijvoorbeeld vi har ... (“wij hebben ...”). Alt betekent hier “alles”. Het is de onzijdige vorm van al; in deze zelfstandige, voornaamwoordelijke betekenis staat alt voor “alles”. Voorbeeld: Alt er klar. — “Alles is klaar.” Før betekent hier “voordat” en leidt de tijdsbepaling før vi går in. Het verbindt dus een hoofdzin met een bijzin: “voordat we ...”. Het is niet zelf het werkwoord van de bijzin. Går is de tegenwoordige tijd van gå, “gaan”. De vorm går verandert in het Deens niet naar persoon of meervoud; vi går betekent letterlijk “wij gaan”. In deze context krijgt gå de bedoelde betekenis “weggaan”. Voorbeeld: Vi går nu. — “We gaan nu.” Samen vormen de delen: Har vi alt (“hebben we alles”) + før vi går (“voordat we weggaan”). De volledige vraag betekent daarom: “Hebben we alles voordat we weggaan?”

  2. Lad os tjekke det nu.

    Laten we het nu controleren.

    Lad os
    laten we
    tjekke
    controleren
    det
    het
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste aansporingsconstructie: lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”) en os betekent “ons”. Samen met een infinitief vormt dit “laten we …”. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” De constructie drukt hier een voorstel of aansporing uit; het is geen gewone vertaling van een zelfstandig “ons”. tjekke is de infinitief (“controleren”, “nakijken”). Na lad os blijft het werkwoord in de infinitief: Lad os tjekke ... — “Laten we ... controleren.” De stamvorm is tjekke; de vorm in deze zin draagt geen persoonsuitgang voor “we”. det is een Deens onzijdig enkelvoudig voornaamwoord met de betekenis “het” of “dat”, afhankelijk van de context. Hier verwijst het volgens de vaste vertaling naar iets dat gecontroleerd moet worden, maar de aangeleverde zin identificeert niet precies wat dat is. In tjekke det staat het voornaamwoord als object bij “controleren”. nu betekent “nu” en plaatst de voorgestelde handeling in het huidige moment. Het verandert niet de vorm van tjekke. De volledige opbouw is Lad os + infinitief tjekke + object det + tijdsbepaling nu: “Laten we het nu controleren.”

  3. Har du dine nøgler?

    Heb je je sleutels?

    Har du
    heb je
    dine
    je, bij een meervoudig bezit
    nøgler
    sleutels
    Uitgebreide uitleg

    Har du betekent hier “heb je?”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); du is “je/jij”. In deze vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har du ...? = “Heb je ...?”. In een mededelende zin staat bijvoorbeeld Du har ... = “Je hebt ...”. Voorbeeld: Har du tid? — “Heb je tijd?” dine betekent hier “je” als bezittelijk woord bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm wordt bepaald door het bezetene, niet door het aantal bezitters: din bij een enkelvoudig woord van het Deense fælleskøn, dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij een meervoudig woord. Voorbeeld: Hvor er dine bøger? — “Waar zijn je boeken?” nøgler betekent “sleutels”. Het is het meervoud van nøgle (“sleutel”); dit is hier het onbepaalde meervoud. Het bepaalde meervoud is nøglerne (“de sleutels”). Voorbeeld: Jeg har to nøgler. — “Ik heb twee sleutels.” Samen vormen de delen de vraag Har du dine nøgler?: “Heb je je sleutels?” dine past bij het meervoud nøgler, en de volgorde Har du maakt van de mededeling een vraag.

  4. De er i min lomme.

    Ze zitten in mijn zak.

    De er
    ze zijn
    i
    in
    min
    mijn
    lomme
    zak
    Uitgebreide uitleg

    De er betekent hier “ze zijn” en vormt het onderwerp plus de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De is een meervoudig persoonlijk voornaamwoord. De vaste vertaling en de voorafgaande vraag maken duidelijk dat het om “ze” gaat, zonder dat de Deense zin de referent opnieuw benoemt. Er is de tegenwoordige vorm van være; het is niet hetzelfde woord als het Nederlandse plaatswoord “er”. i betekent “in” en geeft aan dat iets zich binnen een ruimte of omgrenzing bevindt. Het is een voorzetsel dat ook in andere plaatsbepalingen wordt gebruikt. Voorbeeld: Bogen er i tasken. — “Het boek zit in de tas.” min betekent hier “mijn” en hoort bij lomme. Het drukt één bezitter, namelijk de spreker, uit; de vormkeuze hangt daarnaast af van het bezeten zelfstandig naamwoord. In het Deens passen bezittelijke vormen zich aan het grammaticale geslacht en getal van het bezeten zelfstandig naamwoord aan. Bij het enkelvoudige gemeenkunnige lomme is min de passende vorm. Vergelijk in een ander voorbeeld: mit hus — “mijn huis”; mit hoort daar bij het enkelvoudige onzijdige hus. lomme betekent “zak”, hier een zak waarin de bedoelde voorwerpen zich bevinden. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is lommen (“de zak”). Voorbeeld: Min telefon er i lommen. — “Mijn telefoon zit in de zak.” Samen vormen de delen De er + i min lomme: “Ze zijn in mijn zak.” In natuurlijk Nederlands wordt dat, zoals in de vaste vertaling, “Ze zitten in mijn zak”, omdat het om voorwerpen gaat die zich daar bevinden. De voorafgaande vraag over sleutels ondersteunt de lezing van de als verwijzing naar meervoudige bedoelde voorwerpen, maar de Deense zin benoemt de referent niet opnieuw.

  5. Er din pung i din taske?

    Zit je portemonnee in je tas?

    Er
    is
    din
    jouw
    pung
    portemonnee
    i
    in
    taske
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Er staat hier als vorm van være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. In een Deense ja/nee-vraag komt het werkwoord vóór het onderwerp: Er ...? betekent dus “Is ...?”; in een mededelende zin staat dezelfde combinatie als ... er .... din pung: pung betekent hier “portemonnee”. din is het bezittelijke woord voor “jouw” bij één zelfstandig naamwoord van het en-type, zoals pung. Het bezittelijke woord past zich aan het zelfstandig naamwoord aan: vergelijk din taske (“jouw tas”) met dit ... bij een et-woord en dine ... bij meervoud. Het is niet hetzelfde als het persoonlijk voornaamwoord “jij”. i betekent “in” en geeft hier een plaats binnen iets aan. Het kan ook in andere plaatsaanduidingen voorkomen, bijvoorbeeld i huset — “in het huis”. din taske: taske betekent “tas” en is hier opnieuw voorzien van het bezittelijke din, omdat het om één en-woord gaat. De twee voorkomens van din hebben elk hun eigen zelfstandig naamwoord: het eerste hoort bij pung, het tweede bij taske. De vraag bouwt zo op: Er (“is”) + din pung (“jouw portemonnee”) + i din taske (“in jouw tas”). Samen betekent Er din pung i din taske?: “Zit je portemonnee in je tas?” De vorm is een gewone Deense ja/nee-vraag; de plaats wordt uitgedrukt met i plus de plaats waarin iets zich bevindt.

  6. Jeg lagde den derind.

    Ik heb hem erin gedaan.

    Jeg
    ik
    lagde
    legde
    den
    hem
    derind
    erin
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’ en is de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het onderwerp is degene die de handeling uitvoert. Voorbeeld: Jeg kommer. — ‘Ik kom.’ lagde is de verleden tijd van lægge, ‘leggen’ of ‘ergens in/op zetten’. De vorm beschrijft hier een handeling in het verleden; hij is dus niet zelf een vorm van de Deense voltooide tijd. Voorbeeld: Hun lagde bogen på bordet. — ‘Zij legde het boek op tafel.’ den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor een referent met het Deense gemeenschappelijke geslacht, in de objectfunctie. De precieze referent wordt in deze zin niet genoemd; de vaste vertaling geeft de bedoelde verwijzing weer als ‘hem’. Een belangrijk contrast is det, dat voor een onzijdige referent wordt gebruikt: Jeg lagde det derind. — ‘Ik deed het daarin.’ derind betekent ‘daarin’ of ‘naar binnen daar’. Het combineert een plaatsaanduiding met een richting naar binnen en past daarom bij iets ergens in doen of leggen. Voorbeeld: Sæt den derind. — ‘Zet hem daarin.’ Samen vormen Jeg lagde den derind de betekenis ‘Ik heb hem erin gedaan’, letterlijker: ‘Ik legde hem daarin.’ Jeg is de uitvoerder, lagde plaatst de referent in het verleden, den is het geplaatste object en derind geeft de bestemming naar binnen aan.

  7. Er døren låst?

    Is de deur op slot?

    Er
    is
    døren
    de deur
    låst
    op slot
    Uitgebreide uitleg

    Er staat hier voor de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). In een Deense ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Er døren ...? betekent letterlijk ongeveer “Is de deur ...?”. In een mededelende zin staat de volgorde anders: Døren er ... (“De deur is ...”). døren betekent hier “de deur”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van en dør (“een deur”): dør → døren. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid; het is niet op zichzelf een telwoord. låst betekent hier “op slot” of “vergrendeld”. Het is de vorm die bij at låse (“op slot doen; vergrendelen”) hoort en beschrijft in deze zin de toestand van de deur. Een bruikbare tegenstelling is åben (“open”): Døren er åben. — “De deur is open.” Samen vormen de delen de vraag Er døren låst?: “Is de deur op slot?” De vraag controleert of de deur zich in die vergrendelde toestand bevindt; de vraagvorm wordt herkenbaar doordat Er vóór døren staat.

  8. Jeg har lige tjekket den.

    Ik heb het net gecontroleerd.

    Jeg har
    ik heb
    lige
    net
    tjekket
    gecontroleerd
    den
    het
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har betekent hier “ik heb” en vormt samen met het volgende voltooid deelwoord de voltooide tijd. Jeg is de eerste persoon enkelvoud; har is de tegenwoordige vorm van have bij deze persoon. In deze constructie drukt har niet op zichzelf bezit uit. lige betekent hier “net”, dus kort geleden. Het staat vóór het voltooid deelwoord en geeft aan dat de handeling zeer recent is. Dit is een andere gebruikswijze dan lige in bijvoorbeeld een betekenis als “recht/rechtdoor”; de context bepaalt de betekenis. tjekket is het voltooid deelwoord van tjekke, “controleren”. De vorm blijft in deze voltooide-tijdconstructie hetzelfde terwijl het onderwerp jeg is: jeg har tjekket = “ik heb gecontroleerd”. Het patroon is bruikbaar met andere werkwoorden, bijvoorbeeld Jeg har læst = “Ik heb gelezen”. den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor het gecontroleerde object. In combinatie met de vorige zin verwijst het naar døren (“de deur”): den is de vorm die bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord als døren past. Het voornaamwoord is dus niet zelf een algemene vertaling van elk Nederlands “het”; de vorm hangt in het Deens samen met het grammaticale geslacht en getal van het bedoelde woord. Samen vormen de delen Jeg har lige tjekket den: “Ik heb het net gecontroleerd.” De voltooide tijd geeft de afgeronde controle aan, lige maakt die recent, en den verwijst naar de deur uit de voorafgaande vraag.

Grammatica

dine + flertalsnavn

dine nøgler

die-ne neuler

jouw sleutels

dine is de meervoudsvorm van din en staat voor een meervoudig zelfstandig naamwoord.

lige nu

lige nu

lie-e noe

op dit moment

lige is hier een bijwoord en vormt samen met nu een vaste uitdrukking.

Deens woordenschat

alt voornaamwoord
alt alles
derind bijwoord
dair-en daarin
dør zelfstandig naamwoord
deur deur døren
før voegwoord
feur voordat
gå werkwoord
goor gaan går
lomme zelfstandig naamwoord
lom-me zak
lægge werkwoord
leg-e leggen lagde
nu bijwoord
noe nu
nøgle zelfstandig naamwoord
neule sleutel nøgler
pung zelfstandig naamwoord
pong portemonnee
taske zelfstandig naamwoord
tes-ke tas
tjekke werkwoord
tsjek-ke controleren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hebben we alles voordat we weggaan?

Antwoord tonenHar vi alt, før vi går?

Laten we het nu controleren.

Antwoord tonenLad os tjekke det nu.

Heb je je sleutels?

Antwoord tonenHar du dine nøgler?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

sleutel

Antwoord tonennøgler

zak

Antwoord tonenlomme

tas

Antwoord tonentaske

controleren

Antwoord tonentjekke