Haasten naar het perron | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During rush hour near a station, two adults hurry to the platform and prepare to board the train together..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Haasten naar het perron oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Straße ist heute wirklich voll.

die sjtraa-suh ist hoy-tuh virk-likh foll. De weg is vandaag echt druk.
B

Die Hauptverkehrszeit hat begonnen.

die howpt-fer-keer-saits hat beh-gon-un. De spits is begonnen.
A

Können wir den nächsten Zug noch erreichen?

keun-un vier deen neks-tun tsoek nog er-rai-khun? Kunnen we de volgende trein nog halen?
B

Das sollten wir schaffen. Der Bahnhof ist gleich da vorne.

das zol-tun vier sjaf-un. deer baan-hof ist glaikh da for-nuh. Dat zou moeten lukken. Het station is vlak voor ons.
A

Ich kann jetzt den Eingang sehen.

ikh kan yetst deen ain-gang zee-un. Ik kan de ingang nu zien.
B

Gehen wir direkt zum Bahnsteig.

gee-un vier di-rekt tsoem baan-shtaik. Laten we meteen naar het perron gaan.
A

Der Zug fährt schon ein.

deer tsoek feert sjoon ain. De trein komt nu al binnen.
B

Bleib dicht bei mir, dann steigen wir zusammen ein.

blaip dikht bai mier, dan shtaig-un vier tsoe-zam-un ain. Blijf dicht bij me, dan stappen we samen in.

Woord voor woord

Die Die betekent hier “de” in Die Straße en hoort bij Straße als onderwerp. Gebruik deze vorm in een beschrijving zoals Die Straße ist heute wirklich voll, bijvoorbeeld wanneer je de toestand van een weg beschrijft.
Straße Straße betekent hier “straat” of “weg”; in Die Straße gaat het om de weg waarop veel verkeer is. Het woord kan als onderwerp staan in Die Straße ist heute wirklich voll wanneer je verkeersdrukte beschrijft.
ist ist betekent hier “is” en verbindt Die Straße met de beschrijving voll. In Die Straße ist heute wirklich voll gebruik je het om de toestand van een straat of weg te beschrijven.
heute heute betekent “vandaag” en geeft aan dat de weg op deze dag druk is. In Die Straße ist heute wirklich voll staat het bij de beschrijving van een actuele situatie, bijvoorbeeld tijdens de ochtendspits.
wirklich wirklich betekent hier “echt” of “werkelijk” en versterkt de beschrijving voll. In Die Straße ist heute wirklich voll gebruik je het wanneer je wilt benadrukken dat iets opvallend druk of vol is.
voll voll betekent hier dat de weg vol of druk is, niet dat hij letterlijk gevuld is met één bepaald voorwerp. In Die Straße ist heute wirklich voll beschrijf je zo een drukke verkeerssituatie.
Hauptverkehrszeit Hauptverkehrszeit betekent “spits” of “drukste verkeersperiode”. In Die Hauptverkehrszeit hat begonnen gebruik je het om aan te geven dat de verkeersdrukteperiode is gestart, bijvoorbeeld wanneer mensen naar hun werk reizen.
hat hat betekent in hat begonnen niet zelfstandig “heeft”, maar helpt samen met begonnen om aan te geven dat iets is begonnen. De combinatie hat begonnen past bij een gebeurtenis die nu relevant is, zoals het begin van de spits.
begonnen begonnen betekent hier “begonnen” en geeft samen met hat aan dat de spits gestart is. In Die Hauptverkehrszeit hat begonnen gebruik je het om het begin van een periode of gebeurtenis te melden.
Können Können betekent hier “kunnen” en vraagt naar de mogelijkheid om de volgende trein nog te halen. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? gebruik je het als vraag wanneer je samen snel moet beslissen.
wir wir betekent “wij” en verwijst naar de twee mensen die samen naar de trein gaan. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? is wir de groep die de trein mogelijk nog kan halen.
den den betekent hier “de” in den nächsten Zug en hoort bij de trein die men nog wil bereiken. De woordgroep den nächsten Zug gebruik je als het doel of object van bereiken.
nächsten nächsten betekent hier “volgende” en bepaalt welke trein bedoeld wordt: den nächsten Zug. In den nächsten Zug gebruik je het om de eerstvolgende trein in een reeks aan te wijzen.
Zug Zug betekent “trein” en is in den nächsten Zug de trein die men nog probeert te halen. De combinatie den nächsten Zug past bij reizen en bij de vraag of je een vertrekkende trein nog bereikt.
noch noch betekent hier “nog” en drukt uit dat het misschien nog op tijd is om de trein te halen. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? gebruik je het om te vragen of een mogelijkheid nog bestaat.
erreichen erreichen betekent hier “bereiken” en krijgt in deze context de betekenis “de trein halen”. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? staat het na Können; gebruik de volledige combinatie met een doel, zoals den nächsten Zug.
Das Das verwijst hier naar de vorige vraag en betekent “dat” in Das sollten wir schaffen. Je gebruikt Das als verwijzing naar een voorgestelde handeling of een situatie waarover je een verwachting uitspreekt.
sollten sollten drukt hier een voorzichtige verwachting uit: het zou moeten lukken. In Das sollten wir schaffen klinkt het als een geruststellend antwoord wanneer je denkt dat jullie de trein nog kunnen halen.
schaffen schaffen betekent hier “het redden” of “erin slagen”, niet zomaar iets maken. In Das sollten wir schaffen gebruik je het om te zeggen dat een doel waarschijnlijk haalbaar is.
Der Der betekent hier “de” in Der Bahnhof en hoort bij Bahnhof als onderwerp. In Der Bahnhof ist gleich da vorne gebruik je deze combinatie om een station aan te wijzen.
Bahnhof Bahnhof betekent “station” en is in Der Bahnhof het station waar de trein vertrekt. Het woord past bij plaatsbeschrijvingen zoals Der Bahnhof ist gleich da vorne wanneer je onderweg de locatie aanwijst.
gleich gleich betekent hier “direct” of “vlakbij” en maakt duidelijk dat het station niet ver meer is. In Der Bahnhof ist gleich da vorne gebruik je het om iemand gerust te stellen over de korte afstand.
da da betekent hier “daar” en wijst naar de plek waar het station zich bevindt. In Der Bahnhof ist gleich da vorne werkt het samen met da vorne om een locatie voor de gesprekspartners aan te wijzen.
vorne vorne betekent hier “voor ons” of “verderop” en beschrijft de richting waarin het station ligt. In da vorne gebruik je het om een plek vóór de gesprekspartners aan te duiden.
Ich Ich betekent “ik” en verwijst naar de persoon die de ingang ziet. In Ich kann jetzt den Eingang sehen gebruik je Ich als spreker wanneer je zelf iets waarneemt.
kann kann betekent hier “kan” en drukt het vermogen uit om de ingang te zien. In Ich kann jetzt den Eingang sehen staat kann samen met een werkwoord dat beschrijft wat je kunt doen.
jetzt jetzt betekent “nu” en geeft aan dat de ingang op dit moment zichtbaar is. In Ich kann jetzt den Eingang sehen gebruik je het om een verandering of actuele waarneming te melden.
Eingang Eingang betekent “ingang” en is het deel van het station dat de spreker nu ziet. In den Eingang sehen gebruik je het als datgene wat zichtbaar is.
sehen sehen betekent “zien” en staat in Ich kann jetzt den Eingang sehen na kann. De combinatie den Eingang sehen gebruik je wanneer je meldt dat je een ingang of andere plek kunt waarnemen.
Gehen Gehen betekent “gaan” en staat aan het begin van Gehen wir direkt zum Bahnsteig als voorstel: “laten we gaan”. Gebruik deze vorm om samen een onmiddellijke route of actie voor te stellen.
direkt direkt betekent hier “rechtstreeks” of “direct” en geeft aan dat ze zonder omweg naar het perron gaan. In Gehen wir direkt zum Bahnsteig gebruik je het om een directe bestemming of route te beschrijven.
zum zum betekent hier “naar het” in zum Bahnsteig en geeft de bestemming aan. Het is de samengevoegde vorm van zu dem; in Gehen wir direkt zum Bahnsteig gebruik je het voor de richting naar het perron.
Bahnsteig Bahnsteig betekent “perron” en is in zum Bahnsteig de bestemming van de twee reizigers. De combinatie zum Bahnsteig past wanneer je iemand naar het juiste perron leidt.
fährt fährt betekent hier niet alleen “rijdt”, maar maakt samen met ein duidelijk dat de trein binnenkomt of het station binnenrijdt. In Der Zug fährt schon ein gebruik je deze werkwoordsvorm wanneer een aankomende trein al aan het binnenrijden is.
schon schon betekent hier “al” en benadrukt dat de trein eerder of sneller dan gewenst binnenkomt. In Der Zug fährt schon ein gebruik je het om te waarschuwen dat er weinig tijd over is.
ein ein is hier het scheidbare deel van einfahren en draagt in Der Zug fährt schon ein bij aan de betekenis “binnenrijden”. Het staat aan het einde van de zin, terwijl fährt eerder in de zin staat; gebruik de combinatie wanneer een trein een station binnenkomt.
Bleib Bleib betekent hier “blijf” en is een directe aansporing om niet weg te lopen van de spreker. In Bleib dicht bei mir gebruik je het wanneer je tijdens drukte of haast iemand dichtbij wilt houden.
dicht dicht betekent hier “dichtbij” en beschrijft de kleine afstand tot de spreker. In Bleib dicht bei mir gebruik je het om iemand te vragen in de buurt te blijven, bijvoorbeeld op een druk perron.
bei bei betekent hier “bij” of “in de buurt van” en geeft aan bij wie iemand moet blijven. In dicht bei mir gebruik je het voor nabijheid tot een persoon.
mir mir betekent hier “mij” in bei mir en verwijst naar de persoon die spreekt. De combinatie bei mir gebruik je wanneer je zegt dat iemand bij jou moet blijven of zich bij jou bevindt.
dann dann betekent “dan” en verbindt de voorwaarde Bleib dicht bei mir met het gevolg dat ze samen instappen. In Bleib dicht bei mir, dann steigen wir zusammen ein gebruik je het om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
steigen steigen betekent hier samen met ein “instappen” in steigen ... ein. In dann steigen wir zusammen ein gebruik je steigen als het werkwoord voor de gezamenlijke actie nadat iemand heeft gezegd dichtbij te blijven.
zusammen zusammen betekent “samen” en maakt duidelijk dat de twee personen gezamenlijk instappen. In steigen wir zusammen ein gebruik je het om aan te geven dat een handeling door meerdere mensen gezamenlijk wordt uitgevoerd.

Grammatica

Scheidbare werkwoorden: einfahren → Der Zug fährt ein.

Der Zug fährt ein.

deer tsoek feert ain.

De trein rijdt binnen.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin achteraan.

Imperatief van bleiben: Bleib!

Bleib vorne!

blaip for-nuh!

Blijf vooraan!

De gebiedende wijs van bleiben voor du is Bleib; het onderwerp du wordt weggelaten.

Duits woordenschat

Bahnhof zelfstandig naamwoord
baan-hof station
beginnen werkwoord
beh-gin-un beginnen begonnen
Eingang zelfstandig naamwoord
ain-gang ingang
erreichen werkwoord
er-rai-khun halen
gleich bijwoord
glaikh vlakbij
Hauptverkehrszeit zelfstandig naamwoord
howpt-fer-keer-saits spits
nächste bijvoeglijk naamwoord
neks-tuh volgende nächsten
schaffen werkwoord
sjaf-un lukken
Straße zelfstandig naamwoord
sjtraa-suh straat
voll bijvoeglijk naamwoord
foll vol
vorne bijwoord
for-nuh vooraan
Zug zelfstandig naamwoord
tsoek trein

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De weg is vandaag echt druk.

Antwoord tonenDie Straße ist heute wirklich voll.

De spits is begonnen.

Antwoord tonenDie Hauptverkehrszeit hat begonnen.

Ik kan de ingang nu zien.

Antwoord tonenIch kann jetzt den Eingang sehen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vol

Antwoord tonenvoll

lukken

Antwoord tonenschaffen

straat

Antwoord tonenStraße

station

Antwoord tonenBahnhof