Ich
Ich betekent hier ‘ik’ en is het persoonlijke onderwerp in Ich bin müde. Het staat ook aan het begin van Ich habe einen kleinen Snack für die Pause mitgebracht. Gebruik Ich als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
bin
bin betekent hier ‘ben’ in Ich bin müde en is de vorm die bij Ich hoort van het werkwoord sein. Samen met müde beschrijft het hoe je je voelt. Een veelgebruikt patroon is Ich bin + een beschrijving, bijvoorbeeld in nieuwe zinnen zoals Ich bin hungrig.
müde
müde betekent hier ‘moe’ en beschrijft de toestand van de spreker in Ich bin müde. Het staat na bin. Je kunt het gebruiken wanneer je vertelt dat je energie nodig hebt of wilt rusten.
Machen
Machen betekent hier ‘doen’ in het voorstel Machen wir eine kurze Pause: ‘Laten we een korte pauze nemen’. De vorm staat vooraan omdat het voorstel met het werkwoord begint. Het patroon Machen wir + iets is bruikbaar om samen een activiteit voor te stellen.
wir
wir betekent ‘we’ en verwijst hier naar de twee personen die samen pauze willen nemen of kunnen rusten. In Machen wir eine kurze Pause is wir degene met wie de spreker iets voorstelt. Gebruik wir als onderwerp wanneer je jezelf en minstens één andere persoon bedoelt.
eine
eine betekent hier ‘een’ en staat voor Pause in eine kurze Pause. Het maakt van Pause een niet nader bepaalde pauze. Je kunt eine vóór een passend zelfstandig naamwoord gebruiken, zoals in een nieuwe zin: eine Minute.
kurze
kurze betekent hier ‘korte’ en beschrijft Pause in eine kurze Pause. De vorm korte hoort bij deze woordgroep en staat vóór Pause. Je kunt kurze gebruiken om een beperkte duur of lengte aan te geven, bijvoorbeeld in een nieuwe woordgroep: eine kurze Zeit.
Pause
Pause betekent hier ‘pauze’, de rusttijd die de twee personen willen nemen. Het komt voor in eine kurze Pause en in für die Pause. Als zelfstandig naamwoord wordt Pause in het Duits met een hoofdletter geschreven; het past bijvoorbeeld bij het patroon eine Pause machen.
Ist
Ist betekent hier ‘is’ in de vraag Ist dieser Stuhl frei? en vraagt naar de toestand van de stoel. Aan het begin van de zin staat het met een hoofdletter; verderop komt dezelfde vorm als ist voor in Hier ist es ruhig. Het patroon Ist ...? gebruik je om naar een toestand of eigenschap te vragen.
dieser
dieser betekent hier ‘deze’ en wijst in dieser Stuhl naar de stoel waar de spreker naar verwijst. Het staat direct vóór Stuhl. Gebruik deze vorm in een woordgroep wanneer je precies iets in de buurt of in de situatie aanwijst.
Stuhl
Stuhl betekent hier ‘stoel’ in dieser Stuhl. De spreker vraagt of deze stoel vrij is. Als zelfstandig naamwoord krijgt Stuhl een hoofdletter; een bruikbaar patroon is Ist dieser Stuhl ...?
frei
frei betekent hier ‘vrij’ of ‘niet bezet’ in Ist dieser Stuhl frei? Het beschrijft of iemand de stoel kan gebruiken. Je kunt vrij ook in vergelijkbare vragen over een plaats of zitplek gebruiken.
Du
Du betekent hier ‘jij’ in Du kannst hier sitzen en spreekt één persoon informeel aan. Het staat aan het begin van de zin en krijgt daarom een hoofdletter. Gebruik Du als onderwerp wanneer je rechtstreeks tegen één vertrouwd persoon spreekt.
kannst
kannst betekent hier ‘kunt’ of ‘mag’ in Du kannst hier sitzen. Deze vorm hoort bij Du en drukt uit dat de ander hier kan zitten. Het patroon Du kannst + een infinitief is bruikbaar om een mogelijkheid of toestemming aan te geven.
hier
hier betekent ‘hier’ en verwijst naar de plek bij de spreker, in Du kannst hier sitzen. Het staat vóór het werkwoord zitten in deze zin. Gebruik hier om een plaats in de huidige situatie aan te wijzen.
sitzen
sitzen betekent hier ‘zitten’ in Du kannst hier sitzen. Na kannst blijft sitzen in deze vorm staan. Het patroon kannst + zitten is bruikbaar om te zeggen dat iemand op een bepaalde plek kan zitten.
habe
habe betekent hier ‘heb’ in Ich habe einen kleinen Snack für die Pause mitgebracht. Samen met mitgebracht geeft het aan dat de spreker de snack heeft meegebracht. De vorm hoort bij Ich; een bruikbaar patroon is Ich habe ... mitgebracht.
einen
einen betekent hier ‘een’ in einen kleinen Snack en introduceert de snack die de spreker heeft meegebracht. Het hoort bij de volledige woordgroep einen kleinen Snack. Gebruik deze vorm niet los, maar samen met het zelfstandig naamwoord en de bijbehorende beschrijving.
kleinen
kleinen betekent hier ‘kleine’ en beschrijft Snack in einen kleinen Snack. De uitgang in kleinen hoort bij deze woordgroep. Je kunt het patroon einen kleinen + zelfstandig naamwoord gebruiken om een kleine zaak of hoeveelheid aan te duiden.
Snack
Snack betekent hier ‘snack’, iets kleins om tijdens de pauze te eten. Het staat in einen kleinen Snack en is het voorwerp dat de spreker heeft meegebracht. Je kunt Snack gebruiken in situaties waarin je vertelt wat je voor een pauze of korte rusttijd bij je hebt.
für
für betekent hier ‘voor’ en geeft in für die Pause aan waarvoor de snack bedoeld is. Het staat direct vóór die Pause. Een betrouwbaar patroon is etwas für + een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: Wasser für die Pause.
die
die betekent hier ‘de’ in die Pause en verwijst naar de pauze die in de situatie centraal staat. Samen vormt het die Pause de woordgroep voor de pauze. Gebruik die hier vóór Pause wanneer je naar een specifieke pauze verwijst.
mitgebracht
mitgebracht betekent hier ‘meegebracht’ in Ich habe einen kleinen Snack für die Pause mitgebracht. Het beschrijft wat de spreker bij zich heeft gebracht en staat samen met habe. Het patroon Ich habe ... mitgebracht is bruikbaar wanneer je vertelt dat je iets naar een plek hebt meegenomen.
hole
hole betekent hier ‘haal’ of ‘ga halen’ in Ich hole etwas Wasser. De vorm vertelt wat de spreker nu voor zichzelf of de situatie gaat halen. Het patroon Ich hole + iets is bruikbaar wanneer je aankondigt dat je iets gaat pakken of halen.
etwas
etwas betekent hier ‘wat’ en geeft in etwas Wasser een niet nader bepaalde hoeveelheid water aan. Het staat vóór de stofnaam Wasser. Gebruik etwas + een stofnaam wanneer de precieze hoeveelheid niet belangrijk is, zoals in een nieuwe zin: etwas Brot.
Wasser
Wasser betekent hier ‘water’, dat de spreker wil halen in Ich hole etwas Wasser. Samen met etwas verwijst het naar een onbepaalde hoeveelheid. Je kunt de woordgroep etwas Wasser gebruiken wanneer je om of over wat water spreekt.
es
es heeft hier geen concrete betekenis als voorwerp, maar vervult de onpersoonlijke onderwerp-rol in Hier ist es ruhig. De hele zin zegt dat het hier rustig is. Je gebruikt deze constructie om de toestand van een plaats of situatie te beschrijven zonder een concreet onderwerp te noemen.
ruhig
ruhig betekent hier ‘rustig’ of ‘stil’ en beschrijft de omgeving in Hier ist es ruhig. Het zegt dat er op deze plek weinig onrust of lawaai is. Je kunt ruhig gebruiken om een plek of situatie als kalm te beschrijven.
Dann
Dann betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’ in Dann können wir uns hier kurz ausruhen. Het verbindt de rustige omgeving met de daaropvolgende mogelijkheid om te rusten. Gebruik Dann wanneer een volgende stap logisch volgt uit wat net is gezegd.
können
können betekent hier ‘kunnen’ in Dann können wir uns hier kurz ausruhen en drukt een mogelijkheid uit. De vorm hoort bij wir en staat vóór de rest van de zin, terwijl ausruhen aan het einde staat. Een bruikbaar patroon is Wir können + infinitief.
uns
uns betekent hier ‘onszelf’ in Dann können wir uns hier kurz ausruhen. Het hoort bij het werkwoord uitruhen en verwijst terug naar wir. Gebruik de combinatie uns ausruhen wanneer meerdere personen zeggen dat ze zelf gaan rusten.
kurz
kurz betekent hier ‘even’ of ‘kort’ in Dann können wir uns hier kurz ausruhen. Het geeft aan dat het rusten maar een korte tijd duurt. Je kunt kurz vóór een werkwoord gebruiken om een korte handeling of korte duur aan te geven.
ausruhen
ausruhen betekent hier ‘uitrusten’ in Dann können wir uns hier kurz ausruhen. Het staat na können in de infinitiefvorm en hoort samen met uns bij de betekenis ‘ons uitrusten’. Het patroon Wir können uns + plaats + kurz ausruhen is bruikbaar wanneer je voorstelt om ergens even te rusten.