Je warm voelen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults talk about warming up with a blanket, a warm cup, and a closed window..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Je warm voelen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mir ist jetzt kalt.

Mier ist jetst kalt. Ik heb het nu koud.
B

Wickel dich in diese warme Decke.

Wikkel disj in dieze varme dekke. Wikkel jezelf in deze warme deken.
A

Meine Hände sind auch kalt.

Majne hende zint auch kalt. Mijn handen zijn ook koud.
B

Halte diese warme Tasse eine Weile fest.

Halte dieze varme tasse ajne vajle fest. Houd deze warme beker een tijdje vast.
A

Das hilft ein wenig.

Das hilft ajn veeniesj. Dat helpt een beetje.
B

Setz dich auf das Sofa und ruh dich aus.

Zets disj auf das zoofa unt roe disj aus. Ga op de bank zitten en rust uit.
A

Der Raum fühlt sich jetzt wärmer an.

Deer raum fuult zich jetst vermer an. De kamer voelt nu warmer aan.
B

Ich schließe das Fenster, damit es so bleibt.

Isj sliese das fenster, damit es zoo blajpt. Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.

Uitleg van de zinnen

  1. Mir ist jetzt kalt.

    Ik heb het nu koud.

    Mir
    mij
    ist
    is
    jetzt
    nu
    kalt
    koud
    Uitgebreide uitleg

    Mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich in de eerste persoon enkelvoud. In de vaste uitdrukking Mir ist kalt markeert deze vorm de persoon die de lichamelijke gewaarwording ervaart; letterlijk wordt de toestand aan die persoon toegeschreven. Vergelijk: Mir ist warm. — Ik heb het warm. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – ist – war – ist gewesen. Hier staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd. In deze constructie verwijst ist niet naar een zelfstandig naamwoord als onderwerp; samen met de datiefpersoon en het bijvoeglijk naamwoord beschrijft het een toestand. Het onderwerp en de woordvolgorde kunnen in andere zinnen wel anders werken, bijvoorbeeld: Das Zimmer ist kalt. — De kamer is koud. jetzt betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Zonder jetzt blijft Mir ist kalt grammaticaal, maar verdwijnt de expliciete tijdsnuance. kalt is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “koud”. In Mir ist kalt beschrijft het de ervaren toestand. Het heeft hier geen verbuigingsuitgang, omdat het na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde staat. De vergelijking is kalt – kälter – am kältesten: koud – kouder – het koudst. Voorbeeld: Der Tee ist kalt. — De thee is koud. Samen vormen de delen Mir ist jetzt kalt de Duitse manier om te zeggen dat de spreker nu kou ervaart: “Ik heb het nu koud.” De datiefvorm Mir geeft de ervaarder aan, ist verbindt die persoon met de toestand kalt, en jetzt beperkt die toestand tot het huidige moment.

  2. Wickel dich in diese warme Decke.

    Wikkel jezelf in deze warme deken.

    Wickel
    wikkel
    dich
    jezelf
    in
    in
    diese
    deze
    warme
    warme
    Decke
    deken
    Uitgebreide uitleg

    Wickel is hier de gebiedende wijs van wickeln voor één aangesproken persoon. wickeln betekent iets om iemand of iets heen draaien of wikkelen. De vorm Wickel geeft een opdracht; het onderwerp du wordt in deze vorm niet uitgesproken. Voorbeeld: Wickel das Geschenk ein. — Pak het cadeau in. dich is de wederkerende vorm in de accusatief bij du: de aangesprokene wikkelt zichzelf in. De overeenkomstige wederkerende vormen zijn bijvoorbeeld mich bij ich en sich bij er, sie, es en sie in de derde persoon. Voorbeeld: Ich wickle mich in eine Decke. — Ik wikkel mezelf in een deken. in geeft hier een beweging naar binnen aan: de persoon komt in de deken terecht doordat die om hem of haar heen wordt gewikkeld. Bij zo'n richting gebruikt het Duits hier de accusatief. Bij een plaats zonder richtingsbetekenis staat na in de datief, bijvoorbeeld: Das Buch liegt in der Schublade. — Het boek ligt in de la. diese betekent hier deze en hoort bij het vrouwelijke enkelvoud van Decke. In deze combinatie staat het in de accusatief, omdat in hier richting aangeeft. De vorm diese is bij vrouwelijk enkelvoud echter hetzelfde in de nominatief en accusatief; zij markeert de accusatief dus niet afzonderlijk. Voorbeeld: Nimm diese Jacke. — Neem deze jas. warme is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord warm bij Decke. Het beschrijft de deken als warm. De uitgang -e hoort hier bij het vrouwelijke enkelvoud na de aanwijzer diese; die uitgang hoort dus bij warme, niet bij Decke. Voorbeeld: eine warme Suppe — een warme soep. Decke is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier deken. Het meervoud is Decken. De combinatie diese warme Decke betekent deze warme deken: diese wijst de deken aan en warme beschrijft haar. Samen vormen Wickel dich in diese warme Decke een opdracht: de aangesprokene moet zichzelf in deze warme deken wikkelen. De beweging naar binnen wordt uitgedrukt door in met de accusatief, en dich laat zien dat de uitvoerder en degene die wordt omwikkeld dezelfde persoon zijn.

  3. Meine Hände sind auch kalt.

    Mijn handen zijn ook koud.

    Meine
    mijn
    Hände
    handen
    sind
    zijn
    auch
    ook
    kalt
    koud
    Uitgebreide uitleg

    Meine betekent hier “mijn”. Als bezittelijke bepaler stemt deze vorm af op het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: hier is dat nominatief meervoud, Hände. meine kan ook bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het nominatief enkelvoud staan; het verwijst dus niet naar het geslacht van de bezitter. Oefenpatroon: meine Hände = “mijn handen” en meine Bücher = “mijn boeken”. Hände is het meervoud van Hand (“hand”). De klinkerwisseling in Hand → Hände hoort bij dit meervoud. Voorbeeld: Meine Hände sind warm. = “Mijn handen zijn warm.” sind is een tegenwoordige tijdsvorm van sein (“zijn”). In deze zin hoort hij bij het meervoudige onderwerp Meine Hände; dezelfde vorm komt bijvoorbeeld voor bij sie sind = “zij zijn”. Vergelijk in het enkelvoud ich bin en er ist. auch betekent “ook”. Het voegt deze mededeling toe aan iets anders dat al geldt: de handen zijn eveneens koud. Voorbeeld: Meine Füße sind auch kalt. = “Mijn voeten zijn ook koud.” kalt betekent “koud”. Na sein staat het Duitse bijvoeglijk naamwoord hier zonder uitgang: Die Hände sind kalt. = “De handen zijn koud.” Voor een zelfstandig naamwoord kan het wel een uitgang krijgen, zoals in kalte Hände = “koude handen”. Samen betekent Meine Hände sind auch kalt.: “Mijn handen zijn ook koud.” De structuur is bezittelijke bepaler + zelfstandig naamwoord in het meervoud + vorm van sein + ook + beschrijving: Meine Hände is het onderwerp, sind verbindt het onderwerp met de toestand kalt, en auch geeft aan dat die toestand eveneens voor de handen geldt.

  4. Halte diese warme Tasse eine Weile fest.

    Houd deze warme beker een tijdje vast.

    Halte … fest
    houd vast
    diese
    deze
    warme
    warme
    Tasse
    beker
    eine Weile
    een tijdje
    Uitgebreide uitleg

    Halte ... fest hoort bij het scheidbare werkwoord festhalten: iets vasthouden. In deze zin is Halte de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon; fest staat aan het einde van de hoofdzin. In een gewone mededelende zin kan dezelfde combinatie bijvoorbeeld Du hältst die Tasse fest zijn: je houdt de beker vast. Het werkwoord is dus festhalten, niet een apart werkwoord halte met een los voorzetsel. diese betekent hier deze en verwijst naar het aangewezen vrouwelijke zelfstandig naamwoord Tasse. De vorm past bij een vrouwelijk enkelvoudig lijdend voorwerp: diese Tasse. Het grammaticale geslacht komt dus niet alleen uit het feit dat het om één voorwerp gaat. warme is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord warm: warm, voor iets met warmte. In diese warme Tasse staat het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord en krijgt het de uitgang -e, omdat het bij een vrouwelijk enkelvoudig lijdend voorwerp staat met diese ervoor. Bijvoorbeeld: Ich nehme diese warme Tasse. — Ik pak deze warme beker. Tasse is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een beker of kopje. Het meervoud is Tassen. In deze zin is Tasse het lijdend voorwerp van festhalten: dat is wat de aangesproken persoon moet vasthouden. eine Weile is een vaste tijdsaanduiding met de betekenis een tijdje of een poosje. Weile is vrouwelijk; in deze uitdrukking staat het samen met eine. Eine drukt hier niet zelfstandig een telbare hoeveelheid uit, maar maakt deel uit van de tijdsaanduiding. Samen betekent Halte diese warme Tasse eine Weile fest.: Houd deze warme beker een tijdje vast. De gebiedende wijs geeft de opdracht, diese warme Tasse is wat moet worden vastgehouden, fest voltooit het scheidbare werkwoord festhalten, en eine Weile geeft aan hoelang.

  5. Das hilft ein wenig.

    Dat helpt een beetje.

    Das
    dat
    hilft
    helpt
    ein wenig
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat zelfstandig als aanwijzend voornaamwoord: het verwijst naar iets dat in de situatie al duidelijk is, zonder dat de zin zelf precies benoemt waarnaar. De vorm das hoort bij het onzijdige grammaticale geslacht; als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord kan de vorm volgens de rol in de zin veranderen, bijvoorbeeld Das hilft. tegenover Ich sehe das.. In deze zin is Das het onderwerp. hilft is de tegenwoordige tijd van helfen in de derde persoon enkelvoud: helfen → er/sie/es hilft. De stamklinker verandert hier van e naar i; dat is een vormkenmerk van dit werkwoord, niet van Das. helfen betekent “helpen” of, zoals hier, “nuttig zijn”. Voorbeeld: Das hilft. — “Dat helpt.” ein wenig is een vaste, veelgebruikte bepaling met de betekenis “een beetje” of “in geringe mate”. Het maakt de mate van het helpen kleiner. ein is hier geen bewering dat er precies één geteld ding is; de hele uitdrukking geeft een kleine hoeveelheid of mate aan. Een vergelijkbare uitdrukking is ein bisschen: Das hilft ein bisschen. — “Dat helpt een beetje.” Samen vormt Das hilft ein wenig. de structuur [onderwerp] + [werkwoord] + [matebepaling]: “Dat helpt een beetje.” De zin zegt dus dat het aangeduide iets enige hulp biedt, maar geen grote mate van hulp. De tegenwoordige tijd presenteert dit als wat nu geldt; de zin specificeert niet verder waar Das precies naar verwijst.

  6. Setz dich auf das Sofa und ruh dich aus.

    Ga op de bank zitten en rust uit.

    Setz dich
    ga zitten
    Sofa
    bank
    ruh dich aus
    rust uit
    Uitgebreide uitleg

    Setz dich is hier een informele gebiedende wijs tegen één persoon. Setz komt van setzen; in deze vaste reflexieve combinatie betekent het “ga zitten” of letterlijk “zet jezelf neer”. dich is de bijbehorende reflexieve vorm voor du in de accusatief. Voorbeeld: Setz dich hierhin. — Ga hier zitten. Sofa betekent “bank” in de zin van een zitmeubel. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Sofas. In auf das Sofa geeft auf met de accusatief een beweging naar de bank aan: das Sofa is hier dus het doel van het gaan zitten. Voorbeeld: Ich setze mich auf das Sofa. — Ik ga op de bank zitten. ruh dich aus komt van het scheidbare, reflexieve werkwoord sich ausruhen en betekent “rust uit”. In de gebiedende wijs staat het vervoegde deel vooraan (ruh), terwijl het scheidbare deel aus achteraan blijft staan; dich hoort bij dezelfde persoon als ruh. Voorbeeld: Ruh dich nach der Arbeit aus. — Rust uit na het werk. Samen vormt de zin twee opdrachten aan dezelfde aangesproken persoon: eerst moet die persoon op de bank gaan zitten, daarna rusten. und verbindt de twee gebiedende wijs-vormen: Setz dich auf das Sofa und ruh dich aus. — Ga op de bank zitten en rust uit.

  7. Der Raum fühlt sich jetzt wärmer an.

    De kamer voelt nu warmer aan.

    Raum
    kamer
    fühlt sich … an
    voelt … aan
    jetzt
    nu
    wärmer
    warmer
    Uitgebreide uitleg

    Raum betekent hier ‘kamer’ en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum. Het meervoud is Räume. In de zin staat de vorm Raum na het lidwoord der; het zelfstandig naamwoord zelf draagt hier geen zichtbare naamvalsuitgang. fühlt sich … an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen en betekent ‘aanvoelen’. sich verwijst hier naar de kamer als datgene wat wordt ervaren; het is geen apart persoon die iets voelt. In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de gewone werkwoordplaats en komt het partikel an aan het einde: Der Raum fühlt sich ... an. De vorm fühlt is de derde persoon enkelvoud van sich anfühlen, passend bij der Raum. Voorbeeld: Das Wasser fühlt sich kalt an. — ‘Het water voelt koud aan.’ jetzt betekent ‘nu’ en plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Voorbeeld: Jetzt fühlt sich die Luft besser an. — ‘Nu voelt de lucht beter aan.’ wärmer is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord warm: warm → wärmer → am wärmsten. Het beschrijft hier hoe de kamer aanvoelt en betekent ‘warmer’, dus warmer dan eerder of dan een relevante eerdere toestand. De uitgang -er hoort bij de vergelijking van warm, niet bij Raum. Voorbeeld: Das Wasser ist wärmer. — ‘Het water is warmer.’ Samen vormen de delen: Der Raum (‘de kamer’) + fühlt sich ... an (‘voelt ... aan’) + jetzt (‘nu’) + wärmer (‘warmer’). De volledige betekenis is: ‘De kamer voelt nu warmer aan.’

  8. Ich schließe das Fenster, damit es so bleibt.

    Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.

    Ich
    ik
    schließe
    sluit; doe dicht
    Fenster
    raam
    damit
    zodat
    es
    het
    so
    zo
    bleibt
    blijft
    Uitgebreide uitleg

    Ich is de vorm voor “ik”, de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp van de hoofdzin: de spreker voert de handeling uit. schließe komt van schließen (“sluiten”). Dit is de tegenwoordige tijd bij ich: ich schließe. In deze zin betekent het, samen met het raam, “ik doe dicht”. Voorbeeld: Ich schließe die Tür. — “Ik doe de deur dicht.” Fenster betekent “raam”. Het waargenomen zelfstandig naamwoord staat hier in het enkelvoud: das Fenster; het meervoud heeft dezelfde vorm, die Fenster. Het lidwoord das laat hier zien dat het om een enkelvoudig onzijdig woord gaat. damit leidt een bijzin in met het doel of het beoogde gevolg: “zodat” of “opdat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld: Ich lerne, damit ich die Prüfung bestehe. — “Ik leer, zodat ik voor het examen slaag.” es is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud in de vorm die hier als onderwerp wordt gebruikt. In deze zin verwijst het volgens de vaste vertaling naar “het”, maar de invoer legt niet zelfstandig vast welk concreet ding of welke toestand ermee wordt bedoeld. De vorm es verandert hier niet naar een mannelijke of vrouwelijke variant. so betekent hier “zo”: op die manier of in die toestand. Samen met bleibt drukt het uit dat iets in dezelfde toestand blijft. Voorbeeld: Lass es so. — “Laat het zo.” bleibt komt van bleiben (“blijven”) en is de tegenwoordige tijd bij er/sie/es: es bleibt. De uitgang -t hoort dus bij de derde persoon enkelvoud; bij ich is het ich bleibe. Voorbeeld: Das Wetter bleibt warm. — “Het weer blijft warm.” De hoofdzin Ich schließe das Fenster betekent “Ik doe het raam dicht”. De bijzin damit es so bleibt geeft het doel daarvan: “zodat het zo blijft”. Samen betekent de volledige uiting: “Ik doe het raam dicht, zodat het zo blijft.”

Grammatica

damit + bijzin: werkwoord op het einde

Schließe das Fenster, damit der Raum warm bleibt.

Sliese das fenster, damit de raum varm blajpt.

Sluit het raam, zodat de kamer warm blijft.

Na damit staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Ruh dich aus!

Ruh dich eine Weile auf dem Sofa aus.

Roe disj ajne vajle auf dem zoofa aus.

Rust een tijdje uit op de bank.

Bij het scheidbare werkwoord sich ausruhen staat aus aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

Decke zelfstandig naamwoord
dekke deken

Wickel dich in diese warme Decke.

ein wenig uitdrukking
ajn veeniesj een beetje

Das hilft ein wenig.

eine Weile uitdrukking
ajne vajle een tijdje

Halte diese warme Tasse eine Weile fest.

halten werkwoord
halten vasthouden Halte

Halte diese warme Tasse eine Weile fest.

Hand zelfstandig naamwoord
hant hand Hände

Meine Hände sind auch kalt.

helfen werkwoord
helfen helpen hilft

Das hilft ein wenig.

jetzt bijwoord
jetst nu

Mir ist jetzt kalt.

kalt bijvoeglijk naamwoord
kalt koud

Mir ist jetzt kalt.

sich ausruhen werkwoord
zisj ausroeen uitrusten ruh dich aus

Setz dich auf das Sofa und ruh dich aus.

Tasse zelfstandig naamwoord
tasse kopje

Halte diese warme Tasse eine Weile fest.

warm bijvoeglijk naamwoord
varm warm warme

Wickel dich in diese warme Decke.

wickeln werkwoord
wikkelen wikkelen Wickel

Wickel dich in diese warme Decke.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het nu koud.

Antwoord tonenMir ist jetzt kalt.

Wikkel jezelf in deze warme deken.

Antwoord tonenWickel dich in diese warme Decke.

Mijn handen zijn ook koud.

Antwoord tonenMeine Hände sind auch kalt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deken

Antwoord tonenDecke

koud

Antwoord tonenkalt

wikkelen

Antwoord tonenWickel

nu

Antwoord tonenjetzt