Maaltijden vooraf klaarmaken voor een drukke week | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults plan meal prep for a busy week by freezing portions and keeping lunches balanced..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Maaltijden vooraf klaarmaken voor een drukke week oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Næste uge ser travl ud, så det ville hjælpe at lave nogle måltider på forhånd.

nes-deh oe-uh see-uh trawl, soh deh vil-uh jelp-uh eh lee-wuh noo-luh mol-tie-dah poh fo-hohn Volgende week lijkt druk te worden, dus het zou helpen om alvast wat maaltijden klaar te maken.
B

Det hjælper at lave mad på forhånd, men undgå at spise det samme hver dag.

deh jelp-uh eh lee-wuh meh poh fo-hohn, men on-go eh sbee-suh deh sem-uh vehr deh Vooraf maaltijden klaarmaken helpt, maar probeer niet elke dag hetzelfde te eten.
A

Jeg tænkte på at lave en stor portion grøntsagscurry.

yai teng-deh poh eh lee-wuh en stohr po-sjoon grun-seks-keu-rie Ik dacht eraan om een grote portie groentecurry te maken.
B

Det kan fungere, hvis du deler den ordentligt op og opbevarer den sikkert.

deh kan fon-gee-uh, ves doe dee-luh den oh-den-lee op, oh ob-bee-wuh den see-uhd Dat werkt als je het goed verdeelt en veilig bewaart.
A

Skal jeg fryse noget af det ned og opbevare resten i køleskabet?

sgel yai fruu-suh noo eh deh nehd oh ob-bee-wuh res-den ie keu-luh-sgee-buh Zal ik een deel invriezen en de rest in de koelkast bewaren?
B

Frys et par portioner ned.

fruus ed paar po-sjoon-uh nehd Vries een paar porties in.
B

Sæt en mærkat på hver beholder, så det er nemt at vælge.

set en mehr-kad poh vehr bu-hoo-luh, soo deh air nemd eh vel-guh Plak op elke bak een etiket, zodat je makkelijk kunt kiezen.
A

Jeg har også brug for et afbalanceret måltid til frokost, ikke kun ris.

yai heh-uh oh-soh broe for ed aw-bal-an-see-uhd mol-tied tel froh-gost, eh-guh kon ries Ik heb voor de lunch ook een uitgebalanceerde maaltijd nodig, niet alleen rijst.
B

Tilføj æg, bønner eller kylling, alt efter hvad du har lyst til at spise.

tel-feuj eh, beu-nuh el-uh kuul-leng, al ef-duh veh doe heh-uh lust tel eh sbee-suh Voeg eieren, bonen of kip toe, afhankelijk van waar je zin in hebt.
A

Hvis resterne bliver kedelige, kan jeg skifte tilbehøret ud.

ves res-den-uh blie-wuh kee-duh-lee, kan yai sgef-deh tel-buh-heu-uhd oe Als de restjes saai worden, kan ik het bijgerecht veranderen.
B

Små ændringer gør måltider, der er lavet på forhånd, mere behagelige at spise.

smo en-dreng-uh geur mol-tie-dah, dair air lee-wuhd poh fo-hohn, mee-uh buh-hee-uh-lee eh sbee-suh Kleine veranderingen maken vooraf klaargemaakte maaltijden leuker om te eten.

Uitleg van de zinnen

  1. Næste uge ser travl ud, så det ville hjælpe at lave nogle måltider på forhånd.

    Volgende week lijkt druk te worden, dus het zou helpen om alvast wat maaltijden klaar te maken.

    Næste
    volgende
    uge
    week
    ser … ud
    lijkt
    travl
    druk
    så
    dus
    det ville
    het zou
    hjælpe
    helpen
    lave
    maken
    nogle
    wat/enkele
    måltider
    maaltijden
    på forhånd
    van tevoren
    Uitgebreide uitleg

    Næste uge betekent hier “volgende week”. Næste is de vorm voor “volgende” bij een tijdsaanduiding; het staat hier vóór het zelfstandig naamwoord uge, “week”. Bijvoorbeeld: næste måned = “volgende maand”. Uge is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is uger. ser ... ud is een vaste constructie met de betekenis “er ... uitzien” of, zoals hier, “lijken”. Het werkwoord ser is de tegenwoordige tijd van se, “zien”. In deze constructie staat ud na het beschrijvende woord: Det ser godt ud = “Het ziet er goed uit.” De twee delen horen dus samen, ook al staat travl ertussen. Travl betekent hier “druk”, in de zin van veel te doen hebben. Het is een beschrijvend woord en verandert in deze zin niet door uge; de constructie ser ... ud maakt duidelijk dat de week als druk wordt ingeschat. Een bruikbaar contrast is rolig = “rustig”: Ugen ser rolig ud = “De week lijkt rustig.” Så verbindt de eerste mededeling met het gevolg en betekent hier “dus”. Het is geen onderdeel van de beschrijving travl. Det ville vormt hier een onpersoonlijk patroon: “het zou ...”. Det verwijst in deze constructie niet naar een specifiek genoemd zelfstandig naamwoord, maar vult de plaats van het onderwerp in. Ville is de verleden-tijdsvorm van vil, “willen”, en wordt ook gebruikt om een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid uit te drukken. In combinatie met ville volgt een infinitief zonder at, zoals in Det ville hjælpe. Hjælpe betekent “helpen”. Dit is de infinitief van hjælpe; na ville blijft die vorm staan. Het onderwerp van het helpen wordt hier niet als een persoon genoemd: de zin zegt dat iets nuttig zou zijn, zonder te specificeren wie geholpen wordt. Voorbeeld: Det hjælper at planlægge = “Het helpt om te plannen.” Lave betekent hier “maken” en is de infinitief van lave. Na at staat de infinitief: at lave = “om te maken”. Het woord kan in andere contexten ook “doen” betekenen, maar hier gaat het om het bereiden of klaarmaken van maaltijden. Nogle betekent hier “wat” of “enkele” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het drukt in deze zin niet een exact aantal uit. Het staat vóór måltider en beperkt de hoeveelheid daarvan. Måltider betekent “maaltijden”. Dit is het meervoud van måltid; het enkelvoud is dus et måltid. Het woord kan bijvoorbeeld verwijzen naar ontbijt, lunch of avondeten, afhankelijk van de context. På forhånd is een vaste uitdrukking voor “van tevoren” of “vooraf”. Ze geeft aan dat het maken eerder gebeurt dan het moment waarop de maaltijden nodig zijn. Voorbeeld: Vi bestiller billetter på forhånd = “We bestellen de kaartjes van tevoren.” Samen opgebouwd: Næste uge ser travl ud zegt dat de volgende week druk lijkt. Så leidt het gevolg in: det ville hjælpe = “het zou helpen”. At lave nogle måltider på forhånd benoemt wat zou helpen: vooraf enkele maaltijden klaarmaken. De volledige betekenis is daarom: “Volgende week lijkt druk te worden, dus het zou helpen om alvast wat maaltijden klaar te maken.”

  2. Det hjælper at lave mad på forhånd, men undgå at spise det samme hver dag.

    Vooraf maaltijden klaarmaken helpt, maar probeer niet elke dag hetzelfde te eten.

    Det hjælper
    dat helpt
    at lave
    maken
    mad
    eten
    på forhånd
    vooraf
    undgå
    vermijden
    at spise
    eten
    det samme
    hetzelfde
    hver dag
    elke dag
    Uitgebreide uitleg

    Det hjælper betekent hier dat iets nuttig is of verlichting geeft. hjælper is de tegenwoordige tijd van hjælpe (helpen): det hjælper = het helpt. Det is hier een onpersoonlijk onderwerp; het verwijst niet noodzakelijk naar één eerder genoemd zelfstandig naamwoord. De constructie Det hjælper at + infinitief is herbruikbaar: Det hjælper at planlægge. = Het helpt om te plannen. at lave betekent hier klaarmaken of maken. lave is de infinitief; at markeert in deze constructie de infinitief. Het werkwoord kan afhankelijk van de context onder andere iets maken, eten klaarmaken of een activiteit uitvoeren betekenen. Voorbeeld: Jeg laver aftensmad. = Ik maak het avondeten klaar. mad is een zelfstandig naamwoord voor eten of voedsel. In lave mad vormt het met lave een gewone uitdrukking voor koken of eten klaarmaken; het betekent niet dat mad hier noodzakelijk naar één afzonderlijk gerecht verwijst. Voorbeeld: Vi laver mad sammen. = Wij koken samen. på forhånd betekent vooraf of van tevoren. Het is een vaste bijwoordelijke uitdrukking die aangeeft dat iets eerder gebeurt dan het relevante moment. Voorbeeld: Hun køber billetter på forhånd. = Zij koopt vooraf kaartjes. undgå betekent vermijden. In deze zin is het een gebiedende wijs zonder uitgesproken onderwerp: undgå ... = vermijd ... De infinitief is eveneens undgå; bij deze vorm valt de gebiedende wijs dus samen met de infinitief. Voorbeeld: Undgå at drikke for meget kaffe. = Vermijd te veel koffie te drinken. at spise betekent eten. spise is de infinitief van het werkwoord; at leidt die infinitief in. Na werkwoorden zoals undgå staat vaak at plus een infinitief: undgå at spise = vermijd te eten. Voorbeeld: Jeg prøver at spise langsommere. = Ik probeer langzamer te eten. det samme betekent hetzelfde, hier: steeds hetzelfde soort eten of dezelfde soort maaltijd. samme verandert in deze uitdrukking niet naar persoon of tijd; det is de neutrale enkelvoudsvorm die past bij het bedoelde, niet nader gespecificeerde ding. De concrete referent wordt in de zin niet benoemd. Vergelijk den samme wanneer het zelfstandig naamwoord een gemeen-geslachtelijke vorm heeft: den samme bog = hetzelfde boek. hver dag betekent elke dag. hver drukt hier een herhaald moment of eenheid uit en staat bij het enkelvoudige dag. Het is iets anders dan alle dage = alle dagen, hoewel beide uitdrukkingen in sommige contexten een vergelijkbare strekking kunnen hebben. Voorbeeld: Han går en tur hver dag. = Hij maakt elke dag een wandeling. Samen betekent de eerste helft Det hjælper at lave mad på forhånd: vooraf eten klaarmaken helpt. Daarna geeft men een tegenstelling aan, en undgå at spise det samme hver dag is een aansporing om niet elke dag hetzelfde te eten. Het volledige patroon is dus: Det hjælper at + activiteit, men undgå at + activiteit. De zin zegt dat vooraf koken nuttig is en raadt tegelijk aan om niet dagelijks hetzelfde te eten.

  3. Jeg tænkte på at lave en stor portion grøntsagscurry.

    Ik dacht eraan om een grote portie groentecurry te maken.

    Jeg
    ik
    tænkte på
    dacht aan
    at lave
    maken
    stor
    groot
    portion
    portie
    grøntsagscurry
    groentecurry
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; in het Deens verandert dit persoonlijk voornaamwoord niet naar geslacht. Bij tænkte på hoort het werkwoord tænke (“denken”). tænkte is de verleden tijd; Deense werkwoorden krijgen daarbij geen aparte persoonsuitgang voor “ik”, “jij” enzovoort. De combinatie tænke på at betekent “eraan denken om” of “overwegen om” wanneer er een handeling volgt. Bijvoorbeeld: Jeg tænker på at rejse. — “Ik denk eraan om te reizen.” In deze zin geeft de verleden tijd aan dat de spreker dat idee had; de zin beweert niet dat het koken ook werkelijk is gebeurd. at lave bestaat uit at, de infinitiefmarkeerder, en lave, “maken” of “doen”. Na tænke på staat hier een infinitiefconstructie: tænke på at lave = “eraan denken om te maken”. De infinitief lave krijgt geen persoonsuitgang. Bijvoorbeeld: Hun vil lave suppe. — “Zij wil soep maken.” stor betekent hier “groot”. Het beschrijft portion, niet grøntsagscurry rechtstreeks. Het Deense bijvoeglijk naamwoord past zich in deze vorm aan een enkelvoudig onzijdig naamwoord aan met stort, en heeft in het meervoud store: en stor portion, et stort måltid, store portioner. De vorm stor is dus de vorm bij een enkelvoudig gemeenschappelijk naamwoord zoals portion. portion betekent “portie”. Het is een zelfstandig naamwoord: en portion is “een portie”, en portioner is het meervoud. In de vaste zin wordt geen exact aantal porties genoemd; en maakt deel uit van de onbepaalde naamwoordgroep. grøntsagscurry is een zelfstandig naamwoord voor “groentecurry”. Het is een samenstelling waarin grøntsag (“groente”) het soort curry specificeert. Als geheel is het het gerecht dat in deze zin gemaakt zou worden. Bijvoorbeeld: Vi spiser grøntsagscurry. — “Wij eten groentecurry.” De delen komen samen als Jeg tænkte på at lave (“ik dacht eraan om te maken”) + en stor portion (“een grote portie”) + grøntsagscurry (“groentecurry”). De volledige betekenis is daarom: “Ik dacht eraan om een grote portie groentecurry te maken.”

  4. Det kan fungere, hvis du deler den ordentligt op og opbevarer den sikkert.

    Dat werkt als je het goed verdeelt en veilig bewaart.

    Det
    dat/het
    kan
    kan
    fungere
    werken; functioneren
    hvis
    als
    du
    je/jij
    deler … op
    verdelen; opdelen
    den
    het
    ordentligt
    goed; behoorlijk
    og
    en
    opbevarer
    bewaren
    den
    het
    sikkert
    veilig
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier een enkelvoudig onzijdig voornaamwoord: “dat/het”. Het verwijst naar het besproken ding; de context maakt de eerder genoemde portie eten tot de voor de hand liggende referentie, zonder dat het voornaamwoord zelf een zelfstandig naamwoord noemt. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”). Als modaal werkwoord staat het vóór een infinitief: kan fungere = “kan werken/functioneren”. Het drukt hier een mogelijkheid uit, geen zekerheid. fungere is de infinitief “werken; functioneren”. Het kan zowel over een apparaat als over een plan of werkwijze gaan. Voorbeeld: Det kan fungere. — “Dat kan werken.” hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in: “als/indien”. Het patroon is hvis + voorwaarde, gevolgd door het resultaat. Voorbeeld: Det virker, hvis du prøver igen. — “Het werkt als je het opnieuw probeert.” du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “je/jij”. Het is hier het onderwerp van deler en ook van opbevarer. deler ... op is een scheidbaar werkwoord met de betekenis “opdelen/verdelen”. Het basiswerkwoord is dele (“verdelen”), en op staat in deze zin achter het voorwerp: deler den op. deler is de tegenwoordige tijd van dele. Deense werkwoorden veranderen in de tegenwoordige tijd niet naar persoon of getal; du maakt hier duidelijk wie de handeling uitvoert. Voorbeeld: Du deler kagen op. — “Je deelt de taart op.” den is een enkelvoudig voornaamwoord van de gemeenschappelijke woordklasse en betekent hier “het/hem/haar” voor het ding dat wordt opgedeeld. De vorm geeft de grammaticale klasse van het vervangen zelfstandig naamwoord aan; de Nederlandse vertaling “het” legt die Deense klasse niet vast. ordentligt betekent hier “goed, op de juiste manier”. Het is de bijwoordelijke vorm die aangeeft hoe deler ... op gebeurt. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is ordentlig (“degelijk/behoorlijk”); ordentligt beschrijft hier geen zelfstandig naamwoord, maar de uitvoering van de handeling. og verbindt twee handelingen: “en”. Het verbindt hier deler den op met opbevarer den sikkert. opbevarer is de tegenwoordige tijd van opbevare (“bewaren; opslaan”). Het is een afzonderlijk werkwoord, niet een vorm van bevare. Voorbeeld: Jeg opbevarer maden koldt. — “Ik bewaar het eten koel.” De tweede den is opnieuw een enkelvoudig voornaamwoord van de gemeenschappelijke woordklasse. Het is het voorwerp van opbevarer en verwijst naar het ding dat wordt bewaard; het herhaalt dus het voorwerp in de tweede handeling. sikkert betekent hier “veilig”. Het is de bijwoordelijke vorm van sikker (“veilig/zeker”) en beschrijft hoe het bewaren gebeurt: opbevarer den sikkert = “bewaart het veilig”. In een andere context kan sikkert ook “zeker” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij het bewaren. De volledige structuur is Det kan fungere + hvis + du deler den ordentligt op + og opbevarer den sikkert. Eerst wordt een mogelijke uitkomst genoemd: “Dat kan werken.” Daarna volgt de voorwaarde: de aangesproken persoon moet het goed opdelen en veilig bewaren. Samen betekent de zin: “Dat kan werken als je het goed verdeelt en veilig bewaart.”

  5. Skal jeg fryse noget af det ned og opbevare resten i køleskabet?

    Zal ik een deel invriezen en de rest in de koelkast bewaren?

    Skal jeg
    zal ik ...?
    fryse … ned
    invriezen
    noget af det
    een deel ervan
    opbevare
    bewaren
    resten
    de rest
    køleskabet
    de koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg vormt hier een vraag over de bereidheid of het voorstel om iets te doen: “zal ik …?”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle bij jeg; het daaropvolgende werkwoord staat in de infinitief. Vergelijk als herbruikbaar patroon: Skal jeg hjælpe? = “Zal ik helpen?” fryse ... ned betekent hier “invriezen”. fryse is de infinitief van fryse, en ned is een partikel dat samen met het werkwoord de betekenis “invriezen” geeft. In deze zin staan het werkwoord en het partikel niet naast elkaar, omdat noget af det ertussen komt. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Frys et par portioner ned. = “Vries een paar porties in.” noget af det betekent “een deel ervan”. noget verwijst hier naar een niet nader bepaalde hoeveelheid, terwijl af det aangeeft waarvan die hoeveelheid een deel is. De vaste zin stelt dus niet vast hoeveel het deel precies is. In noget af brødet betekent dezelfde structuur bijvoorbeeld “een deel van het brood”. opbevare is de infinitief van het werkwoord “bewaren” of “opslaan”. Na skal blijft het in de infinitief: Skal jeg opbevare det? betekent “Zal ik het bewaren?” Het werkwoord zegt op zichzelf nog niet waar of hoe lang iets wordt bewaard; die informatie kan later worden toegevoegd. resten betekent “de rest”. Dit is de bepaalde vorm van rest (“rest”): rest is een rest in het algemeen, terwijl resten verwijst naar de overblijvende hoeveelheid die in de context al als geheel herkenbaar is. In noget af det ... resten wordt het geheel in twee delen opgevat: een deel wordt ingevroren en het overblijvende deel wordt bewaard. køleskabet betekent “de koelkast”. Het is de bepaalde vorm van køleskab (“koelkast”): køleskab is een koelkast als soort of onbepaald object, en køleskabet is de specifieke koelkast die hier bedoeld wordt. i køleskabet betekent letterlijk “in de koelkast”; i geeft de plaats aan. Samen vormt de zin een keuzevraag: Skal jeg vraagt of de spreker iets zal doen, fryse noget af det ned noemt als eerste handeling het invriezen van een deel ervan, en opbevare resten i køleskabet noemt als tweede handeling het bewaren van het overblijvende deel in de koelkast. De Nederlandse betekenis is dus: “Zal ik een deel invriezen en de rest in de koelkast bewaren?”

  6. Frys et par portioner ned.

    Vries een paar porties in.

    Frys … ned
    vries ... in
    et par
    een paar
    portioner
    porties
    Uitgebreide uitleg

    Frys betekent hier “vries in” en is de gebiedende wijs van fryse (“invriezen/bevriezen”). De gebiedende wijs richt zich tot de aangesprokene; het onderwerp “jij” staat er niet bij. De vaste combinatie fryse ... ned betekent dat iets in de vriezer wordt bewaard. De twee delen staan in deze zin uit elkaar: Frys staat aan het begin en ned aan het einde. Voorbeeld: Frys brødet ned. — “Vries het brood in.” et par betekent hier “een paar”. Het is een vaste kwantiteitsaanduiding voor een kleine hoeveelheid; de vorm et hoort bij deze uitdrukking en zegt hier niet op zichzelf hoeveel stuks er precies zijn. portioner betekent “porties”. Het is het meervoud van portion; het enkelvoud is dus en portion, het meervoud portioner. Voorbeeld: Jeg laver to portioner. — “Ik maak twee porties.” Samen vormen de delen Frys et par portioner ned.: “Vries een paar porties in.” De gebiedende wijs geeft de opdracht, et par portioner noemt wat moet worden ingevroren, en ned voltooit de combinatie met fryse.

  7. Sæt en mærkat på hver beholder, så det er nemt at vælge.

    Plak op elke bak een etiket, zodat je makkelijk kunt kiezen.

    Sæt
    plaats
    en mærkat
    een etiket
    på
    op
    hver
    elke
    beholder
    bak; houder
    så
    zodat
    nemt
    makkelijk
    vælge
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    Sæt is de gebiedende wijs van sætte (“plaatsen/zetten”). De vorm geeft hier een instructie aan één of meer aangesproken personen. Voorbeeld: Du sætter en mærkat — “Je plaatst een etiket”; in de gebiedende wijs wordt du meestal weggelaten. en mærkat betekent hier “een etiket”. Mærkat is een zelfstandig naamwoord en en is het onbepaalde lidwoord dat bij dit woord hoort. Dit lidwoord drukt hier op zichzelf geen expliciete numerieke telling uit. Het meervoud is mærkater. Voorbeeld: Sæt mærkater på kasserne. — “Plak etiketten op de dozen.” på betekent hier “op” en geeft de plaats aan waar iets wordt aangebracht. Voorbeeld: på beholderen — “op de container”. hver betekent “elke” en staat voor een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: hver beholder — “elke container”. Het verwijst naar de afzonderlijke leden van een reeks zonder het aantal te noemen. Ter vergelijking: alle beholdere — “alle containers”; daar staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud. beholder betekent hier “bak” of “houder”. Het is een zelfstandig naamwoord in het onbepaalde enkelvoud, passend na hver. Het onbepaalde meervoud is beholdere en het bepaalde meervoud is beholderne (“de containers”). s‍å leidt hier een gevolg- of doelzin in en betekent “zodat”. De constructie så det er nemt at ... geeft aan dat de eerste handeling iets gemakkelijker maakt. Det is hier een formeel onderwerp; de infinitiefconstructie at vælge benoemt wat gemakkelijk is, niet een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. nemt betekent hier “gemakkelijk” of “makkelijk”. Het is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord nem en stemt hier overeen met het onzijdige det in det er nemt. Het is in deze zin dus geen bijwoord bij er. De belangrijkste vormen zijn nem (gemeenschappelijk enkelvoud), nemt (onzijdig enkelvoud) en nemme (meervoud en bepaald enkelvoud). Voorbeeld: Det er nemt. — “Het is gemakkelijk.” vælge is de infinitief van “kiezen”. Na at staat deze vorm: at vælge — “kiezen”. De infinitief is niet voor een persoon vervoegd; in de tegenwoordige tijd wordt dat bijvoorbeeld Jeg vælger — “Ik kies”. Samen geeft Sæt en mærkat på hver beholder de instructie “Plak op elke bak een etiket”. De bijzin så det er nemt at vælge zegt dat dit ervoor zorgt dat kiezen gemakkelijk is. De hele uiting betekent dus: “Plak op elke bak een etiket, zodat je makkelijk kunt kiezen.”

  8. Jeg har også brug for et afbalanceret måltid til frokost, ikke kun ris.

    Ik heb voor de lunch ook een uitgebalanceerde maaltijd nodig, niet alleen rijst.

    har … brug for
    nodig hebben
    også
    ook
    afbalanceret
    uitgebalanceerd
    måltid
    maaltijd
    frokost
    lunch
    ikke kun
    niet alleen
    ris
    rijst
    Uitgebreide uitleg

    har brug for betekent hier “nodig hebben”. Het is een vaste Deense constructie: at have brug for + datgene wat nodig is. De vorm har is de tegenwoordige tijd van have; die verandert in het Deens niet naar persoon of enkelvoud/meervoud. Voorbeeld: Jeg har brug for vand. — “Ik heb water nodig.” også betekent “ook” en voegt deze behoefte toe aan iets dat al in de context staat. De plaats ervan in Jeg har også brug for ... maakt duidelijk dat ook de spreker deze behoefte heeft. afbalanceret beschrijft hier het zelfstandig naamwoord måltid: het gaat om een maaltijd met een evenwichtige samenstelling. Het is de vorm bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord, herkenbaar aan et: et afbalanceret måltid. In andere combinaties kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld afbalancerede måltider — “evenwichtige maaltijden”. måltid betekent “maaltijd”. et måltid is onbepaald enkelvoud; het lidwoord et geeft hier het grammaticale geslacht en niet op zichzelf een numerieke nadruk. Voorbeeld: Måltidet er afbalanceret. — “De maaltijd is evenwichtig.” frokost betekent “lunch”. In til frokost betekent til samen met frokost “voor/bij de lunch”; het zelfstandig naamwoord staat hier zonder lidwoord, zoals gebruikelijk wanneer een maaltijdmoment algemeen wordt bedoeld. Voorbeeld: Jeg spiser frugt til frokost. — “Ik eet fruit bij de lunch.” ikke kun betekent “niet alleen”. Het beperkt niet de behoefte aan de maaltijd, maar contrasteert de genoemde maaltijd met ris: de spreker heeft dus niet alleen rijst nodig. De constructie kan worden uitgebreid met een tweede element, bijvoorbeeld ikke kun brød, men også suppe — “niet alleen brood, maar ook soep”. ris betekent “rijst”. Het is hier de genoemde voedingsstof waarmee de maaltijd wordt gecontrasteerd. De vorm heeft in deze zin geen zichtbaar enkelvouds- of meervoudskenmerk; dat hangt samen met het gebruik van het woord als stof- of voedingsnaam. Voorbeeld: Vi spiser ris til frokost. — “Wij eten rijst bij de lunch.” Samen betekent Jeg har også brug for et afbalanceret måltid til frokost, ikke kun ris.: “Ik heb voor de lunch ook een uitgebalanceerde maaltijd nodig, niet alleen rijst.” Jeg is “ik”; har brug for vormt de behoefte, et afbalanceret måltid benoemt wat nodig is, til frokost geeft het maaltijdmoment aan en ikke kun ris maakt de beperking duidelijk. De zin is bruikbaar als patroon: Jeg har brug for et ... til ... — “Ik heb een ... nodig voor ...”.

  9. Tilføj æg, bønner eller kylling, alt efter hvad du har lyst til at spise.

    Voeg eieren, bonen of kip toe, afhankelijk van waar je zin in hebt.

    Tilføj
    voeg toe
    æg
    eieren
    bønner
    bonen
    kylling
    kip
    alt efter hvad
    afhankelijk van wat
    har lyst til
    zin hebben om
    spise
    eten
    Uitgebreide uitleg

    Tilføj is de gebiedende wijs van tilføje (“toevoegen”). De Deense gebiedende wijs markeert hier geen persoon of getal; het onderwerp is de aangesprokene en wordt niet afzonderlijk genoemd. Voorbeeld: Tilføj salt. — “Voeg zout toe.” æg betekent hier “eieren”. Dit woord heeft in het Deens dezelfde vorm in onbepaald enkelvoud en onbepaald meervoud: et æg — “een ei”, æg — “eieren”. De bepaalde vormen zijn ægget — “het ei” en æggene — “de eieren”. Hier noemt æg een mogelijke toevoeging in de opsomming. bønner betekent “bonen”. Het is het onbepaalde meervoud van bønne — “boon”: en bønne, bønner. Voorbeeld: Jeg spiser bønner. — “Ik eet bonen.” kylling betekent hier “kip”, als kippenvlees of kip als ingrediënt. Het kan in een andere context ook een kip als dier betekenen. In deze betekenis wordt het als ingrediënt gebruikt; de vorm heeft hier geen zichtbaar meervoudsteken, maar dat tekenloze uiterlijk bepaalt op zichzelf niet de betekenis. alt efter hvad maakt duidelijk dat de keuze afhankelijk is van een omstandigheid: “afhankelijk van wat”. hvad betekent hier “wat” en leidt het deel in over datgene wat de aangesprokene wil eten. har lyst til betekent “zin hebben om/in”. har is de tegenwoordige tijd van have — “hebben”; lyst is het zelfstandig naamwoord “zin” of “verlangen”. Voor een handeling volgt lyst til at plus een infinitief. Voorbeeld: Jeg har lyst til at læse. — “Ik heb zin om te lezen.” spise is de infinitief “eten”. Na til at blijft deze vorm onveranderd: til at spise — “om te eten”. Hier benoemt spise de handeling waar de aangesprokene zin in heeft. Samen is dit een instructie met drie alternatieven: æg, bønner of kylling kunnen worden toegevoegd. eller verbindt de alternatieven, en alt efter hvad ... koppelt de keuze aan wat de aangesprokene wil eten. De volledige betekenis is: “Voeg eieren, bonen of kip toe, afhankelijk van waar je zin in hebt.”

  10. Hvis resterne bliver kedelige, kan jeg skifte tilbehøret ud.

    Als de restjes saai worden, kan ik het bijgerecht veranderen.

    Hvis
    als
    resterne
    de restjes
    bliver
    worden
    kedelige
    saai
    kan jeg
    kan ik
    skifte
    veranderen of vervangen
    tilbehøret
    het bijgerecht
    ud
    uit
    Uitgebreide uitleg

    Hvis introduceert een voorwaardelijke bijzin: “als …”. De bijzin geeft hier de voorwaarde voor wat daarna mogelijk is. resterne betekent hier “de restjes”. Het is de bepaalde meervoudsvorm van rest (“restje/rest”). In deze vorm hoort -erne bij de bepaalde meervoudsvorm. Voorbeeld: Jeg gemmer resterne. — “Ik bewaar de restjes.” bliver is de tegenwoordige tijd van blive (“worden”, “blijven”). Hier betekent het “worden”, omdat een verandering van toestand wordt beschreven. Voorbeeld: Maden bliver kold. — “Het eten wordt koud.” kedelige betekent “saai”. Deze vorm staat bij resterne, een bepaald meervoud, en krijgt daarom hier de uitgang -e. De basisvorm is kedelig (“saai”); de vergelijkende vorm is kedeligere (“saaier”). Voorbeeld: Filmen er kedelig. — “De film is saai.” kan jeg combineert kan (“kan”) met het onderwerp jeg (“ik”). Kan is een vorm van kunne; na een modaal werkwoord volgt de infinitief zonder at. Omdat de voorwaardelijke bijzin vooraan staat, volgt in de hoofdzin eerst het vervoegde werkwoord en daarna het onderwerp: kan jeg. Voorbeeld: I morgen kan jeg hjælpe. — “Morgen kan ik helpen.” skifte betekent in deze combinatie “veranderen” of “vervangen”. Samen met het latere ud vormt het de scheidbare constructie skifte ... ud: iets vervangen door iets anders. Het object kan tussen het werkwoord en ud staan, zoals in Jeg skifter lampen ud. — “Ik vervang de lamp.” tilbehøret betekent hier “het bijgerecht”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van tilbehør; de uitgang -et hoort hier bij de bepaalde vorm van dit onzijdige zelfstandig naamwoord. In deze zin is het bijgerecht het voorwerp van vervangen. ud staat hier als het afgescheiden deel van skifte ... ud. Op zichzelf betekent het vaak “uit”, maar in deze combinatie draagt het bij aan de betekenis “vervangen”. Samen betekent Hvis resterne bliver kedelige “als de restjes saai worden”. Daarna geeft kan jeg skifte tilbehøret ud aan wat de spreker in dat geval kan doen: het bijgerecht vervangen of veranderen. De volledige betekenis is: “Als de restjes saai worden, kan ik het bijgerecht veranderen.” Het patroon Hvis + bijzin, kan + onderwerp + infinitief ... is bruikbaar om een voorwaarde en een mogelijke handeling te verbinden.

  11. Små ændringer gør måltider, der er lavet på forhånd, mere behagelige at spise.

    Kleine veranderingen maken vooraf klaargemaakte maaltijden leuker om te eten.

    Små
    kleine
    ændringer
    veranderingen
    gør
    maken
    måltider
    maaltijden
    der er lavet på forhånd
    die vooraf zijn klaargemaakt
    mere behagelige
    aangenamer
    spise
    eten
    Uitgebreide uitleg

    Små is de meervoudsvorm van lille (“klein”). Het bijvoeglijk naamwoord past zich hier aan het meervoud van ændringer aan: en lille ændring = “een kleine verandering”, maar små ændringer = “kleine veranderingen”. Voor een onzijdig enkelvoud blijft de vorm bijvoorbeeld ook et lille måltid. ændringer is het meervoud van ændring (“verandering”). De uitgang maakt duidelijk dat het om meer dan één verandering gaat. Voorbeeld: En ændring kan hjælpe. — “Een verandering kan helpen.” gør is de tegenwoordige tijd van gøre (“doen; maken”). In de constructie gøre X Y betekent het “X Y maken”: iets veroorzaakt dat X een bepaalde eigenschap krijgt. Voorbeeld: Musikken gør arbejdet lettere. — “De muziek maakt het werk gemakkelijker.” måltider is het meervoud van måltid (“maaltijd”). Het enkelvoud is et måltid, terwijl måltider naar meerdere maaltijden verwijst. der er lavet på forhånd is een betrekkelijke bijzin bij måltider: “die vooraf zijn klaargemaakt”. der verwijst hier naar de genoemde maaltijden en is de vorm van het betrekkelijk voornaamwoord in deze bijzin. er lavet bestaat uit de tegenwoordige vorm van være en het voltooid deelwoord lavet van lave; samen geeft het hier aan dat de maaltijden al bereid zijn. på forhånd betekent “vooraf”. Voorbeeld: Maden, der er lavet på forhånd, står i køleskabet. — “Het eten dat vooraf is klaargemaakt, staat in de koelkast.” mere behagelige is de vergrotende trap van behagelig (“aangenaam”). De reeks is behagelig — mere behagelig — mest behagelig: “aangenaam” — “aangenamer” — “het aangenaamst”. In deze zin krijgt de vorm behagelige de meervoudsvorm die bij måltider past. Voorbeeld: Disse stole er mere behagelige. — “Deze stoelen zijn aangenamer.” spise is de infinitief (“eten”). Het woord at markeert in at spise de infinitief. Voorbeeld: Det er let at spise. — “Het is gemakkelijk om te eten.” De zin bouwt op als Små ændringer (“kleine veranderingen”) + gør (“maken”) + måltider ... mere behagelige (“maaltijden ... aangenamer”) + at spise (“om te eten”). De betrekkelijke bijzin specificeert dat het om vooraf klaargemaakte maaltijden gaat. Het geheel betekent: “Kleine veranderingen maken vooraf klaargemaakte maaltijden aangenamer om te eten.”

Grammatica

hver + entalsnavneord

hver uge

vehr oe-uh

elke week

Na hver staat in het Deens een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.

bijvoeglijk naamwoord in het meervoud: -e

kedelige måltider

kee-duh-lee mol-tie-dah

saaie maaltijden

Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak de uitgang -e.

Deens woordenschat

hjælpe werkwoord
jelp-uh helpen

Det ville hjælpe.

hver bepaler
vehr elke

hver dag

lave werkwoord
lee-wuh maken

at lave mad på forhånd

måltid zelfstandig naamwoord
mol-tied maaltijd måltider
Geslacht
neuter
Meervoud
måltider

at lave nogle måltider

næste bijvoeglijk naamwoord
nes-deh volgende

Næste uge ser travl ud.

på forhånd uitdrukking
poh fo-hohn van tevoren

at lave nogle måltider på forhånd

samme bijvoeglijk naamwoord
sem-uh hetzelfde

at spise det samme hver dag

spise werkwoord
sbee-suh eten

at spise det samme hver dag

travl bijvoeglijk naamwoord
trawl druk

Næste uge ser travl ud.

tænke werkwoord
teng-uh denken tænkte

Jeg tænkte på at lave en stor portion.

uge zelfstandig naamwoord
oe-uh week
Geslacht
common
Meervoud
uger

Næste uge ser travl ud.

undgå werkwoord
on-go vermijden

undgå at spise det samme

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vries een paar porties in.

Antwoord tonenFrys et par portioner ned.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

eten

Antwoord tonenspise

helpen

Antwoord tonenhjælpe

volgende

Antwoord tonennæste

maaltijd

Antwoord tonenmåltider