Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een kwijtgeraakt notitieboek vinden en in een rugzak bewaren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Mein Notizbuch ist weg.
mijn no-TIETS-boegh ist vek. Mijn notitieboek is weg.Es liegt vielleicht auf dem Tisch.
es liekt fie-lajcht auf deem tish. Het ligt misschien op de tafel.Ich habe dort schon nachgesehen.
ich HAA-buh dort sjoon NAA-ch-geh-ZEE-un. Ik heb daar al gekeken.Schau unter deiner blauen Tasche nach.
sjau OEN-ter doj-ner blau-un TASjuh naa-ch. Kijk onder je blauwe tas.Ich habe es unter der Tasche gefunden.
ich HAA-buh es OEN-ter deer TASjuh geh-FOEN-dun. Ik heb het onder de tas gevonden.Steck es jetzt in deinen Rucksack.
sjtek es jetst in DAAI-nun ROEK-zak. Doe het nu in je rugzak.Ich bewahre es im vorderen Fach auf.
ich buh-VAA-ruh es im FOR-duh-run fach auf. Ik bewaar het in het voorvak.Benutze das Hauptfach, dann findest du es leicht.
buh-NOET-suh das HAUPT-fach, dan FEN-dust doe es laicht. Gebruik het hoofdvak, dan vind je het makkelijk.Uitleg van de zinnen
Mein Notizbuch ist weg.
Mijn notitieboek is weg.
- Mein
- mijn
- Notizbuch
- notitieboek
- ist
- is
- weg
- weg
Uitgebreide uitleg
Mein betekent hier “mijn” en is de bezittelijke vorm bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord met onzijdig grammaticaal geslacht: das Notizbuch. Bij andere combinaties kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld meine Tasche (“mijn tas”). De vorm drukt bezit of verbondenheid uit; ze zegt op zichzelf niet wie de eigenaar is buiten de spreker. Notizbuch betekent “notitieboek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Notizbuch. Het meervoud is Notizbücher; de klinker verandert daarbij ook. Voorbeeld: Das Notizbuch ist neu. — “Het notitieboek is nieuw.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Deze vorm wordt gebruikt met een enkelvoudig onderwerp, zoals Das Notizbuch ist .... Andere belangrijke vormen zijn bin bij ich en sind bij wir, sie en Sie. Voorbeeld: Das Buch ist hier. — “Het boek is hier.” weg betekent hier dat iets niet meer op zijn plaats is of niet aanwezig is: “weg”. Het is een bijvoeglijk gebruikt woord in de combinatie ist weg. Het tegenovergestelde is vaak da of hier, afhankelijk van de bedoelde tegenstelling. Voorbeeld: Mein Schlüssel ist weg. — “Mijn sleutel is weg.” Samen vormen de delen Mein Notizbuch ist weg. de betekenis “Mijn notitieboek is weg.” Mein Notizbuch is het enkelvoudige onderwerp, ist verbindt dat onderwerp met de toestand weg, en de hele zin beschrijft dus de huidige afwezigheid of het niet-op-de-plaats-zijn van het notitieboek.
Es liegt vielleicht auf dem Tisch.
Het ligt misschien op de tafel.
- Es
- het
- liegt
- ligt
- vielleicht
- misschien
- Tisch
- tafel
Uitgebreide uitleg
Es betekent hier “het” en verwijst in deze context naar het notitieboek. Het is een persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud; de vorm es past bij het onzijdige Duitse woord Notizbuch. Het voornaamwoord staat hier als onderwerp. liegt komt van liegen (“liggen”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: ich liege, du liegst, er/sie/es liegt. De vorm zegt hier dat het bedoelde voorwerp liggend op een plaats is. Voorbeeld: Das Buch liegt auf dem Tisch. — “Het boek ligt op de tafel.” vielleicht betekent “misschien” en maakt de uitspraak onzeker: de spreker presenteert de plaats als een mogelijkheid, niet als een zekerheid. Het hoort bij de hele bewering over waar het voorwerp ligt. Tisch betekent “tafel”. De basisvorm is der Tisch. In auf dem Tisch verandert vooral het lidwoord: der wordt dem omdat auf hier een vaste plaats aanduidt en dus de datief gebruikt; het zelfstandig naamwoord Tisch zelf krijgt geen andere vorm. Bij beweging naar de tafel staat na auf juist de accusatief: Ich lege das Buch auf den Tisch. — “Ik leg het boek op de tafel.” In het vaste voorbeeld gaat het niet om beweging naar de tafel, maar om de locatie waar iets ligt. Samen vormen de delen Es liegt (“het ligt”), vielleicht (“misschien”) en auf dem Tisch (“op de tafel”) de betekenis: “Het ligt misschien op de tafel.” De context ondersteunt dat es naar het notitieboek verwijst; de zin zegt alleen dat de spreker de mogelijkheid noemt dat het daar ligt.
Ich habe dort schon nachgesehen.
Ik heb daar al gekeken.
- Ich habe
- ik heb
- dort
- daar
- schon
- al
- nachgesehen
- gekeken
Uitgebreide uitleg
Ich habe: Ich betekent “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich; hier werkt het als hulpwerkwoord. Samen met een voltooid deelwoord vormt het het Duitse perfectum: Ich habe ... nachgesehen = “Ik heb ... gekeken/gecontroleerd”. dort: betekent hier “daar” en verwijst naar een plaats. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Voor een tegenstelling met “daar” gebruik je vaak hier (“hier”). schon: betekent hier “al”: de handeling was op het bedoelde moment reeds uitgevoerd. Het is niet hetzelfde als noch (“nog”), zoals in Ich habe noch nicht nachgesehen — “Ik heb nog niet gekeken.” nachgesehen: dit is het voltooid deelwoord van nachsehen, hier in de betekenis “kijken/controleren”. Het werkwoord is scheidbaar: in een hoofdzin kan het bijvoorbeeld worden opgesplitst als Ich sehe dort nach — “Ik kijk daar.” In het perfectum staat het volledige deelwoord achteraan: Ich habe dort nachgesehen. De hele zin bouwt dus op als Ich habe + plaats (dort) + tijdsbepaling (schon) + voltooid deelwoord (nachgesehen): “Ik heb daar al gekeken.”
Schau unter deiner blauen Tasche nach.
Kijk onder je blauwe tas.
- Schau … nach
- kijk na / controleer
- unter
- onder
- deiner
- je / jouw
- blauen
- blauwe
- Tasche
- tas
Uitgebreide uitleg
Schau … nach is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord nachschauen voor du: “kijk na” of “controleer”. In deze vorm staat Schau vooraan en staat het scheidbare deel nach achteraan. Herbruikbaar patroon: Schau + plaatsbepaling + nach. Voorbeeld: Schau im Schrank nach. — “Kijk in de kast.” unter betekent hier “onder” en geeft de plaats aan waar gecontroleerd moet worden. Bij een vaste plaats gebruikt het Duits na unter de datief; bij beweging naar een plaats kan de accusatief worden gebruikt. Voorbeeld: Das Buch liegt unter dem Tisch. — “Het boek ligt onder de tafel.” deiner betekent hier “je/jouw”. Het is de datief enkelvoud vrouwelijk van de bezittelijke bepaler dein-. De vorm wordt hier bepaald door de vaste plaats na unter en door het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Tasche. Een bezittelijke vorm stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op de eigenaar. Vergelijk deine Tasche met unter deiner Tasche. blauen betekent “blauwe”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord blau. Na de bezittelijke bepaler deiner krijgt het in deze datiefgroep de uitgang -en. Voorbeeld: unter einer blauen Lampe — “onder een blauwe lamp.” Tasche betekent “tas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche. Hier staat het in het enkelvoud en in de datief, omdat het deel uitmaakt van de vaste plaatsbepaling na unter. unter deiner blauen Tasche betekent als geheel “onder je blauwe tas”. Samen vormen Schau en het afgescheiden nach de opdracht “kijk na” of “controleer”. unter deiner blauen Tasche zegt waar gecontroleerd moet worden. De volledige uiting betekent dus: “Kijk onder je blauwe tas.”
Ich habe es unter der Tasche gefunden.
Ik heb het onder de tas gevonden.
- Ich habe
- ik heb
- es
- het
- unter
- onder
- Tasche
- tas
- gefunden
- gevonden
Uitgebreide uitleg
Ich habe betekent hier niet dat de spreker iets bezit. habe is de eerste persoon enkelvoud van haben en dient als hulpwerkwoord in de Duitse voltooide tijd. Het patroon is: ich habe + voltooid deelwoord. Bijvoorbeeld: Ich habe gelernt. — Ik heb geleerd. es is hier het persoonlijk voornaamwoord voor het lijdend voorwerp: “het”. De vorm es kan in het Duits zowel voor het onderwerp als voor een lijdend voorwerp in het onzijdig enkelvoud staan; de concrete verwijzing wordt hier niet door de vorm zelf bepaald. unter betekent hier “onder”. Dit voorzetsel kan met verschillende naamvallen worden gebruikt. Bij een plaats waar iets zich bevindt, staat het vaak met de datief; bij een beweging naar een plaats vaak met de accusatief. In unter der Tasche gaat het om een vindplaats, niet om een beweging ernaartoe. Tasche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche — de tas. In de datief enkelvoud wordt het lidwoord der: unter der Tasche — onder de tas. gefunden is het voltooid deelwoord van finden — vinden. Samen met habe vormt het de voltooide tijd: Ich habe ... gefunden — Ik heb ... gevonden. In een hoofdzin staat het hulpwerkwoord op de tweede positie en het voltooid deelwoord aan het einde. Vergelijk: Ich finde es. — Ik vind het. Als geheel bestaat de zin uit de handelende persoon Ich, het lijdend voorwerp es, de plaatsbepaling unter der Tasche en de voltooide handeling habe ... gefunden. Daarom betekent Ich habe es unter der Tasche gefunden.: “Ik heb het onder de tas gevonden.”
Steck es jetzt in deinen Rucksack.
Doe het nu in je rugzak.
- Steck
- doe erin
- es
- het
- jetzt
- nu
- in
- in
- deinen
- jouw
- Rucksack
- rugzak
Uitgebreide uitleg
Steck is de gebiedende wijs van stecken voor één persoon die met du wordt aangesproken. Hier betekent het “doe erin” of “steek erin”. Het onderwerp du staat niet apart in deze gebiedende zin. Voorbeeld: Steck das Buch ein! — “Stop het boek erin!” es is hier het onzijdige persoonlijke voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), met de betekenis “het”. De vaste vertaling en de context ondersteunen dat het verwijst naar het voorwerp dat eerder gevonden en daarna bewaard wordt. De vorm es hoort bij een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord; bij een mannelijk of vrouwelijk antecedent gebruikt het Duits in deze functie een andere vorm, zoals ihn of sie. jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. in kan in het Duits zowel met de vierde als met de derde naamval staan. Bij een beweging naar binnen, zoals hier, staat de vierde naamval: iets wordt ergens in geplaatst. Bij een plaats zonder beweging staat de derde naamval: Es ist im Rucksack. — “Het is in de rugzak.” deinen is de bezittelijke bepaler bij du: “jouw”. Deze vorm is mannelijk enkelvoud in de vierde naamval, omdat hij bij Rucksack hoort. De vierde naamval wordt hier veroorzaakt door de beweging naar binnen na in, niet door het bezit zelf. Vergelijk dein Rucksack als onderwerp met in deinem Rucksack voor een plaats zonder beweging, en in deinen Rucksack voor beweging naar binnen. Rucksack betekent “rugzak”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Rucksack; het meervoud is die Rucksäcke. Samen vormt Steck es jetzt in deinen Rucksack de gebiedende zin “Doe het nu in je rugzak.” Steck geeft de opdracht, es is het voorwerp, jetzt geeft het tijdstip aan, en in deinen Rucksack beschrijft de bestemming van de beweging. De zin gebruikt de directe, alledaagse aanspreekvorm voor één persoon.
Ich bewahre es im vorderen Fach auf.
Ik bewaar het in het voorvak.
- Ich
- ik
- bewahre … auf
- bewaren
- es
- het
- im
- in het
- vorderen
- voorste
- Fach
- vak
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp van de zin. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. = “Ik leer Duits.” bewahre ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufbewahren: “bewaren”. In de tegenwoordige tijd is de vorm bij ich bewahre; het voorvoegsel auf staat in deze hoofdzin achteraan. Patroon: Ich bewahre ... auf. = “Ik bewaar ...”. Voorbeeld: Ich bewahre den Schlüssel auf. = “Ik bewaar de sleutel.” es is het persoonlijk voornaamwoord voor een onzijdig enkelvoudig lijdend voorwerp; hier betekent het “het”. De vorm is in de accusatief hetzelfde als in de nominatief. Het verwijst hier naar het voorwerp dat wordt bewaard, zonder dat de zin het nader benoemt. im is de samentrekking van in dem. Hier geeft het een plaats aan, dus staat in met de datief: “in het”. Bij een beweging naar een plaats kan in in andere zinnen de accusatief gebruiken; hier gaat het om de locatie waar het voorwerp wordt bewaard. vorderen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord vorder, “voorste”. Het beschrijft Fach. Omdat im hier in dem is en Fach onzijdig enkelvoud in de datief staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord na het bepaalde lidwoord de uitgang -en: in dem vorderen Fach. De tegenstelling is hintere = “achterste”. Voorbeeld: Das vordere Fach ist leer. = “Het voorste vak is leeg.” Fach betekent “vak” of “compartiment”, bijvoorbeeld een vak in een tas. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Fach. In deze zin staat het na in dem in de datief: im Fach = “in het vak”. Het meervoud is Fächer. Samen betekent Ich bewahre es im vorderen Fach auf.: “Ik bewaar het in het voorvak.” De plaatsbepaling im vorderen Fach zegt waar het bewaren gebeurt; bewahre ... auf vormt het werkwoordelijke geheel, en es is wat wordt bewaard. Deze formulering is neutraal en bruikbaar voor het beschrijven van de plaats van een voorwerp in een tas of ander opbergmeubel.
Benutze das Hauptfach, dann findest du es leicht.
Gebruik het hoofdvak, dan vind je het makkelijk.
- Benutze
- gebruik
- Hauptfach
- hoofdvak
- dann
- dan
- findest
- vindt
- es
- het
- leicht
- makkelijk
Uitgebreide uitleg
Benutze is de gebiedende wijs van benutzen (“gebruiken”) voor du. Het patroon Benutze ...! geeft een directe instructie aan één aangesproken persoon. Hauptfach betekent hier “hoofdvak”. Het is een samenstelling van Haupt (“hoofd-”) en Fach (“vak” of “compartiment”). Als zelfstandig naamwoord is het onzijdig: das Hauptfach. dann betekent “dan” en geeft hier aan wat daarna gebeurt. In dann findest du ... staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats, omdat dann als eerste zinsdeel staat. Dit is een hoofdzin en geen vraag. findest is de tegenwoordige-tijdsvorm van finden (“vinden”) bij du: du findest. De uitgang -st hoort bij de tweede persoon enkelvoud. De klinker blijft in deze vorm i; er is hier geen zichtbare klinkerwisseling. Voorbeeld: Du findest den Schlüssel. — “Je vindt de sleutel.” es is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, onzijdig. Hier betekent het “het”, in overeenstemming met de vaste vertaling. De precieze zaak waarnaar het verwijst wordt in de aangeleverde zinnen niet benoemd. In du findest es is es het lijdend voorwerp van finden. leicht betekent hier “makkelijk”. In etwas leicht finden beschrijft het niet letterlijk de manier waarop je zoekt, maar hoe gemakkelijk je iets vindt: je ervaart of beoordeelt het vinden als gemakkelijk. Als bijvoeglijk naamwoord kan dezelfde vorm vóór een zelfstandig naamwoord verbuigen, bijvoorbeeld ein leichtes Fach — “een makkelijk vak/compartiment”. Als predicatieve aanvulling na finden blijft leicht onverbuigd. Samen vormt Benutze das Hauptfach de instructie “Gebruik het hoofdvak”. Dann findest du es leicht geeft het daaropvolgende resultaat en betekent hier “dan vind je het makkelijk” of natuurlijker “dan vind je het gemakkelijk”. De volledige betekenis is: “Gebruik het hoofdvak, dan vind je het makkelijk.”
Grammatica
aufbewahren: bewahre ... auf
Ich bewahre das Notizbuch im Rucksack auf.
ich buh-VAA-ruh das no-TIETS-boegh im ROEK-zak auf.Ik bewaar het notitieboek in de rugzak.
Bij een scheidbaar werkwoord staat auf aan het einde van de zin.
im + vorderen Fach
Das Notizbuch liegt im vorderen Fach.
das no-TIETS-boegh liekt im FOR-duh-run fach.Het notitieboek ligt in het voorste vak.
Na im krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en: im vorderen Fach.
Duits woordenschat
Schau unter deiner blauen Tasche nach.
Ich habe es unter der Tasche gefunden.
Es liegt vielleicht auf dem Tisch.
Ich habe dort schon nachgesehen.
Mein Notizbuch ist weg.
Schau unter deiner blauen Tasche nach.
Steck es jetzt in deinen Rucksack.
Schau unter deiner blauen Tasche nach.
Es liegt vielleicht auf dem Tisch.
Schau unter deiner blauen Tasche nach.
Es liegt vielleicht auf dem Tisch.
Mein Notizbuch ist weg.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Mijn notitieboek is weg.
Antwoord tonen
Mein Notizbuch ist weg.Het ligt misschien op de tafel.
Antwoord tonen
Es liegt vielleicht auf dem Tisch.Ik heb daar al gekeken.
Antwoord tonen
Ich habe dort schon nachgesehen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
nakijken
Antwoord tonen
nachgesehenmisschien
Antwoord tonen
vielleichtkijken
Antwoord tonen
Schauonder