Medicijninstructies begrijpen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults read medicine label instructions and decide to call the pharmacy about an unclear dose..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Medicijninstructies begrijpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe dieses Medikament in der Apotheke abgeholt.

ich haa-buh die-zus mee-die-ka-ment in dee-a a-po-tee-kuh ap-guh-hoolt Ik heb dit medicijn bij de apotheek opgehaald.
B

Hat der Apotheker die Anweisungen erklärt?

hat dee-a a-po-tee-kuh dee an-vai-zoeng-un eèr-kleert Heeft de apotheker de instructies uitgelegd?
A

Auf dem Etikett steht, dass du es nach dem Essen einnehmen sollst.

auf deem ee-ti-ket sjteet, das doe es nach deem essen ain-neemuh zolst Op het etiket staat dat je het na het eten moet innemen.
B

Dann nimm es nicht vor dem Frühstück ein.

dan nim es nicht foor deem fruustuk ain Neem het dan niet voor het ontbijt in.
A

Ich bin mir bei der Dosis nicht sicher.

ich bin mier bai dee-a doo-zis nicht zichuh Ik weet niet zeker wat de dosis is.
B

Ruf in der Apotheke an, wenn das Etikett unklar ist.

roef in dee-a a-po-tee-kuh an, ven das ee-ti-ket oeng-klaar ist Bel de apotheek als het etiket onduidelijk is.
A

Das ist sicherer, als zu raten.

das ist zichuh-uh, als tsoe raa-tuh Dat is veiliger dan raden.
B

Der Apotheker kann dir die richtige Dosis sagen, bevor du es einnimmst.

dee-a a-po-tee-kuh kan dier dee rich-ti-guh doo-zis zaa-guh, buh-foor doe es ain-nimst De apotheker kan je de juiste dosis vertellen voordat je het inneemt.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in Ich habe dieses Medikament abgeholt. Je gebruikt het wanneer je over jezelf vertelt.
habe Habe betekent hier ‘heb’ en helpt om een voltooide handeling uit te drukken in Ich habe dieses Medikament abgeholt. Het is een vorm van haben en staat samen met het voltooid deelwoord abgeholt. Je gebruikt dit patroon om te vertellen dat je iets hebt gedaan.
dieses Dieses betekent hier ‘dit’ en wijst het medicijn aan waarover de spreker praat. Het hoort direct bij dieses Medikament. Je gebruikt zo’n aanwijzend woord wanneer je naar een specifiek voorwerp verwijst.
Medikament Medikament betekent hier ‘medicijn’ en is het voorwerp dat de spreker bij de apotheek heeft opgehaald. In dieses Medikament staat het samen met een aanwijzend woord. Je gebruikt het voor een geneesmiddel in een gesprek over behandeling of instructies.
in In betekent hier ‘in’ of natuurlijker ‘bij’, in de plaatsaanduiding in der Apotheke. Het geeft aan waar het medicijn is opgehaald. Je gebruikt in met een plaats om de locatie van een handeling aan te geven.
der Der is hier de lidwoordvorm in in der Apotheke. Samen verwijst de woordgroep naar de apotheek als plaats waar iets gebeurt. Je leert deze vorm daarom als onderdeel van de vaste plaatsaanduiding in der Apotheke.
Apotheke Apotheke betekent ‘apotheek’ en is in in der Apotheke de plaats waar het medicijn is opgehaald. Het woord komt hier voor na in der. Je gebruikt het wanneer je over de apotheek, medicijnen of advies van de apotheker praat.
abgeholt Abgeholt betekent hier ‘opgehaald’ en beschrijft dat de spreker het medicijn bij de apotheek heeft meegenomen. Het is de vorm van abholen die samen met habe een voltooide handeling vormt. Je kunt dit patroon gebruiken voor iets dat je ergens hebt opgehaald.
Hat Hat betekent hier ‘heeft’ in de vraag Hat der Apotheker die Anweisungen erklärt? Het staat vooraan omdat het een vraag naar een voltooide handeling inleidt. Je gebruikt hat aan het begin van een ja-neevraag met een onderwerp en een voltooid deelwoord.
Apotheker Apotheker betekent ‘apotheker’ en is de persoon van wie wordt gevraagd of hij de instructies heeft uitgelegd. In Hat der Apotheker die Anweisungen erklärt? staat het als onderwerp. Je gebruikt het voor de medewerker die in een apotheek medicijnen uitlegt of advies geeft.
die Die is hier het lidwoord in die Anweisungen. Het bepaalt het zelfstandig naamwoord dat verwijst naar de instructies. Je gebruikt deze combinatie wanneer je naar specifieke instructies verwijst.
Anweisungen Anweisungen betekent ‘instructies’ en verwijst hier naar de aanwijzingen voor het gebruik van het medicijn. Het staat in die Anweisungen als datgene wat de apotheker heeft uitgelegd. Je gebruikt het voor regels of aanwijzingen die iemand moet volgen.
erklärt Erklärt betekent hier ‘uitgelegd’ en verwijst naar het verduidelijken van de medicijninstructies. Het is de vorm van erklären die in de vraag samen met Hat een voltooide handeling uitdrukt. Je gebruikt het wanneer iemand informatie begrijpelijk maakt voor een ander.
Auf Auf betekent hier ‘op’ in Auf dem Etikett steht. Het geeft aan dat de informatie op het etiket staat. Je gebruikt auf met een oppervlak of plaats waarop iets geschreven of zichtbaar is.
dem Dem is hier de lidwoordvorm in dem Etikett. Samen vormt het de plaatsaanduiding Auf dem Etikett voor de informatiebron. Je gebruikt deze combinatie wanneer je zegt dat iets op het etiket staat.
Etikett Etikett betekent ‘etiket’ en is hier de bron van de medicijninstructie. In Auf dem Etikett staat dat het medicijn na het eten moet worden ingenomen. Je gebruikt het voor de tekst op een verpakking.
steht Steht betekent hier ‘staat’ of ‘er staat geschreven’ in Auf dem Etikett steht. Het beschrijft dat informatie op een bepaalde plaats vermeld staat. Het is een vorm van stehen; je gebruikt dit patroon om geschreven informatie te introduceren.
dass Dass betekent hier ‘dat’ en leidt de inhoud in van wat er op het etiket staat. In dass du es nach dem Essen einnehmen sollst volgt de mededeling over de inname-instructie. Je gebruikt dass om een inhoudszin na een mededeling of uitleg te verbinden.
du Du betekent hier ‘je’ of ‘jij’ en spreekt één persoon informeel aan. Het is degene die het medicijn moet innemen in du es nach dem Essen einnehmen sollst. Je gebruikt du wanneer je rechtstreeks tegen die persoon praat.
es Es betekent hier ‘het’ en verwijst naar het medicijn. In du es nach dem Essen einnehmen sollst is het datgene wat moet worden ingenomen. Je gebruikt es om een eerder genoemd onzijdig voorwerp niet opnieuw te herhalen.
nach Nach betekent hier ‘na’ en geeft aan wanneer het medicijn moet worden ingenomen: na het eten. Het staat in nach dem Essen. Je gebruikt nach voor een tijdstip of gebeurtenis die eerst moet plaatsvinden.
Essen Essen betekent hier ‘het eten’ of ‘de maaltijd’ in nach dem Essen. Het vormt het tijdspunt waarna het medicijn moet worden ingenomen. Je gebruikt deze woordgroep wanneer je naar het moment na een maaltijd verwijst.
einnehmen Einnehmen betekent hier ‘innemen’ en gaat over het gebruik van het medicijn. Het staat als infinitief bij sollst in de instructie over wat je moet doen. Je gebruikt einnehmen bijvoorbeeld voor medicijnen die iemand moet gebruiken.
sollst Sollst betekent hier ‘moet’ of ‘hoort te’ en geeft de instructie van het etiket weer. Het is de vorm van sollen bij du en staat aan het einde van de dass-zin. Je gebruikt du sollst met een infinitief om een aanwijzing of verplichting uit te drukken.
Dann Dann betekent hier ‘dan’ en verbindt de eerdere instructie met de daaropvolgende conclusie. In Dann nimm es nicht vor dem Frühstück ein volgt een concrete aanwijzing. Je gebruikt dann aan het begin van een zin voor een gevolg of volgende stap.
nimm Nimm betekent hier ‘neem’ en is een directe instructie aan één informeel aangesproken persoon. In nimm es nicht vor dem Frühstück ein wordt gezegd dat het medicijn niet vóór het ontbijt moet worden ingenomen. Het is de gebiedende vorm van nehmen en hoort hier bij het scheidbare werkwoord einnehmen.
nicht Nicht betekent hier ‘niet’ en ontkent de instructie om het medicijn vóór het ontbijt in te nemen. In nimm es nicht vor dem Frühstück ein maakt het de handeling niet toegestaan of niet gewenst. Je gebruikt nicht om een handeling, eigenschap of mededeling te ontkennen.
vor Vor betekent hier ‘voor’ in vor dem Frühstück en geeft een eerder tijdstip aan. De zin verbiedt het innemen vóór het ontbijt. Je gebruikt vor met een tijdstip of gebeurtenis om aan te geven dat iets eerder gebeurt.
Frühstück Frühstück betekent ‘ontbijt’ en is hier de gebeurtenis waarmee het tijdstip wordt bepaald. In vor dem Frühstück betekent het ‘vóór het ontbijt’. Je gebruikt het wanneer je het eerste eetmoment van de dag benoemt.
ein Ein is hier het werkwoorddeeltje van einnehmen. In nimm es nicht vor dem Frühstück ein staat het aan het einde, terwijl nimm eerder in de zin staat. Samen met nimm vormt het de instructie om het medicijn in te nemen.
bin Bin betekent hier ‘ben’ in Ich bin mir bei der Dosis nicht sicher. Het is een vorm van sein en vormt samen met mir ... nicht sicher de uitdrukking dat de spreker ergens niet zeker van is. Je gebruikt dit om onzekerheid over informatie uit te drukken.
mir Mir betekent hier ‘mij’ en hoort bij de uitdrukking Ich bin mir ... nicht sicher. Het maakt duidelijk dat de spreker zelf onzeker is over de dosis. Je gebruikt mir in deze uitdrukking vóór het onderwerp waarover je zekerheid of onzekerheid uitdrukt.
bei Bei betekent hier ‘over’ of ‘met betrekking tot’ in bei der Dosis. Samen met Ich bin mir ... nicht sicher geeft het aan waarover de onzekerheid gaat. Je gebruikt deze woordgroep om het onderwerp van je onzekerheid te noemen.
Dosis Dosis betekent ‘dosis’ en verwijst hier naar de hoeveelheid medicijn die moet worden ingenomen. In bei der Dosis gaat de onzekerheid precies over die hoeveelheid. Je gebruikt het woord wanneer je over de voorgeschreven hoeveelheid van een medicijn praat.
sicher Sicher betekent hier ‘zeker’ in nicht sicher. De ontkenning maakt duidelijk dat de spreker niet weet welke dosis juist is. Je gebruikt sicher om zekerheid over informatie of een beslissing uit te drukken.
Ruf Ruf betekent hier ‘bel’ en is een directe instructie aan één informeel aangesproken persoon. In Ruf in der Apotheke an wordt gezegd dat die persoon contact moet opnemen met de apotheek. Het is de gebiedende vorm van anrufen.
an An is hier het werkwoorddeeltje van anrufen, ‘opbellen’. In Ruf in der Apotheke an staat het aan het einde van de zin. Samen met Ruf vormt het de instructie om naar de apotheek te bellen.
wenn Wenn betekent hier ‘als’ en introduceert de voorwaarde wenn das Etikett unklar ist. Het maakt duidelijk wanneer je in der Apotheke moet bellen. Je gebruikt wenn om een voorwaarde of situatie aan een hoofdzin te koppelen.
das Das heeft hier twee functies. In das Etikett is het het lidwoord bij Etikett, terwijl Das in Das ist sicherer naar de vooraf genoemde keuze verwijst en ‘dat’ betekent. Je bepaalt de betekenis dus aan de hand van de woordgroep en de positie in de zin.
unklar Unklar betekent hier ‘onduidelijk’ en beschrijft het etiket wanneer de instructie niet goed te begrijpen is. In wenn das Etikett unklar ist staat het als beschrijving van het etiket. Je gebruikt het voor informatie waarvan de betekenis of instructie niet helder is.
ist Ist betekent hier ‘is’ en verbindt een onderwerp met een beschrijving of beoordeling. In das Etikett unklar ist beschrijft het de duidelijkheid van het etiket, en in Das ist sicherer beoordeelt het een keuze. Het is een vorm van sein.
sicherer Sicherer betekent hier ‘veiliger’ en vergelijkt contact opnemen met de apotheek met raden. In Das ist sicherer, als zu raten geeft het aan dat één keuze minder risico heeft. Het is de vergrotende vorm van sicher.
als Als betekent hier ‘dan’ en leidt de tweede kant van de vergelijking in als zu raten. Het verbindt sicherer met de handeling waarmee wordt vergeleken. Je gebruikt als in vergelijkingen na een vergrotende vorm.
zu Zu is hier het woordje voor de infinitief in zu raten. De combinatie benoemt de handeling waarmee de veiligheid wordt vergeleken. Je gebruikt zu vóór een infinitief wanneer zo’n werkwoordgroep in de zin nodig is.
raten Raten betekent hier ‘raden’ of ‘gissen’ naar de juiste dosis. In als zu raten wordt deze handeling als minder veilige optie genoemd. Je gebruikt het wanneer iemand een antwoord probeert te geven zonder voldoende zekerheid.
kann Kann betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de apotheker in staat is de juiste dosis mee te delen. In kann dir die richtige Dosis sagen staat het als modaal werkwoord bij sagen. Je gebruikt het patroon onderwerp + kann + infinitief om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
dir Dir betekent hier ‘aan jou’ of ‘jou’ en geeft aan wie de informatie ontvangt. In kann dir die richtige Dosis sagen vertelt de apotheker de dosis aan de aangesproken persoon. Je gebruikt dir bij een handeling die iets aan een persoon meedeelt of geeft.
richtige Richtige betekent hier ‘juiste’ en beschrijft de dosis die de apotheker kan geven. In die richtige Dosis staat het vóór Dosis en maakt het duidelijk dat het om de correcte hoeveelheid gaat. Je gebruikt die richtige met een zelfstandig naamwoord wanneer je de correcte keuze of versie bedoelt.
sagen Sagen betekent hier ‘zeggen’ of ‘vertellen’, namelijk de juiste dosis aan iemand meedelen. Het staat als infinitief na kann in kann dir die richtige Dosis sagen. Je gebruikt het met een persoon die informatie ontvangt en de informatie die wordt meegedeeld.
bevor Bevor betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat de apotheker de dosis kan uitleggen vóór het innemen. In bevor du es einnimmst leidt het de eerdere tijdsrelatie in. Je gebruikt bevor om een handeling te plaatsen vóór een andere handeling.
einnimmst Einnimmst betekent hier ‘inneemt’ en verwijst naar het innemen van het medicijn door du. Het is de vervoegde vorm van einnehmen in de bijzin bevor du es einnimmst. Je gebruikt deze vorm wanneer je tegen één informeel aangesproken persoon spreekt over het innemen van iets.

Grammatica

Ruf ... an

Ruf den Apotheker an.

roef dehn a-po-tee-kuh an

Bel de apotheker op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel an aan het einde van de zin.

sicher – sicherer

Das ist sicherer.

das ist zichuh-uh

Dat is veiliger.

De uitgang -er vormt de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord sicher.

Duits woordenschat

abgeholt werkwoord
ap-guh-hoolt opgehaald

habe dieses Medikament in der Apotheke abgeholt

Anweisungen zelfstandig naamwoord
an-vai-zoeng-un instructies

die Anweisungen erklärt

Apotheke zelfstandig naamwoord
a-po-tee-kuh apotheek

in der Apotheke

Apotheker zelfstandig naamwoord
a-po-tee-kuh apotheker

Der Apotheker

Dosis zelfstandig naamwoord
doo-zis dosis

bei der Dosis

einnehmen werkwoord
ain-neemuh innemen

nach dem Essen einnehmen sollst

erklärt werkwoord
eèr-kleert uitgelegd

die Anweisungen erklärt

Etikett zelfstandig naamwoord
ee-ti-ket etiket

Auf dem Etikett

Medikament zelfstandig naamwoord
mee-die-ka-ment medicijn

dieses Medikament

nach dem Essen uitdrukking
nach deem essen na het eten

nach dem Essen einnehmen

sicher bijvoeglijk naamwoord
zichuh zeker

nicht sicher

vor dem Frühstück uitdrukking
foor deem fruustuk voor het ontbijt

vor dem Frühstück ein

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heeft de apotheker de instructies uitgelegd?

Antwoord tonenHat der Apotheker die Anweisungen erklärt?

Dat is veiliger dan raden.

Antwoord tonenDas ist sicherer, als zu raten.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

innemen

Antwoord toneneinnehmen

etiket

Antwoord tonenEtikett

instructies

Antwoord tonenAnweisungen

medicijn

Antwoord tonenMedikament