Etiketten en ruimte in de koelkast | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, two adults talk about labeling food and using shelf space in a shared fridge..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Etiketten en ruimte in de koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Darf ich den gemeinsamen Kühlschrank benutzen?

Darf iesj deen ge-majn-zaamun kuul-sjrangk be-noetsun? Mag ik de gedeelde koelkast gebruiken?
B

Beschrifte dein Essen, bevor du es hineinstellst.

Be-sjrief-te dajn ee-sun, be-foor doe es hi-naajn-sjtelst. Label je eten voordat je het erin zet.
A

Wo finde ich ein Etikett?

Voo fin-duh iesj ajn ee-tie-ket? Waar kan ik een etiket vinden?
B

Neben dem Kühlschrank liegen Etiketten.

Nee-bun deem kuul-sjrangk lie-gun ee-tie-ketun. Er liggen etiketten naast de koelkast.
A

Ist genug Platz im Kühlschrank?

Ist ge-noek plats im kuul-sjrangk? Is er genoeg ruimte in de koelkast?
B

Benutze das oberste Fach; dort ist Platz.

Be-noet-se das oo-bur-ste fach; dort ist plats. Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.
A

Ich nehme mein Essen später heraus.

Iesj nee-muh majn ee-sun sjpee-tur he-raus. Ik haal mijn eten er later uit.
B

So bleibt Platz für andere Leute frei.

Zoo blajpt plats vuur an-dur-uh loi-tuh fraaj. Zo blijft er ruimte over voor andere mensen.

Uitleg van de zinnen

  1. Darf ich den gemeinsamen Kühlschrank benutzen?

    Mag ik de gedeelde koelkast gebruiken?

    Darf ich
    mag ik
    gemeinsamen
    gedeelde
    Kühlschrank
    koelkast
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Darf ich is een vaste, herbruikbare vraagconstructie voor toestemming: “mag ik …?” Darf is de tegenwoordige tijd van dürfen (“mogen”) bij ich; het daaropvolgende hoofdwerkwoord blijft in de infinitief. In deze hoofdzin staat die infinitief aan het einde. Voorbeeld: Darf ich das Fenster öffnen? — “Mag ik het raam openen?” gemeinsamen betekent hier “gedeelde” en hoort bij Kühlschrank. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is gemeinsam. De uitgang -en komt hier door de combinatie van het bepaald lidwoord den, de accusatief en het mannelijke enkelvoud; het is dus het bijvoeglijk naamwoord dat deze uitgang draagt. Vergelijk: der gemeinsame Kühlschrank — “de gedeelde koelkast” (onderwerp) en den gemeinsamen Kühlschrank — “de gedeelde koelkast” (lijdend voorwerp). Kühlschrank is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kühlschrank. In deze zin staat het als lijdend voorwerp na benutzen, daarom verschijnt het met den: den Kühlschrank. Het meervoud is die Kühlschränke, met een umlaut en -e. benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief die na het modale werkwoord darf staat. In een gewone mededelende zin krijgt het werkwoord een persoonsvorm, bijvoorbeeld: Ich benutze den Kühlschrank. — “Ik gebruik de koelkast.” Na Darf ich blijft benutzen echter onvervoegd aan het einde staan. Samen vormen de delen Darf ich + den gemeinsamen Kühlschrank + benutzen? de vraag: “Mag ik de gedeelde koelkast gebruiken?” De vraag vraagt om toestemming om die gedeelde koelkast te gebruiken.

  2. Beschrifte dein Essen, bevor du es hineinstellst.

    Label je eten voordat je het erin zet.

    Beschrifte
    label
    dein
    jouw
    Essen
    eten
    bevor
    voordat
    hineinstellst
    erin zet
    Uitgebreide uitleg

    Beschrifte is de gebiedende wijs van beschriften voor du: “label”. Het is dus een opdracht aan één persoon. De stam is beschrift-; in de bevelsvorm staat hier Beschrifte. Voorbeeld: Beschrifte die Dose. — “Label dat blik.” dein betekent hier “jouw” en hoort bij Essen. Het is een bezittelijk woord: het geeft aan van wie het eten is. Omdat Essen een onzijdig zelfstandig naamwoord is, staat hier de vorm dein; de vorm hangt dus samen met het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord, niet met een numerieke hoeveelheid. Vergelijk: dein Essen — “jouw eten”, maar deine Tasche — “jouw tas”. Essen betekent hier “eten” als zelfstandig naamwoord. Het wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het werkwoord essen betekent “eten”, maar Essen in deze zin verwijst naar het voedsel zelf. Voorbeeld: Das Essen ist fertig. — “Het eten is klaar.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin na bevor staat de vervoegde werkwoordsvorm achteraan. Het patroon is bevor + onderwerp + voornaamwoord + werkwoord, zoals in bevor du gehst — “voordat je gaat”. hineinstellst betekent hier “erin zet”. Het is de du-vorm in de tegenwoordige tijd van het scheidbare werkwoord hineinstellen (“naar binnen zetten”): du stellst ... hinein. In deze bijzin worden de delen samen geschreven en staat de vervoegde vorm achteraan: du es hineinstellst. Het voorvoegsel hinein- geeft de richting naar binnen aan. Voorbeeld: Du stellst die Flasche hinein. — “Je zet de fles erin.” Samen betekent Beschrifte dein Essen “Label je eten”. bevor du es hineinstellst betekent “voordat je het erin zet”: es verwijst in deze vaste zin naar dein Essen, en hineinstellst beschrijft het naar binnen zetten. De volledige zin is daarom: “Label je eten voordat je het erin zet.”

  3. Wo finde ich ein Etikett?

    Waar kan ik een etiket vinden?

    Wo
    waar
    finde
    vind
    Etikett
    etiket
    Uitgebreide uitleg

    Wo vraagt naar een plaats: “waar?”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk voor een richting het andere vraagwoord wohin (“waarheen”); dat is niet de betekenis van Wo in deze zin. finde is de vorm van finden (“vinden”) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich finde. Andere vormen zijn bijvoorbeeld du findest en er/sie findet. Voorbeeld: Ich finde den Schlüssel. — “Ik vind de sleutel.” Etikett betekent hier “etiket”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Etikett; het meervoud is die Etiketten. In ein Etikett is ein het onbepaalde lidwoord bij dit enkelvoudige zelfstandige naamwoord. Omdat ein Etikett het lijdend voorwerp van finden is, staat het in de accusatief; bij dit onzijdige woord ziet ein er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. De vraag volgt het patroon Wo + werkwoord + onderwerp + lijdend voorwerp?: Wo finde ich ein Etikett? Letterlijk opgebouwd vraagt de spreker waar hij of zij een etiket vindt. De vaste vertaling is: “Waar kan ik een etiket vinden?”

  4. Neben dem Kühlschrank liegen Etiketten.

    Er liggen etiketten naast de koelkast.

    Neben
    naast
    Kühlschrank
    koelkast
    liegen
    liggen
    Etiketten
    etiketten
    Uitgebreide uitleg

    Neben betekent hier ‘naast’ en geeft een plaatsrelatie aan. Bij een vaste plaats gebruikt neben de datief: neben dem Kühlschrank. Bij een richting naar een plaats kan dezelfde voorzetselgroep de accusatief krijgen, bijvoorbeeld Ich stelle die Flasche neben den Kühlschrank — Ik zet de fles naast de koelkast. Kühlschrank is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kühlschrank. Na neben voor een vaste locatie staat hier de datief enkelvoud: dem Kühlschrank. Het meervoud is die Kühlschränke; het zelfstandig naamwoord krijgt daarbij een umlaut en een uitgang. liegen is de tegenwoordige tijd van liegen, ‘liggen’. De vorm liegen hoort hier bij een meervoudig onderwerp: die Etiketten liegen. Vergelijk: Das Etikett liegt neben dem Kühlschrank — Het etiket ligt naast de koelkast. Liegen beschrijft een toestand of plaats, niet het neerleggen zelf; voor ‘neerleggen’ wordt bijvoorbeeld legen gebruikt. Etiketten is het meervoud van das Etikett, ‘etiket’. In deze zin is het meervoud het onderwerp; daarom staat het werkwoord als liegen. Het onbepaalde enkelvoud is ein Etikett, zoals in Ich finde ein Etikett — Ik vind een etiket. Samen vormt de zin de structuur Neben + plaatsbepaling + werkwoord + onderwerp: Neben dem Kühlschrank liegen Etiketten. De plaatsbepaling staat vooraan, waarna het vervoegde werkwoord op de tweede positie komt. De betekenis is: er liggen etiketten naast de koelkast.

  5. Ist genug Platz im Kühlschrank?

    Is er genoeg ruimte in de koelkast?

    Ist
    is
    genug
    genoeg
    Platz
    ruimte
    im Kühlschrank
    in de koelkast
    Kühlschrank
    koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein – ist. In een ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. Voorbeeld: Ist das Fach leer? — Is het vak leeg? genug betekent hier “voldoende” of “genoeg”. Het verandert in deze functie niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir haben genug Zeit. — We hebben genoeg tijd. Platz is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “ruimte”. In andere contexten kan Platz ook een plaats of zitplaats betekenen; hier gaat het door de combinatie met im Kühlschrank om beschikbare ruimte. Voorbeeld: Hier ist noch Platz. — Hier is nog ruimte. im Kühlschrank betekent “in de koelkast”. im is de samentrekking van in dem; na in staat hier de datief, omdat het om een vaste locatie gaat en niet om een beweging naar binnen. Kühlschrank is het mannelijke zelfstandig naamwoord voor “koelkast”. Het bestaat uit Kühl- (“koel-”) en Schrank (“kast”), maar leer de volledige samenstelling als één woord. Met het bepaalde lidwoord krijg je in de datief dem Kühlschrank, en dus im Kühlschrank. De vraag bouwt zo op: Ist staat vooraan als vraagwerkwoord, daarna komt genug Platz (“genoeg ruimte”), en im Kühlschrank geeft de plaats aan. Samen betekent Ist genug Platz im Kühlschrank?: “Is er genoeg ruimte in de koelkast?” De vraag informeert of de beschikbare ruimte voldoende is; ze stelt geen specifiek aantal of hoeveelheid vast.

  6. Benutze das oberste Fach; dort ist Platz.

    Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.

    Benutze
    gebruik
    oberste
    bovenste
    Fach
    vak; plank
    dort
    daar
    ist Platz
    is ruimte
    Uitgebreide uitleg

    Benutze is de gebiedende wijs van benutzen (“gebruiken”) voor één persoon in de informele aanspreekvorm. Het onderwerp du wordt in deze vorm niet uitgesproken. Bijvoorbeeld: Benutze den Stift. — “Gebruik de pen.” oberste betekent hier “bovenste”. Het is de overtreffende trap van ober en duidt de hoogste positie binnen een reeks aan. oben is het bijwoord “boven”; het is niet simpelweg de basisvorm van oberste. In das oberste Fach krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e: Fach is onzijdig, staat hier als lijdend voorwerp en wordt bepaald door das. Vergelijk das obere Fach (“het bovenste/hogere vak”) met das oberste Fach (“het bovenste vak van alle vakken”). Fach betekent hier een afgebakende opbergruimte, in deze context een vak of plank in de koelkast. Het meervoud is Fächer. Bijvoorbeeld: Das Fach ist leer. — “Het vak is leeg.” dort betekent “daar” en wijst hier naar de genoemde plek, het bovenste vak of de bovenste plank. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. ist Platz bevat ist, de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”), en Platz, dat hier beschikbare ruimte betekent. In dort ist Platz geeft dort de locatie aan: “daar is ruimte”. Vergelijk: Hier ist Platz. — “Hier is ruimte.” Samen vormt Benutze das oberste Fach een directe instructie: “Gebruik het bovenste vak/de bovenste plank.” dort ist Platz voegt daaraan toe dat er op die plek ruimte is. De volledige uiting betekent dus: “Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.”

  7. Ich nehme mein Essen später heraus.

    Ik haal mijn eten er later uit.

    nehme … heraus
    eruit halen
    Essen
    eten
    später
    later
    Uitgebreide uitleg

    nehme ... heraus is hier de gescheiden werkwoordconstructie van herausnehmen: iets uit een ruimte of houder halen. nehme is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van nehmen; het voorvoegsel heraus- staat in deze hoofdzin aan het einde: Ich nehme ... heraus. In een bijzin blijft het werkwoord bijeen, bijvoorbeeld: Ich weiß, dass ich mein Essen später herausnehme. — Ik weet dat ik mijn eten er later uithaal. Essen betekent hier voedsel of een maaltijd. Als zelfstandig gebruikt woord wordt het met een hoofdletter geschreven. In mein Essen geeft mein aan dat het om het eten van de spreker gaat; Essen is het zelfstandig naamwoord dat door dit bezittelijke woord wordt bepaald. Essen kan in een andere context ook de handeling ‘eten’ aanduiden, maar hier verwijst het naar het voedsel/de maaltijd. später betekent ‘op een later moment’ en plaatst het uithalen na het huidige moment of na een eerder genoemd moment. Het is de vergrotende vorm die als bijwoord wordt gebruikt bij spät; het betekent hier niet noodzakelijk ‘later dan een specifiek genoemde persoon’. Samen vormen de delen: Ich nehme mein Essen später heraus. Ich is de handelende persoon, mein Essen is wat wordt uitgehaald, später zegt wanneer dat gebeurt, en heraus voltooit het gescheiden werkwoord. De hele zin betekent daarom: ‘Ik haal mijn eten er later uit.’

  8. So bleibt Platz für andere Leute frei.

    Zo blijft er ruimte over voor andere mensen.

    So
    zo; dus
    bleibt
    blijft
    Platz
    ruimte
    andere
    andere
    Leute
    mensen
    frei
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    So verwijst hier naar de voorafgaande situatie en betekent zo of op die manier; het verbindt die situatie met het gevolg in deze zin. Voorbeeld: So geht es schneller. — Zo gaat het sneller. bleibt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van bleiben (blijven). Hier beschrijft het dat iets beschikbaar blijft; bleiben kan ook betekenen dat iemand of iets op een plaats blijft. Voorbeeld: Der Platz bleibt frei. — De plaats blijft vrij. Platz is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier ruimte of beschikbare plaats, niet noodzakelijk een afgebakende fysieke plek. In de combinatie Platz frei bleiben blijft er ruimte beschikbaar. Voorbeeld: Hier ist noch Platz. — Hier is nog ruimte. andere betekent andere. Het is hier de vorm van het bijvoeglijk naamwoord bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Leute; na für staat de bijbehorende naamwoordgroep in de accusatief. Vergelijk: andere Leute — andere mensen; für andere Leute — voor andere mensen. Leute is een meervoudig zelfstandig naamwoord voor mensen. Het wordt in deze betekenis normaal als meervoud gebruikt. Voor één persoon gebruik je bijvoorbeeld eine Person, niet eine Leute. Voorbeeld: Andere Leute warten dort. — Andere mensen wachten daar. frei betekent hier vrij in de zin van niet bezet of beschikbaar. Het staat na bleiben als naamwoordelijk deel en krijgt daarom geen verbuigingsuitgang. Vergelijk: ein freier Platz — een vrije/beschikbare plaats, maar Der Platz bleibt frei. — De plaats blijft vrij. Samen vormen bleibt ... frei en Platz de betekenis ruimte blijft beschikbaar. für andere Leute geeft aan voor wie die ruimte beschikbaar blijft. So bleibt Platz für andere Leute frei. betekent daarom: Zo blijft er ruimte over voor andere mensen. De zin gebruikt So om dit als gevolg van de voorafgaande situatie te verbinden met wat eraan voorafging.

Grammatica

Bevor + bijzin: het werkwoord staat aan het einde

Bevor du dein Essen hineinstellst, beschrifte es.

Be-foor doe dajn ee-sun hi-naajn-sjtelst, be-sjrief-tuh es.

Voordat je je eten erin zet, etiketteer het.

Na bevor komt een bijzin. Het vervoegde werkwoord staat daar achteraan: hineinstellst.

Duits woordenschat

benutzen werkwoord
be-noetsun gebruiken

den gemeinsamen Kühlschrank benutzen

beschriften werkwoord
be-sjrief-tun etiketteren Beschrifte

Beschrifte dein Essen

bevor voegwoord
be-foor voordat

bevor du es hineinstellst

dein bepaler
dajn jouw

dein Essen

Essen zelfstandig naamwoord
ee-sun eten

dein Essen

Etikett zelfstandig naamwoord
ee-tie-ket etiket

ein Etikett

finden werkwoord
fin-dun vinden finde

Wo finde ich ein Etikett?

gemeinsam bijvoeglijk naamwoord
ge-majn-zaam gedeeld gemeinsamen

den gemeinsamen Kühlschrank

hineinstellen werkwoord
hi-naajn-sjtelun erin zetten hineinstellst

bevor du es hineinstellst

Kühlschrank zelfstandig naamwoord
kuul-sjrangk koelkast

der Kühlschrank

liegen werkwoord
lie-gun liggen

Neben dem Kühlschrank liegen Etiketten.

neben voorzetsel
nee-bun naast

Neben dem Kühlschrank

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik de gedeelde koelkast gebruiken?

Antwoord tonenDarf ich den gemeinsamen Kühlschrank benutzen?

Waar kan ik een etiket vinden?

Antwoord tonenWo finde ich ein Etikett?

Er liggen etiketten naast de koelkast.

Antwoord tonenNeben dem Kühlschrank liegen Etiketten.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vinden

Antwoord tonenfinde

etiketteren

Antwoord tonenBeschrifte

koelkast

Antwoord tonenKühlschrank

voordat

Antwoord tonenbevor