Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Even uitrusten op de bank oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich brauche eine kurze Pause.
iesj brau-guh ai-nuh koertsuh pau-zuh. Ik heb een korte pauze nodig.Setzen wir uns auf das Sofa.
zetsun vier oens auf das zoo-fa. Laten we op de bank gaan zitten.Kann ich etwas Kaffee bekommen?
kan iesj et-vas ka-fee buh-kom-un? Kan ik wat koffie krijgen?In der Küche ist Kaffee.
in dea kuu-sjuh ist ka-fee. Er is koffie in de keuken.Ich strecke mich erst ein bisschen, dann hole ich mir Kaffee.
iesj sjtre-kuh miesj eerst ain bis-sjuh(n), dan hoo-luh iesj miea ka-fee. Ik rek me eerst een beetje uit en dan haal ik koffie.Dehnen hilft, wenn du müde bist.
dee-nun hilft, ven doe muu-duh bist. Rekken helpt als je moe bent.Dieser Raum ist ruhig.
die-zuh raum ist roe-iesj. Deze kamer is rustig.Wir können uns hier eine Weile ausruhen.
vier keu-nun oens hiea ai-nuh vai-luh aus-roe-un. We kunnen hier een tijdje uitrusten.Uitleg van de zinnen
Ich brauche eine kurze Pause.
Ik heb een korte pauze nodig.
- Ich
- ik
- brauche
- heb nodig
- kurze
- korte
- Pause
- pauze
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: het is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud en staat als onderwerp. Het verandert niet op basis van het geslacht van de spreker. Vergelijk: ich = ik, du = jij. brauche komt van brauchen (“nodig hebben”). Dit is de vorm van de tegenwoordige tijd voor ich: ich brauche. Het werkwoord staat hier in de betekenis “nodig hebben”, niet simpelweg “gebruiken”. Voorbeelden: Ich brauche Wasser. = “Ik heb water nodig.” Wir brauchen Zeit. = “Wij hebben tijd nodig.” kurze komt van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). In eine kurze Pause krijgt het de uitgang -e, omdat het een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord eine beschrijft. De vorm kurze betekent hier dus “korte”; de basisvorm is kurz. Pause betekent “pauze”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Pause; het meervoud is die Pausen. In deze zin staat Pause na brauchen als het voorwerp van wat nodig is. Het onbepaalde lidwoord eine introduceert hier een niet nader bepaalde pauze; het legt op zichzelf geen exact aantal vast. Samen vormen de delen Ich brauche + eine kurze Pause de betekenis: “Ik heb een korte pauze nodig.” De spreker zegt dat hij of zij een korte onderbreking nodig heeft.
Setzen wir uns auf das Sofa.
Laten we op de bank gaan zitten.
- Setzen wir uns
- laten we gaan zitten
- auf
- op
- Sofa
- bank
Uitgebreide uitleg
Setzen wir uns betekent hier: “laten we gaan zitten”. setzen is de infinitief en betekent in deze wederkerige constructie “neerzetten” of “gaan zitten”; sich setzen is dus “gaan zitten”, terwijl sitzen een toestand uitdrukt: Wir setzen uns. = “We gaan zitten”; Wir sitzen. = “We zitten.” wir is het onderwerp “wij” en uns is de wederkerige vorm die daarbij hoort. De vorm Setzen wir ...? kan een vraag zijn, maar zonder vraagteken werkt Setzen wir uns ... hier als een voorstel: “laten we ...”. auf betekent hier “op” en geeft de bestemming aan van het gaan zitten. Bij deze betekenis krijgt de daaropvolgende plaatsbepaling in het Duits de accusatief. Dat zie je aan das Sofa; bij een vaste locatie met bijvoorbeeld sitzen staat doorgaans de datief: Wir sitzen auf dem Sofa. = “We zitten op de bank.” Het voorzetsel auf kan dus afhankelijk van de betekenis verschillende naamvallen verbinden. Sofa betekent “bank” of “sofa”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Sofa in de nominatief en accusatief, dem Sofa in de datief. Een bruikbare meervoudsvorm is die Sofas: “de banken/sofa’s”. In deze zin is das Sofa de plaats waar de personen gaan zitten. Samen vormen de delen Setzen wir uns auf das Sofa een voorstel aan meerdere personen om samen op de bank te gaan zitten. De volledige betekenis is daarom: “Laten we op de bank gaan zitten.”
Kann ich etwas Kaffee bekommen?
Kan ik wat koffie krijgen?
- Kann ich
- kan ik
- etwas
- wat
- Kaffee
- koffie
- bekommen
- krijgen
Uitgebreide uitleg
Kann ich: Dit combineert kann, de vorm van können bij ich, met het onderwerp ich. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en het onderwerp erna. Voorbeeld: Kann ich eintreten? — Mag ik binnenkomen? / Kan ik naar binnen komen? etwas: Hier betekent dit “wat” als een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het staat vóór het massawoord Kaffee en drukt geen precies aantal uit. Zelfstandig kan etwas ook “iets” betekenen, maar hier hoort het bij Kaffee. Voorbeeld: Ich möchte etwas Wasser. — Ik wil wat water. Kaffee: Dit zelfstandig naamwoord betekent “koffie”. In etwas Kaffee verwijst het naar een niet-gespecificeerde hoeveelheid koffie, niet naar één afzonderlijk geteld voorwerp. Zoals andere Duitse zelfstandige naamwoorden wordt het met een hoofdletter geschreven. bekommen: Dit is de infinitief van bekommen en betekent hier “krijgen”. Na het vervoegde modale werkwoord kann staat de infinitief achteraan. Kann ich ... bekommen? is daardoor een herbruikbaar patroon voor “Kan ik ... krijgen?”. Voorbeeld: Kann ich die Speisekarte bekommen? — Kan ik de menukaart krijgen? Samen vormen de delen Kann ich + etwas Kaffee + bekommen?. De spreker vraagt of hij of zij wat koffie kan krijgen. De woordvolgorde met kann vooraan maakt er een ja-neevraag van; bekommen blijft als infinitief achteraan staan.
In der Küche ist Kaffee.
Er is koffie in de keuken.
- In der
- in de
- Küche
- keuken
- ist
- is
- Kaffee
- koffie
Uitgebreide uitleg
In der geeft hier een plaats aan: “in de”. Bij in voor een vaste locatie staat in het Duits de datief. der is in dit geval de datiefvorm van het vrouwelijke bepaalde lidwoord; de vorm hoort bij het lidwoord, niet bij het zelfstandig naamwoord. Bij beweging naar binnen staat vaak de accusatief, bijvoorbeeld in die Küche gehen — “de keuken binnengaan”. Küche betekent “keuken”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Küche. Na in voor een locatie verschijnt het lidwoord hier als der: in der Küche. Voorbeeld: Die Küche ist klein. — “De keuken is klein.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). De vorm hoort hier bij het enkelvoudige onderwerp Kaffee. Enkele vormen zijn ich bin — “ik ben”, du bist — “jij bent” en er/sie/es ist — “hij/zij/het is”. Kaffee betekent hier “koffie”. Voor koffie als stof of drank wordt het woord vaak zonder lidwoord gebruikt: Ich trinke Kaffee. — “Ik drink koffie.” Met een bepaling kan specifieke koffie worden aangeduid, bijvoorbeeld der Kaffee — “de koffie”; een lidwoord drukt op zichzelf geen hoeveelheid uit. Samen vormen In der Küche en ist Kaffee de betekenis “Er is koffie in de keuken.” De plaatsbepaling staat vooraan, daarna volgt het werkwoord ist en vervolgens Kaffee. De zin zegt dat koffie op die plaats aanwezig is.
Ich strecke mich erst ein bisschen, dann hole ich mir Kaffee.
Ik rek me eerst een beetje uit en dan haal ik koffie.
- Ich
- ik
- strecke mich
- rek me uit
- erst
- eerst
- ein bisschen
- een beetje
- dann
- dan
- hole
- haal
- mir
- voor mezelf
- Kaffee
- koffie
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. In een ander voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” strecke mich komt van sich strecken, “zich uitrekken”. strecke is de vorm van strecken bij ich in de tegenwoordige tijd; mich is het wederkerend voornaamwoord dat bij ich hoort. Samen maakt dit duidelijk dat de spreker zichzelf uitrekt. Vergelijk: Du streckst dich. — “Jij rekt je uit.” Het werkwoord staat hier niet alleen als strecke: bij deze betekenis hoort de wederkerende constructie sich strecken. erst betekent hier “eerst” en zet deze handeling in de eerste stap van de volgorde. Het contrasteert in deze zin met dann, dat later volgt. Bijvoorbeeld: Erst lerne ich, dann mache ich eine Pause. — “Eerst leer ik, daarna neem ik pauze.” ein bisschen betekent “een beetje”. bisschen is een zelfstandig gebruikt verkleinwoord dat een kleine hoeveelheid of geringe mate aanduidt; ein hoort bij deze vaste kleine-hoeveelheidsuitdrukking. Hier beperkt het de mate waarin de spreker zich uitrekt. Bijvoorbeeld: Warte ein bisschen. — “Wacht een beetje.” dann betekent “dan” of “daarna” en introduceert de volgende stap in de beschreven volgorde. In deze zin staat het na de eerste handeling en vóór de tweede. Het is iets anders dan dan als voorwaardelijk gevolg in sommige andere talen; in deze Duitse zin gaat het om tijdsvolgorde. hole komt van holen, “halen” of “gaan halen”. Dit is de vorm van het werkwoord bij ich in de tegenwoordige tijd: ich hole; de stam is hol- en de uitgang is -e. Bijvoorbeeld: Ich hole das Buch. — “Ik haal het boek.” mir is de datiefvorm van ich, “mij” of in deze constructie “voor mezelf”. Met holen kan sich etwas holen aangeven dat iemand iets voor zichzelf gaat halen. De combinatie ich hole mir ... maakt dus duidelijk voor wie de koffie bedoeld is, zonder dat mir zelf het object “koffie” is. Bijvoorbeeld: Ich hole mir Wasser. — “Ik haal water voor mezelf.” Kaffee is een zelfstandig naamwoord en betekent “koffie”. Het is in het Duits mannelijk: der Kaffee. In deze zin staat het zonder lidwoord, omdat het om koffie als stof of drank in het algemeen gaat, niet noodzakelijk om één afgebakende kop of portie. Bijvoorbeeld: Ich trinke Kaffee. — “Ik drink koffie.” De zin bouwt een tweedelige volgorde op: erst + Ich strecke mich ein bisschen beschrijft de eerste handeling, en dann + hole ich mir Kaffee de volgende. hole ich heeft inversie: na het vooropgeplaatste dann staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. De volledige betekenis is daarom: “Ik rek me eerst een beetje uit en daarna haal ik koffie.”
Dehnen hilft, wenn du müde bist.
Rekken helpt als je moe bent.
- Dehnen
- rekken
- hilft
- helpt
- wenn du müde bist
- als je moe bent
- müde
- moe
- bist
- bent
Uitgebreide uitleg
Dehnen betekent hier rekken als activiteit. Het is de als zelfstandig naamwoord gebruikte infinitief van dehnen (‘rekken’); daarom begint het woord met een hoofdletter en gedraagt het zich als een enkelvoudig onderwerp. De gewone infinitief is dehnen: Ich dehne mich betekent ‘Ik rek me uit’. Voor de activiteit als onderwerp kun je bijvoorbeeld zeggen: Dehnen ist angenehm. — ‘Rekken is aangenaam.’ hilft komt van helfen (‘helpen’) en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: er/sie/es hilft. De vorm heeft hier enkelvoud omdat Dehnen het onderwerp is. helfen heeft bovendien een stamwisseling in deze vorm: helfen → hilft; dit is niet dezelfde vorm als de infinitief. Voorbeeld: Die Pause hilft. — ‘De pauze helpt.’ wenn du müde bist is een voorwaardelijke/tijdelijke bijzin met de betekenis ‘als je moe bent’. wenn leidt zo’n bijzin in; in een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De vaste combinatie du ... bist gebruikt de tweede persoon enkelvoud van sein (‘zijn’): du bist — ‘jij bent’. müde betekent ‘moe’ en is hier een onveranderlijk gebruikt beschrijvend woord bij du. Het krijgt in deze positie geen aparte uitgang. Een vergelijkbaar voorbeeld is Ich bin müde. — ‘Ik ben moe.’ Het tegenovergestelde is wach — ‘wakker’, bijvoorbeeld Ich bin wach. — ‘Ik ben wakker.’ bist is de tweede persoon enkelvoud van sein: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In deze bijzin staat bist aan het einde, zoals gebruikelijk bij een Duitse bijzin die met wenn begint. Samen zegt de zin: ‘Rekken helpt als je moe bent.’ Het onderwerp is de activiteit Dehnen; hilft zegt wat die activiteit doet, en wenn du müde bist geeft de omstandigheid aan waarin dat geldt. Het patroon is herbruikbaar als X hilft, wenn du Y bist: ‘X helpt als je Y bent.’
Dieser Raum ist ruhig.
Deze kamer is rustig.
- Dieser
- deze
- Raum
- kamer
- ist
- is
- ruhig
- rustig
Uitgebreide uitleg
Dieser betekent hier ‘deze’ en is een aanwijzend woord. Het verwijst naar één mannelijk zelfstandig naamwoord in de onderwerpsvorm: dieser Raum. De vorm stemt dus af op Raum (mannelijk, enkelvoud, nominatief); de vorm zelf bewijst niet dat de ruimte letterlijk dichtbij is. Ter vergelijking: diese Tür betekent ‘deze deur’, omdat Tür vrouwelijk is. Raum betekent hier ‘kamer’ of ‘ruimte’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum, meervoud die Räume. Let op de klinkerwisseling in het meervoud. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — ‘De kamer is groot.’ ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd: sein – ist. Het verbindt het onderwerp met een eigenschap. Voorbeeld: Der Raum ist warm. — ‘De kamer is warm.’ ruhig betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de toestand van de kamer. Het is een bijvoeglijk naamwoord; na ist staat het hier zonder uitgang: ist ruhig. Het kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan en krijgt dan, afhankelijk van lidwoord, naamval en geslacht, een uitgang: ein ruhiger Raum — ‘een rustige kamer’. Samen vormen Dieser Raum het onderwerp, ist de verbinding ‘is’ en ruhig de eigenschap. De hele zin betekent daarom: ‘Deze kamer is rustig.’
Wir können uns hier eine Weile ausruhen.
We kunnen hier een tijdje uitrusten.
- Wir können
- wij kunnen
- uns
- ons
- hier
- hier
- eine Weile
- een tijdje
- ausruhen
- uitrusten
Uitgebreide uitleg
Wir können betekent hier dat de spreker samen met anderen de mogelijkheid heeft om iets te doen. können is de infinitief; in deze zin staat de vervoegde vorm können bij wir. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Vergelijk: Wir können warten. — Wij kunnen wachten. uns is hier het wederkerend voornaamwoord dat bij wir hoort: de groep doet de handeling op zichzelf. Bij sich ausruhen verandert het voornaamwoord met de persoon: ich ruhe mich aus, du ruhst dich aus, wir ruhen uns aus. Het is dus niet zomaar het gewone object ons, maar onderdeel van de wederkerende constructie. hier geeft de plaats aan: op de plek waar de sprekers zich bevinden. Het kan ook in andere zinnen een plaats aanduiden, bijvoorbeeld: Wir bleiben hier. — Wij blijven hier. eine Weile betekent een niet precies bepaalde, betrekkelijk korte tijdsduur. Het zegt niet hoe lang precies. eine is hier het onbepaalde lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Weile; het drukt op zichzelf geen exact aantal uit. Voorbeeld: Warte eine Weile. — Wacht een tijdje. ausruhen betekent rusten of uitrusten. De vorm in de bron is de infinitief. Het werkwoord wordt vaak wederkerend gebruikt als sich ausruhen; in deze zin verschijnt daarbij uns, omdat het onderwerp wir is. Als het modale werkwoord wegvalt, kan het werkwoord worden vervoegd: Wir ruhen uns aus. — Wij rusten uit. Samen vormen de delen: Wir können + uns ... ausruhen. hier bepaalt de plaats, en eine Weile bepaalt de onbepaalde duur. De hele zin betekent daarom: We kunnen hier een tijdje uitrusten.
Grammatica
sich setzen: Setzen wir uns
Setzen wir uns aufs Sofa.
zetsun vier oens aufs zoo-fa.Gaan we op de bank zitten.
Bij een wederkerend werkwoord hoort een wederkerend voornaamwoord: sich wordt bij wir uns.
wenn + werkwoord achteraan
Wenn ich müde bin, ruhe ich mich aus.
ven iesj muu-duh bin, roe-uh iesj miesj aus.Als ik moe ben, rust ik uit.
Na wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Duits woordenschat
Kann ich etwas Kaffee bekommen?
Ich brauche eine kurze Pause.
ein bisschen
Ich strecke mich erst ein bisschen.
etwas Kaffee
etwas Kaffee
In der Küche
eine kurze Pause
eine kurze Pause
Setzen wir uns auf das Sofa.
Ich strecke mich erst ein bisschen.
auf das Sofa
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb een korte pauze nodig.
Antwoord tonen
Ich brauche eine kurze Pause.Laten we op de bank gaan zitten.
Antwoord tonen
Setzen wir uns auf das Sofa.Kan ik wat koffie krijgen?
Antwoord tonen
Kann ich etwas Kaffee bekommen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
keuken
Antwoord tonen
Küchekort
Antwoord tonen
kurzekoffie
Antwoord tonen
Kaffeewat; een beetje