Haasten naar het perron | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During rush hour near a station, two adults hurry to the platform and prepare to board the train together..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Haasten naar het perron oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Straße ist heute wirklich voll.

die sjtraa-suh ist hoy-tuh virk-likh foll. De weg is vandaag echt druk.
B

Die Hauptverkehrszeit hat begonnen.

die howpt-fer-keer-saits hat beh-gon-un. De spits is begonnen.
A

Können wir den nächsten Zug noch erreichen?

keun-un vier deen neks-tun tsoek nog er-rai-khun? Kunnen we de volgende trein nog halen?
B

Das sollten wir schaffen. Der Bahnhof ist gleich da vorne.

das zol-tun vier sjaf-un. deer baan-hof ist glaikh da for-nuh. Dat zou moeten lukken. Het station is vlak voor ons.
A

Ich kann jetzt den Eingang sehen.

ikh kan yetst deen ain-gang zee-un. Ik kan de ingang nu zien.
B

Gehen wir direkt zum Bahnsteig.

gee-un vier di-rekt tsoem baan-shtaik. Laten we meteen naar het perron gaan.
A

Der Zug fährt schon ein.

deer tsoek feert sjoon ain. De trein komt nu al binnen.
B

Bleib dicht bei mir, dann steigen wir zusammen ein.

blaip dikht bai mier, dan shtaig-un vier tsoe-zam-un ain. Blijf dicht bij me, dan stappen we samen in.

Uitleg van de zinnen

  1. Die Straße ist heute wirklich voll.

    De weg is vandaag echt druk.

    Straße
    weg, straat
    ist
    is
    heute
    vandaag
    wirklich
    echt
    voll
    druk, vol
    Uitgebreide uitleg

    Straße betekent hier “weg”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Straße (enkelvoud), die Straßen (meervoud). In deze zin staat die Straße als onderwerp; Die is hier dus het bepaalde lidwoord bij dit vrouwelijke enkelvoud. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt het werkwoord het onderwerp met de beschrijving voll. heute betekent “vandaag” en geeft aan wanneer de situatie geldt. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Heute arbeite ich. — “Vandaag werk ik.” wirklich betekent “echt” of “werkelijk”. Het versterkt hier de beschrijving voll: de spreker benadrukt dat de weg inderdaad druk is. Voorbeeld: Das ist wirklich wichtig. — “Dat is echt belangrijk.” voll betekent letterlijk “vol”, maar betekent bij een straat in deze zin “druk” of “vol met verkeer”. Het is een bijvoeglijk naamwoord; na sein staat het hier als onveranderde beschrijving: Die Straße ist voll. De vergelijkingsvormen zijn voll, voller, am vollsten (“vol”, “voller”, “het volst”). In deze zin gaat het niet om een expliciete vergelijking, maar om de toestand van de straat. Samen vormen de delen: Die Straße (“de weg”), ist (“is”), heute (“vandaag”), wirklich (“echt”) en voll (“druk”). De volledige betekenis is daarom: “De weg is vandaag echt druk.”

  2. Die Hauptverkehrszeit hat begonnen.

    De spits is begonnen.

    Hauptverkehrszeit
    spits
    begonnen
    begonnen
    Uitgebreide uitleg

    Hauptverkehrszeit betekent hier ‘spits’: de periode waarin het verkeer doorgaans het drukst is. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Hauptverkehrs verwijst naar het hoofdverkeer en Zeit betekent ‘tijd’. Het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht; daarom is het die Hauptverkehrszeit (vrouwelijk), met het meervoud die Hauptverkehrszeiten. begonnen is het voltooid deelwoord van beginnen (‘beginnen’). De relevante vormketen is: beginnen – begann – hat begonnen. In deze zin staat begonnen samen met hat in het Duitse perfectum: hat begonnen betekent dat iets is begonnen en dat dit nu relevant is. Een bruikbaar voorbeeld is: Der Film hat begonnen. — ‘De film is begonnen.’ Samen vormen Die Hauptverkehrszeit hat begonnen de mededeling ‘De spits is begonnen.’ Die verwijst hier grammaticaal naar het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Hauptverkehrszeit; hat begonnen zegt dat het begin heeft plaatsgevonden. De woordvolgorde is dus eerst de periode die begonnen is en daarna de werkwoordelijke vorm die dat begin uitdrukt.

  3. Können wir den nächsten Zug noch erreichen?

    Kunnen we de volgende trein nog halen?

    Können wir
    kunnen we
    den
    de
    nächsten
    volgende
    Zug
    trein
    noch
    nog
    erreichen
    halen
    Uitgebreide uitleg

    Können wir: können betekent hier “kunnen” en wir betekent “we/wij”. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Können wir ...? betekent “Kunnen we ...?”. Het andere werkwoord blijft als infinitief achteraan staan. Voorbeeld: Können wir anfangen? — “Kunnen we beginnen?” den: Dit is het bepaalde lidwoord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de vierde naamval (accusatief). Die naamval markeert Zug als het lijdend voorwerp van erreichen; de vorm contrasteert hier met nominatief der. Het lidwoord drukt op zichzelf geen aantal uit. nächsten: Dit betekent hier “volgende”. Het is de verbogen vorm van nächst; bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de accusatief na den krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en: den nächsten Zug. Voorbeeld: Wir nehmen den nächsten Bus. — “We nemen de volgende bus.” Zug: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier “trein”. De basisvorm is Zug; het meervoud is Züge. In den nächsten Zug is het het lijdend voorwerp van erreichen. noch: Hier betekent het “nog”: op het relevante moment bestaat de mogelijkheid nog steeds. Voorbeeld: Wir können noch warten. — “We kunnen nog wachten.” erreichen: Dit is de infinitief van erreichen. In deze zin betekent het “halen”, in de zin van de trein nog bereiken of nemen. Het werkwoord krijgt het bereikte als lijdend voorwerp: den nächsten Zug erreichen. Na een modaal werkwoord blijft de infinitief achteraan staan. Voorbeeld: Wir können den Zug erreichen. — “We kunnen de trein halen.” Samen vormen de delen de ja-neevraag Können wir den nächsten Zug noch erreichen?: können drukt de mogelijkheid uit, wir is de handelende groep, den nächsten Zug is wat zij willen halen, en noch geeft aan dat dit nog mogelijk is. De vaste betekenis is dus: “Kunnen we de volgende trein nog halen?”

  4. Das sollten wir schaffen. Der Bahnhof ist gleich da vorne.

    Dat zou moeten lukken. Het station is vlak voor ons.

    Das
    dat
    sollten wir
    zouden we moeten
    schaffen
    voor elkaar krijgen; lukken
    Bahnhof
    station
    gleich
    vlakbij; direct
    da vorne
    daar vooraan
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier dat en verwijst naar de situatie of opgave waarover de sprekers het hebben. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord kan das ook naar een hele stand van zaken verwijzen. Hier staat het vooraan als onderwerp van de eerste zin. sollten wir bevat wir, wij, en sollten, een vorm van sollen. In deze zin drukt sollen uit dat iets volgens de verwachting zou moeten lukken. Sollten is bij wir de vorm die hier wordt gebruikt; dezelfde vorm kan in andere contexten ook de verleden tijd van sollen zijn. De vaste combinatie met schaffen geeft hier de betekenis dat zouden we voor elkaar moeten krijgen. Schaffen betekent hier voor elkaar krijgen of erin slagen, niet scheppen of maken. Het is de infinitief na sollten. Een bruikbaar patroon is etwas schaffen: iets voor elkaar krijgen. Voorbeeld: Wir schaffen das. — Wij krijgen dat voor elkaar. Bahnhof betekent station, meer bepaald een treinstation. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Bahnhof; het meervoud is die Bahnhöfe. In Der Bahnhof staat het bepaalde lidwoord der bij dit enkelvoudige mannelijke zelfstandig naamwoord. Der Bahnhof is het onderwerp van de tweede zin. Gleich betekent hier vlakbij of direct; in combinatie met de plaatsaanduiding erna geeft het aan dat het station meteen vooraan ligt. Het woord kan in andere contexten ook een tijdsbetekenis hebben, zoals meteen, maar de combinatie gleich da vorne heeft hier een ruimtelijke lezing. Da vorne betekent daar vooraan. Da wijst naar een plaats en vorne specificeert die als vooraan of vooruit gelegen. Samen vormt dit een bruikbare plaatsaanduiding; de combinatie identificeert niet op zichzelf welk zelfstandig naamwoord de plaats aanduidt. De eerste zin combineert Das als onderwerp met sollten wir ... schaffen: Dat zouden wij voor elkaar moeten krijgen, natuurlijk vertaald als Dat zou moeten lukken. Daarna lokaliseert Der Bahnhof ist gleich da vorne het station als vlak voor ons of direct daar vooraan. Samen zegt de uiting dat het volgens de verwachting zou moeten lukken en dat het station vlak vooraan is.

  5. Ich kann jetzt den Eingang sehen.

    Ik kan de ingang nu zien.

    Ich kann
    ik kan
    jetzt
    nu
    Eingang
    ingang
    sehen
    zien
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan” en vormt samen met het volgende werkwoord een constructie voor mogelijkheid of vermogen. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann, du kannst, sie kann. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats; het andere werkwoord staat aan het einde in de infinitief. Voorbeeld: Ich kann kommen. = “Ik kan komen.” jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Voorbeeld: Ich arbeite jetzt. = “Ik werk nu.” Eingang betekent hier “ingang”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. De basisvorm met bepaald lidwoord is der Eingang; in deze zin staat den Eingang, omdat het de directe aanvulling van sehen is. Voorbeeld: Ich sehe den Eingang. = “Ik zie de ingang.” sehen betekent “zien”. Dit is hier de infinitief die na kann blijft staan. De vervoegde vorm zonder modaal werkwoord is bijvoorbeeld Ich sehe den Eingang. = “Ik zie de ingang.” Met een modaal werkwoord verandert de constructie in Ich kann den Eingang sehen. Samen betekent Ich kann jetzt den Eingang sehen.: “Ik kan de ingang nu zien.” Ich is de spreker, kann drukt de mogelijkheid uit, jetzt geeft het moment aan, den Eingang is wat zichtbaar is, en sehen noemt de handeling. De combinatie Ich kann ... sehen is een herbruikbaar patroon voor “Ik kan ... zien”; bijvoorbeeld Ich kann das Schild sehen. = “Ik kan het bord zien.”

  6. Gehen wir direkt zum Bahnsteig.

    Laten we meteen naar het perron gaan.

    Gehen wir
    laten we gaan
    direkt
    meteen
    Bahnsteig
    perron
    Uitgebreide uitleg

    Gehen wir betekent hier “laten we gaan”. gehen is het werkwoord “gaan” en wir betekent “wij”. De combinatie van werkwoord + wir vormt hier een aansporing in de eerste persoon meervoud: Gehen wir! = “Laten we gaan!”. Vergelijk de mededelende woordvolgorde Wir gehen = “Wij gaan”. direkt betekent hier “meteen”. In dit gebruik is het een bijwoord en blijft het onveranderd. Hetzelfde woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt en krijgt dan een uitgang, bijvoorbeeld ein direkter Weg = “een directe weg”. Dat is een ander gebruik van dezelfde vorm. Bahnsteig betekent “perron”. De basisvorm is der Bahnsteig; het meervoud is die Bahnsteige. In zum Bahnsteig staat het woord in het enkelvoud. zum is de samentrekking van zu dem. zu geeft hier het doel van de beweging aan en wordt met de datief gebruikt. Omdat Bahnsteig mannelijk is, wordt der in deze woordgroep dem; zu dem wordt samengetrokken tot zum. zum Bahnsteig betekent dus “naar het perron”. Als geheel vormen Gehen wir de aansporing, direkt geeft aan dat dit meteen gebeurt en zum Bahnsteig noemt het doel: “Laten we meteen naar het perron gaan.”

  7. Der Zug fährt schon ein.

    De trein komt nu al binnen.

    Zug
    trein
    fährt … ein
    komt binnen
    schon
    al
    Uitgebreide uitleg

    Zug betekent hier “trein”. Het meervoud is Züge; de klinker verandert dus in het meervoud. Voorbeeld: Der Zug ist pünktlich. — “De trein is op tijd.” fährt ... ein is de scheidbare werkwoordconstructie van einfahren, hier met de betekenis “binnenkomen” of, bij een trein, “binnenrijden”. fährt is de tegenwoordige tijd van fahren bij der Zug (derde persoon enkelvoud); fahren is de basisvorm. In een hoofdzin staat het voorvoegsel ein aan het einde: Der Zug fährt ein. — “De trein komt binnen.” In een bijzin blijft het werkwoord bijeen: ..., weil der Zug einfährt. — “... omdat de trein binnenkomt.” schon betekent hier “al” en geeft aan dat het binnenkomen op dit moment al gebeurt. Het drukt in deze zin geen tegenstelling of extra hoeveelheid uit. Vergelijk: Der Zug fährt schon ein. — “De trein komt nu al binnen.” Samen vormen de delen: Der Zug (“de trein”) + fährt ... ein (“komt binnen”) + schon (“al”). De hele zin betekent daarom: “De trein komt nu al binnen.”

  8. Bleib dicht bei mir, dann steigen wir zusammen ein.

    Blijf dicht bij me, dan stappen we samen in.

    Bleib
    blijf
    dicht
    dichtbij
    bei mir
    bij mij
    dann
    dan
    steigen … ein
    instappen
    zusammen
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Bleib is de gebiedende wijs van bleiben (“blijven”) voor één aangesproken persoon. De vorm wordt gebruikt voor een direct verzoek of bevel. Voorbeeld: Bleib hier! — “Blijf hier!” dicht betekent hier “dichtbij” of “vlakbij”. In dicht bei + persoon geeft het aan dat iemand zich op korte afstand van die persoon bevindt. Voorbeeld: Das Café ist dicht bei der Schule. — “Het café is vlak bij de school.” bei mir betekent “bij mij”. bei neemt hier de datief, en mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich: ich → mir. De combinatie noemt dus de persoon bij wie iemand moet blijven. dann betekent hier “dan” of “daarna”. Het leidt de volgende handeling in; het drukt hier niet zelfstandig een voorwaarde uit. Voorbeeld: Dann steigen wir ein. — “Dan stappen we in.” steigen ... ein komt van het scheidbare werkwoord einsteigen (“instappen”). In de tegenwoordige tijd staat het vervoegde deel steigen in de hoofdzin op de tweede zinsplaats en staat het voorvoegsel ein aan het einde: wir steigen ... ein. steigen is hier de vorm bij wir; de hele combinatie betekent “instappen”. De vorige contextzin bevat niet hetzelfde werkwoord: fährt ... ein hoort bij einfahren (“binnenrijden”), terwijl steigen ... ein bij einsteigen (“instappen”) hoort. Ze delen wel het voorvoegsel ein, maar hebben een andere stam en betekenis. zusammen betekent “samen”: de handeling wordt gezamenlijk uitgevoerd. Het verandert de persoonsvorm niet; steigen blijft de vorm bij het onderwerp wir. De eerste deelzin Bleib dicht bei mir is een aansporing: “Blijf dicht bij me.” Daarna geeft dann de volgende handeling aan. In steigen wir zusammen ein staat dann op de eerste zinsplaats, waardoor de persoonsvorm steigen vóór het onderwerp wir staat; ein blijft aan het einde. Samen betekent de hele uiting: “Blijf dicht bij me, dan stappen we samen in.”

Grammatica

Scheidbare werkwoorden: einfahren → Der Zug fährt ein.

Der Zug fährt ein.

deer tsoek feert ain.

De trein rijdt binnen.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin achteraan.

Imperatief van bleiben: Bleib!

Bleib vorne!

blaip for-nuh!

Blijf vooraan!

De gebiedende wijs van bleiben voor du is Bleib; het onderwerp du wordt weggelaten.

Duits woordenschat

Bahnhof zelfstandig naamwoord
baan-hof station
beginnen werkwoord
beh-gin-un beginnen begonnen
Eingang zelfstandig naamwoord
ain-gang ingang
erreichen werkwoord
er-rai-khun halen
gleich bijwoord
glaikh vlakbij
Hauptverkehrszeit zelfstandig naamwoord
howpt-fer-keer-saits spits
nächste bijvoeglijk naamwoord
neks-tuh volgende nächsten
schaffen werkwoord
sjaf-un lukken
Straße zelfstandig naamwoord
sjtraa-suh straat
voll bijvoeglijk naamwoord
foll vol
vorne bijwoord
for-nuh vooraan
Zug zelfstandig naamwoord
tsoek trein

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De weg is vandaag echt druk.

Antwoord tonenDie Straße ist heute wirklich voll.

De spits is begonnen.

Antwoord tonenDie Hauptverkehrszeit hat begonnen.

Ik kan de ingang nu zien.

Antwoord tonenIch kann jetzt den Eingang sehen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vol

Antwoord tonenvoll

lukken

Antwoord tonenschaffen

straat

Antwoord tonenStraße

station

Antwoord tonenBahnhof