Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Ruimte laten in een drukke rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Diese Schlange wird wirklich voll.
Die-zuh sjlang-uh virt virk-liesj fol. Deze rij wordt echt heel druk.Lassen wir an der Seite etwas Platz.
Las-sun veer an deer zai-tuh et-vas plots. Laten we aan de zijkant wat ruimte laten.Soll ich ein bisschen zurückgehen?
Zol iesj ain bis-sjun tsoo-ruk-ge-en? Zal ik een beetje naar achteren gaan?Dann können die Leute leichter vorbeigehen.
Dan keur-nun dee loi-tuh lai-sj-tuh foor-bai-ge-en. Dan kunnen mensen er makkelijker langs.Ist das weit genug?
Ist das vaait guh-noek? Is dit ver genoeg?Jetzt ist der Weg frei.
Yetst ist deer veek frai. Er is nu een vrije doorgang.Ich kann näher an der Wand stehen.
Iesj kan nee-uh an deer vant sjtee-un. Ik kan dichter bij de muur staan.So bleibt der Weg frei.
Zoo blaibt deer veek frai. Zo blijft de doorgang vrij.Uitleg van de zinnen
Diese Schlange wird wirklich voll.
Deze rij wordt echt heel druk.
- Diese
- deze
- Schlange
- rij
- wird
- wordt
- wirklich
- echt
- voll
- heel druk
Uitgebreide uitleg
Diese staat vóór het zelfstandige naamwoord en verwijst hier naar één specifieke rij: “deze”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm in de nominatief, passend bij Schlange. Schlange betekent hier “rij”, zoals door de vaste vertaling en de context blijkt. Het woord kan in andere contexten ook “slang” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Het meervoud is Schlangen. wird is de derde persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd. In deze zin drukt werden een verandering uit: iets wordt of raakt in een bepaalde toestand. Een bruikbaar patroon is etwas wird + bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Der Raum wird leer. — “De kamer wordt leeg.” wirklich is een bijwoord met de betekenis “echt” of “werkelijk”. Het versterkt hier de bewering dat de rij vol raakt; het is niet zelf het woord dat de toestand beschrijft. voll betekent hier “vol”, in de context natuurlijk opgevat als “heel druk” of “zonder veel ruimte”. Na wird staat het bijvoeglijk naamwoord predicatief en krijgt het geen verbuiging: Die Schlange wird voll, niet een vorm met een uitgang. Het tegenovergestelde is bijvoorbeeld leer (“leeg”). Samen vormen de delen Diese Schlange wird wirklich voll: deze rij + raakt/wordt + echt + vol. De volledige betekenis is daarom: “Deze rij wordt echt heel druk.”
Lassen wir an der Seite etwas Platz.
Laten we aan de zijkant wat ruimte laten.
- Lassen wir
- laten we
- an der Seite
- aan de zijkant
- etwas
- wat
- Platz
- ruimte
Uitgebreide uitleg
Lassen wir betekent hier: “laten we”. Het is een aansporing in de eerste persoon meervoud: de spreker rekent zichzelf mee. De werkwoord-eerstvolgorde hoort bij deze Duitse aansporingsvorm. Het werkwoord is lassen; een andere veelgebruikte aansporing is bijvoorbeeld Lass uns gehen! — “Laten we gaan!” an der Seite betekent hier “aan de zijkant”. Seite is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Seite. Bij een plaats zonder beweging staat an met de datief, daarom verschijnt der: an der Seite. Vergelijk an der Tür — “bij de deur”. etwas betekent hier “wat”: een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het geeft in deze zin geen precies aantal aan en beweert op zichzelf ook niet dat de hoeveelheid klein is. In een andere context kan etwas “iets” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Platz betekent hier “ruimte”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz. In deze zin staat het zonder lidwoord in de onbepaalde-hoeveelheidsbetekenis “ruimte”. In een andere context kan Platz bijvoorbeeld “plaats” betekenen: Der Platz ist frei — “De plaats is vrij”. Hier bepaalt de combinatie met lassen de betekenis “ruimte laten”. Samen vormen de delen Lassen wir ... Platz de herbruikbare aansporing “laten we ergens ruimte laten”. an der Seite geeft aan waar die ruimte moet blijven, en etwas geeft de onbepaalde hoeveelheid aan. De hele zin betekent: “Laten we aan de zijkant wat ruimte laten.”
Soll ich ein bisschen zurückgehen?
Zal ik een beetje naar achteren gaan?
- Soll ich
- Zal ik …?
- ein bisschen
- een beetje
- zurückgehen
- naar achteren gaan
Uitgebreide uitleg
Soll ich betekent hier “zal ik …?” en vormt een aanbod of vraag naar wat de spreker moet doen. soll is de vorm van sollen voor ich in de tegenwoordige tijd; ich staat direct na het werkwoord omdat dit een ja-neevraag is. In een mededeling staat de volgorde bijvoorbeeld anders: Ich soll warten. — “Ik moet wachten” of “Ik hoor te wachten”, afhankelijk van de context. ein bisschen verzacht de hoeveelheid: “een beetje”. Het geeft hier geen precieze meetbare hoeveelheid aan. Het kan ook bij andere werkwoorden staan, bijvoorbeeld: Warte ein bisschen. — “Wacht een beetje.” zurückgehen betekent hier “naar achteren gaan” of “een stapje teruggaan”. Dit is het infinitief van het scheidbare werkwoord zurückgehen; in deze vraag blijft het infinitief als één woord staan na soll. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord wordt het voorvoegsel gescheiden: Ich gehe zurück. — “Ik ga naar achteren.” Het voorvoegsel zurück- geeft hier de richting terug of naar achteren aan. Samen vormt Soll ich ein bisschen zurückgehen? de vraag: “Zal ik een beetje naar achteren gaan?” De spreker vraagt of die persoon zich enigszins naar achteren moet verplaatsen, bijvoorbeeld om aan de zijkant ruimte vrij te laten zodat anderen gemakkelijker kunnen passeren. De vraag is beleefd en laat de beslissing bij de aangesprokene.
Dann können die Leute leichter vorbeigehen.
Dan kunnen mensen er makkelijker langs.
- Dann
- dan
- können
- kunnen
- die Leute
- de mensen
- leichter
- makkelijker
- vorbeigehen
- erlangs gaan
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier ‘dan’ en plaatst de beschreven mogelijkheid in een volgende of daaropvolgende omstandigheid. In andere contexten kan het ook naar een moment verwijzen, bijvoorbeeld in een verhaal over het verleden. Voorbeeld: Dann gehen wir. — ‘Dan gaan we.’ können is hier de tegenwoordige tijd van können bij het meervoudige onderwerp die Leute. Het drukt uit dat iets mogelijk is. Bij een modaal werkwoord staat de vervoegde vorm op de tweede plaats en staat het andere werkwoord als infinitief achteraan. Voorbeeld: Die Leute können warten. — ‘De mensen kunnen wachten.’ die Leute betekent hier ‘de mensen’. Leute is een meervoudig zelfstandig naamwoord; die is daarbij het bepaalde lidwoord. Het lidwoord drukt op zichzelf geen numerieke hoeveelheid uit; het meervoud zit in Leute. Voorbeeld: Die Leute warten. — ‘De mensen wachten.’ leichter is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord leicht: leicht — leichter — am leichtesten (‘makkelijk’ — ‘makkelijker’ — ‘het makkelijkst’). Hier wordt leichter bijwoordelijk gebruikt: het beschrijft dat het erlangs gaan gemakkelijker gebeurt. Voorbeeld: So geht es leichter. — ‘Zo gaat het makkelijker.’ vorbeigehen is een scheidbaar samengesteld werkwoord met de betekenis ‘voorbijgaan’ of ‘ergens langs gaan’. De delen zijn vorbei en gehen. Na können blijft de volledige infinitief samen aan het einde staan. Zonder modaal werkwoord splitst het werkwoord in een hoofdzin: Die Leute gehen vorbei. — ‘De mensen lopen voorbij.’ Samen betekent Dann können die Leute leichter vorbeigehen: ‘Dan kunnen de mensen er makkelijker langs.’ Dann geeft de omstandigheid aan, können drukt mogelijkheid uit, en leichter vorbeigehen beschrijft dat het langsgaan gemakkelijker gebeurt. Een bruikbaar patroon is Onderwerp + können + ... + infinitief.
Ist das weit genug?
Is dit ver genoeg?
- Ist das
- is dit
- weit
- ver
- genug
- genoeg
Uitgebreide uitleg
Ist das vormt hier een ja-neevraag: ist is de derde persoon enkelvoud van sein (de basisvorm sein, “zijn”), en das betekent hier “dit”. In een gewone mededelende zin staat het werkwoord meestal op de tweede plaats, maar in een ja-neevraag komt ist vooraan: Das ist ... → Ist das ...? Voorbeeld: Ist das dein Buch? — “Is dit jouw boek?” weit betekent hier “ver” in de ruimtelijke zin. De vorm verandert hier niet omdat hij na ist als naamwoordelijk deel van de zin staat. Een nuttig contrast is nah — “dichtbij”: Der Bahnhof ist weit. — “Het station is ver.” genug betekent “genoeg” en staat in deze combinatie na het bijvoeglijk naamwoord: weit genug = “ver genoeg”. Het geeft aan dat een vereiste mate bereikt is. Het kan ook bij andere woorden staan, bijvoorbeeld schnell genug — “snel genoeg”. Samen vragen de delen Ist das + weit + genug of “dit” een voldoende grote afstand heeft: Ist das weit genug? betekent “Is dit ver genoeg?” De vraag sluit aan bij een situatie waarin een doorgang voldoende vrij of ruim moet zijn, zonder zelf een antwoord of verdere uitkomst te geven.
Jetzt ist der Weg frei.
Er is nu een vrije doorgang.
- Jetzt
- nu
- ist
- is
- der Weg
- de weg; de doorgang
- frei
- vrij; niet geblokkeerd
Uitgebreide uitleg
Jetzt betekent hier ‘nu’: het plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan ook elders in de zin staan, bijvoorbeeld: Jetzt bin ich bereit. — ‘Nu ben ik klaar.’ ist is de vorm van sein (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es ist. Hier verbindt het der Weg met de eigenschap frei. Vergelijk: Der Weg ist frei. — ‘De weg is vrij.’ der Weg betekent hier ‘de weg’ in de betekenis van een route of doorgang. Weg is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin staat het als onderwerp in de nominatief; de combinatie van mannelijk enkelvoud en nominatief verklaart het lidwoord der. De meervoudsvorm is die Wege: Die Wege sind frei. — ‘De wegen zijn vrij.’ frei betekent hier ‘vrij’ in de zin van niet geblokkeerd of toegankelijk. Na sein staat het als predicatieve eigenschap en krijgt het geen uitgang: Der Weg ist frei. — ‘De weg is vrij.’ Een passend tegenovergesteld woord in deze betekenis is blockiert: Der Weg ist blockiert. — ‘De weg is geblokkeerd.’ Frei betekent hier niet specifiek dat iemand de doorgang heeft vrijgemaakt; het beschrijft de toestand. Samen vormen de delen Jetzt (‘nu’) + ist (‘is’) + der Weg (‘de weg/de doorgang’) + frei (‘vrij, niet geblokkeerd’). De hele zin betekent: ‘Nu is de weg vrij’, natuurlijk weergegeven als: ‘Er is nu een vrije doorgang.’
Ich kann näher an der Wand stehen.
Ik kan dichter bij de muur staan.
- Ich kann
- ik kan
- näher
- dichterbij
- Wand
- muur
- stehen
- staan
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier “ik kan” en vormt met een volgend infinitief een modale constructie. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud; het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. In zo’n constructie staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich kann warten = “Ik kan wachten”. näher betekent hier “dichterbij” en is de vergrotende trap van nah (“dichtbij”). De reeks is nah – näher – am nächsten; näher vergelijkt de afstand met een ander, hier niet expliciet genoemd, punt of positie. Het is dus niet hetzelfde als näher zonder verdere context als een vaste afstandsmaat. Wand betekent “muur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Wand in de basisvorm. In an der Wand staat het met het bepaald lidwoord in de datief enkelvoud. an met datief beschrijft hier een plaats of positie: “bij/aan de muur”. Het zelfstandig naamwoord is Wand; der is de verbogen vorm van het lidwoord, niet een vorm van het zelfstandig naamwoord. stehen betekent “staan”. Dit is de infinitief die na kann aan het einde staat. De persoonsvorm zou zonder kann bijvoorbeeld zijn: Ich stehe an der Wand = “Ik sta bij de muur”. Samen vormen de delen Ich kann + näher + an der Wand + stehen: “Ik kan dichter bij de muur staan.” De spreker geeft daarmee aan dat het voor hem of haar mogelijk is om een positie in te nemen die dichter bij de muur ligt.
So bleibt der Weg frei.
Zo blijft de doorgang vrij.
- So
- zo
- bleibt
- blijft
- Weg
- weg, doorgang
- frei
- vrij
Uitgebreide uitleg
So betekent hier “zo” of “op deze manier”. Het verwijst naar de manier die uit de situatie of de vorige zin blijkt: door dichter bij de muur te staan, blijft de doorgang vrij. Als aanwijzend bijwoord kan so dus een manier of gevolgssituatie aanduiden. Voorbeeld: So geht es besser. — “Zo gaat het beter.” bleibt is de vorm van bleiben (“blijven”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bleibe, du bleibst, er/sie/es bleibt. Het beschrijft dat iets in een toestand voortduurt; het betekent hier niet simpelweg “staan”. Voorbeeld: Die Tür bleibt offen. — “De deur blijft open.” Weg is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Weg. In deze zin betekent het, mede door de vaste vertaling, “doorgang” of “pad”, niet noodzakelijk een route die iemand aflegt. Het meervoud is die Wege. Voorbeeld: Der Weg ist breit. — “De doorgang/weg is breed.” frei is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “vrij”, in de betekenis “niet geblokkeerd” of “beschikbaar”. Het beschrijft de toestand van der Weg; het is geen vorm van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Der Eingang bleibt frei. — “De ingang blijft vrij.” Samen vormen de delen So bleibt der Weg frei de betekenis: “Zo blijft de doorgang vrij.” So geeft de manier aan, bleibt drukt het voortduren van een toestand uit, en der Weg is het onderwerp dat frei blijft. De zin zegt dus dat de doorgang door deze manier van handelen niet wordt geblokkeerd.
Grammatica
jemanden + Infinitiv lassen
Lassen Sie die Leute vorbeigehen.
Las-sun zee dee loi-tuh foor-bai-ge-en.Laat de mensen voorbijgaan.
Bij lassen staat het tweede werkwoord als infinitief aan het einde van de zin.
Adjektiv/Adverb + genug
Der Weg ist weit genug.
Deer veek ist vaait guh-noek.De weg is ver genoeg.
In het Duits staat genug na het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord: weit genug.
Duits woordenschat
Lassen wir an der Seite etwas Platz.
etwas Platz
Diese Schlange wird wirklich voll.
an der Seite
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Deze rij wordt echt heel druk.
Antwoord tonen
Diese Schlange wird wirklich voll.Zal ik een beetje naar achteren gaan?
Antwoord tonen
Soll ich ein bisschen zurückgehen?Dan kunnen mensen er makkelijker langs.
Antwoord tonen
Dann können die Leute leichter vorbeigehen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
ruimte
Antwoord tonen
Platzmensen
Antwoord tonen
Leutenaar achteren gaan
Antwoord tonen
zurückgehenvol