Een gedeelde badkamer schoonhouden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared bathroom, two adults talk about paper towels, the trash bin, and keeping the sink area clean..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een gedeelde badkamer schoonhouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich dieses gemeinsame Bad benutzen?

kan ich die-zus ge-mein-zaa-muh baat be-noetsen? Mag ik deze gedeelde badkamer gebruiken?
B

Das kannst du, und bitte halte den Bereich am Waschbecken sauber.

das kanst doe, oent bit-uh halt-uh den be-rajch am wasj-bek-uh zau-buh. Dat kan, en houd de plek bij de wastafel alsjeblieft schoon.
A

Ich brauche ein Papiertuch.

ich brau-chuh ain pa-pier-toech. Ik heb een papieren handdoek nodig.
B

Ein paar liegen neben dem Waschbecken.

ain paar lieg'n nee-buh(n) dem wasj-bek-uh. Er liggen er een paar bij de wastafel.
A

Kommt das in den Müll?

komt das in den mul? Hoort dit in de vuilnisbak?
B

Tu es in den kleinen Mülleimer.

toe es in den klain-uh(n) mul-ai-muh. Doe het in de kleine afvalbak.
A

Ich wische das Waschbecken auch kurz ab.

ich wisj-uh das wasj-bek-uh auw koerts ap. Ik veeg de wastafel ook even af.
B

Das hilft der nächsten Person.

das hilft dea neechst-uh(n) per-zoon. Dat helpt de volgende persoon.

Woord voor woord

Kann Kann betekent hier ‘kan’ en wordt gebruikt om toestemming te vragen in Kann ich dieses gemeinsame Bad benutzen? Het is de vorm van können die bij ich hoort. Gebruik Kann ich ...? om beleefd te vragen of iets mag.
ich ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die de vraag stelt in Kann ich dieses gemeinsame Bad benutzen? Het staat hier als degene die de handeling uitvoert. Gebruik Ich ... om over jezelf te vertellen of iets over jezelf te vragen.
dieses dieses betekent ‘dit’ en verwijst in dieses gemeinsame Bad naar de badkamer die wordt aangewezen. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord Bad. Gebruik dieses vóór een concreet ding waar je naar verwijst, zoals in dieses ... Bad.
gemeinsame gemeinsame betekent hier ‘gedeeld’ of ‘gemeenschappelijk’ en beschrijft Bad als een badkamer die meerdere mensen gebruiken. De vorm staat in dieses gemeinsame Bad. Gebruik het om aan te geven dat een ruimte of voorziening door meerdere mensen wordt gebruikt.
Bad Bad betekent hier ‘badkamer’ in de context van een gedeelde badkamer. Het verwijst naar de ruimte die A wil gebruiken. Je kunt Bad gebruiken wanneer je in het Duits naar deze ruimte verwijst.
benutzen benutzen betekent ‘gebruiken’ en staat als de handeling na Kann ich. Het krijgt hier de badkamer als object in Kann ich dieses gemeinsame Bad benutzen? Gebruik de structuur Kann ich ... benutzen? om te vragen of je iets mag gebruiken.
Das Das verwijst in Das kannst du naar het eerder genoemde gebruik van de badkamer en betekent hier ‘dat’. Het vormt samen met kannst du een bevestiging dat de ander het mag doen. Gebruik Das kannst du wanneer je verwijst naar een zojuist genoemde handeling die iemand kan uitvoeren.
kannst kannst betekent hier ‘kunt’ of ‘mag’ in Das kannst du en geeft aan dat de aangesproken persoon de handeling mag uitvoeren. Het is de vorm van können bij du. Gebruik Du kannst ... om iemand te zeggen dat die persoon iets kan of mag doen.
du du betekent ‘jij’ en verwijst naar de persoon die om toestemming vroeg. In Das kannst du is du degene die de badkamer mag gebruiken. Gebruik du bij rechtstreekse aanspreking van één persoon in een informele situatie.
und und betekent ‘en’ en verbindt de toestemming met het daaropvolgende verzoek. In Das kannst du, und bitte halte ... worden zo twee mededelingen gekoppeld. Gebruik und om twee handelingen, eigenschappen of mededelingen met elkaar te verbinden.
bitte bitte betekent hier ‘alsjeblieft’ en maakt het verzoek om de plek schoon te houden beleefder. Het staat vóór halte in bitte halte den Bereich am Waschbecken sauber. Gebruik bitte bij een verzoek aan iemand, bijvoorbeeld wanneer je om hulp of zorgvuldig gedrag vraagt.
halte halte betekent hier ‘houd’ en maakt deel uit van het verzoek om het gebied bij de wastafel schoon te houden. In halte den Bereich am Waschbecken sauber beschrijft sauber de gewenste toestand van het gebied. Gebruik halte ... sauber wanneer je iemand vraagt iets schoon te houden.
den den is hier het lidwoord vóór Bereich in den Bereich am Waschbecken. Het verwijst naar het specifieke gebied dat schoon moet blijven en staat bij het object van halte. Gebruik de woordgroep den Bereich ... wanneer je zo’n bepaald gebied als object noemt.
Bereich Bereich betekent ‘gebied’ of ‘gedeelte’ en verwijst hier naar de plek rond de wastafel. In den Bereich am Waschbecken wordt het nader bepaald door am Waschbecken. Gebruik Bereich om een afgebakend gedeelte van een ruimte of omgeving aan te duiden.
am am betekent hier ‘bij de’ of ‘aan de’ en geeft de plaats aan in am Waschbecken. Het verbindt de bedoelde plek met de wastafel. Gebruik am Waschbecken om te zeggen dat iets zich bij de wastafel bevindt.
Waschbecken Waschbecken betekent ‘wastafel’ en verwijst naar de plaats waar de papieren doekjes liggen en die schoon moet blijven. Het komt voor in am Waschbecken en naast dem Waschbecken. Gebruik Waschbecken wanneer je in een badkamer naar deze voorziening verwijst.
sauber sauber betekent ‘schoon’ en beschrijft in halte den Bereich am Waschbecken sauber de gewenste toestand van het gebied. Het geeft aan dat daar geen vuil moet blijven. Gebruik sauber om te beschrijven dat een plek of voorwerp schoon is of schoon moet blijven.
brauche brauche betekent ‘heb nodig’ in Ich brauche ein Papiertuch. De vorm geeft aan dat A zelf een papieren doekje nodig heeft. Gebruik Ich brauche ... om te zeggen welk voorwerp of welke hulp je nodig hebt.
ein ein betekent hier ‘een’ en staat vóór Papiertuch in Ich brauche ein Papiertuch. Het verwijst naar één niet nader bepaald papieren doekje. Gebruik ein vóór een enkel voorwerp wanneer je het voor het eerst noemt.
Papiertuch Papiertuch betekent ‘papieren doekje’ en is het voorwerp dat A nodig heeft om de wastafel schoon te maken. Het staat in Ich brauche ein Papiertuch. Gebruik Papiertuch wanneer je in deze situatie om een papieren schoonmaakdoekje vraagt.
paar paar betekent in ein paar ‘een paar’ of ‘enkele’ en verwijst hier naar enkele papieren doekjes. In Ein paar liegen neben dem Waschbecken staat het zonder herhaling van Papiertuch, omdat duidelijk is waarnaar het verwijst. Gebruik ein paar voor een klein, niet precies genoemd aantal.
liegen liegen betekent hier ‘liggen’ of ‘zich bevinden’ en beschrijft waar de doekjes zijn in Ein paar liegen neben dem Waschbecken. Het werkwoord wordt gebruikt voor voorwerpen die op een plek liggen. Gebruik liegen met een plaatsbepaling om te zeggen waar iets zich bevindt.
neben neben betekent ‘naast’ of ‘bij’ en geeft in neben dem Waschbecken de plaats van de doekjes aan. Het beschrijft hier een vaste positie naast de wastafel. Gebruik neben dem ... om te zeggen dat iets naast een bepaald voorwerp ligt of staat.
dem dem is hier het lidwoord vóór Waschbecken in neben dem Waschbecken. Samen met neben maakt het duidelijk naast welke wastafel de doekjes liggen. Gebruik de woordgroep neben dem Waschbecken voor een vaste plaats naast de wastafel.
Kommt Kommt betekent hier letterlijk ‘komt’, maar in Kommt das in den Müll? vraagt het of iets bij het afval terechtkomt. Het staat vooraan omdat dit een vraag is. Gebruik Kommt das in ...? om te vragen of iets in een bepaalde bestemming of bak moet.
in in betekent hier ‘in’ en geeft in in den Müll de bestemming aan van het voorwerp. Het maakt duidelijk waar het voorwerp terecht moet komen. Gebruik in ... om te vragen of te zeggen dat iets naar of in een bepaalde plaats gaat.
Müll Müll betekent ‘afval’ of ‘vuilnis’ en is in den Müll de bestemming van het gebruikte papieren doekje. A vraagt of het doekje daar weggegooid moet worden. Gebruik Müll wanneer je algemeen over afval spreekt.
Tu Tu betekent hier ‘doe’ of ‘stop’ en wordt in Tu es in den kleinen Mülleimer gebruikt als opdracht om het voorwerp weg te gooien. De betekenis ‘stop’ komt hier uit de combinatie met in den kleinen Mülleimer. Gebruik Tu es in ... wanneer je iemand zegt waar die persoon iets moet doen of leggen.
es es betekent ‘het’ of ‘dit’ en verwijst in Tu es in den kleinen Mülleimer naar het papieren doekje dat eerder werd genoemd. Het is het voorwerp van de opdracht. Gebruik es om naar een eerder genoemd ding te verwijzen wanneer het Duitse woord daarvoor onzijdig is.
kleinen kleinen betekent ‘kleine’ en beschrijft in den kleinen Mülleimer de afvalbak die bedoeld is. Het staat vóór Mülleimer in de volledige woordgroep. Gebruik kleinen om een klein voorwerp of een kleine ruimte te beschrijven.
Mülleimer Mülleimer betekent ‘afvalbak’ of ‘vuilnisbak’ en is hier de kleine bak waarin het doekje moet. Het staat in den kleinen Mülleimer. Gebruik Mülleimer wanneer je naar een bak voor huishoudelijk afval verwijst.
wische wische betekent hier ‘veeg’ of ‘veeg schoon’ en beschrijft de handeling die A met de wastafel uitvoert. Samen met ab vormt het in Ich wische das Waschbecken auch kurz ab de betekenis ‘de wastafel afvegen’. Gebruik Ich wische ... ab om te zeggen dat je een oppervlak afveegt.
auch auch betekent ‘ook’ en voegt het afvegen van de wastafel toe aan de andere schoonmaakhandelingen. In Ich wische das Waschbecken auch kurz ab benadrukt het dat A dit bovendien zal doen. Gebruik auch om een extra handeling, persoon of voorwerp toe te voegen.
kurz kurz betekent hier ‘even’ of ‘kort’ en geeft aan dat A de wastafel snel of kort zal afvegen. Het beperkt de duur van de handeling in Ich wische das Waschbecken auch kurz ab. Gebruik kurz bij een korte handeling, bijvoorbeeld wanneer je zegt dat je iets ‘even’ doet.
ab ab draagt in Ich wische das Waschbecken auch kurz ab bij aan de betekenis ‘af’ in ‘afvegen’. Het hoort bij wischen, maar staat in deze zin los aan het einde. Gebruik een vervoegde vorm van wischen met ab wanneer je zegt dat je een oppervlak afveegt.
hilft hilft betekent ‘helpt’ en zegt in Das hilft der nächsten Person dat het schoonmaken nuttig is voor de volgende gebruiker. Het verwijst hier naar het afvegen van de wastafel. Gebruik Das hilft ... om uit te leggen wie voordeel heeft van een handeling.
der der is hier het lidwoord vóór nächsten Person in der nächsten Person. Het hoort bij de persoon die voordeel heeft van de hulp in Das hilft der nächsten Person. Gebruik der nächsten Person wanneer je naar de volgende persoon verwijst als degene die geholpen wordt.
nächsten nächsten betekent ‘volgende’ en beschrijft in der nächsten Person de persoon die de gedeelde badkamer na A zal gebruiken. Het maakt duidelijk om welke persoon het gaat. Gebruik nächsten om de persoon of het ding aan te duiden dat daarna aan de beurt is.
Person Person betekent ‘persoon’ en verwijst hier naar de volgende gebruiker van de gedeelde badkamer. In Das hilft der nächsten Person gaat het om degene die daarna de wastafel gebruikt. Gebruik Person wanneer je neutraal naar een mens of gebruiker verwijst.

Grammatica

der gemeinsame Bereich

Der gemeinsame Bereich ist sauber.

dea ge-mein-zaa-muh be-rajch ist zau-buh.

De gemeenschappelijke plek is schoon.

Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord na der krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak de uitgang -e: gemeinsame.

Tu + Akkusativ

Tu den Müll in den Mülleimer!

toe den mul in den mul-ai-muh!

Doe het afval in de afvalbak!

Tu is de gebiedende wijs van tun voor ich/jij; het lijdend voorwerp staat hier in de accusatief.

Duits woordenschat

Bad zelfstandig naamwoord
baat badkamer

dieses gemeinsame Bad

benutzen werkwoord
be-noetsen gebruiken

dieses gemeinsame Bad benutzen

Bereich zelfstandig naamwoord
be-rajch gebied, plek

den Bereich am Waschbecken

brauchen werkwoord
brau-chuh(n) nodig hebben brauche

Ich brauche ein Papiertuch.

ein paar uitdrukking
ain paar een paar, enkele

Ein paar liegen neben dem Waschbecken.

gemeinsam bijvoeglijk naamwoord
ge-mein-zaam gedeeld, gemeenschappelijk gemeinsame

dieses gemeinsame Bad

halten werkwoord
hal-tuh(n) houden halte

bitte halte den Bereich am Waschbecken sauber

ich voornaamwoord
ich ik

Kann ich dieses gemeinsame Bad benutzen?

liegen werkwoord
lieg'n liggen

Ein paar liegen neben dem Waschbecken.

Papiertuch zelfstandig naamwoord
pa-pier-toech papieren handdoek, papieren doekje

ein Papiertuch

sauber bijvoeglijk naamwoord
zau-buh schoon

halte den Bereich am Waschbecken sauber

Waschbecken zelfstandig naamwoord
wasj-bek-uh(n) wastafel

am Waschbecken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik deze gedeelde badkamer gebruiken?

Antwoord tonenKann ich dieses gemeinsame Bad benutzen?

Ik heb een papieren handdoek nodig.

Antwoord tonenIch brauche ein Papiertuch.

Er liggen er een paar bij de wastafel.

Antwoord tonenEin paar liegen neben dem Waschbecken.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebied, plek

Antwoord tonenBereich

schoon

Antwoord tonensauber

nodig hebben

Antwoord tonenbrauche

gedeeld, gemeenschappelijk

Antwoord tonengemeinsame