Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Beleefd om een beurt vragen in de sportschool oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Nogen har brugt løbebåndet i lang tid.
Noo'un haa brogd leube-boonuh ie lang tie. Iemand gebruikt de loopband al lange tijd.Der står på skiltet, at man skal deles om løbebåndet, når andre venter.
Dea stoor poo sgil-duh, eh men sgel dee-lus om leube-boonuh, noar anruh vennuh. Op het bord staat dat mensen de loopband moeten delen als anderen wachten.Skal jeg spørge personen, eller vil det virke uhøfligt?
Sgel yai sbeuh peh-soo-nun, elluh vel de veer-kuh u-heufligt? Zal ik het aan die persoon vragen, of komt dat onbeleefd over?Spørg høfligt, og sig, at du venter på din tur.
Sbeur heufligt, oo sai, eh doo vennuh poo din tuur. Vraag het beleefd en zeg dat je op je beurt wacht.Jeg kan sige: "Undskyld, er du næsten færdig med løbebåndet?"
Yai ken sie-uh: "On-sguul, ah doo ness-dun feh-die meh leube-boonuh?" Ik kan zeggen: "Pardon, bent u bijna klaar met de loopband?"Det er tydeligt formuleret uden at lægge for meget pres på personen.
Dee eh tuu-dhuh-lie fom-lee-uhdh, uu-dhun eh leg-uh foo may pres po peh-soo-nun. Dat klinkt duidelijk zonder die persoon te veel onder druk te zetten.Hvis personen har brug for mere tid, kan jeg vente eller bruge en anden maskine.
Ves peh-soo-nun haa broeg foo may-uh tie, ken yai vennuh elluh broe-uh un annun ma-sgie-nuh. Als die persoon meer tijd nodig heeft, kan ik wachten of een ander apparaat gebruiken.Så kan vi deles om udstyret uden at starte et skænderi.
Sow ken vee dee-lus om uu-sdu-u-uh uu-dhun eh sdaa-duh eh sgen-uh-rie. Zo kunnen we de apparatuur delen zonder ruzie te maken.Uitleg van de zinnen
Nogen har brugt løbebåndet i lang tid.
Iemand gebruikt de loopband al lange tijd.
- Nogen
- iemand
- har brugt
- heeft gebruikt
- løbebåndet
- de loopband
- i lang tid
- lange tijd
Uitgebreide uitleg
Nogen betekent hier ‘iemand’: een onbepaald persoon, zonder dat de zin zegt wie precies. Het kan bijvoorbeeld ook in een vraag staan: Er nogen her? — ‘Is er iemand hier?’ har brugt bestaat uit har, de tegenwoordige vorm van have, en het voltooid deelwoord brugt van bruge (‘gebruiken’). Samen vormen ze de voltooide tijd: de handeling heeft vóór nu plaatsgevonden en is relevant voor het huidige tijdsbeeld. bruge — bruger — brugt: infinitief, tegenwoordige tijd en voltooid deelwoord. Voorbeeld: Jeg har brugt computeren. — ‘Ik heb de computer gebruikt.’ løbebåndet betekent ‘de loopband’. Het woord is opgebouwd rond løbebånd (‘loopband’) met de Deense bepaalde uitgang -et: løbebånd — løbebåndet, ‘een loopband’ — ‘de loopband’. De uitgang hoort bij het zelfstandig naamwoord; hij is hier niet een aparte vorm van brugt. Voorbeeld: Løbebåndet er ledigt. — ‘De loopband is vrij.’ i lang tid betekent ‘lange tijd’ en geeft aan hoelang de situatie duurt of heeft geduurd. lang betekent ‘lang’; in deze vaste tijdsuitdrukking staat het bij tid (‘tijd’). Voorbeeld: Hun har ventet i lang tid. — ‘Zij heeft lange tijd gewacht.’ Samen vormen de delen: Nogen (iemand) + har brugt (heeft gebruikt) + løbebåndet (de loopband) + i lang tid (lange tijd). De volledige betekenis is: ‘Iemand heeft de loopband al lange tijd gebruikt.’ De Deense voltooide tijd met har brugt kan in het Nederlands, afhankelijk van de precieze tijdscontext, worden weergegeven als ‘heeft gebruikt’ of ‘gebruikt al’; hier benadrukt i lang tid de langdurigheid.
Der står på skiltet, at man skal deles om løbebåndet, når andre venter.
Op het bord staat dat mensen de loopband moeten delen als anderen wachten.
- Der står
- er staat geschreven
- skiltet
- het bordje
- man
- men; mensen in het algemeen
- skal
- moet
- deles om
- delen met anderen
- løbebåndet
- de loopband
- andre
- anderen
- venter
- wachten
Uitgebreide uitleg
Der står gebruikt het werkwoord stå (“staan”) in de tegenwoordige tijd. In deze vaste uitdrukking betekent het niet alleen letterlijk dat iets rechtop staat: der står ... kan zeggen dat er iets op een bord of in een bericht vermeld staat. Der is hier een onpersoonlijk plaatsingswoord; het verwijst niet naar een bepaald eerder genoemd zelfstandig naamwoord. skiltet komt van skilt (“bordje”, “teken” of “signaal”). De uitgang -et markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: skilt → skiltet. Samen met på (“op”) vormt het på skiltet: “op het bordje/de mededeling”. at leidt de inhoud aan die op het bord staat in. Het kan hier met “dat” worden vertaald. man is een onpersoonlijk voornaamwoord voor mensen in het algemeen, niet noodzakelijk voor één specifieke persoon. Het Deense werkwoord daarbij staat in de derde persoon enkelvoud. Dat maakt deze formulering geschikt voor algemene regels en aanwijzingen. skal is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle. In deze zin drukt het een regel of verplichting uit: “moet”. Na skal staat de infinitief zonder at. deles om is hier de infinitiefconstructie deles om noget: iets samen met anderen delen. De vorm deles staat na skal; het is dus niet het zelfstandig naamwoord løbebåndet dat deze vorm draagt. Een bruikbaar voorbeeld is: Vi skal deles om pladsen — “We moeten de ruimte delen.” Een andere mogelijkheid is Vi skal dele pladsen — “We moeten de ruimte delen”; daarbij is dele transitief en staat er geen om. løbebåndet betekent “de loopband”. De basisvorm is løbebånd; løbebåndet is de bepaalde enkelvoudsvorm, met -et. Het woord bestaat uit løbe (“rennen”) en bånd (“band”), maar in deze zin functioneert het als één zelfstandig naamwoord. andre betekent hier “anderen”, dus andere mensen dan de mensen die door man in de algemene regel worden aangeduid. Het is hier zelfstandig gebruikt en staat in het meervoud. Het is niet hetzelfde als het bijvoeglijk gebruikte anden/andet/andre in een combinatie als en anden person (“een andere persoon”); in en anden person stemt de vorm af op het enkelvoudige gemeenschappelijke geslacht van person, terwijl andre zelfstandig meervoud is. venter komt van vente (“wachten”) en betekent hier “wachten”. De tegenwoordige tijd van Deense werkwoorden verandert normaal niet naar persoon of getal: jeg venter, de venter en man venter hebben hier dezelfde werkwoordsvorm. Når betekent “wanneer/als” en leidt de voorwaarde of situatie aan. De delen worden samen: Der står på skiltet — “Op het bordje/de mededeling staat”; at man skal deles om løbebåndet — “dat men de loopband moet delen”; en når andre venter — “wanneer anderen wachten”. De hele uiting betekent dus: “Op het bordje/de mededeling staat dat mensen de loopband moeten delen als anderen wachten.”
Skal jeg spørge personen, eller vil det virke uhøfligt?
Zal ik het aan die persoon vragen, of komt dat onbeleefd over?
- Skal jeg
- zal ik
- spørge
- vragen
- personen
- de persoon
- vil det
- zal dat
- virke
- overkomen
- uhøfligt
- onbeleefd
Uitgebreide uitleg
Skal jeg bestaat uit skal + het onderwerp jeg. Hier maakt skal een vraag over een voorgenomen handeling: “zal ik …?”. In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp. Vergelijk: Jeg skal spørge = “Ik zal/ga vragen”; Skal jeg spørge? = “Zal ik vragen?” spørge betekent hier “vragen”. Dit is de infinitief, passend na het modale werkwoord skal. Belangrijke vormen zijn at spørge (vragen), jeg spørger (ik vraag) en jeg spurgte (ik vroeg). Voorbeeld: Jeg spørger ham. — “Ik vraag het hem.” personen betekent “de persoon”. De basisvorm is person; personen is de bepaalde enkelvoudsvorm met het achtervoegsel -en. Het woord zegt hier alleen dat de spreker naar een bepaalde persoon verwijst; het geeft niet aan wie die persoon precies is. Voorbeeld: Jeg taler med personen. — “Ik praat met de persoon.” vil det betekent hier “zal dat”. vil is de vorm van ville die bij jeg, du, han, hun, den, det en de gebruikt wordt. In deze vraag gaat het om een verwachte uitwerking: zal de handeling zo overkomen? Det verwijst hier naar de voorgenomen handeling of situatie als geheel, zoals ook in de vaste vertaling met “dat”. virke betekent “overkomen” of “lijken”. Ook dit is een infinitief na vil: det vil virke = “dat zal overkomen”. Het beschrijft de indruk die iets maakt, niet noodzakelijk de bedoeling van de handelende persoon. Voorbeeld: Det virker venligt. — “Dat komt vriendelijk over.” uhøfligt betekent “onbeleefd”. De basisvorm is uhøflig; uhøfligt is de onzijdige enkelvoudsvorm. In virke uhøfligt staat het bijvoeglijk naamwoord als naamwoordelijk deel bij det en beschrijft het de situatie als onbeleefd. Een andere vorm is uhøflige, bijvoorbeeld bij een meervoudig of bepaald zelfstandig naamwoord: uhøflige svar = “onbeleefde antwoorden”. Samen vormt Skal jeg spørge personen de vraag of de spreker de persoon iets zal vragen. eller betekent “of” en verbindt de twee mogelijkheden. In vil det virke uhøfligt wordt de tweede mogelijkheid geformuleerd als een verwachte indruk: “zal dat onbeleefd overkomen?”. De volledige uiting betekent daarom: “Zal ik het aan die persoon vragen, of komt dat onbeleefd over?”
Spørg høfligt, og sig, at du venter på din tur.
Vraag het beleefd en zeg dat je op je beurt wacht.
- Spørg
- vraag
- høfligt
- beleefd
- sig
- zeg
- venter
- wacht
- din tur
- jouw beurt
Uitgebreide uitleg
Spørg is de gebiedende wijs van spørge (“vragen”). De vorm wordt gebruikt voor een aansporing aan du: Spørg! = “Vraag!” In deze zin is het gevraagde object niet uitgedrukt; de context maakt duidelijk dat het om iets aan iemand vragen gaat. høfligt betekent hier “op een beleefde manier”. Het is de vorm op -t van høflig en functioneert hier als bijwoord bij Spørg: het beschrijft hoe je moet vragen. Vergelijk: Tal høfligt. — “Praat beleefd.” sig is de gebiedende wijs van sige (“zeggen”). Spørg ... og sig ... verbindt twee opdrachten: “Vraag ... en zeg ...”. Na sig volgt met at de inhoud van wat je moet zeggen. venter is de tegenwoordige tijd van vente (“wachten”). Het onderwerp is du, dus du venter betekent “je wacht”. De vaste combinatie is vente på + datgene waarop iemand wacht. Voorbeeld: Jeg venter på bussen. — “Ik wacht op de bus.” In din tur betekent din “jouw” en tur “beurt”. din is de bezittelijke vorm bij het enkelvoudige gemeenschappelijke-geslachtswoord tur; het verwijst hier naar de beurt van de aangesprokene. De combinatie vente på din tur betekent “op je beurt wachten”. at du venter på din tur is de bijzin die de inhoud van sig weergeeft: “dat je op je beurt wacht”. Samen vormen Spørg høfligt, og sig, at du venter på din tur de twee opdrachten “Vraag het beleefd en zeg dat je op je beurt wacht.”
Jeg kan sige: "Undskyld, er du næsten færdig med løbebåndet?"
Ik kan zeggen: "Pardon, bent u bijna klaar met de loopband?"
- Jeg kan
- ik kan
- sige
- zeggen
- Undskyld
- pardon / neem me niet kwalijk
- er du
- bent u
- næsten
- bijna
- færdig
- klaar
- med
- met
- løbebåndet
- de loopband
Uitgebreide uitleg
Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne bij jeg; het drukt hier mogelijkheid of het kunnen uitvoeren van een handeling uit. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief. sige betekent “zeggen”. Het is hier de infinitief na het modale werkwoord kan: kan sige = “kan zeggen”. De vorm sige verandert dus niet mee met jeg; de persoon wordt al door kan aangegeven. Undskyld is een vaste beleefde uitdrukking met de betekenis “pardon” of “neem me niet kwalijk”. Het staat als zelfstandige aanspreekformule vóór de vraag. er du vormt de vraag “bent u?”. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). du is de tweede persoon enkelvoud, letterlijk “jij/u”; in deze vaste vertaling is dat “u”. In een gewone mededelende hoofdzin staat het onderwerp doorgaans vóór het werkwoord, maar in deze ja-neevraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: er du ...?. næsten betekent “bijna”. Het beperkt hier færdig: de persoon is nog niet helemaal klaar, maar wel dicht bij dat punt. færdig betekent “klaar” of “af”. Het is een bijvoeglijk naamwoord in de predicatieve combinatie er færdig (“is klaar”). De vorm staat hier bij een persoon, maar færdig krijgt niet daarom een speciale persoonsuitgang. Het bijvoeglijk naamwoord heeft in andere omgevingen wel vormen zoals færdigt en færdige, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord of de constructie. med betekent “met”. In færdig med geeft het aan waarmee iemand klaar is: være færdig med noget = “klaar zijn met iets”. løbebåndet betekent “de loopband”. Het basiswoord is løbebånd, een zelfstandig naamwoord; de uitgang -et markeert hier de bepaalde vorm enkelvoud: “de loopband”. Het is dus niet een aparte vertaling voor een meervoud. Een onbepaalde vorm is et løbebånd (“een loopband”), terwijl løbebåndet naar een bepaalde loopband verwijst. Samen betekent er du næsten færdig med løbebåndet?: “bent u bijna klaar met de loopband?” De woordvolgorde is die van een ja-neevraag: werkwoord + onderwerp, gevolgd door de graadsaanduiding næsten, het predicatieve bijvoeglijk naamwoord færdig en de aanvulling met med. De volledige uiting begint met Jeg kan sige (“ik kan zeggen”) en bevat daarna de beleefde vraag: Undskyld, er du næsten færdig med løbebåndet?.
Det er tydeligt formuleret uden at lægge for meget pres på personen.
Dat klinkt duidelijk zonder die persoon te veel onder druk te zetten.
- Det er
- het is
- tydeligt
- duidelijk
- formuleret
- geformuleerd
- uden at
- zonder te
- lægge
- leggen; uitoefenen
- for meget
- te veel
- pres
- druk
- på
- op
- personen
- de persoon
Uitgebreide uitleg
Det er vormt hier de kern “het is”. Det is een Deens voornaamwoord dat in deze formulering als onderwerp wordt gebruikt; de concrete persoon of zaak waarnaar het verwijst, wordt door de vaste zin niet nader benoemd. Vergelijk als leerpatroon: Det er klart. — “Het is duidelijk.” tydeligt betekent hier “duidelijk”. Het is de vorm op -t van tydelig, die onder andere bij een onzijdig woord of als bijwoord voorkomt. In deze zin beschrijft het hoe iets geformuleerd is: “duidelijk geformuleerd”. formuleret is het voltooid deelwoord van formulere (“formuleren”) en betekent hier “geformuleerd” of “verwoord”. Het staat in de uitdrukking er ... formuleret: iets is op een bepaalde manier verwoord. Voorbeeld: Det er godt formuleret. — “Dat is goed geformuleerd.” uden at is een vaste constructie met de betekenis “zonder te”. Na at volgt hier de infinitiefconstructie. Het patroon uden at + werkwoord maakt duidelijk dat de tweede handeling niet plaatsvindt: uden at vente — “zonder te wachten”. lægge betekent hier “leggen” in de vaste verbinding lægge pres på — “druk uitoefenen op”. De vorm is een infinitief; belangrijke vormen zijn lægge (infinitief), lagde (verleden tijd) en lagt (voltooid deelwoord). De betekenis “druk uitoefenen” komt in deze zin uit de hele verbinding, niet uit lægge alleen. for meget betekent “te veel”. For versterkt hier meget en geeft aan dat de hoeveelheid boven een passende grens komt. Het verwijst in deze zin naar de hoeveelheid druk: for meget pres — “te veel druk”. pres is het zelfstandig naamwoord “druk”. In het Deens is het onzijdig: et pres, bepaald presset. In lægge pres på staat het zonder lidwoord, zoals gebruikelijk in deze vaste verbinding. på betekent hier “op” en hoort bij de verbinding lægge pres på nogen: druk op iemand uitoefenen. Het voorzetsel verbindt pres met degene die de druk ondervindt. personen betekent “de persoon”. Dit is person met de bepaalde enkelvoudsuitgang -en: en person — “een persoon”, personen — “de persoon”. De bepaling maakt de bedoelde persoon in de context herkenbaar, zonder dat de grammaticale vorm op zichzelf een aantal personen specificeert. Samen vormen de delen Det er tydeligt formuleret en uden at lægge for meget pres på personen de betekenis: “Het is duidelijk geformuleerd zonder die persoon te veel onder druk te zetten.” Uden at lægge ... geeft aan dat het duidelijke formuleren gebeurt zonder als bijkomend effect te veel druk op de persoon uit te oefenen.
Hvis personen har brug for mere tid, kan jeg vente eller bruge en anden maskine.
Als die persoon meer tijd nodig heeft, kan ik wachten of een ander apparaat gebruiken.
- Hvis
- als
- personen
- de persoon
- har brug for
- nodig heeft
- mere
- meer
- tid
- tijd
- kan jeg
- ik kan
- vente
- wachten
- eller
- of
- bruge
- gebruiken
- anden
- ander
- maskine
- apparaat
Uitgebreide uitleg
Hvis betekent hier “als” en opent een voorwaardelijke bijzin. Het beschrijft een voorwaarde; de uitkomst staat daarna in de hoofdzin. Voorbeeld: Hvis du kommer, venter jeg. — “Als je komt, wacht ik.” personen is de bepaalde enkelvoudsvorm van person (“persoon”): person = een persoon, personen = de persoon. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid bij dit gemeenschappelijke geslacht; het woord zegt niet op zichzelf welke concrete persoon bedoeld is. har brug for is een vaste constructie voor “nodig hebben”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); brug for maakt deel uit van de constructie en betekent hier niet letterlijk een afzonderlijk gebruiksvoorwerp. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” mere betekent “meer” en staat hier vóór tid om een grotere hoeveelheid tijd aan te duiden. Het is de vergrotende vorm die bij hoeveelheid wordt gebruikt; het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Vi har brug for mere vand. — “We hebben meer water nodig.” tid betekent “tijd”. In deze zin verwijst het naar tijd als hoeveelheid of beschikbare duur, daarom staat het zonder lidwoord. Voorbeeld: Jeg har ikke tid. — “Ik heb geen tijd.” kan jeg betekent hier “kan ik”. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”) en drukt mogelijkheid of vermogen uit; deze vorm verandert niet volgens de persoon. Omdat de bijzin met Hvis ... vooropstaat, komt in de hoofdzin het werkwoord vóór het onderwerp: kan jeg. vente betekent “wachten”. Het is de infinitief na het modale werkwoord kan: kan vente = “kan wachten”. Na een modaal werkwoord staat in het Deens de infinitief zonder at. Voorbeeld: Jeg kan vente. — “Ik kan wachten.” eller verbindt alternatieven en betekent “of”. Het verbindt hier twee handelingen die onder dezelfde mogelijkheid vallen. bruge betekent “gebruiken”. Ook dit is een infinitief na kan: kan ... bruge = “kan ... gebruiken”. Het modale werkwoord geldt voor beide werkwoorden, zodat kan niet vóór het tweede werkwoord hoeft te worden herhaald. Voorbeeld: Jeg kan bruge telefonen. — “Ik kan de telefoon gebruiken.” anden betekent “andere” in de gemeenschappelijke enkelvoudsvorm. De vorm contrasteert met andet bij onzijdig enkelvoud en andre bij meervoud; de vorm wordt dus bepaald door het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort. Voorbeeld: en anden stol — “een andere stoel”. maskine betekent “machine” of, afhankelijk van de context, “apparaat”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht: en maskine. In en anden maskine staat het onbepaalde lidwoord en, terwijl anden ermee overeenkomt in enkelvoud en geslacht. Samen vormen de eerste woorden de voorwaarde: Hvis personen har brug for mere tid — “Als die persoon meer tijd nodig heeft”. Daarna geeft kan jeg vente eller bruge en anden maskine de mogelijke reactie: “kan ik wachten of een ander apparaat gebruiken”. De volledige zin zegt dus dat wachten en een ander apparaat gebruiken voor de spreker beschikbare alternatieven zijn wanneer die persoon meer tijd nodig heeft.
Så kan vi deles om udstyret uden at starte et skænderi.
Zo kunnen we de apparatuur delen zonder ruzie te maken.
- Så
- zo; dus
- kan vi
- kunnen we
- deles om
- delen
- udstyret
- de apparatuur
- uden at
- zonder te
- starte
- beginnen
- skænderi
- ruzie
Uitgebreide uitleg
Så betekent hier “dus” of “zo” en leidt een gevolg of voorstel in. Het kan ook “toen” betekenen, maar die tijdsbetekenis past hier niet. kan vi betekent “kunnen we”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier mogelijkheid uit. In een Deense hoofdzin staat het werkwoord vóór het onderwerp wanneer de zin met een ander element begint: Så kan vi .... Vergelijk als voorbeeld: I dag kan jeg vente. — “Vandaag kan ik wachten.” deles om is een vaste uitdrukking met de betekenis “iets delen” of “samen gebruikmaken van iets”. Het werkwoord dele krijgt hier de vorm deles; om hoort bij deze constructie en betekent hier niet simpelweg “over”. Een bruikbaar patroon is vi deles om X — “we delen X / we maken samen gebruik van X”. udstyret betekent hier “de apparatuur”. De uitgang -et maakt van udstyr de bepaalde vorm: “de apparatuur” of “het apparaat/de uitrusting” wanneer het om een eerder geïdentificeerd of voor de situatie relevant geheel gaat. De vertaling ondersteunt hier de betekenis “de apparatuur”; ze specificeert niet welke afzonderlijke apparaten ertoe behoren. uden at betekent “zonder te” en wordt gevolgd door een infinitief. Het patroon is uden at + werkwoord: uden at vente — “zonder te wachten”. Dit beschrijft een handeling die niet plaatsvindt. starte is de infinitief van starte, “beginnen” of “starten”. In starte et skænderi betekent het concreet “ruzie beginnen” of “een ruzie veroorzaken”. De infinitief staat na uden at. skænderi betekent “ruzie” of “twist”. In de zin staat et skænderi: et is het onbepaalde lidwoord bij dit onzijdige zelfstandig naamwoord en introduceert hier een ruzie, zonder op zichzelf een exact aantal als leerpunt vast te leggen. Samen ontstaat de structuur: Så kan vi + deles om udstyret + uden at starte et skænderi. De hele uiting betekent: “Zo kunnen we de apparatuur delen zonder ruzie te maken.” kan maakt dit een mogelijkheid of voorstel; zonder ruzie te maken geeft de voorwaarde aan waaronder het delen gebeurt.
Grammatica
uden at + infinitiv
uden at spørge
uu-dhun eh sbeuhzonder te vragen
Na uden at staat het werkwoord in de infinitief, zonder te.
have brug for + zelfstandig naamwoord
har brug for tid
haa broeg foo tieheeft tijd nodig
De vaste uitdrukking have brug for betekent ‘nodig hebben’ en wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
Deens woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
loopband
Antwoord tonen
løbebåndetwachten
Antwoord tonen
ventergebruiken
Antwoord tonen
brugtiemand