Darf
Darf betekent hier “mag” in de beleefde vraag “Darf ich den gemeinsamen Kühlschrank benutzen?”. Het is de vorm die toestemming uitdrukt en staat vooraan in de vraag. Je kunt het gebruiken in vragen zoals “Darf ich …?”. In deze situatie vraag je toestemming om een gedeelde koelkast te gebruiken.
ich
ich betekent “ik” en verwijst hier naar de persoon die toestemming vraagt. In “Darf ich …?” is ich degene die de handeling wil uitvoeren. Het staat vaak samen met een werkwoord, zoals in “ich benutze” of “ich nehme”. Je gebruikt het wanneer je over jezelf spreekt.
den
den is hier het bepaalde lidwoord bij “Kühlschrank” in “den gemeinsamen Kühlschrank”. Het hoort bij het mannelijke lijdend voorwerp van “benutzen”. Leer het samen met het zelfstandig naamwoord in deze woordgroep. Je gebruikt een dergelijke woordgroep bijvoorbeeld wanneer je een bepaalde koelkast gebruikt.
gemeinsamen
gemeinsamen betekent hier “gedeelde” of “gemeenschappelijke” in “den gemeinsamen Kühlschrank”. De vorm hoort bij de woordgroep “den gemeinsamen Kühlschrank” en beschrijft welke koelkast bedoeld is. De basisvorm is “gemeinsam”; “gemeinsamen” is de vorm die hier bij deze woordgroep staat. Je kunt “gemeinsam” gebruiken om iets aan te duiden dat meerdere mensen delen.
Kühlschrank
Kühlschrank betekent “koelkast” in “den gemeinsamen Kühlschrank”. Het woord verwijst hier naar de gedeelde koelkast in de ruimte. Het staat in de woordgroep “den gemeinsamen Kühlschrank”. Je kunt het gebruiken wanneer je over een koelkast thuis, op het werk of in een gedeelde woning praat.
benutzen
benutzen betekent hier “gebruiken” in “den gemeinsamen Kühlschrank benutzen”. Het is de vorm die na “Darf ich” staat om te zeggen welke handeling je wilt uitvoeren. Een bruikbaar patroon is “Darf ich … benutzen?” met het voorwerp op de plaats van de puntjes. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je toestemming vraagt om een apparaat of ruimte te gebruiken.
Beschrifte
Beschrifte betekent hier “label” of “voorzie van een etiket” in “Beschrifte dein Essen”. Het is een directe instructie aan één persoon en staat vooraan in de zin. Een bruikbaar patroon is “Beschrifte dein/deine …”. In deze situatie geef je iemand de instructie om voedsel te labelen.
dein
dein betekent “jouw” in “dein Essen” en maakt duidelijk van wie het eten is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “Essen”. Een bruikbaar patroon is “dein/deine + zelfstandig naamwoord”, afhankelijk van het woord dat volgt. Je gebruikt het wanneer je rechtstreeks met iemand over diens bezit of voedsel spreekt.
Essen
Essen betekent hier “eten” of “voedsel” in “dein Essen”. Het verwijst naar het voedsel dat gelabeld moet worden en later uit de koelkast wordt gehaald. Het staat als zelfstandig naamwoord met een hoofdletter geschreven. Je kunt “Essen” gebruiken wanneer je in het algemeen over voedsel spreekt.
bevor
bevor betekent “voordat” en verbindt in “bevor du es hineinstellst” de instructie met de handeling die eerst moet gebeuren. Het introduceert hier de voorwaarde of het tijdstip vóór het terugzetten van het eten. In deze bijzin staat het werkwoord “hineinstellst” aan het einde. Je gebruikt “bevor” om twee handelingen in tijd te verbinden.
du
du betekent “jij” in “bevor du es hineinstellst”. Het verwijst naar de persoon die het eten in de koelkast zet. Het staat hier samen met “hineinstellst” in de bijzin. Je gebruikt “du” wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
es
es betekent hier “het” en verwijst naar “Essen” in “bevor du es hineinstellst”. Het is het voorwerp van de handeling en voorkomt dat “Essen” opnieuw genoemd moet worden. Een bruikbaar patroon is “etwas hineinstellen”, met “es” als vervanging van een eerder genoemd ding. In deze situatie verwijst het naar het eten.
hineinstellst
hineinstellst betekent hier “erin zet” in “du es hineinstellst”. De vorm beschrijft dat iemand het eten naar binnen, in de koelkast, zet. Het woord staat aan het einde van de bijzin na “bevor”. Je kunt dit gebruiken wanneer je iets in een ruimte, kast of ander vak zet.
Wo
Wo betekent “waar” in “Wo finde ich ein Etikett?”. Het vraagt naar de plaats waar een etiket te vinden is. Het staat vooraan in deze vraag. Je gebruikt “Wo” om naar een locatie te vragen.
finde
finde betekent hier “vind” in “Wo finde ich ein Etikett?”. Het zegt dat de spreker wil weten waar hij of zij een etiket kan vinden. De basisvorm is “finden”; “finde” is de vorm die hier bij “ich” hoort. Een bruikbaar patroon is “Wo finde ich …?” wanneer je naar de locatie van iets vraagt.
ein
ein betekent hier “een” in “ein Etikett”. Het verwijst naar één etiket zonder een specifiek eerder genoemd etiket aan te wijzen. Het staat direct vóór “Etikett”. Je kunt “ein” gebruiken wanneer je naar één niet nader bepaald voorwerp verwijst.
Etikett
Etikett betekent “etiket” in “ein Etikett”. Het verwijst naar het label dat op het eten moet worden aangebracht. Het staat in de woordgroep “ein Etikett”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je naar een label voor een naam of datum vraagt.
Neben
Neben betekent hier “naast” in “Neben dem Kühlschrank”. Het geeft de plaats aan waar de etiketten liggen. In deze zin staat het aan het begin van de plaatsbepaling. Je gebruikt “neben” om aan te geven dat iets zich aan de zijkant van een ander voorwerp bevindt.
dem
dem hoort hier bij “Kühlschrank” in de plaatsbepaling “Neben dem Kühlschrank”. Na “neben” laat deze vorm zien dat het om een vaste locatie gaat: naast de koelkast. Leer het samen met “Neben dem Kühlschrank”. Je gebruikt zo’n woordgroep om de vindplaats van iets te beschrijven.
liegen
liegen betekent hier “liggen” in “Neben dem Kühlschrank liegen Etiketten”. Het beschrijft de positie van de etiketten op een plaats. De vorm hoort bij het meervoudige onderwerp “Etiketten”. Je gebruikt “liegen” voor voorwerpen die ergens neergelegd zijn.
Etiketten
Etiketten betekent “etiketten” in “Neben dem Kühlschrank liegen Etiketten”. Het gaat hier om meerdere labels die naast de koelkast liggen. De vorm is het meervoud van “Etikett”. Je kunt “Etiketten” gebruiken wanneer je naar verschillende labels verwijst.
Ist
Ist betekent hier “is” in de vraag “Ist genug Platz im Kühlschrank?”. Het vraagt of er voldoende ruimte aanwezig is. Het staat vooraan omdat het een ja-neevraag is. Je gebruikt “ist” om naar de aanwezigheid of toestand van iets te vragen.
genug
genug betekent “genoeg” in “genug Platz”. Het geeft aan dat de hoeveelheid ruimte voldoende moet zijn. Het staat vóór “Platz” in deze woordgroep. Je gebruikt “genug” om te vragen of iets voldoende is.
Platz
Platz betekent hier “ruimte” of “plek” in “genug Platz”. Het gaat om vrije ruimte in de koelkast. Het woord komt ook terug in “dort ist Platz” en “bleibt Platz … frei”. Je gebruikt “Platz” wanneer je vraagt of ergens voldoende vrije ruimte is.
im
im betekent hier “in de” in “im Kühlschrank”. Het is de samengevoegde vorm van “in dem”. De woordgroep geeft aan waar de ruimte is: in de koelkast. Je gebruikt “im” vóór een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord in een vaste plaatsbepaling.
Benutze
Benutze betekent hier “gebruik” in “Benutze das oberste Fach”. Het is een directe instructie om het bovenste vak te gebruiken. De vorm staat vooraan in de gebiedende zin. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je iemand aanwijzingen geeft over het gebruik van een ruimte of voorwerp.
das
das is hier het bepaalde lidwoord in “das oberste Fach”. Het wijst naar een specifiek vak, namelijk het bovenste vak. Het staat direct vóór “oberste Fach”. Je gebruikt deze woordgroep wanneer je een bepaald onzijdig voorwerp aanwijst.
oberste
oberste betekent hier “bovenste” in “das oberste Fach”. Het geeft aan welk vak van de koelkast bedoeld is: het vak bovenaan. Het staat samen met “das” en “Fach” in één woordgroep. Je gebruikt “oberste” om de hoogste of bovenaan gelegen positie aan te duiden.
Fach
Fach betekent hier “vak” of “compartiment” in “das oberste Fach”. Het verwijst naar een afzonderlijke opbergruimte in de koelkast. Het staat in de woordgroep “das oberste Fach”. Je kunt “Fach” gebruiken voor een vak in een koelkast, kast of ander meubel.
dort
dort betekent “daar” in “dort ist Platz”. Het verwijst naar de plek die zojuist genoemd is, namelijk het bovenste vak. Het staat vóór “ist Platz” en koppelt de plaats aan de beschikbare ruimte. Je gebruikt “dort” om naar een eerder aangewezen plaats te verwijzen.
nehme
nehme betekent hier “neem” of “haal” in “Ich nehme mein Essen später heraus”. Samen met “heraus” beschrijft het dat de spreker het eten uit de koelkast haalt. De basisvorm is “nehmen”; “nehme” is de vorm die hier bij “Ich” hoort. Je kunt “Ich nehme … heraus” gebruiken wanneer je iets uit een ruimte haalt.
mein
mein betekent “mijn” in “mein Essen”. Het maakt duidelijk dat het eten van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “Essen”. Je gebruikt “mein” om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
später
später betekent “later” in “Ich nehme mein Essen später heraus”. Het geeft aan dat het eten niet nu, maar op een later moment wordt weggehaald. Het staat vóór “heraus” in de zin. Je gebruikt “später” om naar een later tijdstip te verwijzen.
heraus
heraus betekent hier “eruit” in “nehme mein Essen später heraus”. Samen met “nehme” geeft het aan dat het eten naar buiten uit de koelkast wordt gehaald. In deze zin staat “heraus” achteraan, los van “nehme”. Je kunt “etwas herausnehmen” gebruiken wanneer je iets uit een kast, koelkast of andere ruimte haalt.
So
So betekent hier “zo” in “So bleibt Platz für andere Leute frei”. Het verwijst naar de zojuist beschreven handeling: het eten later eruit halen. Het legt een gevolg of resultaat van die handeling in. Je gebruikt “so” om een gevolg of manier aan te wijzen.
bleibt
bleibt betekent hier “blijft” in “So bleibt Platz … frei”. Het beschrijft dat de ruimte beschikbaar blijft nadat het eten is weggehaald. De basisvorm is “bleiben”; “bleibt” staat hier bij “Platz”. Een bruikbaar patroon is “etwas bleibt frei” voor ruimte die beschikbaar blijft.
für
für betekent “voor” in “für andere Leute”. Het geeft aan voor wie de vrije ruimte beschikbaar blijft. Het staat direct vóór “andere Leute”. Je gebruikt “für” om de persoon of groep aan te geven die iets kan gebruiken of waarvoor iets bedoeld is.
andere
andere betekent hier “andere” in “andere Leute”. Het onderscheidt deze mensen van de persoon die eerder over zijn of haar eten sprak. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “Leute”. Je kunt “andere” gebruiken om naar niet dezelfde mensen of dingen te verwijzen.
Leute
Leute betekent “mensen” in “andere Leute”. Het verwijst hier naar de andere personen die de koelkast delen. Het staat in de woordgroep “für andere Leute”. Je gebruikt “Leute” in alledaagse taal wanneer je naar mensen in het algemeen of naar een bepaalde groep verwijst.
frei
frei betekent hier “vrij” of “beschikbaar” in “bleibt … frei”. Het beschrijft dat de ruimte niet bezet is en voor anderen open blijft. Het hoort samen met “bleibt” in de uitdrukking “Platz bleibt frei”. Je gebruikt “frei” bijvoorbeeld om aan te geven dat een plek of ruimte nog gebruikt kan worden.