Een korte pauze nemen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a quiet break area, two adults choose a chair, get water, and rest for a short break..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte pauze nemen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin müde.

Isj bin muu-duh. Ik ben moe.
B

Machen wir eine kurze Pause.

Magh-un wier aj-nuh koert-suh pau-zuh. Laten we een korte pauze nemen.
A

Ist dieser Stuhl frei?

Ist die-zuh sjtoel fraai? Is deze stoel vrij?
B

Du kannst hier sitzen.

Doe kanst hie-uh zit-suh. Je kunt hier zitten.
A

Ich habe einen kleinen Snack für die Pause mitgebracht.

Isj haa-buh aj-nun klaj-nun snek fuu-uh die pau-zuh mit-guh-bracht. Ik heb een kleine snack voor de pauze meegenomen.
B

Ich hole etwas Wasser.

Isj hoo-luh et-vas vas-uh. Ik haal wat water.
A

Hier ist es ruhig.

Hie-uh ist es roe-iesj. Het is hier rustig.
B

Dann können wir uns hier kurz ausruhen.

Dan keunuh wie-uh oens hie-uh koerts aus-roeh-un. Dan kunnen we hier even uitrusten.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich bin müde.

    Ik ben moe.

    Ich bin
    ik ben
    müde
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin betekent hier “ik ben”. Ich is de eerste-persoons enkelvoudige persoonlijke vorm: de spreker verwijst naar zichzelf. bin is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij ich; de relevante vormen zijn bijvoorbeeld ich bin, du bist en er/sie ist. Voorbeeld: Ich bin zu Hause. — “Ik ben thuis.” müde betekent hier “moe”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als naamwoordelijk deel van het gezegde staat. In deze positie krijgt het in het Duits geen uitgang voor het enkelvoud of voor het geslacht van de spreker. De vergelijkingsvormen zijn müde — “moe”, müder — “moeër” en am müdesten — “het moeist”. Voorbeeld: Sie ist müde. — “Zij is moe.” Samen vormen Ich bin müde. de eenvoudige structuur onderwerp + vorm van sein + bijvoeglijk naamwoord: “Ik ben moe.” De zin beschrijft de toestand van de spreker op het moment van spreken.

  2. Machen wir eine kurze Pause.

    Laten we een korte pauze nemen.

    Machen wir
    laten we …
    kurze
    korte
    Pause
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    Machen wir is een herbruikbare Duitse voorstelconstructie: het werkwoord staat vooraan en wir is het onderwerp. De betekenis is hier “laten we …”. Bijvoorbeeld: Gehen wir nach Hause. — “Laten we naar huis gaan.” kurze betekent hier “korte”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is kurz. In eine kurze Pause krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e: Pause is vrouwelijk en de naamwoordgroep staat in de vierde naamval, na het onbepaalde lidwoord eine. Pause betekent “pauze” en is vrouwelijk: die Pause. Hier staat Pause in de vierde naamval omdat het het directe object is van machen in deze constructie. Bijvoorbeeld: Die Pause beginnt. — “De pauze begint.” Samen vormen Machen wir en eine kurze Pause de betekenis: “Laten we een korte pauze nemen.” Het Duits gebruikt hier machen, terwijl het Nederlands natuurlijk nemen gebruikt. De zin formuleert een voorstel om een korte onderbreking te houden.

  3. Ist dieser Stuhl frei?

    Is deze stoel vrij?

    Ist
    is
    dieser
    deze
    Stuhl
    stoel
    frei
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    Ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein = zijn, ist = is. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Ist ...? betekent hier “Is ...?” Voorbeeld: Ist das neu? = “Is dat nieuw?” dieser betekent hier “deze” en staat vóór Stuhl. Het is de mannelijke, enkelvoudige nominatiefvorm van het aanwijzende woord dies-: dieser (mannelijk), diese (vrouwelijk of meervoud), dieses (onzijdig). De vorm wordt hier gekozen omdat Stuhl mannelijk en het onderwerp van de vraag is. Voorbeeld: Dieser Tisch ist frei. = “Deze tafel is vrij.” Stuhl betekent “stoel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stuhl; het meervoud is die Stühle. In het meervoud verandert de klinker bovendien door de umlaut. Voorbeeld: Der Stuhl ist neu. = “De stoel is nieuw.” frei betekent hier “vrij” of “niet bezet”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein zelfstandig naamwoordelijk gezegde is en daarom geen uitgang krijgt: Der Stuhl ist frei. Voorbeeld: Der Platz ist frei. = “De plaats is vrij.” Samen vormen de delen de vraag Ist dieser Stuhl frei?: “Is deze stoel vrij?” De vorm Ist ...? maakt er een ja-neevraag van; dieser Stuhl is het onderwerp en frei beschrijft de toestand van de stoel.

  4. Du kannst hier sitzen.

    Je kunt hier zitten.

    Du kannst
    je kunt
    hier
    hier
    sitzen
    zitten
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst: du is the informal singular “you”. kannst is the present-tense second-person singular form of können (“can, be able to”): ich kann, du kannst, wir können. Here it expresses that you can sit here; depending on the situation, that can also function as permission. With a modal verb, German normally places the other verb in the infinitive at the end: Du kannst warten. — “Je kunt wachten.” hier: This adverb means “here”, referring to the place relevant in the situation. It does not change for person or number. Example: Wir bleiben hier. — “We blijven hier.” sitzen: This is the infinitive of sitzen, “zitten”. After können, it remains in the infinitive rather than taking a personal ending: Du kannst sitzen. The finite form without a modal is du sitzt: Du sitzt hier. — “Je zit hier.” Together, Du kannst + hier + sitzen gives “Je kunt hier zitten.” The reusable pattern is Du kannst + place + infinitive: “You can [do something] [here/there].”

  5. Ich habe einen kleinen Snack für die Pause mitgebracht.

    Ik heb een kleine snack voor de pauze meegenomen.

    Ich habe
    ik heb
    einen
    een
    kleinen
    kleine
    Snack
    snack
    für
    voor
    Pause
    pauze
    mitgebracht
    meegenomen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe: Dit is de eerste persoon enkelvoud van haben (“hebben”) en vormt hier samen met mitgebracht het voltooid verleden: Ich habe ... mitgebracht = “ik heb ... meegenomen”. Het onderwerp is Ich; habe is de vervoegde vorm voor die persoon. Voorbeeld: Ich habe Wasser gekauft. = “Ik heb water gekocht.” einen: Dit is het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval (accusatief). Het markeert hier het directe voorwerp van mitgebracht: wat er is meegenomen. Vergelijk: ein Snack als onderwerp, maar einen Snack als direct voorwerp. Het lidwoord drukt hier niet op zichzelf een exact aantal uit. kleinen: Dit is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”) vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Snack in de accusatief na einen. De uitgang -en hoort bij klein, niet bij Snack. Vergelijkbare vormen zijn ein kleiner Snack (mannelijk onderwerp) en einen kleinen Snack (mannelijk direct voorwerp). Voorbeeld: Ich kaufe einen kleinen Apfel. = “Ik koop een kleine appel.” Snack: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier “snack” of “kleine hap”. Het is in het Duits mannelijk: der Snack; in deze zin staat het als direct voorwerp in de accusatief: einen kleinen Snack. Het meervoud is Snacks. Voorbeeld: Der Snack ist fertig. = “De snack is klaar.” für: Dit voorzetsel betekent hier “voor” en geeft het doel of de bestemde gelegenheid aan. für wordt in het Duits met de accusatief gebruikt. Daarom staat er in het volledige zinsdeel für die Pause, waarbij die Pause hier de bedoelde pauze aanduidt. Voorbeeld: Das ist für dich. = “Dat is voor jou.” Pause: Dit zelfstandig naamwoord betekent “pauze”. Pause is vrouwelijk: die Pause; na für blijft het lidwoord in deze combinatie die, omdat die bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief dezelfde vorm heeft als in de nominatief. Het meervoud is Pausen. Voorbeeld: Die Pause beginnt jetzt. = “De pauze begint nu.” mitgebracht: Dit is het voltooid deelwoord van het scheidbare werkwoord mitbringen (“meenemen”). Het bestaat uit het voorvoegsel mit- en het onregelmatige voltooid deelwoord gebracht van bringen: mitgebracht. Met haben vormt het het perfectum: habe mitgebracht. In de hoofdzin staat het voltooid deelwoord aan het einde. Voorbeeld: Sie hat einen Regenschirm mitgebracht. = “Zij heeft een paraplu meegenomen.” Samen betekent Ich habe einen kleinen Snack für die Pause mitgebracht.: “Ik heb een kleine snack voor de pauze meegenomen.” Ich habe geeft de handelende persoon en het perfectum aan; einen kleinen Snack is wat die persoon heeft meegenomen; für die Pause geeft aan waarvoor die snack bestemd is. De mededeling staat in een gewone, neutrale stijl.

  6. Ich hole etwas Wasser.

    Ik haal wat water.

    hole
    haal
    etwas
    iets; wat
    Wasser
    water
    Uitgebreide uitleg

    hole komt van holen en betekent hier “halen”. De vorm hole is de tegenwoordige tijd bij ich: ich hole = “ik haal”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld du holst en er/sie holt. Voorbeeld: Ich hole Brot. — “Ik haal brood.” etwas betekent hier “wat” als een niet-precieze hoeveelheid. Het kan ook “iets” betekenen, bijvoorbeeld in Ich höre etwas. — “Ik hoor iets.” In deze zin bepaalt Wasser dat het om een stof of hoeveelheid water gaat. Wasser is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het is een stofnaam; een hoeveelheid kan daarom zonder meervoudsvorm worden genoemd. Voorbeeld: Das Wasser ist kalt. — “Het water is koud.” Samen vormen Ich hole etwas Wasser. de delen Ich (“ik”), hole (“haal”), etwas (“wat”) en Wasser (“water”): “Ik haal wat water.”

  7. Hier ist es ruhig.

    Het is hier rustig.

    Hier
    hier
    ist
    is
    es
    het
    ruhig
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    Hier betekent hier “op deze plaats”. Het is een plaatsbijwoord en kan vooraan staan om de locatie te benadrukken. Bijvoorbeeld: Hier ist Wasser. — “Hier is water.” ist is de vorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud. In deze zin vormt het samen met es een beschrijving van de toestand: Es ist ... — “Het is ...”. es is hier een onpersoonlijk onderwerp. Het verwijst niet naar een bepaald zelfstandig naamwoord of naar een concrete persoon; samen met ist geeft het de Nederlandse structuur “het is”. Bijvoorbeeld: Es ist spät. — “Het is laat.” ruhig betekent hier “rustig”, zonder veel geluid of drukte. Als naamwoordelijk deel na sein krijgt dit bijvoeglijk naamwoord in het Duits geen uitgang: Es ist ruhig, niet een verbogen vorm. Een voorbeeld: Der Raum ist ruhig. — “De kamer is rustig.” De volledige volgorde is Hier ist es ruhig: Hier plaatst de situatie op deze locatie, ist is de persoonsvorm, es is het onpersoonlijke onderwerp en ruhig beschrijft de toestand. Samen betekent de zin: “Het is hier rustig.”

  8. Dann können wir uns hier kurz ausruhen.

    Dan kunnen we hier even uitrusten.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    uns
    ons
    hier
    hier
    kurz
    even
    ausruhen
    uitrusten
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verbindt deze zin met wat eerder is gezegd: “Hier ist es ruhig.” Het wijst op een gevolg of volgende stap. Voor tijdvolgorde kan dann ook “daarna” betekenen. können wir combineert het modale werkwoord können met het onderwerp wir. können drukt hier mogelijkheid uit: “kunnen”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Vergelijk: Wir können warten. — “We kunnen wachten.” Wir betekent “we/wij” en is de vorm voor het onderwerp; na een voorzetsel of als lijdend voorwerp kan een andere vorm nodig zijn, zoals uns. uns verwijst hier naar dezelfde groep als wir en is de wederkerende vorm bij die groep. Het werkwoord sich ausruhen betekent “uitrusten”; in deze zin wordt de wederkerende vorm gebruikt: wir ... uns ... ausruhen. De vorm uns verandert niet alleen omdat het onderwerp meervoud is, maar hoort bij de persoon en de grammaticale rol in deze constructie. Vergelijk: Ich ruhe mich aus. — “Ik rust uit.” en Wir ruhen uns aus. — “Wij rusten uit.” hier betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir bleiben hier. — “We blijven hier.” kurz betekent hier “even” of letterlijk “kort”: de rust duurt maar korte tijd. Als bijwoord krijgt het in deze zin geen extra uitgang. Het kan ook een beschrijving van een zelfstandig naamwoord zijn, bijvoorbeeld eine kurze Pause — “een korte pauze”; daar krijgt het bijvoeglijk naamwoord wel een uitgang. ausruhen is de infinitief die na können aan het einde staat. Het is een scheidbaar werkwoord met de wederkerende constructie sich ausruhen. Zonder modaal werkwoord staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin los: Wir ruhen uns kurz aus. — “We rusten even uit.” Na een modaal werkwoord blijft de infinitief als één woord aan het einde staan: Wir können uns kurz ausruhen. Samen betekent Dann können wir uns hier kurz ausruhen.: “Dan kunnen we hier even uitrusten.” Dann geeft de aansluiting of het gevolg aan, können maakt de mogelijkheid duidelijk, wir ... uns ausruhen vormt de wederkerende handeling, hier noemt de plaats en kurz beperkt de duur.

Grammatica

Adjektiv vor einem Nomen: kurz → kurze

kurze Pause

koert-suh pau-zuh

korte pauze

Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e: kurze.

Duits woordenschat

dieser bepaler
die-zuh deze
frei bijvoeglijk naamwoord
fraai vrij
für voorzetsel
fuu-uh voor
klein bijvoeglijk naamwoord
klajn klein kleinen
kurz bijvoeglijk naamwoord
koerts kort kurze
machen werkwoord
magh-un maken

Machen wir eine kurze Pause.

mitbringen werkwoord
mit-bring-un meenemen mitgebracht
müde bijvoeglijk naamwoord
muu-duh moe
Pause zelfstandig naamwoord
pau-zuh pauze
sitzen werkwoord
zit-suh zitten
Snack zelfstandig naamwoord
snek snack
Stuhl zelfstandig naamwoord
sjtoel stoel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben moe.

Antwoord tonenIch bin müde.

Laten we een korte pauze nemen.

Antwoord tonenMachen wir eine kurze Pause.

Is deze stoel vrij?

Antwoord tonenIst dieser Stuhl frei?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonendieser

vrij

Antwoord tonenfrei

maken

Antwoord tonenmachen

stoel

Antwoord tonenStuhl