Entschuldigung
“Entschuldigung” betekent hier pardon en dient om beleefd iemands aandacht te vragen voordat je iets vraagt. Je gebruikt het in een station of op straat wanneer je een onbekende om hulp of informatie wilt vragen.
in
“in” maakt in “in welche Richtung” duidelijk dat je naar een richting vraagt. Het staat hier dus bij een richtingsvraag; gebruik het in een vergelijkbare routevraag vóór een richting.
welche
“welche” betekent welke en verwijst in “in welche Richtung” naar de mogelijke richting. Het is hier een vorm van “welcher”; gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je uit mogelijkheden wilt kiezen.
Richtung
“Richtung” betekent richting in de vraag naar de hoofdingang. In “in welche Richtung” benoemt het waarheen je moet gaan; je gebruikt het bij het vragen of geven van route-informatie.
geht
“geht” betekent hier gaat of leidt in “geht es zum Haupteingang”. Het is een vorm van “gehen”; samen met “es” vraagt deze vorm waar een route naartoe leidt.
es
“es” is in “geht es zum Haupteingang” het onpersoonlijke onderwerp van de routevraag. De combinatie wordt gebruikt om te vragen welke kant naar een bestemming leidt, bijvoorbeeld wanneer je in een gebouw de weg zoekt.
zum
“zum” betekent naar de en staat vóór “Haupteingang” als bestemming. Het is de samengevoegde vorm van “zu dem”; gebruik “zum” vóór een passende mannelijke of onzijdige bestemming.
Haupteingang
“Haupteingang” betekent hoofdingang, de ingang waarnaar de reiziger zoekt. Het is een nuttig woord bij routevragen in een station, gebouw of ander groot complex.
Folgen
“Folgen” betekent volg in de beleefde aanwijzing “Folgen Sie den gelben Schildern”. Het is de hoofdlettervorm van “folgen” aan het begin van de zin; je gebruikt deze beleefde instructie wanneer je iemand een route uitlegt.
Sie
“Sie” betekent u en spreekt de andere persoon beleefd aan in “Folgen Sie den gelben Schildern”. Deze vorm gebruik je bij aanwijzingen aan een onbekende of in een formele situatie.
den
“den” is het lidwoord bij “gelben Schildern” in de aanwijzing om de borden te volgen. Het hoort bij de constructie “den Schildern folgen”; gebruik het hier vóór het meervoudige woord voor de borden.
gelben
“gelben” betekent gele en beschrijft in “den gelben Schildern” welke borden je moet volgen. Het is een vorm van “gelb”; gebruik een kleurwoord vóór een voorwerp wanneer je een specifiek herkenningspunt aanwijst.
Schildern
“Schildern” betekent borden of bewegwijzering in “den gelben Schildern”. Deze vorm staat in de uitdrukking “den Schildern folgen”; je gebruikt het bij routebeschrijvingen in stations en gebouwen.
zur
“zur” betekent naar de en geeft in “zur Haupthalle” de bestemming aan. Het is de samengevoegde vorm van “zu der”; gebruik het vóór een bestemming waarbij deze vorm nodig is.
Haupthalle
“Haupthalle” betekent centrale hal of hoofdhal en is de bestemming in de aanwijzing. Je gebruikt het bij het uitleggen van een route binnen een station of groot gebouw.
Soll
“Soll” betekent moet of zou moeten in de vraag “Soll ich die Rolltreppe nehmen?”. Het is een vorm van “sollen”; je gebruikt “Soll ich ...?” om beleefd te vragen welke handeling je het beste kunt uitvoeren.
ich
“ich” betekent ik en verwijst naar de persoon die vraagt of hij of zij de roltrap moet nemen. In “Soll ich ...?” vraag je advies over je eigen volgende handeling, bijvoorbeeld tijdens het volgen van aanwijzingen.
hinter
“hinter” betekent hier achter of voorbij en plaatst de handeling ten opzichte van de ticketschranke. In “hinter der Ticketschranke” geeft het aan dat de roltrap na of achter de toegangspoort ligt; gebruik het vóór een herkenbaar punt op een route.
der
“der” is hier het lidwoord in “hinter der Ticketschranke” en hoort bij de plaatsaanduiding achter de toegangspoort. Je gebruikt deze vorm samen met het zelfstandig naamwoord in een vaste routeaanduiding.
Ticketschranke
“Ticketschranke” betekent toegangspoortje of ticketbarrière. In deze dialoog is het een herkenbaar punt in het station waarachter de reiziger de roltrap zoekt; je gebruikt het bij aanwijzingen over toegang en doorgangen.
die
“die” is het lidwoord bij “Rolltreppe” in “die Rolltreppe nehmen”. Het hoort bij het voorwerp dat je moet nemen; je gebruikt het vóór dit zelfstandig naamwoord wanneer je de roltrap aanwijst.
Rolltreppe
“Rolltreppe” betekent roltrap en is het vervoermiddel binnen het station dat de reiziger moet nemen. Je gebruikt het bij routebeschrijvingen in gebouwen met verschillende verdiepingen.
nehmen
“nehmen” betekent hier nemen of gebruiken in “die Rolltreppe nehmen”. Dezelfde vorm verschijnt aan het begin van “Nehmen Sie die Rolltreppe nach oben”; gebruik het met een vervoermiddel of routeoptie wanneer je iemand vertelt welke keuze te maken.
nach
“nach” geeft in “nach oben” de richting naar boven aan. Je gebruikt het hier vóór een richtingswoord om de bewegingsrichting van de roltrap of een route te beschrijven.
oben
“oben” betekent boven of bovenverdieping in “nach oben” en in “Oben kann man den Schildern leichter folgen”. Het verwijst naar de hogere positie in het station; je gebruikt het bij aanwijzingen over verdiepingen.
und
“und” betekent en en verbindt in “Nehmen Sie die Rolltreppe nach oben und biegen Sie dann rechts ab” twee opeenvolgende handelingen. Je gebruikt het om stappen in een routebeschrijving aan elkaar te koppelen.
biegen
“biegen” betekent afslaan of een bocht maken in “biegen Sie dann rechts ab”. Samen met “ab” vormt het hier de handeling rechts afslaan; je gebruikt deze vorm wanneer je iemand de volgende richting op een route geeft.
dann
“dann” betekent dan en geeft aan dat het rechts afslaan volgt nadat je boven bent gekomen. Je gebruikt het om de volgorde van stappen in een instructie duidelijk te maken.
rechts
“rechts” betekent rechts en geeft in “rechts ab” de richting van de bocht aan. In een routebeschrijving gebruik je het om iemand naar de rechterkant te laten afslaan.
ab
“ab” geeft in “biegen Sie dann rechts ab” aan dat je van de huidige looprichting afslaat. Het hoort bij “biegen”; gebruik beide samen wanneer je iemand zegt dat die moet afslaan.
Ist
“Ist” betekent is in de vraag “Ist der Haupteingang weit von hier?”. Het is een vorm van “sein”; aan het begin van een vraag staat deze vorm vóór het onderwerp, en je gebruikt haar om naar een afstand of toestand te vragen.
weit
“weit” betekent ver in “weit von hier” en beschrijft de afstand tot de hoofdingang. Je gebruikt het met “von” en een vertrekpunt wanneer je wilt weten of iets ver weg is.
von
“von” betekent van en geeft in “von hier” en “Von dort” het vertrek- of referentiepunt aan. Je gebruikt het vóór een plaats om te zeggen vanaf welke plek een afstand of route wordt beschreven.
hier
“hier” betekent hier en verwijst naar de huidige plaats van de spreker in “weit von hier”. Je gebruikt het wanneer je een locatie vanuit de huidige positie beschrijft of ernaar vraagt.
dort
“dort” betekent daar en verwijst in “Von dort” naar een eerder genoemde of aangewezen plek. In een routebeschrijving gebruik je het om een ander vertrekpunt dan de huidige plaats aan te geven.
nur
“nur” betekent alleen of maar en beperkt hier de afstand in “nur ein kurzer Fußweg”. Het maakt de mededeling geruststellend; je gebruikt het vóór een hoeveelheid of omvang om aan te geven dat die klein is.
ein
“ein” betekent een en introduceert in “ein kurzer Fußweg” de genoemde korte wandeling. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om één niet nader bepaalde route of zaak aan te duiden.
kurzer
“kurzer” betekent kort en beschrijft in “ein kurzer Fußweg” de beperkte lengte van de wandeling. Het is een vorm van “kurz”; je gebruikt het hier vóór “Fußweg” om een route als niet lang te omschrijven.
Fußweg
“Fußweg” betekent voetpad of wandeling te voet en beschrijft hier de korte afstand naar de ingang. Je gebruikt het bij route-informatie om een traject aan te duiden dat iemand lopend aflegt.
Dieser
“Dieser” betekent deze en wijst in “Dieser Bahnhof” naar het station waarin de sprekers zich bevinden. Het is de vorm die aan het begin van deze zin vóór “Bahnhof” staat; je gebruikt het om een specifieke, aanwezige plaats aan te wijzen.
Bahnhof
“Bahnhof” betekent station, in deze dialoog het gebouw met de hal, toegangspoort en roltrap. Je gebruikt het bij gesprekken over oriëntatie, perrons en voorzieningen rond treinreizen.
bisschen
“bisschen” betekent beetje en verzacht in “ein bisschen verwirrend” de uitspraak dat het station verwarrend is. In de veelgebruikte combinatie “ein bisschen” geef je een kleine mate aan, bijvoorbeeld wanneer je een probleem mild wilt formuleren.
verwirrend
“verwirrend” betekent verwarrend en beschrijft hier hoe de indeling of bewegwijzering van het station aanvoelt. Je gebruikt het om aan te geven dat een route of situatie moeilijk te begrijpen is.
kann
“kann” betekent kan en geeft in “kann man den Schildern leichter folgen” de mogelijkheid aan om de borden te volgen. Het is een vorm van “können”; gebruik de structuur “kann man + infinitief” voor een algemene mogelijkheid of praktische aanwijzing.
man
“man” verwijst in “kann man den Schildern leichter folgen” niet naar één specifieke persoon, maar naar mensen in het algemeen. Je gebruikt het met een werkwoord wanneer een uitspraak voor iedere reiziger of voor mensen in een vergelijkbare situatie geldt.
leichter
“leichter” betekent gemakkelijker of met minder moeite in “den Schildern leichter folgen”. Het is de vergelijkende vorm van “leicht”; je gebruikt het om aan te geven dat een handeling onder de genoemde omstandigheden eenvoudiger wordt.