Praten over rugpijn | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults discuss back pain after long meetings and simple changes to sitting posture and breaks..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Praten over rugpijn oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Meine Rückenschmerzen werden nach langen Besprechungen schlimmer.

mai-nuh rükən-sjmer-tsən veer-dən naach langen bə-sjpre-chungən sjlimmer. Mijn rugpijn wordt erger na lange vergaderingen.
B

Dein Stuhl hilft dir vielleicht nicht, eine gute Haltung zu bewahren.

dain sjoel hilft dier fə-laiçt nich(t), ai-nuh goetuh haltoeng tsoe bə-vaarən. Je stoel helpt je misschien niet om een goede houding te behouden.
A

Soll ich öfter kurze Pausen machen?

zol ich öftər koertsuh pauzən maakən? Moet ik vaker korte pauzes nemen?
B

Kurze Pausen können helfen.

koertsuh pauzən könən helpen. Korte pauzes kunnen helpen.
B

Steh auf und dehne dich vorsichtig.

sjtee auf oent dee-nuh dich foorzichtig. Sta op en rek je voorzichtig uit.
A

Ich muss auch die Höhe meines Bildschirms anpassen.

ich moes au(ch) die hö-uh mai-nəs bilt-sjirms anpassən. Ik moet ook de hoogte van mijn scherm aanpassen.
B

Das kann dir helfen, bequemer zu sitzen.

das kan dier helpen, bə-kvee-mər tsoe zitsən. Dat kan je helpen om comfortabeler te zitten.
A

Ich werde diese Änderungen diese Woche ausprobieren.

ich veer-də die-zuh en-dər-oengən die-zuh vochuh aus-pro-bie-rən. Ik ga deze veranderingen deze week proberen.
B

Geh zu einer medizinischen Fachkraft, wenn die Schmerzen anhalten.

gee tsoe ai-nər mee-die-tsie-nish-ən fach-kraft, ven die sjmertsən anhaltən. Ga naar een zorgprofessional als de pijn aanhoudt.

Woord voor woord

Meine „Meine“ betekent hier „mijn“ en verwijst naar de rugpijn van de spreker. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in „Meine Rückenschmerzen“ en wordt gebruikt om bezit of verbondenheid aan te geven.
Rückenschmerzen „Rückenschmerzen“ betekent hier rugpijn. Het woord is het onderwerp van „Meine Rückenschmerzen werden ... schlimmer“ en verwijst naar pijn in de rug. Als nieuw voorbeeld kun je zeggen: „Ich habe Rückenschmerzen.“
werden In „Meine Rückenschmerzen werden ... schlimmer“ geeft „werden“ een verandering aan: de pijn wordt erger. Het staat hier bij het meervoudige onderwerp „Meine Rückenschmerzen“ en wordt samen met een bijvoeglijk woord zoals „schlimmer“ gebruikt.
nach „Nach“ betekent hier „na“ en geeft aan wanneer de rugpijn erger wordt: „nach langen Besprechungen“. Je gebruikt „nach“ vaak vóór een tijdstip of gebeurtenis die eerst plaatsvindt.
langen „Langen“ betekent hier „lange“ en beschrijft „Besprechungen“. De vorm komt van „lang“ en krijgt in „nach langen Besprechungen“ deze uitgang na „nach“ en vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord.
Besprechungen „Besprechungen“ betekent „vergaderingen“ of „besprekingen“ en is de meervoudsvorm van „Besprechung“. In „nach langen Besprechungen“ verwijst het naar vergaderingen die lang duren. Je kunt het gebruiken voor werk- of andere formele besprekingen.
schlimmer „Schlimmer“ betekent hier „erger“ en beschrijft dat de rugpijn toeneemt. Het is de vergelijkende vorm van „schlimm“ en staat in de zin bij „werden“. Een bruikbaar nieuw voorbeeld is: „Der Schmerz wird schlimmer.“
Dein „Dein“ betekent „jouw“ en verwijst naar de stoel van de aangesprokene in „Dein Stuhl“. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets bij de aangesprokene hoort.
Stuhl „Stuhl“ betekent „stoel“. In „Dein Stuhl hilft dir vielleicht nicht“ gaat het om de stoel waarop iemand zit tijdens lange vergaderingen. Je gebruikt het woord voor een stoel thuis, op kantoor of elders.
hilft „Hilft“ betekent hier „helpt“ en komt van „helfen“. In „hilft dir“ geeft het aan dat de stoel iets voor de aangesprokene zou kunnen doen. Het wordt vaak gebruikt met de persoon die hulp krijgt, zoals in „hilft dir“.
dir „Dir“ betekent hier „jou“ en verwijst naar de persoon die door de stoel geholpen zou moeten worden. In „hilft dir“ staat het bij het werkwoord „hilft“ en geeft het de ontvanger van de hulp aan.
vielleicht „Vielleicht“ betekent „misschien“ en maakt de uitspraak onzeker of voorzichtig. In „hilft dir vielleicht nicht“ zegt de spreker niet zeker dat de stoel niet helpt. Je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid noemt zonder volledige zekerheid.
nicht „Nicht“ betekent „niet“ en ontkent hier dat de stoel helpt om een goede houding te behouden. In „hilft dir vielleicht nicht“ staat het aan het einde van de ontkende werkwoordsgroep. Je gebruikt „nicht“ om een handeling of eigenschap te ontkennen.
eine „Eine“ betekent hier „een“ en introduceert de niet nader bepaalde houding in „eine gute Haltung“. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en vormt samen met „gute Haltung“ het voorwerp van „bewahren“.
gute „Gute“ betekent „goede“ en beschrijft „Haltung“ in „eine gute Haltung“. De vorm komt van „gut“ en staat hier tussen het lidwoord „eine“ en het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om een houding als positief of geschikt te beschrijven.
Haltung „Haltung“ betekent hier „houding“, vooral de manier waarop iemand zit. In „eine gute Haltung“ gaat het om een geschikte lichaamshouding tijdens het zitten. Het woord kan ook in andere situaties naar een houding of standpunt verwijzen, maar hier gaat het om het lichaam.
zu „Zu“ is hier de infinitiefpartikel in „zu bewahren“. Het verbindt „bewahren“ met de voorafgaande werkwoordsgroep en helpt de bedoeling „een goede houding behouden“ uit te drukken. Je gebruikt „zu“ op dezelfde manier vóór een infinitief in vergelijkbare constructies.
bewahren „Bewahren“ betekent hier „behouden“ of „in stand houden“ en verwijst naar het behouden van een goede houding. Het staat na „zu“ in „zu bewahren“. Je kunt het gebruiken wanneer iets behouden moet blijven, bijvoorbeeld een houding of een toestand.
Soll „Soll“ betekent hier „moet ik“ en vormt in „Soll ich öfter kurze Pausen machen?“ een vraag om advies. De vorm komt van „sollen“ en staat aan het begin van deze vraag. Je gebruikt „Soll ich ...?“ wanneer je vraagt wat je het beste kunt doen.
ich „Ich“ of „ich“ betekent „ik“ en verwijst naar de spreker. In „Soll ich“ staat de vorm midden in de vraag; in „Ich muss“ staat dezelfde persoonlijke vorm aan het begin van een zin en daarom met een hoofdletter. Je gebruikt deze vorm als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
öfter „Öfter“ betekent „vaker“ en geeft aan dat iets met een hogere frequentie moet gebeuren. In „öfter kurze Pausen machen“ beschrijft het hoe vaak de spreker pauzes neemt. Je gebruikt het om een frequentie met een eerdere of verwachte frequentie te vergelijken.
kurze „Kurze“ betekent „korte“ en beschrijft „Pausen“ in „kurze Pausen“. De vorm „Kurze“ staat ook aan het begin van „Kurze Pausen können helfen“; de hoofdletter komt daar door de positie aan het begin van de zin. Je gebruikt het om pauzes met een korte duur te beschrijven.
Pausen „Pausen“ betekent „pauzes“ en is het meervoud van „Pause“. In „öfter kurze Pausen machen“ gaat het om korte onderbrekingen tijdens het werk of vergaderingen. De combinatie „kurze Pausen machen“ is een gebruikelijke manier om over pauzes nemen te spreken.
machen „Machen“ betekent in „kurze Pausen machen“ niet letterlijk alleen „maken“, maar hoort bij de vaste combinatie voor pauzes nemen. Het staat hier als infinitief na „Soll ich“. Je gebruikt „Pausen machen“ wanneer je zegt dat iemand een onderbreking neemt.
können „Können“ betekent hier „kunnen“ en drukt een mogelijke werking uit: korte pauzes kunnen helpen. Het staat vóór de infinitief „helfen“ in „Kurze Pausen können helfen“. Je gebruikt „können“ om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
helfen „Helfen“ betekent „helpen“ en beschrijft hier dat korte pauzes nuttig kunnen zijn. Het staat als infinitief na „können“ in „Kurze Pausen können helfen“. Je gebruikt het voor iets of iemand dat een probleem kan verlichten of ondersteuning kan geven.
Steh „Steh“ betekent hier „sta op“ en is een directe opdracht aan één persoon. Het is de gebiedende vorm die samen met „auf“ de uitdrukking „Steh auf“ vormt. Je gebruikt dit soort vorm wanneer je iemand rechtstreeks een eenvoudige instructie geeft.
auf „Auf“ is hier niet gewoon „op“, maar het afgescheiden deel van „Steh auf“, dat „sta op“ betekent. Het staat na „Steh“ omdat het bij deze werkwoordsvorm hoort. Je gebruikt „Steh auf“ als directe instructie om van een zittende of liggende positie overeind te komen.
und „Und“ betekent „en“ en verbindt in „Steh auf und dehne dich vorsichtig“ twee instructies. Het laat zien dat beide handelingen bij hetzelfde advies horen. Je gebruikt „und“ om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of opdrachten te verbinden.
dehne „Dehne“ betekent hier „rek“ of „strek“ en is een directe opdracht aan één persoon. De vorm komt van „dehnen“ en staat in „dehne dich vorsichtig“ voor een reflexieve handeling. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt het lichaam voorzichtig te strekken.
dich „Dich“ betekent hier „jezelf“ of „je“ en hoort bij de reflexieve handeling „dehne dich“. Het verwijst terug naar de persoon die de opdracht krijgt. Je gebruikt het wanneer de handeling op dezelfde persoon gericht is als de persoon die handelt.
vorsichtig „Vorsichtig“ betekent „voorzichtig“ en beschrijft hoe de persoon zich moet strekken. In „dehne dich vorsichtig“ verzacht het de opdracht en geeft het een zorgvuldige manier van bewegen aan. Je gebruikt het bij handelingen waarbij rustig en zonder kracht moet worden gehandeld.
muss „Muss“ betekent hier „moet“ of „moet ... doen“ en drukt een persoonlijke noodzaak uit. De vorm komt van „müssen“ en staat in „Ich muss auch die Höhe meines Bildschirms anpassen“. Je gebruikt „Ich muss ...“ om te zeggen dat je iets nodig vindt of noodzakelijk moet doen.
auch „Auch“ betekent „ook“ en voegt het aanpassen van de schermhoogte toe aan de andere veranderingen. In „muss auch die Höhe ... anpassen“ laat het zien dat dit een extra actie is. Je gebruikt het om een bijkomend element of een extra handeling toe te voegen.
die „Die“ betekent hier „de“ en hoort bij „Höhe“ in „die Höhe meines Bildschirms“. Het is het bepaald lidwoord voor het zelfstandig naamwoord in deze zin. Je gebruikt het wanneer je naar een bepaalde hoogte verwijst, namelijk de hoogte van het scherm.
Höhe „Höhe“ betekent „hoogte“. In „die Höhe meines Bildschirms“ verwijst het naar de verticale positie van het scherm. Je gebruikt het woord om te spreken over hoe hoog iets staat of is.
meines „Meines“ betekent hier „van mijn“ en verbindt „Bildschirms“ met „Höhe“ in „die Höhe meines Bildschirms“. De vorm komt van „mein“ en geeft aan dat het scherm bij de spreker hoort. Je gebruikt deze vorm in een vergelijkbare bezitsrelatie vóór een zelfstandig naamwoord.
Bildschirms „Bildschirms“ betekent „scherm“ en verwijst hier naar het computerscherm van de spreker. In „die Höhe meines Bildschirms“ geeft de vorm aan van welk scherm de hoogte wordt bedoeld. De vorm komt van „Bildschirm“ en staat in deze bezitsconstructie.
anpassen „Anpassen“ betekent hier „aanpassen“ en gaat over het veranderen van de schermhoogte zodat die beter is ingesteld. Het staat als infinitief na „muss“ in „muss ... anpassen“. Je gebruikt het met een object wanneer je iets geschikt maakt voor een bepaalde situatie.
Das „Das“ betekent hier „dat“ en verwijst naar het aanpassen van de schermhoogte uit de vorige zin. In „Das kann dir helfen“ neemt het die eerdere handeling of het eerdere idee als onderwerp over. Je gebruikt „Das“ vaak om naar een zojuist genoemde zaak of handeling te verwijzen.
kann „Kann“ betekent hier „kan“ en drukt uit dat iets mogelijk helpt. De vorm komt van „können“ en staat in „Das kann dir helfen“ bij het enkelvoudige onderwerp „Das“. Je gebruikt „kann“ om een mogelijkheid of mogelijk gevolg te beschrijven.
bequemer „Bequemer“ betekent „comfortabeler“ en beschrijft in „bequemer zu sitzen“ een verbetering van de manier van zitten. Het is de vergelijkende vorm van „bequem“. Je gebruikt het wanneer een nieuwe houding of situatie meer comfort geeft dan de vorige.
sitzen „Sitzen“ betekent „zitten“ en staat in „bequemer zu sitzen“ als infinitief na „zu“. Het verwijst hier naar de houding tijdens het werken of vergaderen. Je gebruikt het voor de toestand waarin iemand op een stoel zit.
werde „Werde“ betekent hier „zal“ en helpt in „Ich werde diese Änderungen diese Woche ausprobieren“ om over een toekomstige handeling te spreken. De vorm komt van „werden“ en staat samen met de infinitief „ausprobieren“. Je gebruikt „Ich werde ...“ om een voornemen of toekomstige actie uit te drukken.
diese „Diese“ betekent „deze“ en verwijst in „diese Änderungen“ naar de zojuist besproken aanpassingen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk welke veranderingen bedoeld zijn. Je gebruikt het om iets specifieks dichtbij de gesprekssituatie of de vorige context aan te wijzen.
Änderungen „Änderungen“ betekent „veranderingen“ en verwijst hier naar de aanpassingen aan pauzes, houding en schermhoogte. Het is het meervoud van „Änderung“ en staat in „diese Änderungen ausprobieren“ als datgene wat de spreker gaat testen. Je gebruikt het voor wijzigingen in een situatie, plan of werkwijze.
Woche „Woche“ betekent „week“. In „diese Woche“ geeft het de periode aan waarin de spreker de veranderingen gaat uitproberen. Je gebruikt het met een aanwijzend woord om naar een bepaalde week te verwijzen.
ausprobieren „Ausprobieren“ betekent „uitproberen“ en houdt hier in dat de spreker de veranderingen in de praktijk gaat testen. Het staat als infinitief na „werde“ in „diese Änderungen diese Woche ausprobieren“. Een bruikbaar patroon is iets uitproberen met het concrete object dat je wilt testen.
Geh „Geh“ betekent hier „ga“ en is een directe opdracht aan één persoon. De vorm komt van „gehen“ en staat in „Geh zu einer medizinischen Fachkraft“ als advies om hulp te zoeken. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks aanspoort om ergens heen te gaan.
einer „Einer“ betekent hier „een“ in „zu einer medizinischen Fachkraft“. De vorm hoort bij het vrouwelijk zelfstandig naamwoord „Fachkraft“ en staat na „zu“. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iemand naar een niet nader genoemde persoon of instantie verwijst.
medizinischen „Medizinischen“ betekent „medische“ en beschrijft de „Fachkraft“ in „einer medizinischen Fachkraft“. De vorm komt van „medizinisch“ en past zich hier aan de constructie na „zu einer“ aan. Je gebruikt het om een persoon of dienst met een medische taak te beschrijven.
Fachkraft „Fachkraft“ betekent „vakprofessional“ of „gespecialiseerde professional“. In „medizinischen Fachkraft“ gaat het om iemand die professionele medische hulp kan bieden. Je gebruikt het woord voor een deskundige die in een bepaald vakgebied werkt.
wenn „Wenn“ betekent hier „als“ en introduceert de voorwaarde „wenn die Schmerzen anhalten“. De hoofdzin geeft het advies en de „wenn“-zin zegt wanneer dat advies nodig is. Je gebruikt „wenn“ om een voorwaarde of een situatie in de toekomst te beschrijven.
Schmerzen „Schmerzen“ betekent hier „pijn“ en verwijst naar de pijn die blijft aanhouden. In „die Schmerzen anhalten“ is het de meervoudige vorm van „Schmerz“ en het onderwerp van „anhalten“. Je gebruikt het in deze context om lichamelijke pijn te benoemen.
anhalten „Anhalten“ betekent hier „aanhouden“ of „blijven duren“: de pijn verdwijnt niet. In „wenn die Schmerzen anhalten“ staat het bij het meervoudige onderwerp „die Schmerzen“; de vorm is daar gelijk aan de infinitief. Je gebruikt „wenn ... anhalten“ om aan te geven dat een klacht blijft bestaan en verdere hulp nodig kan zijn.

Grammatica

Trennbare Verben im Imperativ: Verbteil + abgetrennter Präfix

Steh auf!

sjtee auf

Sta op!

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de gebiedende wijs.

Reflexivpronomen im Imperativ

Dehne dich vorsichtig!

dee-nuh dich foorzichtig

Rek je voorzichtig uit!

Bij een wederkerend werkwoord hoort het voornaamwoord dich bij de gebiedende wijs.

Duits woordenschat

Besprechungen zelfstandig naamwoord
bə-sjpre-chungən vergaderingen
bewahren werkwoord
bə-vaarən behouden
Haltung zelfstandig naamwoord
haltoeng houding
langen bijvoeglijk naamwoord
langen lange
machen werkwoord
maakən nemen
nach voorzetsel
naach na
öfter bijwoord
öftər vaker
Pausen zelfstandig naamwoord
pauzən pauzes
Rückenschmerzen zelfstandig naamwoord
rükən-sjmer-tsən rugpijn
schlimmer bijvoeglijk naamwoord
sjlimmer erger
Stuhl zelfstandig naamwoord
sjoel stoel
vielleicht bijwoord
fə-laiçt misschien

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Moet ik vaker korte pauzes nemen?

Antwoord tonenSoll ich öfter kurze Pausen machen?

Korte pauzes kunnen helpen.

Antwoord tonenKurze Pausen können helfen.

Sta op en rek je voorzichtig uit.

Antwoord tonenSteh auf und dehne dich vorsichtig.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

behouden

Antwoord tonenbewahren

na

Antwoord tonennach

stoel

Antwoord tonenStuhl

misschien

Antwoord tonenvielleicht