De lijst controleren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults check a list for setting a table and notice that one spoon is still needed..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De lijst controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Schauen wir uns die Liste an.

sjauwen wier oens die liss-tuh an Laten we naar de lijst kijken.
B

Ich habe sie hier.

iech haabuh zie hier Ik heb hem hier.
A

Sind die Tassen schon bereit?

zint die tassuh(n) sjohn buh-rait Zijn de kopjes klaar?
B

Ich habe sie alle gespült.

iech haabuh zie alluh guh-sjpuult Ik heb ze allemaal afgewassen.
A

Fehlt etwas?

feelt et-vas Ontbreekt er iets?
B

Wir brauchen noch einen Löffel.

wier braaugen nog ainuh(n) leuful We hebben nog één lepel nodig.
A

Ich kann noch einen holen.

iech kan nog ainuh(n) hooluh(n) Ik kan er nog een halen.
B

Dann ist der Tisch gedeckt.

dan ist dehr tisj guh-dekt Dan is de tafel gedekt.

Uitleg van de zinnen

  1. Schauen wir uns die Liste an.

    Laten we naar de lijst kijken.

    Schauen … an
    bekijken
    uns
    ons
    Liste
    lijst
    Uitgebreide uitleg

    Schauen ... an vormt hier het scheidbare werkwoord sich etwas anschauen: ergens naar kijken of iets bekijken. Het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd bij wir: wir schauen ... an. Bij een scheidbaar werkwoord staat an in deze zin achteraan; in de infinitief blijft het geheel aaneen: anschauen. Voorbeeld: Wir schauen den Film an. — We kijken naar de film. uns is de wederkerende vorm die bij wir hoort. In sich etwas anschauen staat die vorm hier in de datief: wir schauen uns etwas an. De betekenis is niet simpelweg een losstaand “ons”, maar maakt deel uit van het patroon “iets bekijken”. Voorbeeld: Wir schauen uns das Foto an. — We bekijken de foto. Liste betekent “lijst”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; daarom staat hier het bepaald lidwoord die in de accusatief: die Liste. De accusatief markeert hier wat bekeken wordt. De meervoudsvorm is ook Listen, maar in deze zin gaat het om één lijst. De hele vorm Schauen wir uns ... an is een voorstel in de eerste persoon meervoud: “Laten we ... bekijken.” wir is het onderwerp, uns hoort bij het wederkerende werkwoord, die Liste is wat bekeken wordt, en an voltooit het scheidbare werkwoord. Samen betekent Schauen wir uns die Liste an. dus: “Laten we naar de lijst kijken.”

  2. Ich habe sie hier.

    Ik heb hem hier.

    Ich
    ik
    habe
    heb
    sie
    haar/hen/ze
    hier
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. In het Duits blijft deze vorm gelijk als onderwerp; bijvoorbeeld Ich komme. betekent “Ik kom.” habe is de eerste persoon enkelvoud van haben (“hebben”) in de tegenwoordige tijd. Het patroon is Ich habe ...: “Ik heb ...”. Bijvoorbeeld Ich habe Zeit. betekent “Ik heb tijd.” sie staat hier na habe en is daardoor de lijdend-voorwerpsvorm. In deze vorm kan sie naar één vrouw verwijzen (“haar”) of naar meerdere personen of zaken (“hen”/“ze”), afhankelijk van de context. De gegeven context maakt niet duidelijk welke van die lezingen bedoeld is. hier betekent “hier” en geeft de plaats aan. Bijvoorbeeld Das Buch ist hier. betekent “Het boek is hier.” De vaste Nederlandse vertaling “Ik heb hem hier” past niet precies bij de Duitse zin: voor “hem” zou het Duits ihn gebruiken, niet sie. De Duitse zin betekent dus naar de vorm eerder “Ik heb haar hier” of “Ik heb hen/ze hier”; zonder verdere context is niet duidelijk welke lezing bedoeld is.

  3. Sind die Tassen schon bereit?

    Zijn de kopjes klaar?

    Sind
    zijn
    Tassen
    kopjes
    schon
    al
    bereit
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Sind is hier de tegenwoordige tijd van sein in de derde persoon meervoud: sie sind = “ze zijn”. De vorm sind kan ook in een beleefde aanspreekvorm voorkomen, maar hier bepaalt die Tassen dat het om een meervoudig onderwerp gaat. In een ja-neevraag staat het werkwoord vooraan: Sind die Tassen ...? Vergelijk: Die Tassen sind bereit. = “De kopjes zijn klaar.” Tassen is het meervoud van die Tasse. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk in het enkelvoud (die Tasse) en krijgt in het meervoud de uitgang -n: die Tassen. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar de kopjes. schon betekent hier “al” en geeft aan dat men vraagt of de toestand inmiddels bereikt is. Het staat vóór bereit: schon bereit = “al klaar”. Dit is niet hetzelfde als noch (“nog”): Sind die Tassen noch nicht bereit? = “Zijn de kopjes nog niet klaar?” bereit betekent “klaar” of “gereed”. Het staat hier na sein als een beschrijvend woord: bereit sein = “klaar zijn”. Na sein krijgt dit bijvoeglijke naamwoord in deze constructie geen uitgang. Voorbeeld: Das Essen ist bereit. = “Het eten is klaar.” Samen vormt Sind die Tassen schon bereit? de ja-neevraag “Zijn de kopjes al klaar?” De volgorde is werkwoord sind + onderwerp die Tassen + tijdswoord schon + beschrijving bereit.

  4. Ich habe sie alle gespült.

    Ik heb ze allemaal afgewassen.

    Ich habe
    ik heb
    sie
    ze / hen
    alle
    allemaal
    gespült
    afgewassen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe betekent hier “ik heb”. habe is de vorm van haben bij ich. Samen met het voltooid deelwoord gespült vormt het het Duitse perfectum: ich habe ... gespült = “ik heb ... afgewassen”. Een vergelijkbaar patroon is Ich habe gekocht = “Ik heb gekookt.” sie is hier een meervoudig persoonlijk voornaamwoord in de objectrol: “ze/hen”. In deze context verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling en de eerdere vraag, naar de kopjes. Het meervoudige sie verschilt hier van Sie, de formele aanspreekvorm; hoofdlettergebruik is daarbij belangrijk. alle betekent hier “allemaal” en geeft aan dat de hele bedoelde groep is afgewassen. In de combinatie sie alle staat het bij het voornaamwoord en versterkt het de betekenis “ze allemaal”. gespült is het voltooid deelwoord van spülen (“afwassen”, ook “spoelen” afhankelijk van de context). De vorm staat hier na habe en drukt samen met dat hulpwerkwoord een voltooide handeling uit. Bijvoorbeeld: Ich habe die Teller gespült = “Ik heb de borden afgewassen.” Samen vormen de delen Ich habe + sie + alle + gespült de betekenis: “Ik heb ze allemaal afgewassen.” De spreker zegt dus dat de volledige bedoelde groep kopjes de voltooide handeling heeft ondergaan.

  5. Fehlt etwas?

    Ontbreekt er iets?

    Fehlt
    ontbreekt
    etwas
    iets
    Uitgebreide uitleg

    Fehlt komt van het werkwoord fehlen: iets is niet aanwezig of ontbreekt. In Fehlt etwas? staat het in de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, omdat etwas grammaticaal enkelvoudig is. De vorm fehlt kan ook bij een concreet enkelvoudig onderwerp staan, bijvoorbeeld: Der Löffel fehlt. — “De lepel ontbreekt.” etwas betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord: de spreker noemt niet welk ding ontbreekt. Het verwijst dus niet automatisch naar één specifiek zelfstandig naamwoord; de context kan wel helpen om te begrijpen welk soort voorwerp bedoeld wordt. In deze ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Fehlt etwas? Het patroon is werkwoord + onderwerp + ?. Samen betekent de zin letterlijk en natuurlijk: “Ontbreekt er iets?” In de gegeven situatie vraagt de spreker of er nog iets niet aanwezig is.

  6. Wir brauchen noch einen Löffel.

    We hebben nog één lepel nodig.

    Wir
    wij
    brauchen
    nodig hebben
    noch
    nog
    Löffel
    lepel
    Uitgebreide uitleg

    Wir betekent hier “wij”: de spreker hoort bij de groep die iets nodig heeft. Het is de eerste persoon meervoud. Vergelijk in een ander voorbeeld: Wir kochen. = “Wij koken.” brauchen is de infinitief “nodig hebben”. Na wir staat de vorm brauchen; in de tegenwoordige tijd heeft het werkwoord bij deze persoon dezelfde vorm als de infinitief. Voorbeeld: Wir brauchen Wasser. = “Wij hebben water nodig.” noch betekent hier “nog” in de betekenis “nog een / extra”. De context maakt duidelijk dat het om een extra lepel gaat, niet alleen om voortduring. In Ich kann noch einen holen. heeft noch dezelfde kernbetekenis: “nog een”. Löffel is het zelfstandig naamwoord “lepel”. Het woord is mannelijk: der Löffel in de basisvorm. Hier staat het als het lijdend voorwerp van brauchen, dus in de accusatief. Bij een onbepaald mannelijk zelfstandig naamwoord wordt dat einen Löffel: ein verandert in einen. Voorbeeld: Ich brauche einen Löffel. = “Ik heb een lepel nodig.” Het meervoud is Löffel en blijft in deze vorm gelijk: zwei Löffel = “twee lepels”. Samen vormen Wir brauchen noch einen Löffel de betekenis “Wij hebben nog één lepel nodig.” Wir geeft de persoon aan, brauchen zegt dat er behoefte is, noch voegt het idee van een extra exemplaar toe, en einen Löffel is wat nodig is. De punt sluit de mededelende zin af.

  7. Ich kann noch einen holen.

    Ik kan er nog een halen.

    Ich kann
    ik kan
    noch
    nog
    einen
    er een
    holen
    halen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord ich en de tegenwoordige vorm kann van können. Kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Als können als modaal werkwoord bij een ander werkwoord staat, blijft dat andere werkwoord als infinitief staan en komt het doorgaans achteraan: Ich kann helfen. = “Ik kan helpen.” Hier drukt de combinatie uit dat de spreker dit kan of in staat is te doen. noch betekent hier “nog” in de zin van een aanvullende of resterende handeling: er moet nog iets worden gehaald. Voorbeeld: Ich brauche noch einen Teller. = “Ik heb nog een bord nodig.” De precieze betekenis “nog één” komt in die voorbeeldzin mede uit de context; noch alleen is niet altijd een telwoord. einen is hier zelfstandig gebruikt: het bijbehorende zelfstandig naamwoord wordt niet herhaald. De vorm komt van het onbepaalde lidwoord ein en is de mannelijke accusatief enkelvoudsvorm. Vergelijk: ein Löffel als onderwerp tegenover einen Löffel als lijdend voorwerp. In de aangeleverde context verwijst het weggelaten zelfstandig naamwoord naar een lepel. De vorm einen op zichzelf stelt niet noodzakelijk een numerieke hoeveelheid vast; hier ondersteunt de context wel de betekenis “één lepel” of “nog een lepel”. holen is de infinitief van holen en betekent hier “halen”. Na het modale werkwoord kann staat deze infinitief aan het einde: Ich kann einen Löffel holen. = “Ik kan een lepel halen.” In andere contexten kan holen ook “gaan halen” of “ergens iets gaan ophalen” betekenen, maar de kern is dat de spreker iets verkrijgt door het te halen. Samen vormen de delen Ich kann + noch einen + holen de betekenis: “Ik kan er nog een halen.” Het object is in het Duits niet herhaald; einen draagt de mannelijke accusatiefvorm van het weggelaten object, dat door de context als Löffel wordt begrepen. In deze hoofdzin staat kann op de tweede plaats, na Ich, terwijl de infinitief holen aan het einde staat. Dat is een bruikbaar patroon: Ich kann noch einen/eine ... holen, waarbij de vorm van het onbepaalde lidwoord afhangt van het grammaticale geslacht en de naamval van het weggelaten of genoemde zelfstandig naamwoord.

  8. Dann ist der Tisch gedeckt.

    Dan is de tafel gedekt.

    Dann
    dan
    ist
    is
    Tisch
    tafel
    gedeckt
    gedekt
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verbindt deze mededeling met wat eraan voorafgaat: na die omstandigheid is de tafel gedekt. Het kan ook een tijdsvolgorde aangeven, afhankelijk van de context. ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij het onderwerp in de derde persoon enkelvoud: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In deze zin koppelt het ist het onderwerp aan de toestand gedeckt; het is dus niet op zichzelf de betekenis “gedekt”. Tisch betekent “tafel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tisch, meervoud die Tische. In de zin is der Tisch het onderwerp van ist; het bepaalde lidwoord der hoort bij dit mannelijke enkelvoud. gedeckt betekent hier “gedekt” of, bij een tafel, “gedekt/opgedekt”. Het is de vorm van decken (“dekken”): decken → gedeckt. In Der Tisch ist gedeckt beschrijft deze vorm de bereikte toestand van de tafel. De zin zegt niet wie de tafel heeft gedekt. Vergelijk: Der Tisch ist gedeckt. — “De tafel is gedekt.” Samen vormen Dann ist der Tisch gedeckt de volgorde dan + zijn + onderwerp + toestand: “Dan is de tafel gedekt.” De formulering beschrijft de toestand van de tafel op dat moment; Dann legt de verbinding met de voorafgaande omstandigheid.

Grammatica

scheidbaar werkwoord: anschauen → ... anschauen

Wir schauen die Liste an.

wier sjauwen die liss-tuh an

We bekijken de lijst.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan: schauen ... an.

Duits woordenschat

alle voornaamwoord
alluh allemaal

Ich habe sie alle gespült.

anschauen werkwoord
an-sjauwen bekijken Schauen ... an

Schauen wir uns die Liste an.

bereit bijvoeglijk naamwoord
buh-rait klaar

Sind die Tassen schon bereit?

brauchen werkwoord
braaugen nodig hebben

Wir brauchen noch einen Löffel.

etwas voornaamwoord
et-vas iets

Fehlt etwas?

fehlen werkwoord
feeluh(n) ontbreken Fehlt

Fehlt etwas?

haben werkwoord
haa-buh(n) hebben habe

Ich habe sie hier.

hier bijwoord
hier hier

Ich habe sie hier.

Liste zelfstandig naamwoord
liss-tuh lijst die Liste

Schauen wir uns die Liste an.

schon bijwoord
sjohn al

Sind die Tassen schon bereit?

spülen werkwoord
sjpuuluh(n) afwassen gespült

Ich habe sie alle gespült.

Tasse zelfstandig naamwoord
tassuh kopje Tassen

Sind die Tassen schon bereit?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we naar de lijst kijken.

Antwoord tonenSchauen wir uns die Liste an.

Ik heb hem hier.

Antwoord tonenIch habe sie hier.

Zijn de kopjes klaar?

Antwoord tonenSind die Tassen schon bereit?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hebben

Antwoord tonenhabe

klaar

Antwoord tonenbereit

afwassen

Antwoord tonengespült

allemaal

Antwoord tonenalle