Hoffelijk gebruik van gedeelde fitnessapparatuur | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared gym, two adults discuss using a treadmill briefly when others may be waiting and cleaning it afterward..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Hoffelijk gebruik van gedeelde fitnessapparatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu?

Ee dèr noowen, dèr broo-er deh-te leu-beh-bohn noo? Gebruikt iemand deze loopband nu?
B

Det ser ledigt ud, men hold øje med tiden.

Deh seer lee-dhie, men hol eu-ye meh tsee-en. Hij lijkt vrij, maar let op de tijd.
A

Hvor længe skal jeg bruge det, hvis andre venter?

Vohr leng-eh skal yai broo-eh deh, ves an-reh ven-eh? Hoe lang moet ik hem gebruiken als anderen wachten?
B

Begræns din tid til omkring ti minutter, når der er travlt i fitnesscentret.

Be-grens din tsee til om-kreen tsee mee-noo-deh, nohr dèr èr traowlt i fet-nes-sen-deh. Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.
A

Skal jeg tørre det af, når jeg er færdig?

Skal yai teur-eh deh aow, nohr yai èr fèh-dhi? Moet ik hem afnemen nadat ik klaar ben?
B

Brug sprayen og et stykke papir fra stativet.

Broow sprèj-en oh eh steu-keh pa-peer fra sta-tee-veh. Gebruik de spray en een papieren doekje van het rek.
A

Jeg gør det rent, før jeg går.

Yai geur deh rent, feur yai gohr. Ik maak hem schoon voordat ik wegga.
B

På den måde er udstyret klar til den næste person.

Poh den moo-eh èr oo-dh-steu-eh klar til den nes-deh peh-sohn. Daardoor is de apparatuur klaar voor de volgende persoon.

Uitleg van de zinnen

  1. Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu?

    Gebruikt iemand deze loopband nu?

    Er der nogen
    is er iemand?
    bruger
    gebruikt
    dette
    deze
    løbebånd
    loopband
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Er der nogen vormt hier de Deense vraagconstructie “is er iemand?”. Er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”), en der is in deze bestaansconstructie een plaatsvullend element: het betekent hier niet zelfstandig “daar”. Nogen betekent in deze vraag “iemand”. Een bruikbaar patroon is Er der nogen, der ...? — “Is er iemand die ...?”. Na de komma staat in de vaste zin nog een tweede der: der bruger .... Dit der leidt de betrekkelijke bijzin in (“die ...”), terwijl het eerste der bij de bestaansconstructie hoort. De twee gelijke vormen hebben dus een verschillende functie. bruger is de tegenwoordige tijd van bruge, “gebruiken”. In deze zin gaat het om het actuele gebruik van de loopband. De tegenwoordige tijd van Deense werkwoorden verandert normaal niet mee met de persoon: jeg bruger, du bruger en de bruger hebben allemaal bruger. Voorbeeld: Hvem bruger computeren? — “Wie gebruikt de computer?” Hier staat dezelfde tegenwoordige tijd van bruge in een andere vraag. dette betekent hier “deze” en verwijst naar één onzijdig zelfstandig naamwoord. Het hoort bij løbebånd; het is niet zelf het woord voor de loopband. De keuze tussen dette en denne hangt af van het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord; voor meervoud wordt disse gebruikt. løbebånd betekent “loopband”. Het is een samenstelling van løbe (“lopen”) en bånd (“band”), maar in deze zin functioneert het geheel als één zelfstandig naamwoord. Het is onzijdig: et løbebånd; de bepaalde vorm is løbebåndet. Een voorbeeld is Jeg bruger et løbebånd. — “Ik gebruik een loopband.” nu is het bijwoord “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het verandert niet naar persoon of getal. Samen vormen de delen Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu? de vraag: “Gebruikt iemand deze loopband nu?” De constructie vraagt of er iemand is, de bijzin specificeert wat die persoon doet, dette løbebånd benoemt het aangewezen onzijdige voorwerp, en nu beperkt de vraag tot het huidige moment.

  2. Det ser ledigt ud, men hold øje med tiden.

    Hij lijkt vrij, maar let op de tijd.

    ser … ud
    lijken; eruitzien
    ledigt
    vrij; beschikbaar
    hold øje med
    in de gaten houden
    tiden
    de tijd
    Uitgebreide uitleg

    ser ... ud betekent hier dat iets een bepaalde indruk geeft: “lijkt” of “ziet eruit als”. Het werkwoord is se (“zien”); ser is de tegenwoordige tijd. ud maakt van de combinatie een uitdrukkingspatroon voor uiterlijk of indruk. De twee delen staan in deze zin niet naast elkaar, daarom zijn ze terecht als één onderbroken constructie geselecteerd. Voorbeeld: Det ser svært ud. — “Het lijkt moeilijk.” ledigt betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is ledig; ledigt is de vorm die hier bij det past. De zin zegt volgens de vaste vertaling dat het er vrij uitziet, niet dat een specifieke persoon als vrij wordt beschreven. Voorbeeld: Sædet er ledigt. — “De stoel is vrij.” hold øje med is een vaste constructie met de betekenis “iets in de gaten houden” of “ergens op letten”. hold is hier de gebiedende wijs van holde (“houden”): de aangesproken persoon krijgt het advies of de opdracht om op te letten. Voorbeeld: Hold øje med tasken. — “Houd de tas in de gaten.” tiden betekent “de tijd”. De basisvorm is tid; de uitgang in tiden markeert de bepaalde vorm: “de tijd”. In deze zin is het datgene waarop men moet letten. Voorbeeld: Jeg kender tiden. — “Ik ken de tijd.” Samen betekent Det ser ledigt ud volgens de vaste vertaling “Hij lijkt vrij”. Daarna geeft men de tegenstelling aan, en hold øje med tiden betekent “let op de tijd”. De volledige betekenis is dus: “Hij lijkt vrij, maar let op de tijd.”

  3. Hvor længe skal jeg bruge det, hvis andre venter?

    Hoe lang moet ik hem gebruiken als anderen wachten?

    Hvor længe
    hoe lang
    skal jeg
    moet ik
    bruge
    gebruiken
    det
    het; hem
    hvis
    als
    andre
    anderen
    venter
    wachten
    Uitgebreide uitleg

    Hvor længe vraagt naar een tijdsduur: “hoe lang”. De vaste vorm is bruikbaar voor duur, niet voor het tijdstip waarop iets gebeurt. Voorbeeld: Hvor længe bliver du? — “Hoe lang blijf je?” skal jeg bestaat uit het hulpwerkwoord skal en het voornaamwoord jeg (“ik”). Hier drukt skal uit wat de spreker moet of hoort te doen: “moet ik”. Skal kan in andere zinnen ook een toekomst of een plan aangeven, maar in deze vraag gaat het om de benodigde of toegestane duur. Jeg is de eerste persoon enkelvoud; het verandert niet mee met het voorwerp. bruge is de infinitief van bruge, “gebruiken”. Na skal staat deze infinitief zonder extra infinitiefmarkering: skal bruge = “moet gebruiken”. Het voorwerp van dit werkwoord staat in deze zin als det; volgens de vaste vertaling gaat het om het apparaat of voorwerp dat de spreker gebruikt. Voorbeeld: Jeg bruger maskinen. — “Ik gebruik het apparaat.” det is een Deens voornaamwoord in de neutrale vorm. In deze vaste zin verwijst het, volgens de vertaling, naar het te gebruiken voorwerp en wordt het in het Nederlands als hem weergegeven. De vorm det is dus niet automatisch een vertaling van het Nederlandse onzijdige het in elke context; de keuze hangt af van het Deense woord of de bedoelde referent waarnaar het verwijst. hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als”. De bijzin geeft de voorwaarde waaronder de vraag relevant is. Voorbeeld: Jeg går, hvis du er klar. — “Ik ga als je klaar bent.” andre betekent “anderen” en verwijst hier naar andere mensen dan de spreker. Het is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord; er hoeft geen zelfstandig naamwoord achter te staan. Voorbeeld: Andre venter også. — “Anderen wachten ook.” venter is de tegenwoordige tijd van vente, “wachten”. De vorm kan bij meerdere onderwerpen worden gebruikt; bij andre betekent andre venter dus “anderen wachten”. Voorbeeld: Hun venter udenfor. — “Zij wacht buiten.” Samen vormt Hvor længe skal jeg bruge det? de vraag “Hoe lang moet ik het gebruiken?” De voorwaardelijke bijzin hvis andre venter voegt de situatie toe: “als anderen wachten”. De hele uiting betekent daarom: “Hoe lang moet ik het gebruiken als anderen wachten?”

  4. Begræns din tid til omkring ti minutter, når der er travlt i fitnesscentret.

    Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.

    Begræns
    beperk
    din
    jouw
    tid
    tijd
    omkring
    ongeveer
    ti
    tien
    minutter
    minuten
    når
    wanneer / als
    der er travlt
    het is druk
    fitnesscentret
    de sportschool
    Uitgebreide uitleg

    Begræns is de gebiedende wijs van begrænse (“beperken”). De vorm geeft een rechtstreeks advies of bevel aan één aangesproken persoon; het onderwerp “jij” staat er niet apart bij. Voorbeeld: Begræns støjen. — “Beperk het lawaai.” din betekent hier “jouw” en hoort bij tid. Deze bezittelijke vorm staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht; hij drukt bezit uit, niet het aantal minuten. Vergelijk dit bij een onzijdig enkelvoudig woord en dine bij een meervoud. Voorbeeld: Hvor er din taske? — “Waar is jouw tas?” tid betekent “tijd”. Het woord staat hier in het enkelvoud en verwijst naar de tijdsduur die iemand gebruikt. Het meervoud is tider, maar dat is in deze zin niet nodig. omkring betekent “ongeveer” en maakt de daaropvolgende hoeveelheid niet exact. Het kan ook bij andere schattingen staan, bijvoorbeeld: omkring fem dage — “ongeveer vijf dagen.” ti is het telwoord “tien”. Na een telwoord staat het volgende zelfstandig naamwoord in het meervoud. minutter is het meervoud van minut (“minuut”). Samen met ti vormt het een tijdsduur: ti minutter betekent “tien minuten”. Het voorzetsel til vóór deze woordgroep geeft het doel of de bovengrens aan: de tijd moet tot ongeveer die duur worden beperkt. når leidt hier een tijdsbijzin in met de betekenis “wanneer” of “als”. Het beschrijft de omstandigheid waaronder de beperking geldt. Voorbeeld: Ring, når du er klar. — “Bel wanneer je klaar bent.” der er travlt is een vaste onpersoonlijke Deense constructie voor “het is druk”. der is hier een formeel onderwerp zonder concrete persoon of zaak als referent, er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”), en travlt is de vorm van travl (“druk”) die in deze constructie wordt gebruikt. Voorbeeld: Der er travlt i butikken. — “Het is druk in de winkel.” fitnesscentret betekent “het fitnesscentrum” of, natuurlijk vertaald, “de sportschool”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van fitnesscenter: het achtervoegsel -et markeert hier bepaaldheid. Voorbeeld: Fitnesscentret åbner klokken syv. — “De sportschool opent om zeven uur.” Samen geeft Begræns din tid de opdracht om jouw gebruiksduur te beperken. til omkring ti minutter stelt ongeveer tien minuten als bovengrens in. De bijzin met når en der er travlt i fitnesscentret beperkt die opdracht tot de situatie waarin het in de sportschool druk is. De volledige bedoelde betekenis is dus: “Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.”

  5. Skal jeg tørre det af, når jeg er færdig?

    Moet ik hem afnemen nadat ik klaar ben?

    Skal jeg
    zal ik …?
    tørre
    afvegen
    det
    het
    af
    eraf / weg
    når jeg er færdig
    wanneer ik klaar ben
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg is een herbruikbare vraagconstructie: skal + onderwerp + infinitief betekent hier “zal/moet ik … doen?”. Skal is de tegenwoordige vorm van skulle; met jeg vraagt de spreker of hij of zij iets zal of moet doen. Voorbeeld: Skal jeg åbne vinduet? — “Zal ik het raam openen?” tørre is de infinitief van tørre, “afvegen”. Na skal blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief. Het werkwoord kan ook zonder af voorkomen met de betekenis “drogen”; in deze zin vormt tørre ... af echter de combinatie “iets afvegen”. Voorbeeld: Jeg tørrer bordet af. — “Ik veeg de tafel af.” det is een Deens persoonlijk voornaamwoord voor een onzijdig enkelvoudig ding of onderwerp. Hier verwijst het naar het object dat afgeveegd moet worden; de zin identificeert dat object niet nader. De vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als hem, maar in het Deens staat hier de vorm det. af staat samen met tørre in de scheidbare combinatie tørre noget af: “iets afvegen”. In deze vraag staat de partikel na het voornaamwoord: tørre det af. Het is dus niet alleen de losse betekenis “eraf/weg”; samen met tørre geeft het aan dat iets wordt schoongemaakt door het oppervlak af te vegen. når jeg er færdig betekent “wanneer ik klaar ben”. når leidt een tijdsbepaling in, jeg is het onderwerp, en er is de tegenwoordige vorm van være, “zijn”. Færdig is hier een bijvoeglijk naamwoord dat na er de toestand van de spreker beschrijft. Voorbeeld: Vi går, når vi er færdige. — “We gaan wanneer we klaar zijn.” De hele zin bouwt dus op als Skal jeg + tørre det af + når jeg er færdig: “Moet/zal ik het afvegen wanneer ik klaar ben?” De vraag gaat over het voornemen of de verwachte handeling van de spreker, en de tijdsbepaling zegt dat het afvegen plaatsvindt nadat de spreker klaar is.

  6. Brug sprayen og et stykke papir fra stativet.

    Gebruik de spray en een papieren doekje van het rek.

    Brug
    gebruik
    sprayen
    de spray
    stykke
    stukje
    papir
    papier
    fra
    vanuit; van
    stativet
    het rek
    Uitgebreide uitleg

    Brug is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). In een instructie staat deze vorm vooraan zonder uitgesproken onderwerp: Brug ... = “Gebruik ...”. Vergelijk: Brug kluden. = “Gebruik de doek.” sprayen betekent hier “de spray”. De uitgang -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald: en spray = “een spray”, sprayen = “de spray”. Het is dus niet de infinitief; de infinitief is spraye. stykke betekent “stukje” en is het onbepaalde enkelvoud van stykke. In et stykke papir geeft et aan dat stykke een onzijdig woord is; het betekent hier niet op zichzelf een afzonderlijk getal dat de zin verder benadrukt. Voorbeeld: et stykke brød = “een stukje brood”. papir betekent “papier”. In et stykke papir staat het als materiaal of soortnaam na stykke: letterlijk “een stukje papier”. Het zelfstandig naamwoord papir heeft hier geen bepaalde uitgang. fra betekent “van” of “uit”, en introduceert hier de herkomst of plaats waar iets vandaan komt. Voorbeeld: en bog fra biblioteket = “een boek uit de bibliotheek”. stativet betekent “het rek” of “de standaard”. De basisvorm is stativ; de uitgang -et maakt dit onzijdige zelfstandig naamwoord bepaald: et stativ = “een rek/standaard”, stativet = “het rek/de standaard”. De zin bestaat uit de gebiedende wijs Brug, gevolgd door het eerste voorwerp sprayen en daarna het tweede voorwerp et stykke papir. fra stativet bepaalt de herkomst of locatie van dat papieren stukje: het komt van het rek. Samen betekent de uiting: “Gebruik de spray en een stukje papier van het rek.”

  7. Jeg gør det rent, før jeg går.

    Ik maak hem schoon voordat ik wegga.

    Jeg
    ik
    gør
    doe; maak
    det
    hem als object
    rent
    schoon
    før
    voordat
    går
    ga; vertrek
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is het onderwerp van zowel gør als går. jeg is specifiek de eerste persoon enkelvoud. Een bruikbaar contrast is jeg “ik” tegenover du “jij”. gør is de tegenwoordige vorm van gøre (“doen; maken”). Samen met det en rent betekent het hier “schoonmaken”: gøre noget rent betekent “iets schoon maken”. Het is dus hier niet alleen een algemeen “doen”. Voorbeeld: Hun gør bordet rent. — “Zij maakt de tafel schoon.” det is hier een Deens onzijdig enkelvoudig objectpronomen. Volgens de vaste vertaling verwijst het hier als object naar “hem”. De vorm det zelf markeert in het Deens onzijdigheid; de Nederlandse vertaling gebruikt hier hem. Als onderwerp kan hetzelfde woord ook “het” betekenen, maar hier staat het na gør als object. rent is de onzijdig enkelvoudige vorm van het bijvoeglijk naamwoord ren (“schoon”). In gøre det rent hoort deze vorm bij het onzijdige enkelvoudige object en beschrijft hij de toestand waarin het object komt: “het schoon maken”. Voor een gemeenschappelijk-geslachtelijk zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld en ren klud — “een schone doek”. før betekent “voordat” en leidt de bijzin in die aangeeft wanneer de hoofdhandeling plaatsvindt. Hier verbindt het het schoonmaken met het latere vertrek. Het tweede jeg herhaalt het onderwerp in de bijzin. Dat is in het Deens normaal: de hoofdzin en de bijzin kunnen elk hun eigen onderwerp hebben, ook wanneer het dezelfde persoon is. går is de tegenwoordige vorm van gå (“gaan; lopen”). In jeg går betekent het hier, volgens de vaste vertaling, “ik vertrek” of “ik ga weg”, niet noodzakelijk dat er letterlijk lopen bedoeld wordt. Voorbeeld: Jeg går nu. — “Ik ga nu weg.” Samen vormen de delen: Jeg gør det rent = “Ik maak hem schoon”, en før jeg går = “voordat ik wegga”. De hele zin betekent daarom: “Ik maak hem schoon voordat ik wegga.” De komma markeert de grens tussen de hoofdzin en de erop volgende tijdsbepalende bijzin før jeg går.

  8. På den måde er udstyret klar til den næste person.

    Daardoor is de apparatuur klaar voor de volgende persoon.

    På den måde
    op die manier
    er
    is
    udstyret
    de apparatuur
    klar
    klaar
    næste
    volgende
    person
    persoon
    Uitgebreide uitleg

    På den måde betekent hier “op die manier” en verwijst naar een eerder beschreven werkwijze of handeling. Voorbeeld: Gør det på den måde. — “Doe het op die manier.” er is een vorm van være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm is bijvoorbeeld hetzelfde in jeg er (“ik ben”) en de er (“zij zijn”). Hier verbindt er het onderwerp met de toestand die door klar wordt uitgedrukt. udstyret betekent hier “de apparatuur”. De basisvorm is udstyr; udstyret is de bepaalde vorm. Udstyr verwijst vaak naar apparatuur of materiaal als geheel, zonder dat er een expliciet aantal afzonderlijke voorwerpen wordt genoemd. Voorbeeld: Udstyret er nyt. — “De apparatuur is nieuw.” klar betekent hier “klaar” of “gereed”. In de combinatie klar til gaat het om gereed zijn voor een volgende stap, taak of persoon. Het Deense bijvoeglijk naamwoord heeft onder meer de vormen klar, klart en klare; welke vorm wordt gebruikt, hangt onder andere af van het bijbehorende zelfstandig naamwoord en van bepaaldheid of getal. Voorbeeld: Jeg er klar til mødet. — “Ik ben klaar voor de vergadering.” næste betekent “volgende”. Het staat vóór person in den næste person (“de volgende persoon”). Deze vorm blijft ook staan in bijvoorbeeld det næste hus (“het volgende huis”) en de næste dage (“de volgende dagen”); hij krijgt daar dus niet de gewone vorm -e die veel andere Deense bijvoeglijke naamwoorden in het meervoud hebben. person betekent “persoon”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht. De bepaalde vorm is personen (“de persoon”) en het meervoud is personer (“personen” in het Nederlands is daarbij niet de vertaling van het Deense meervoud; personer betekent “personen” alleen wanneer het Nederlandse zelfstandig naamwoord zelf meervoudig wordt weergegeven als “personen” in een specifieke context). In den næste person staat person na het bijvoeglijk naamwoord; de hele woordgroep betekent “de volgende persoon”. Den is hier het bepaalde lidwoord dat vóór een bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord staat. Samen geeft På den måde de manier aan, gevolgd door de mededeling dat udstyret klar is. Til den næste person specificeert waarvoor de apparatuur klaar is. De volledige betekenis is: “Daardoor is de apparatuur klaar voor de volgende persoon.”

Grammatica

Begræns + object

Begræns tiden til omkring ti minutter.

Be-grens tie-en til om-kreen tsee mee-noo-deh.

Beperk de tijd tot ongeveer tien minuten.

De gebiedende wijs gebruikt de stam van het werkwoord: begræns betekent ‘beperk’.

før + zin

Gør det rent, før næste person går.

Geur deh rent, feur nes-deh peh-sohn gohr.

Maak het schoon voordat de volgende persoon gaat.

før leidt een bijzin in. Het werkwoord staat daarin op de gewone Deense plaats.

Deens woordenschat

andre voornaamwoord
an-reh anderen

Hvor længe skal jeg bruge det, hvis andre venter?

begrænse werkwoord
be-gren-seh beperken Begræns

Begræns din tid til omkring ti minutter, når der er travlt i fitnesscentret.

bruge werkwoord
broo-eh gebruiken bruger

Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu?

holde øje med uitdrukking
hol-eh eu-ye meh in de gaten houden hold øje med

Det ser ledigt ud, men hold øje med tiden.

hvor længe uitdrukking
vohr leng-eh hoe lang

Hvor længe skal jeg bruge det, hvis andre venter?

ledig bijvoeglijk naamwoord
lee-dhi vrij ledigt

Det ser ledigt ud, men hold øje med tiden.

løbebånd zelfstandig naamwoord
leu-beh-bohn loopband
Geslacht
neuter

Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu?

nogen voornaamwoord
noowen iemand

Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu?

nu bijwoord
noo nu

Er der nogen, der bruger dette løbebånd nu?

omkring voorzetsel
om-kreen ongeveer

Begræns din tid til omkring ti minutter, når der er travlt i fitnesscentret.

tid zelfstandig naamwoord
tsee-dh tijd tiden
Geslacht
common

Det ser ledigt ud, men hold øje med tiden.

vente werkwoord
ven-eh wachten venter

Hvor længe skal jeg bruge det, hvis andre venter?

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iemand

Antwoord tonennogen

anderen

Antwoord tonenandre

loopband

Antwoord tonenløbebånd

vrij

Antwoord tonenledigt