Begroeten en kennismaken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic greetings and introductions..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Begroeten en kennismaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Guten Morgen, alle zusammen.

goeten morghen, alle tsoezaamen. Goedemorgen, iedereen.
B

Wie geht es dir?

vie geet es dier? Hoe gaat het met je?
A

Ich bin okay.

ich bin ookee. Ik ben oké.
B

Schön, dich kennenzulernen.

sjeun, dich kennen-tsoe-lèrnuh. Leuk je te ontmoeten.
A

Schönen Tag!

sjeunen taak! Fijne dag!
B

Gern geschehen.

gèrn guh-sjee-un. Graag gedaan.

Uitleg van de zinnen

  1. Guten Morgen, alle zusammen.

    Goedemorgen, iedereen.

    Guten Morgen
    goedemorgen
    alle zusammen
    iedereen samen
    Uitgebreide uitleg

    Guten Morgen is een vaste Duitse begroeting met de betekenis “goedemorgen”. gut is het basisadjectief “goed”. In deze begroetingsformule is Morgen een mannelijk zelfstandig naamwoord en staat de uitdrukking in de mannelijke accusatiefvorm; daarom verschijnt gut als guten. Het Duitse Morgen betekent hier “ochtend” en is niet het bijwoord morgen (“morgen”, de volgende dag). Een vergelijkbare begroeting is Guten Abend — “goedenavond”. alle zusammen richt de begroeting aan de hele groep: alle betekent hier “iedereen” of “allen”, en zusammen betekent “samen”. alle staat hier zelfstandig; er wordt geen specifiek zelfstandig naamwoord genoemd waarnaar het verwijst. Voorbeeld: Wir sind alle zusammen hier. — “We zijn hier allemaal samen.” Samen betekent Guten Morgen, alle zusammen.: “Goedemorgen, iedereen.” De eerste woordgroep is de begroeting; de tweede maakt duidelijk dat die aan de groep als geheel gericht is. De formulering is alledaags en geschikt om een groep aan te spreken.

  2. Wie geht es dir?

    Hoe gaat het met je?

    Wie
    hoe
    geht
    gaat; verloopt
    es
    het
    dir
    met jou; je
    Uitgebreide uitleg

    Wie betekent hier “hoe” en vraagt naar de toestand of het verloop van iets. Het is niet hetzelfde als wer (“wie” als persoon). Voorbeeld: Wie heißt du? — “Hoe heet je?” geht is de vorm van gehen (“gaan”) voor er, sie of es in de tegenwoordige tijd. In deze vaste uitdrukking betekent gehen niet letterlijk alleen “zich verplaatsen”, maar “gaan” in de zin van “verlopen” of “het gesteld zijn met”. Voorbeeld: Wie geht es euch? — “Hoe gaat het met jullie?” es betekent hier “het” en is het grammaticale onderwerp van de uitdrukking. Het verwijst in deze begroetingsvraag niet noodzakelijk naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. De combinatie es geht komt ook voor in Es geht mir gut. — “Het gaat goed met me.” dir is de datiefvorm van du (“jij/je”). De vorm du gebruik je bijvoorbeeld als onderwerp: Du bist okay. — “Je bent oké.” Bij gehen in deze uitdrukking staat de persoon aan wie je naar de toestand vraagt in de datief: mir = “met mij”, dir = “met jou/je”, ihm = “met hem” en ihr = “met haar” of, in een andere context, “met jullie”. Samen vormen Wie geht es dir? de vaste vraag “Hoe gaat het met je?”. Wie vraagt hoe het gesteld is, geht es geeft het verloop of de toestand aan, en dir noemt de persoon om wie het gaat. De vraag is gericht aan één persoon met de informele aanspreekvorm du.

  3. Ich bin okay.

    Ik ben oké.

    Ich bin
    ik ben
    okay
    oké
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin betekent hier “ik ben”. Ich is de persoonlijke voornaamwoordsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. bin is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij ich; de volledige reeks is bijvoorbeeld ich bin, du bist, er/sie ist. Voorbeelden: Ich bin müde. — “Ik ben moe.”; Du bist müde. — “Jij bent moe.” okay betekent hier “oké” of “in orde”. Het staat na bin als een onveranderlijk beschrijvend woord: het zegt hoe de spreker zich bevindt of voelt. Een verwante, maar niet identieke formulering is Mir geht es gut. — “Het gaat goed met me.” Samen vormen de delen Ich bin okay.: “Ik ben oké.” De zin is een korte mededeling over de toestand van de spreker en sluit qua betekenis aan bij de vraag Wie geht es dir? (“Hoe gaat het met je?”).

  4. Schön, dich kennenzulernen.

    Leuk je te ontmoeten.

    Schön
    leuk; fijn
    dich
    je; jou
    kennenzulernen
    te leren kennen; te ontmoeten
    Uitgebreide uitleg

    Schön betekent hier “leuk” of “fijn”. Het is het bijvoeglijk naamwoord schön (“mooi; fijn”) en beschrijft de situatie als aangenaam. In deze begroetingsformule staat vaak verkort Schön, ... in plaats van een volledige zin zoals Es ist schön, .... dich is de informele tweede-persoonsvorm in de vierde naamval (accusatief) van du (“jij”). De vorm du is het onderwerp, terwijl dich wordt gebruikt voor de persoon die de handeling ondergaat of als object genoemd wordt. Voorbeeld: Ich sehe dich. — “Ik zie jou.” kennenzulernen betekent hier “te leren kennen”, idiomatisch vertaald als “te ontmoeten”. Het is het infinitief van kennenlernen (“leren kennen”). Bij dit scheidbare werkwoord wordt zu in het infinitief tussen de twee delen geplaatst: kennenlernen → kennenzulernen. In de constructie dich kennenzulernen is dich het object van het werkwoord: iemand leren kennen. Samen vormen de delen de vaste, vriendelijke formule Schön, dich kennenzulernen. Letterlijk is de opbouw ongeveer “Fijn, jou te leren kennen”; natuurlijk Nederlands is “Leuk je te ontmoeten.”

  5. Schönen Tag!

    Fijne dag!

    Schönen
    fijne
    Tag
    dag
    Uitgebreide uitleg

    Schönen betekent hier “fijne” en hoort bij het zelfstandig naamwoord Tag. Het basiswoord is het bijvoeglijk naamwoord schön (“mooi”, en in deze wens “fijn”). In Schönen Tag! staat het vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in een vorm die overeenkomt met de accusatief enkelvoud; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en. Vergelijk: ein schöner Tag (“een fijne dag”) en Ich wünsche dir einen schönen Tag (“Ik wens je een fijne dag”). De vorm schönen zegt hier dus niet op zichzelf iets over een meervoud. Tag betekent “dag”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tag in de basisvorm. Duitse zelfstandige naamwoorden worden met een hoofdletter geschreven. Een bruikbaar voorbeeld is Der Tag ist schön. — “De dag is fijn.” Samen vormt Schönen Tag! een vaste, verkorte wens: “Fijne dag!” Het weggelaten werkwoord en de rest van de zin worden in deze begroeting begrepen; de uitdrukking is vriendelijk en alledaags.

  6. Gern geschehen.

    Graag gedaan.

    Gern
    graag
    geschehen
    gedaan (in deze vaste uitdrukking)
    Uitgebreide uitleg

    Gern betekent hier “graag”. Het is een bijwoord en verandert niet met persoon of aantal. Voorbeeld: Ich helfe gern. — “Ik help graag.” Geschehen betekent als werkwoord “gebeuren” of “plaatsvinden”. De vorm is gelijk aan het infinitief en het voltooid deelwoord. In Gern geschehen. maakt het deel uit van een vaste antwoordformule; je moet het hier dus niet vertalen als een gewone mededeling dat iets “gebeurd” is. Samen betekent Gern geschehen. “Graag gedaan.” Het is een vaste, beknopte reactie op een bedankje; de volledige situatie wordt niet als afzonderlijke zin uitgesproken.

Grammatica

Wie geht es dir?

Wie geht es dir?

vie geet es dier?

Hoe gaat het met je?

In deze vaste vraag staat es als formeel onderwerp en dir in de datief: letterlijk ‘hoe gaat het met jou?’

Schön, dich kennenzulernen

Schön, dich kennenzulernen.

sjeun, dich kennen-tsoe-lèrnuh.

Leuk om je te leren kennen.

Na Schön volgt een infinitief met zu. Kennenzulernen is een scheidbare vorm: kennen + zu + lernen.

Duits woordenschat

alle zusammen uitdrukking
alle tsoezaamen iedereen, allemaal samen

Guten Morgen, alle zusammen.

bin werkwoord
bin ben

Ich bin okay.

dich voornaamwoord
dich jou

Schön, dich kennenzulernen.

dir voornaamwoord
dier jou, met jou

Wie geht es dir?

geht werkwoord
geet gaat

Wie geht es dir?

Guten Morgen uitdrukking
goeten morghen Goedemorgen

Guten Morgen, alle zusammen.

Ich voornaamwoord
ich ik

Ich bin okay.

kennenzulernen werkwoord
kennen-tsoe-lèrnuh leren kennen, kennismaken

Schön, dich kennenzulernen.

okay bijvoeglijk naamwoord
ookee oké

Ich bin okay.

Schön bijvoeglijk naamwoord
sjeun leuk, mooi

Schön, dich kennenzulernen.

wie bijwoord
vie hoe

Wie geht es dir?

Wie geht es dir? uitdrukking
vie geet es dier Hoe gaat het met je?

Wie geht es dir?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Goedemorgen, iedereen.

Antwoord tonenGuten Morgen, alle zusammen.

Hoe gaat het met je?

Antwoord tonenWie geht es dir?

Ik ben oké.

Antwoord tonenIch bin okay.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

oké

Antwoord tonenokay

gaat

Antwoord tonengeht

jou

Antwoord tonendich

leuk, mooi

Antwoord tonenSchön