Een verloren reiskaart melden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After losing a travel card on a train, two adults discuss going to lost property and blocking the card..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een verloren reiskaart melden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich glaube, ich habe meine Fahrkarte im Zug verloren.

iesj glau-buh, iesj haa-buh mai-nuh faar-kaar-tuh im tsoek fèr-loo-ruhn. Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.
B

Du solltest zum Fundbüro gehen.

doe zol-tuhst tsoem foent-buu-roo gee-un. Je moet naar het bureau voor gevonden voorwerpen gaan.
A

Können sie verhindern, dass die Karte noch benutzt wird?

keun-nuh zie fer-hin-dern, das die kaar-tuh nog buh-noetst virt? Kunnen ze ervoor zorgen dat de kaart niet meer gebruikt kan worden?
B

Sie können dir helfen, ein Formular auszufüllen, um die Karte zu sperren.

zie keun-nuh dier hel-fuhn, ain for-moe-laar aus-tsoe-fuh-luhn, oem die kaar-tuh tsoe sjpèr-run. Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.
A

Ich habe meine Kontodaten dabei.

iesj haa-buh mai-nuh kon-to-daa-tuhn da-bai. Ik heb mijn accountgegevens bij me.
B

Diese Informationen helfen dem Personal.

die-zuh in-for-maa-tsie-oo-nuhn hel-fuhn deem pèr-zoh-naal. Die informatie helpt het personeel.
A

Dann frage ich, ob ich eine neue Karte bekommen soll.

dan fraa-guh iesj, op iesj ai-nuh noy-uh kaar-tuh buh-kom-muhn zol. Dan vraag ik of ik een nieuwe kaart moet krijgen.
B

Frag zuerst, weil vielleicht jemand die Karte abgegeben hat.

fraak tsoe-eerst, vail fie-lai-sjt yee-mant die kaar-tuh ap-guh-gee-buhn hat. Vraag het eerst, want misschien heeft iemand de kaart ingeleverd.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In de dialoog staat ook de kleine vorm ich na de komma; beide verwijzen naar dezelfde persoon. De vorm wordt gebruikt als onderwerp, bijvoorbeeld in Ich glaube.
glaube glaube betekent hier ‘denk’ of ‘geloof’ en drukt uit dat de spreker niet helemaal zeker is. In Ich glaube leidt het een uitspraak over de vermoedelijke gebeurtenis in. Deze vorm is bruikbaar om een persoonlijke inschatting of mening te introduceren.
habe habe is hier het hulpwerkwoord in Ich habe meine Fahrkarte im Zug verloren en helpt de mededeling over het verlies te vormen. De vorm hoort bij ich. Een nuttig patroon uit deze zin is Ich habe gevolgd door wat er is gebeurd.
meine meine betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de Fahrkarte van de spreker is. Het hoort direct bij meine Fahrkarte. Dit is een bruikbaar patroon voor bezit: meine gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
Fahrkarte Fahrkarte betekent hier ‘reiskaart’ of ‘ticket’, het voorwerp dat de spreker in de trein kwijt isgeraakt. Het woord staat in meine Fahrkarte. Je gebruikt het wanneer je over een kaartje of vervoersbewijs voor een rit spreekt.
im im betekent hier ‘in de’ in im Zug. Het is de vaste samentrekking van in dem. Je gebruikt im met een plaats waar iets of iemand zich bevindt, zoals im Zug.
Zug Zug betekent hier ‘trein’ en noemt de plaats waar de Fahrkarte verloren is. Het staat in de woordgroep im Zug. Dit woord gebruik je wanneer je naar reizen per trein of de trein als locatie verwijst.
verloren verloren betekent hier ‘verloren’ of ‘kwijtgeraakt’ en beschrijft wat er met de Fahrkarte is gebeurd. In Ich glaube, ich habe meine Fahrkarte im Zug verloren staat het samen met habe. Je kunt deze vorm gebruiken om te zeggen dat iets zoekgeraakt is.
Du Du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon die advies krijgt. Het staat aan het begin van Du solltest zum Fundbüro gehen. Je gebruikt Du voor een directe, informele aanspreking van één persoon.
solltest solltest betekent hier ‘zou moeten’ en geeft een advies: de aangesprokene moet naar het Fundbüro gaan. Het staat in Du solltest zum Fundbüro gehen. Deze vorm is bruikbaar wanneer je iemand op een vriendelijke manier een aanbeveling geeft.
zum zum betekent hier ‘naar het’ in zum Fundbüro. Het is de samentrekking van zu dem. Je gebruikt zum wanneer je een bestemming of doel aanduidt, zoals in zum Fundbüro gehen.
Fundbüro Fundbüro betekent ‘bureau voor gevonden voorwerpen’. In Du solltest zum Fundbüro gehen is het de plaats waar de verloren kaart gemeld of gezocht kan worden. Je gebruikt dit woord bij verloren en gevonden spullen.
gehen gehen betekent hier ‘gaan’ en beschrijft de voorgestelde beweging naar het Fundbüro. Het staat na solltest in Du solltest zum Fundbüro gehen. Een bruikbaar patroon is naar een bestemming gaan met zum gevolgd door een plaats.
Können Können betekent hier ‘kunnen’ of ‘in staat zijn tot’. In Können sie verhindern, dass die Karte noch benutzt wird? opent het een vraag over de mogelijkheid om iets te voorkomen. De vorm staat vooraan omdat het een vraag is.
sie sie betekent hier ‘zij’ en verwijst naar de medewerkers van het Fundbüro. In Können sie verhindern, dass die Karte noch benutzt wird? is sie het onderwerp van de vraag. Dezelfde letterreeks kan in een andere context ook de formele aanspreekvorm betekenen, maar hier is de betekenis ‘zij’.
verhindern verhindern betekent hier ‘voorkomen’ of ‘tegenhouden’: de kaart mag niet meer gebruikt worden. Het staat in Können sie verhindern, dass die Karte noch benutzt wird? en krijgt daarna de volledige bijzin als inhoud. Je gebruikt het met dass wanneer je benoemt wat er voorkomen moet worden.
dass dass betekent hier ‘dat’ en leidt de bijzin in waarin staat wat voorkomen moet worden. In dass die Karte noch benutzt wird staat het werkwoord wird aan het einde van de bijzin. Je gebruikt dass om een inhoud of gevolg als bijzin aan een hoofdzin te verbinden.
die die betekent hier ‘de’ in die Karte en hoort bij het woord Karte. Het verwijst naar de specifieke kaart die mogelijk nog gebruikt wordt. Deze vorm staat in de vaste woordgroep die Karte.
Karte Karte betekent hier ‘kaart’ en verwijst naar de verloren Fahrkarte. In die Karte noch benutzt wird gaat het om dezelfde kaart die geblokkeerd moet worden. Je gebruikt Karte wanneer je naar een kaart als voorwerp verwijst.
noch noch betekent hier ‘nog’ en geeft aan dat het gebruik van de kaart mogelijk doorgaat. In die Karte noch benutzt wird versterkt het de zorg dat de kaart opnieuw of verder gebruikt kan worden. Je gebruikt het bij een handeling die op dat moment nog mogelijk is.
benutzt benutzt betekent hier ‘gebruikt’ en beschrijft de handeling die met de Karte voorkomen moet worden. Samen met wird vormt het de uitdrukking die Karte noch benutzt wird. Je gebruikt deze vorm wanneer de aandacht ligt op wat er met een voorwerp gebeurt.
wird wird staat hier samen met benutzt in die Karte noch benutzt wird en geeft weer dat de kaart gebruikt wordt. Het helpt dus de passieve formulering te vormen, waarbij de kaart de handeling ondergaat. In deze bijzin staat wird aan het einde.
dir dir betekent hier ‘jou’ of ‘aan jou’ in Sie können dir helfen. Het verwijst naar de persoon die hulp krijgt bij het invullen van het formulier. Je gebruikt deze vorm bij helfen om aan te geven wie de hulp ontvangt.
helfen helfen betekent hier ‘helpen’ in Sie können dir helfen, ein Formular auszufüllen. Het beschrijft dat de medewerkers ondersteuning geven bij een handeling. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is iemand helpen om iets in te vullen.
ein ein betekent hier ‘een’ in ein Formular en introduceert een niet nader bepaald formulier. Het staat direct voor Formular. Je gebruikt ein om één formulier of een ander enkel voorwerp te noemen zonder het verder te bepalen.
Formular Formular betekent ‘formulier’ en verwijst naar het document dat ingevuld moet worden. In ein Formular auszufüllen is het het voorwerp van de handeling. Je gebruikt dit woord bij officiële of administratieve informatie die iemand moet invullen.
auszufüllen auszufüllen betekent hier ‘in te vullen’ en beschrijft wat er met het Formular moet gebeuren. Het staat in Sie können dir helfen, ein Formular auszufüllen. Deze vorm hoort bij de constructie iemand helpen een formulier in te vullen.
um um leidt hier samen met zu sperren het doel van het invullen in: de kaart blokkeren. In um die Karte zu sperren betekent de hele constructie ‘om de kaart te blokkeren’. Je gebruikt um met zu en een infinitief om een doel uit te drukken.
zu zu maakt in um die Karte zu sperren deel uit van de constructie voor een doel. Samen met um en sperren geeft het aan waarvoor het formulier wordt ingevuld. In deze constructie staat zu direct voor de infinitief sperren.
sperren sperren betekent hier ‘blokkeren’ of ‘ontoegankelijk maken’ en verwijst naar het uitschakelen van de verloren kaart. Het staat in um die Karte zu sperren. Je gebruikt het hier met die Karte als datgene wat geblokkeerd wordt.
Kontodaten Kontodaten betekent hier ‘accountgegevens’ en verwijst naar de informatie die de spreker bij zich heeft. In Ich habe meine Kontodaten dabei gaat het om gegevens die de medewerkers kunnen helpen. Je gebruikt dit woord bij administratieve of persoonlijke gegevens van een account.
dabei dabei betekent hier ‘bij me’ en geeft aan dat de spreker de Kontodaten heeft meegenomen. In Ich habe meine Kontodaten dabei beschrijft het wat de spreker op dat moment bij zich heeft. Je gebruikt haben ... dabei om te zeggen dat je iets bij je hebt.
Diese Diese betekent hier ‘deze’ en verwijst naar de eerder genoemde Kontodaten. In Diese Informationen helfen dem Personal wijst het naar die informatie als nuttig voor de medewerkers. Je gebruikt diese om iets aan te wijzen of terug te verwijzen naar iets dat al bekend is.
Informationen Informationen betekent hier ‘informatie’ en verwijst naar de Kontodaten die de spreker bij zich heeft. In Diese Informationen helfen dem Personal is het de informatie die de medewerkers helpt. Je gebruikt het woord voor gegevens of kennis die iemand kan verstrekken.
dem dem betekent hier ‘het’ of ‘aan het’ in dem Personal. In helfen dem Personal geeft het aan wie door de informatie geholpen wordt. Je gebruikt deze vorm hier in de woordgroep dem Personal.
Personal Personal betekent hier ‘personeel’ en verwijst naar de medewerkers van de dienst. In Diese Informationen helfen dem Personal zijn zij degenen die de informatie kunnen gebruiken. Je gebruikt dit woord voor een groep medewerkers die bij een organisatie of dienst werkt.
Dann Dann betekent hier ‘dan’ en verbindt de volgende stap met wat eerder is gezegd. In Dann frage ich kondigt het aan wat de spreker daarna zal doen. Je gebruikt het om een handeling in de volgorde van een gesprek of plan aan te geven.
frage frage betekent hier ‘vraag’ in Dann frage ich. De spreker zegt dat die daarna informatie zal vragen over een nieuwe kaart. Je gebruikt fragen met een vraagwoord of met ob wanneer je naar een keuze of mogelijkheid vraagt.
ob ob betekent hier ‘of’ in de indirecte vraag ob ich eine neue Karte bekommen soll. Het leidt een vraag in waarop een ja- of nee-antwoord mogelijk is. In deze bijzin staat het werkwoord soll aan het einde.
eine eine betekent hier ‘een’ in eine neue Karte en introduceert een nieuwe kaart. Het staat samen met neue voor Karte. Je gebruikt eine om één niet nader bepaalde kaart of ander enkel voorwerp te noemen.
neue neue betekent hier ‘nieuwe’ en maakt duidelijk dat het om een vervangende kaart gaat. In eine neue Karte beschrijft het het zelfstandig naamwoord Karte. Je gebruikt het om iets te benoemen dat nieuw is in plaats van het eerdere voorwerp.
bekommen bekommen betekent hier ‘krijgen’ of ‘ontvangen’ in eine neue Karte bekommen. Het beschrijft dat de spreker mogelijk een nieuwe kaart ontvangt. Je gebruikt bekommen met datgene wat iemand ontvangt, hier eine neue Karte.
soll soll betekent hier ‘zou moeten’ in ob ich eine neue Karte bekommen soll. Het drukt uit dat de spreker wil weten of het passend of nodig is om een nieuwe kaart te krijgen. In deze bijzin staat soll na de infinitief bekommen.
Frag Frag betekent hier ‘vraag’ als rechtstreeks advies aan de aangesprokene. In Frag zuerst wordt de persoon aangespoord eerst navraag te doen. De vorm hoort bij het informele bevel aan du en verwijst naar vragen.
zuerst zuerst betekent hier ‘eerst’ en geeft aan dat het vragen vóór de volgende beslissing moet gebeuren. In Frag zuerst bepaalt het de volgorde van de handelingen. Je gebruikt het om de eerste stap in een plan of procedure aan te wijzen.
weil weil betekent hier ‘omdat’ en geeft de reden voor het advies om eerst te vragen. In weil vielleicht jemand die Karte abgegeben hat leidt het een bijzin in. In deze bijzin staat hat aan het einde.
vielleicht vielleicht betekent hier ‘misschien’ en maakt duidelijk dat de spreker niet zeker weet of de kaart is ingeleverd. In vielleicht jemand die Karte abgegeben hat verzacht het de bewering. Je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid noemt zonder die als feit te presenteren.
jemand jemand betekent hier ‘iemand’ en verwijst naar een onbekende persoon die de kaart mogelijk heeft ingeleverd. In vielleicht jemand die Karte abgegeben hat is het de persoon die de handeling heeft verricht. Je gebruikt het wanneer de identiteit van die persoon niet bekend of niet belangrijk is.
abgegeben abgegeben betekent hier ‘ingeleverd’ en beschrijft wat iemand mogelijk met de kaart heeft gedaan. In die Karte abgegeben hat staat het samen met hat om een eerdere handeling uit te drukken. De vorm hoort bij abgeben en wordt gebruikt wanneer iemand iets bij een bevoegde dienst of persoon achterlaat.
hat hat staat hier samen met abgegeben in vielleicht jemand die Karte abgegeben hat en helpt een eerdere handeling uit te drukken. In deze bijzin staat hat aan het einde. De vorm hoort bij haben en wordt hier gebruikt bij jemand.

Grammatica

abgeben → abgegeben

abgegeben

ap-guh-gee-buhn

afgeven → afgegeven

Bij het voltooid deelwoord van een scheidbaar werkwoord komt het voorvoegsel vóór het werkwoord: abgeben wordt abgegeben.

Duits woordenschat

ausfüllen werkwoord
aus-fuh-luhn invullen

ein Formular auszufüllen

benutzen werkwoord
buh-noet-tsuhn gebruiken benutzt

dass die Karte noch benutzt wird

Fahrkarte zelfstandig naamwoord
faar-kaar-tuh reiskaart, vervoersbewijs

meine Fahrkarte

Formular zelfstandig naamwoord
for-moe-laar formulier

ein Formular

Fundbüro zelfstandig naamwoord
foent-buu-roo bureau voor gevonden voorwerpen

zum Fundbüro

gehen werkwoord
gee-un gaan

zum Fundbüro gehen

glauben werkwoord
glau-buhn denken, geloven glaube

Ich glaube

helfen werkwoord
hel-fuhn helpen

Sie können dir helfen

sperren werkwoord
sjpèr-run blokkeren

die Karte zu sperren

verhindern werkwoord
fer-hin-dern voorkomen, verhinderen

Können sie verhindern

verlieren werkwoord
fèr-lie-ruhn verliezen verloren

ich habe meine Fahrkarte im Zug verloren

Zug zelfstandig naamwoord
tsoek trein

im Zug

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Je moet naar het bureau voor gevonden voorwerpen gaan.

Antwoord tonenDu solltest zum Fundbüro gehen.

Ik heb mijn accountgegevens bij me.

Antwoord tonenIch habe meine Kontodaten dabei.

Die informatie helpt het personeel.

Antwoord tonenDiese Informationen helfen dem Personal.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpen

Antwoord tonenhelfen

voorkomen, verhinderen

Antwoord tonenverhindern

gebruiken

Antwoord tonenbenutzt

bureau voor gevonden voorwerpen

Antwoord tonenFundbüro