Die
Die betekent hier “de” in Die Straße en hoort bij Straße als onderwerp. Gebruik deze vorm in een beschrijving zoals Die Straße ist heute wirklich voll, bijvoorbeeld wanneer je de toestand van een weg beschrijft.
Straße
Straße betekent hier “straat” of “weg”; in Die Straße gaat het om de weg waarop veel verkeer is. Het woord kan als onderwerp staan in Die Straße ist heute wirklich voll wanneer je verkeersdrukte beschrijft.
ist
ist betekent hier “is” en verbindt Die Straße met de beschrijving voll. In Die Straße ist heute wirklich voll gebruik je het om de toestand van een straat of weg te beschrijven.
heute
heute betekent “vandaag” en geeft aan dat de weg op deze dag druk is. In Die Straße ist heute wirklich voll staat het bij de beschrijving van een actuele situatie, bijvoorbeeld tijdens de ochtendspits.
wirklich
wirklich betekent hier “echt” of “werkelijk” en versterkt de beschrijving voll. In Die Straße ist heute wirklich voll gebruik je het wanneer je wilt benadrukken dat iets opvallend druk of vol is.
voll
voll betekent hier dat de weg vol of druk is, niet dat hij letterlijk gevuld is met één bepaald voorwerp. In Die Straße ist heute wirklich voll beschrijf je zo een drukke verkeerssituatie.
Hauptverkehrszeit
Hauptverkehrszeit betekent “spits” of “drukste verkeersperiode”. In Die Hauptverkehrszeit hat begonnen gebruik je het om aan te geven dat de verkeersdrukteperiode is gestart, bijvoorbeeld wanneer mensen naar hun werk reizen.
hat
hat betekent in hat begonnen niet zelfstandig “heeft”, maar helpt samen met begonnen om aan te geven dat iets is begonnen. De combinatie hat begonnen past bij een gebeurtenis die nu relevant is, zoals het begin van de spits.
begonnen
begonnen betekent hier “begonnen” en geeft samen met hat aan dat de spits gestart is. In Die Hauptverkehrszeit hat begonnen gebruik je het om het begin van een periode of gebeurtenis te melden.
Können
Können betekent hier “kunnen” en vraagt naar de mogelijkheid om de volgende trein nog te halen. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? gebruik je het als vraag wanneer je samen snel moet beslissen.
wir
wir betekent “wij” en verwijst naar de twee mensen die samen naar de trein gaan. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? is wir de groep die de trein mogelijk nog kan halen.
den
den betekent hier “de” in den nächsten Zug en hoort bij de trein die men nog wil bereiken. De woordgroep den nächsten Zug gebruik je als het doel of object van bereiken.
nächsten
nächsten betekent hier “volgende” en bepaalt welke trein bedoeld wordt: den nächsten Zug. In den nächsten Zug gebruik je het om de eerstvolgende trein in een reeks aan te wijzen.
Zug
Zug betekent “trein” en is in den nächsten Zug de trein die men nog probeert te halen. De combinatie den nächsten Zug past bij reizen en bij de vraag of je een vertrekkende trein nog bereikt.
noch
noch betekent hier “nog” en drukt uit dat het misschien nog op tijd is om de trein te halen. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? gebruik je het om te vragen of een mogelijkheid nog bestaat.
erreichen
erreichen betekent hier “bereiken” en krijgt in deze context de betekenis “de trein halen”. In Können wir den nächsten Zug noch erreichen? staat het na Können; gebruik de volledige combinatie met een doel, zoals den nächsten Zug.
Das
Das verwijst hier naar de vorige vraag en betekent “dat” in Das sollten wir schaffen. Je gebruikt Das als verwijzing naar een voorgestelde handeling of een situatie waarover je een verwachting uitspreekt.
sollten
sollten drukt hier een voorzichtige verwachting uit: het zou moeten lukken. In Das sollten wir schaffen klinkt het als een geruststellend antwoord wanneer je denkt dat jullie de trein nog kunnen halen.
schaffen
schaffen betekent hier “het redden” of “erin slagen”, niet zomaar iets maken. In Das sollten wir schaffen gebruik je het om te zeggen dat een doel waarschijnlijk haalbaar is.
Der
Der betekent hier “de” in Der Bahnhof en hoort bij Bahnhof als onderwerp. In Der Bahnhof ist gleich da vorne gebruik je deze combinatie om een station aan te wijzen.
Bahnhof
Bahnhof betekent “station” en is in Der Bahnhof het station waar de trein vertrekt. Het woord past bij plaatsbeschrijvingen zoals Der Bahnhof ist gleich da vorne wanneer je onderweg de locatie aanwijst.
gleich
gleich betekent hier “direct” of “vlakbij” en maakt duidelijk dat het station niet ver meer is. In Der Bahnhof ist gleich da vorne gebruik je het om iemand gerust te stellen over de korte afstand.
da
da betekent hier “daar” en wijst naar de plek waar het station zich bevindt. In Der Bahnhof ist gleich da vorne werkt het samen met da vorne om een locatie voor de gesprekspartners aan te wijzen.
vorne
vorne betekent hier “voor ons” of “verderop” en beschrijft de richting waarin het station ligt. In da vorne gebruik je het om een plek vóór de gesprekspartners aan te duiden.
Ich
Ich betekent “ik” en verwijst naar de persoon die de ingang ziet. In Ich kann jetzt den Eingang sehen gebruik je Ich als spreker wanneer je zelf iets waarneemt.
kann
kann betekent hier “kan” en drukt het vermogen uit om de ingang te zien. In Ich kann jetzt den Eingang sehen staat kann samen met een werkwoord dat beschrijft wat je kunt doen.
jetzt
jetzt betekent “nu” en geeft aan dat de ingang op dit moment zichtbaar is. In Ich kann jetzt den Eingang sehen gebruik je het om een verandering of actuele waarneming te melden.
Eingang
Eingang betekent “ingang” en is het deel van het station dat de spreker nu ziet. In den Eingang sehen gebruik je het als datgene wat zichtbaar is.
sehen
sehen betekent “zien” en staat in Ich kann jetzt den Eingang sehen na kann. De combinatie den Eingang sehen gebruik je wanneer je meldt dat je een ingang of andere plek kunt waarnemen.
Gehen
Gehen betekent “gaan” en staat aan het begin van Gehen wir direkt zum Bahnsteig als voorstel: “laten we gaan”. Gebruik deze vorm om samen een onmiddellijke route of actie voor te stellen.
direkt
direkt betekent hier “rechtstreeks” of “direct” en geeft aan dat ze zonder omweg naar het perron gaan. In Gehen wir direkt zum Bahnsteig gebruik je het om een directe bestemming of route te beschrijven.
zum
zum betekent hier “naar het” in zum Bahnsteig en geeft de bestemming aan. Het is de samengevoegde vorm van zu dem; in Gehen wir direkt zum Bahnsteig gebruik je het voor de richting naar het perron.
Bahnsteig
Bahnsteig betekent “perron” en is in zum Bahnsteig de bestemming van de twee reizigers. De combinatie zum Bahnsteig past wanneer je iemand naar het juiste perron leidt.
fährt
fährt betekent hier niet alleen “rijdt”, maar maakt samen met ein duidelijk dat de trein binnenkomt of het station binnenrijdt. In Der Zug fährt schon ein gebruik je deze werkwoordsvorm wanneer een aankomende trein al aan het binnenrijden is.
schon
schon betekent hier “al” en benadrukt dat de trein eerder of sneller dan gewenst binnenkomt. In Der Zug fährt schon ein gebruik je het om te waarschuwen dat er weinig tijd over is.
ein
ein is hier het scheidbare deel van einfahren en draagt in Der Zug fährt schon ein bij aan de betekenis “binnenrijden”. Het staat aan het einde van de zin, terwijl fährt eerder in de zin staat; gebruik de combinatie wanneer een trein een station binnenkomt.
Bleib
Bleib betekent hier “blijf” en is een directe aansporing om niet weg te lopen van de spreker. In Bleib dicht bei mir gebruik je het wanneer je tijdens drukte of haast iemand dichtbij wilt houden.
dicht
dicht betekent hier “dichtbij” en beschrijft de kleine afstand tot de spreker. In Bleib dicht bei mir gebruik je het om iemand te vragen in de buurt te blijven, bijvoorbeeld op een druk perron.
bei
bei betekent hier “bij” of “in de buurt van” en geeft aan bij wie iemand moet blijven. In dicht bei mir gebruik je het voor nabijheid tot een persoon.
mir
mir betekent hier “mij” in bei mir en verwijst naar de persoon die spreekt. De combinatie bei mir gebruik je wanneer je zegt dat iemand bij jou moet blijven of zich bij jou bevindt.
dann
dann betekent “dan” en verbindt de voorwaarde Bleib dicht bei mir met het gevolg dat ze samen instappen. In Bleib dicht bei mir, dann steigen wir zusammen ein gebruik je het om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
steigen
steigen betekent hier samen met ein “instappen” in steigen ... ein. In dann steigen wir zusammen ein gebruik je steigen als het werkwoord voor de gezamenlijke actie nadat iemand heeft gezegd dichtbij te blijven.
zusammen
zusammen betekent “samen” en maakt duidelijk dat de twee personen gezamenlijk instappen. In steigen wir zusammen ein gebruik je het om aan te geven dat een handeling door meerdere mensen gezamenlijk wordt uitgevoerd.