Alles controleren voor vertrek | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before leaving home, two adults check keys, a wallet, and the locked door..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Alles controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Haben wir alles, bevor wir gehen?

haa-bun vie-uh allus, buh-foor vie-uh gee-un? Hebben we alles voordat we weggaan?
B

Lass uns jetzt nachsehen.

las oens yetst naach-zee-un. Laten we het nu controleren.
A

Hast du deine Schlüssel?

hast doe dai-nuh sjluusul? Heb je je sleutels?
B

Sie stecken in meiner Tasche.

zie sjtek-un in mai-nuh tasjuh. Ze zitten in mijn zak.
A

Ist dein Portemonnaie in deiner Tasche?

ist dain por-tu-mo-nee in dai-nuh tasjuh? Zit je portemonnee in je tas?
B

Ich habe es dort hineingelegt.

ich haa-buh es dort hi-naain-guh-leekt. Ik heb hem erin gedaan.
A

Ist die Tür abgeschlossen?

ist die tuur ap-guh-sjloss-un? Is de deur op slot?
B

Ich habe die Tür gerade kontrolliert.

ich haa-buh die tuur guh-raa-duh kon-tro-lieert. Ik heb de deur net gecontroleerd.

Uitleg van de zinnen

  1. Haben wir alles, bevor wir gehen?

    Hebben we alles voordat we weggaan?

    Haben wir
    hebben we?
    alles
    alles
    bevor
    voordat
    gehen
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Haben wir gebruikt de tegenwoordige vorm van haben bij wir. In een gewone mededeling staat de persoonsvorm als Wir haben ...; in deze ja/nee-vraag staat hij voor het onderwerp: Haben wir ...? Het betekent hier dat de spreker samen met anderen nagaat of zij alles hebben. Alles betekent hier “alles” of “alle dingen die bedoeld zijn”. Het is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord. Een bruikbaar contrast is etwas (“iets”): Wir haben alles. = “We hebben alles.”, terwijl Wir haben etwas. = “We hebben iets.” Bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat de vervoegde persoonsvorm doorgaans achteraan. Het patroon is bevor + onderwerp + ... + persoonsvorm, zoals in Bevor wir anfangen, trinken wir Kaffee. — “Voordat we beginnen, drinken we koffie.” Gehen betekent hier “gaan” of “weggaan”. De vorm is in wir gehen de tegenwoordige persoonsvorm bij wir; die vorm ziet er hetzelfde uit als de infinitief gehen. In de bijzin staat de persoonsvorm achteraan door bevor: bevor wir gehen. In een hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats: Wir gehen jetzt. — “We gaan nu.” Samen vormen de delen de vraag Haben wir alles, bevor wir gehen?: “Hebben we alles voordat we weggaan?” De hoofdzin vraagt of de gezamenlijke groep alles heeft; bevor wir gehen geeft aan dat dit vóór het weggaan geldt. De vraag is neutraal en bruikbaar wanneer iemand samen met anderen controleert of niets ontbreekt.

  2. Lass uns jetzt nachsehen.

    Laten we het nu controleren.

    Lass uns
    laten we
    jetzt
    nu
    nachsehen
    controleren
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns bevat Lass, de gebiedende wijs van lassen voor één aangesproken persoon, plus uns, het voornaamwoord voor “ons”. Samen vormt dit hier een voorstel: de spreker nodigt de aangesprokene uit om iets samen te doen. Het patroon Lass uns + infinitief is herbruikbaar. Voorbeeld: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” Hier blijft uns gelijk; het werkwoord na deze constructie staat in de infinitief. jetzt betekent hier “op dit moment” en plaatst de voorgestelde handeling in het heden. Het kan ook elders in de zin staan, maar in deze zin staat het direct vóór de handeling. nachsehen betekent hier “controleren” of “nakijken”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin verschijnt het vaak als sehen ... nach, bijvoorbeeld Ich sehe das später nach. — “Ik zoek dat later na.” Na Lass uns blijft het echter als infinitief bijeen: Lass uns nachsehen. De delen vormen samen een voorstel om nu iets te controleren. Het gecontroleerde object wordt in de Duitse zin niet uitgedrukt; de vertaling en de context maken duidelijk dat het om het eerder genoemde “alles” gaat. De hele uiting betekent dus dat de spreker en de aangesprokene dit op dit moment samen zullen controleren.

  3. Hast du deine Schlüssel?

    Heb je je sleutels?

    Hast du
    heb je
    deine
    je
    Schlüssel
    sleutels
    Uitgebreide uitleg

    Hast du betekent hier “heb je”. Het is een vraag met het werkwoord haben (“hebben”) in de tweede persoon enkelvoud: du hast = “je hebt”. In een gewone mededelende zin staat het vervoegde werkwoord meestal op de tweede plaats: Du hast ...; in deze ja-neevraag staat het vooraan: Hast du ...?. deine betekent hier “je/jouw” en geeft bezit aan. De vorm hoort bij het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: bij het meervoud Schlüssel is deine de passende vorm. Vergelijk bijvoorbeeld dein Schlüssel (“je sleutel”, enkelvoud) met deine Schlüssel (“je sleutels”, meervoud). Schlüssel betekent hier “sleutels”. Het woord heeft in het Duits dezelfde vorm in enkelvoud en meervoud: der Schlüssel = “de sleutel”, die Schlüssel = “de sleutels”. In deze zin is de meervoudsbetekenis duidelijk door deine en door de Nederlandse vertaling. Als voorbeeld: Ich suche meine Schlüssel. = “Ik zoek mijn sleutels.” Samen vormen de delen de ja-neevraag Hast du deine Schlüssel?: “Heb je je sleutels?” De vraag gaat over het hebben of bij je hebben van de sleutels; de daaropvolgende context vermeldt dat ze in de zak van de spreker zitten.

  4. Sie stecken in meiner Tasche.

    Ze zitten in mijn zak.

    Sie
    ze
    stecken
    zitten
    meiner
    mijn
    Tasche
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Sie betekent hier ze en verwijst naar een meervoudige groep of meerdere voorwerpen; de vertaling bevestigt deze lezing. De hoofdletter is in deze zin niet genoeg om Sie als formeel u te lezen. Als onderwerp staat Sie vóór het werkwoord. stecken betekent hier dat iets zich op een bepaalde plaats bevindt: in mijn zak zitten. De vorm is meervoud in de tegenwoordige tijd. De infinitief is ook stecken; bij een enkelvoudig onderwerp staat bijvoorbeeld steckt: Das Buch steckt in der Tasche. — Het boek zit in de tas. meiner is de verbogen vorm van het bezittelijk woord mein (mijn). Het verwijst hier naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de datief. Bij een vaste plaats met in gebruikt het Duits de datief: in meiner Tasche. De vorm verandert dus door de grammaticale combinatie met Tasche, niet omdat mein zelf een meervoudsvorm is. Tasche betekent tas of zak, afhankelijk van de bedoelde soort. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche; het meervoud is die Taschen. In deze zin staat het enkelvoud in de datief: meiner Tasche. Samen vormen de delen: Sie + stecken geeft ze zitten, en in meiner Tasche geeft de plaats in mijn zak. De volledige betekenis is daarom: Ze zitten in mijn zak.

  5. Ist dein Portemonnaie in deiner Tasche?

    Zit je portemonnee in je tas?

    Ist
    is
    dein
    jouw
    Portemonnaie
    portemonnee
    in
    in
    deiner
    jouw
    Tasche
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Ist is hier de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: “is”. In een Duitse ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vooraan. Vergelijk: Ist das dein Buch? — “Is dat jouw boek?” dein betekent hier “jouw” en staat bij Portemonnaie. Het zelfstandig naamwoord Portemonnaie is onzijdig (das Portemonnaie), en daarom heeft het bezittelijke woord in deze naamval de vorm dein. De vorm hangt dus niet alleen van de bezitter af, maar ook van het geslacht en de grammaticale rol van het zelfstandig naamwoord. Portemonnaie is het zelfstandig naamwoord voor “portemonnee”. Het meervoud is Portemonnaies: zwei Portemonnaies — “twee portemonnees”. in betekent “in”. Bij een plaats waar iets zich bevindt, staat in hier met de datief. Bij een beweging naar binnen kan in met de accusatief staan: Ich lege das Portemonnaie in die Tasche. — “Ik leg de portemonnee in de tas.” deiner betekent hier ook “jouw”, maar het is de datiefvorm bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Tasche (die Tasche). Het bezittelijke woord verandert dus van dein bij het onzijdige Portemonnaie naar deiner bij de datief van Tasche. Tasche betekent “tas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche; de datief enkelvoud is der Tasche. In in deiner Tasche geeft die datief aan dat de portemonnee zich op een plaats in de tas bevindt. Samen vormt Ist dein Portemonnaie in deiner Tasche? een ja/nee-vraag: “Zit je portemonnee in je tas?” De vraag gebruikt de woordvolgorde werkwoord + onderwerp + plaatsbepaling; in deiner Tasche beschrijft de locatie van dein Portemonnaie.

  6. Ich habe es dort hineingelegt.

    Ik heb hem erin gedaan.

    Ich habe
    ik heb
    es
    het (hier: de portemonnee)
    dort
    daar
    hineingelegt
    erin gelegd
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe: ich betekent “ik”. habe is de eerste persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd. Samen vormt ich habe hier het begin van het Duitse perfectum: de hulpvorm staat op de tweede positie en het voltooid deelwoord komt aan het einde. Vergelijk: Ich habe gewartet. — “Ik heb gewacht.” es: dit is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), onzijdig enkelvoud. Volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar de portemonnee. Het Duitse woord Portemonnaie is onzijdig, vandaar es; het Nederlandse hem gebruikt een andere grammaticale vorm. dort: “daar”, een plaatsaanduiding. Het wijst op een plaats die in de situatie als bekend geldt. Voor een plaats dichter bij de spreker wordt vaak hier (“hier”) gebruikt. hineingelegt: dit is het voltooid deelwoord van hineinlegen (“ergens in leggen”). legen is de basisvorm; legte is de verleden tijd en gelegt het voltooid deelwoord. Het voorvoegsel hinein- geeft een beweging naar binnen aan. Als zelfstandig werkwoord is hineinlegen scheidbaar: Ich lege es hinein. — “Ik leg het erin.” In het perfectum blijft het voorvoegsel bij het deelwoord: Ich habe es hineingelegt. Samen betekent Ich habe es dort hineingelegt.: “Ik heb het daar erin gelegd.” In natuurlijk Nederlands wordt dat hier weergegeven als “Ik heb hem erin gedaan.” Ich habe markeert de voltooide handeling, es is het voorwerp, dort geeft de plaats aan en hineingelegt specificeert dat het voorwerp naar binnen is gelegd. De volledige woordvolgorde illustreert het Duitse perfectum: de persoonsvorm staat vroeg in de zin en het voltooid deelwoord staat aan het einde.

  7. Ist die Tür abgeschlossen?

    Is de deur op slot?

    Ist
    is
    Tür
    deur
    abgeschlossen
    op slot; afgesloten
    Uitgebreide uitleg

    Ist is de tegenwoordige tijd van sein voor de derde persoon enkelvoud: ist = “is”. In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vooraan: Ist die Tür ...? betekent letterlijk “Is de deur ...?”. Vergelijk als patroon: Ist das Fenster offen? = “Staat het raam open?” Tür betekent hier “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür in het enkelvoud en die Türen in het meervoud. Het lidwoord die laat hier samen met de vorm van het zelfstandig naamwoord het enkelvoud zien; het betekent op zichzelf geen aantal. abgeschlossen komt van abschließen. In deze zin is het het voltooid deelwoord in de vaste toestand “op slot” of “afgesloten”. Het beschrijft de toestand van de deur, niet een handeling die nu door een genoemde persoon wordt uitgevoerd. Hetzelfde woord kan in een andere context ook “afgerond” betekenen, bijvoorbeeld: Die Arbeit ist abgeschlossen. = “Het werk is afgerond.” De betekenis “op slot” wordt hier door Tür en de vaste vertaling ondersteund. Samen vormt Ist die Tür abgeschlossen? een ja/nee-vraag: ist staat vooraan, daarna komt die Tür, en abgeschlossen beschrijft de toestand van de deur. De volledige betekenis is: “Is de deur op slot?”

  8. Ich habe die Tür gerade kontrolliert.

    Ik heb de deur net gecontroleerd.

    Ich habe
    ik heb
    Tür
    deur
    gerade
    net
    kontrolliert
    gecontroleerd
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier samen de persoonsvormconstructie “ik heb”. Ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker; habe is de eerste persoon enkelvoud van haben. In de voltooide tijd staat haben als hulpwerkwoord op de tweede plaats en komt het voltooid deelwoord later in de zin. Tür betekent hier “deur”. Het volledige woord in de zin is die Tür: die is het bepaalde lidwoord dat bij dit zelfstandig naamwoord hoort. Leer het zelfstandig naamwoord daarom samen met zijn lidwoord: die Tür. Een herbruikbaar voorbeeld is: Die Tür ist offen. — “De deur is open.” gerade betekent hier “net”, in de betekenis van “zojuist”. Het zegt dat de controle kort vóór het moment van spreken heeft plaatsgevonden. In andere contexten kan gerade ook “recht” of “precies” betekenen, maar die betekenissen passen hier niet. kontrolliert betekent hier “gecontroleerd”. Het is het voltooid deelwoord van kontrollieren; deze vorm blijft bij haben hetzelfde voor verschillende personen. Bijvoorbeeld: Wir haben die Tür kontrolliert. — “Wij hebben de deur gecontroleerd.” In deze zin staat kontrolliert aan het einde, zoals vaak bij een voltooid deelwoord in een Duitse hoofdzin met haben. Samen vormen de delen: Ich habe + die Tür + gerade + kontrolliert. De zin betekent dus: “Ik heb de deur net gecontroleerd.” De spreker meldt een zojuist voltooide controle van de deur.

Grammatica

Lass uns + infinitief

Lass uns jetzt nachsehen.

las oens yetst naach-zee-un.

Laten we het nu nakijken.

Na ‘Lass uns’ volgt een infinitief. Deze vaste vorm betekent ‘laten we …’ en wordt gebruikt voor een voorstel.

Duits woordenschat

alles voornaamwoord
allus alles

Haben wir alles?

bevor voegwoord
buh-foor voordat

Bevor wir gehen.

gehen werkwoord
gee-un gaan

Bevor wir gehen.

haben werkwoord
haa-bun hebben Haben / Hast / habe

Haben wir alles? Hast du deine Schlüssel? Ich habe die Tür kontrolliert.

hineingelegt werkwoord
hi-naain-guh-leekt erin gelegd

Ich habe es dort hineingelegt.

jetzt bijwoord
yetst nu

Lass uns jetzt nachsehen.

Lass uns uitdrukking
las oens laten we

Lass uns jetzt nachsehen.

nachsehen werkwoord
naach-zee-un nakijken

Lass uns jetzt nachsehen.

Portemonnaie zelfstandig naamwoord
por-tu-mo-nee portemonnee

Ist dein Portemonnaie in deiner Tasche?

Schlüssel zelfstandig naamwoord
sjluusul sleutel

Hast du deine Schlüssel?

stecken werkwoord
sjtek-un zitten

Sie stecken in meiner Tasche.

Tasche zelfstandig naamwoord
tasjuh tas

Sie stecken in meiner Tasche. Ist dein Portemonnaie in deiner Tasche?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hebben we alles voordat we weggaan?

Antwoord tonenHaben wir alles, bevor wir gehen?

Laten we het nu controleren.

Antwoord tonenLass uns jetzt nachsehen.

Heb je je sleutels?

Antwoord tonenHast du deine Schlüssel?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voordat

Antwoord tonenbevor

nakijken

Antwoord tonennachsehen

nu

Antwoord tonenjetzt

gaan

Antwoord tonengehen