Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Medicijninstructies begrijpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe dieses Medikament in der Apotheke abgeholt.
ich haa-buh die-zus mee-die-ka-ment in dee-a a-po-tee-kuh ap-guh-hoolt Ik heb dit medicijn bij de apotheek opgehaald.Hat der Apotheker die Anweisungen erklärt?
hat dee-a a-po-tee-kuh dee an-vai-zoeng-un eèr-kleert Heeft de apotheker de instructies uitgelegd?Auf dem Etikett steht, dass du es nach dem Essen einnehmen sollst.
auf deem ee-ti-ket sjteet, das doe es nach deem essen ain-neemuh zolst Op het etiket staat dat je het na het eten moet innemen.Dann nimm es nicht vor dem Frühstück ein.
dan nim es nicht foor deem fruustuk ain Neem het dan niet voor het ontbijt in.Ich bin mir bei der Dosis nicht sicher.
ich bin mier bai dee-a doo-zis nicht zichuh Ik weet niet zeker wat de dosis is.Ruf in der Apotheke an, wenn das Etikett unklar ist.
roef in dee-a a-po-tee-kuh an, ven das ee-ti-ket oeng-klaar ist Bel de apotheek als het etiket onduidelijk is.Das ist sicherer, als zu raten.
das ist zichuh-uh, als tsoe raa-tuh Dat is veiliger dan raden.Der Apotheker kann dir die richtige Dosis sagen, bevor du es einnimmst.
dee-a a-po-tee-kuh kan dier dee rich-ti-guh doo-zis zaa-guh, buh-foor doe es ain-nimst De apotheker kan je de juiste dosis vertellen voordat je het inneemt.Uitleg van de zinnen
Ich habe dieses Medikament in der Apotheke abgeholt.
Ik heb dit medicijn bij de apotheek opgehaald.
- Ich habe
- ik heb
- dieses
- dit
- Medikament
- medicijn
- in der Apotheke
- bij de apotheek
- abgeholt
- opgehaald
Uitgebreide uitleg
Ich habe betekent hier “ik heb” en vormt samen met het voltooid deelwoord de Duitse voltooide tijd (Perfekt). habe is de vorm van haben voor de eerste persoon enkelvoud: ich habe, du hast, er/sie/es hat. Het voornaamwoord Ich is het onderwerp; de vorm ervan verandert niet volgens grammaticaal geslacht. dieses betekent hier “dit”. Het is een aanwijzend woord dat bij Medikament hoort. Medikament is onzijdig (das Medikament) en staat hier als lijdend voorwerp in de accusatief; daarom staat de vorm dieses. Dezelfde vorm kan ook bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in de nominatief voorkomen, dus alleen deze vorm bewijst niet op zichzelf de naamval. Medikament betekent “medicijn”. Het meervoud is Medikamente. Het woord is onzijdig: das Medikament. Een bruikbaar voorbeeld is: Ich brauche ein Medikament. — “Ik heb een medicijn nodig.” in der Apotheke betekent hier “bij de apotheek” of letterlijk “in de apotheek”. Apotheke is vrouwelijk: die Apotheke. Na in staat bij een vaste locatie de datief; het lidwoord verandert daarom van die in der. Bij beweging naar binnen kan in met de accusatief worden gebruikt, bijvoorbeeld in die Apotheke — “naar de apotheek”. abgeholt betekent hier “opgehaald”. Het komt van het scheidbare werkwoord abholen, “ophalen”. In het Perfekt is het voltooid deelwoord abgeholt, gevormd met ab- plus geholt; het hulpwerkwoord is haben. In een hoofdzin staat het deelwoord aan het einde: Ich habe das Paket abgeholt. — “Ik heb het pakket opgehaald.” Samen bouwen de delen de betekenis op: Ich habe geeft “ik heb” in de voltooide tijd, dieses Medikament is “dit medicijn”, in der Apotheke geeft de plaats van het ophalen aan, en abgeholt geeft de voltooide handeling “opgehaald”. De volledige zin betekent dus: “Ik heb dit medicijn bij de apotheek opgehaald.”
Hat der Apotheker die Anweisungen erklärt?
Heeft de apotheker de instructies uitgelegd?
- Hat
- heeft
- Apotheker
- apotheker
- Anweisungen
- instructies
- erklärt
- uitgelegd
Uitgebreide uitleg
Hat staat hier vooraan omdat dit een ja-neevraag is. Het is de derde persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd. Samen met erklärt vormt het het Duitse perfectum: hat erklärt = “heeft uitgelegd”. In een gewone mededelende zin staat het vervoegde werkwoord niet vooraan: Der Apotheker hat die Anweisungen erklärt. der Apotheker betekent hier “de apotheker”. Apotheker is een mannelijk zelfstandig naamwoord; der markeert hier het nominatief enkelvoud, dus de uitvoerder van de handeling. Het meervoud is die Apotheker. De vrouwelijke vorm is die Apothekerin; het meervoud daarvan is die Apothekerinnen. die Anweisungen betekent “de instructies”. Anweisungen is het meervoud van die Anweisung. Omdat dit de ontvanger van het uitleggen is, staat het in de accusatief; bij dit meervoud ziet het bepaalde lidwoord er echter nog steeds uit als die. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een aantal. Voorbeeld: Ich lese die Anweisungen. — “Ik lees de instructies.” erklärt betekent hier “uitgelegd”. De basisvorm is erklären — “uitleggen”. erklärt is het voltooid deelwoord dat samen met hat het perfectum vormt: hat erklärt. In een voorbeeld als Die Ärztin erklärt den Ablauf. betekent dezelfde werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd “legt ... uit”; de tijd blijkt daar uit de combinatie en de context, terwijl hat erklärt een voltooide handeling uitdrukt. De delen worden zo samengevoegd: Hat maakt er een ja-neevraag van; der Apotheker is degene die handelt; die Anweisungen zijn wat hij heeft uitgelegd; en hat ... erklärt geeft “heeft uitgelegd” weer. De volledige betekenis is daarom: “Heeft de apotheker de instructies uitgelegd?”
Auf dem Etikett steht, dass du es nach dem Essen einnehmen sollst.
Op het etiket staat dat je het na het eten moet innemen.
- Etikett
- etiket
- steht
- staat / vermeldt
- dass
- dat
- du
- je
- es
- het
- Essen
- eten / de maaltijd
- nach dem Essen
- na het eten
- einnehmen
- innemen
- sollst
- moet
Uitgebreide uitleg
Etikett betekent hier het etiket waarop de informatie staat. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Etikett. In auf dem Etikett staat het in de datief: auf gebruikt hier de datief voor een vaste plaats of drager van informatie. Voorbeeld: Die Information steht auf dem Etikett. — De informatie staat op het etiket. steht is de derde persoon enkelvoud van stehen (staan). Bij informatie, een tekst of een opschrift betekent stehen vaak dat iets ergens vermeld staat. In deze zin is de dat-zin grammaticaal het onderwerp van steht; Auf dem Etikett geeft de plaats aan. De enkelvoudsvorm past bij die ene vermelde inhoud. Voorbeeld: Auf dem Schild steht ein Name. — Op het bord staat een naam. dass leidt de inhoud in van wat op het etiket staat. In een dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Hier staat sollst dus aan het einde, terwijl de infinitief einnehmen ervoor staat. du is het informele persoonlijk voornaamwoord voor één aangesproken persoon. Het is het onderwerp van de handeling in de bijzin en hoort bij de vorm sollst. Bij formele aanspreking gebruikt het Duits doorgaans Sie, met een andere werkwoordsvorm. es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief en is het voorwerp van einnehmen. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het om het in te nemen middel of voorwerp gaat, maar benoemt niet welk concreet middel het is. es is de vorm voor een onzijdig antecedent; de vorm identificeert dat antecedent niet zelfstandig. Essen is het zelfstandig gebruikte werkwoord essen (eten), met een hoofdletter omdat het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt: das Essen. Na nach staat het in de datief: dem Essen. Voorbeeld: Nach dem Essen trinke ich Wasser. — Na het eten drink ik water. nach dem Essen is een tijdsbepaling met de betekenis ‘na het eten’. nach krijgt in deze betekenis de datief, vandaar dem bij het onzijdige das Essen. De uitdrukking zegt wanneer de handeling plaatsvindt; ze zegt niet hoeveel er gegeten wordt. einnehmen betekent hier een middel innemen, bijvoorbeeld een geneesmiddel. Het is een scheidbaar werkwoord (ein + nehmen). Na een modaal werkwoord blijft de infinitief volledig: Du sollst es einnehmen. In een hoofdzin zonder modaal wordt de scheiding zichtbaar: Du nimmst es ein. — Je neemt het in. sollst is de tweede persoon enkelvoud van sollen in de tegenwoordige tijd. Samen met einnehmen drukt het hier een instructie of voorschrift uit. De relevante vormreeks is: ich soll, du sollst, wir sollen. In de dass-bijzin staat deze vervoegde vorm aan het einde. De hele zin heeft de structuur Auf dem Etikett steht, dass ...: op het etiket staat bepaalde informatie. Binnen de bijzin is du degene die de handeling uitvoert, es het in te nemen voorwerp, nach dem Essen het tijdstip en sollst ... einnehmen de instructie. Samen betekent de zin: op het etiket staat dat je het na het eten moet innemen.
Dann nimm es nicht vor dem Frühstück ein.
Neem het dan niet voor het ontbijt in.
- Dann
- dan
- nimm … ein
- neem in
- es
- het
- nicht
- niet
- vor
- voor
- Frühstück
- ontbijt
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan”. Het is een tijdsbepaling en staat in deze zin vooraan. Voorbeeld: Dann gehen wir. — “Dan gaan we.” nimm ... ein hoort bij het scheidbare werkwoord einnehmen, hier in de gebiedende wijs voor du. De vorm nimm is de onregelmatige du-gebiedende wijs van nehmen; hij is dus niet simpelweg gevormd door de stam nehm- te gebruiken. Het voorvoegsel ein staat in deze hoofdzin achteraan. Samen betekent dit hier “innemen”, niet alleen “nemen”. In een gewone mededelende zin staat het werkwoord weer bijeen als Du nimmst es ein. — “Je neemt het in.” es is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm van de vierde naamval (accusatief). Volgens de vertaling verwijst het naar het eerder besproken middel of voorwerp; welk middel precies wordt niet opnieuw genoemd. De vorm es hangt hier samen met de grammaticale eigenschappen van het bedoelde voorwerp, niet met de persoon die het inneemt. nicht maakt de bedoelde handeling negatief. In combinatie met vor dem Frühstück verbiedt de zin het innemen vóór het ontbijt; hij zegt niet dat het middel helemaal niet ingenomen mag worden. vor betekent hier “voor” in de tijd. In vor dem Frühstück leidt het een tijdsbepaling in: “voor het ontbijt”. Voorbeeld: Ich komme vor dem Mittagessen. — “Ik kom vóór de lunch.” Frühstück betekent “ontbijt”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. In de vaste woordgroep vor dem Frühstück staat het na het voorzetsel vor; dem markeert hier de vereiste naamval in deze tijdsbepaling. De delen worden dus als volgt gecombineerd: Dann (“dan”) + nimm ... ein (“neem ... in”) + es (“het”) + nicht (“niet”) + vor dem Frühstück (“voor het ontbijt”). De volledige betekenis is: “Neem het dan niet voor het ontbijt in.”
Ich bin mir bei der Dosis nicht sicher.
Ik weet niet zeker wat de dosis is.
- Ich
- ik
- bin
- ben
- mir
- mij
- bei
- over
- der
- de
- Dosis
- dosis
- nicht
- niet
- sicher
- zeker
Uitgebreide uitleg
Ich is het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud: de spreker is degene die onzeker is. Ter vergelijking: du betekent “jij” en er/sie betekent “hij/zij”. bin is de tegenwoordige vorm van sein (“zijn”) bij ich: ich bin, du bist, sie ist. Hier vormt het met sicher de mededeling over de zekerheid van de spreker. mir is de datiefvorm van ich en verwijst hier naar de spreker. In het patroon sich bei etwas sicher sein hoort deze datiefvorm bij de betekenis “zeker zijn over iets”. Voorbeeld: Ich bin mir bei diesem Plan sicher. — “Ik ben zeker van dit plan.” bei leidt hier de zaak in waarover iemand zeker of onzeker is. In deze betekenis staat het volgende naamwoord in de datief: bei der Dosis betekent “over de dosis”. der is hier het lidwoord voor vrouwelijk enkelvoud in de datief. Dosis is vrouwelijk: die Dosis; na bei wordt dat bei der Dosis. De vorm der kan in het Duits ook andere grammaticale functies hebben, dus hier bepalen het vrouwelijke naamwoord en het voorzetsel bei samen de functie. Dosis betekent “dosis”. Het meervoud is Dosen: zwei Dosen — “twee doses”. In de vaste zin is de dosis het onderwerp van bei: het is de zaak waarover de spreker geen zekerheid heeft. Nauwkeuriger gezegd: de naamwoordgroep bei der Dosis is een voorzetselgroep, geen onderwerp van de zin. nicht ontkent hier de beschrijving sicher: de spreker is niet zeker. Een bijvoeglijk naamwoord wordt vaak met nicht ontkend, bijvoorbeeld: Das ist nicht klar. — “Dat is niet duidelijk.” sicher betekent hier “zeker”. Een bruikbare tegenstelling is unsicher (“onzeker”): Ich bin mir bei der Dosis unsicher. — “Ik ben onzeker over de dosis.” Met nicht sicher wordt hetzelfde gebrek aan zekerheid uitgedrukt door ontkenning in plaats van door het tegengestelde bijvoeglijk naamwoord. Samen vormen Ich bin mir bei der Dosis nicht sicher het herbruikbare patroon Ich bin mir bei [zaak] nicht sicher: “Ik weet niet zeker wat [zaak] is” of, afhankelijk van de context, “Ik ben niet zeker over [zaak].” In deze uiting zegt de spreker dat die niet zeker weet wat de dosis is, overeenkomstig de vaste vertaling.
Ruf in der Apotheke an, wenn das Etikett unklar ist.
Bel de apotheek als het etiket onduidelijk is.
- Ruf … an
- bel op
- Apotheke
- apotheek
- wenn
- als / wanneer
- Etikett
- etiket
- unklar
- onduidelijk
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Ruf ... an hoort bij het werkwoord anrufen (opbellen). In deze zin is Ruf de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: Ruf ... an! Bij dit scheidbare werkwoord staat an in de hoofdzin aan het einde. De combinatie is hier een direct advies of instructie: “Bel op”. In een gewone mededelende zin staat het bij elkaar als Du rufst in der Apotheke an — “Je belt de apotheek op”. Apotheke betekent “apotheek”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; daarom staat hier der Apotheke na in, met de vorm die in deze plaatsbepaling nodig is. Het woord verwijst in de vertaling naar de apotheek die gebeld moet worden. Een bruikbaar voorbeeld is: Ich rufe in der Apotheke an. — “Ik bel de apotheek op.” wenn leidt hier de voorwaarde in: “als” of “wanneer”. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is wenn + ... + werkwoord: wenn das Etikett unklar ist — “als het etiket onduidelijk is”. Etikett betekent “etiket”. Het is hier het onderwerp van de bijzin. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord; met het bepaalde lidwoord krijg je das Etikett. Een nieuw voorbeeld is: Das Etikett ist lesbar. — “Het etiket is leesbaar.” unklar betekent hier “onduidelijk” of “niet helder”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na ist het onderwerp beschrijft. De tegenstelling is klar — “duidelijk”: Das Etikett ist klar. — “Het etiket is duidelijk.” In de vaste zin krijgt unklar na ist geen extra uitgang. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”), in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is hier das Etikett, dus de combinatie is das Etikett ist. Vergelijk: Die Angaben sind klar. — “De gegevens zijn duidelijk”; bij een meervoudig onderwerp wordt sein sind. Samen bestaat de zin uit de hoofdzin Ruf in der Apotheke an en de voorwaardelijke bijzin wenn das Etikett unklar ist. De bijzin noemt de voorwaarde voor de instructie: “Bel de apotheek als het etiket onduidelijk is.”
Das ist sicherer, als zu raten.
Dat is veiliger dan raden.
- Das ist
- Dat is
- sicherer
- veiliger
- als zu raten
- dan raden
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “dat is”. ist is de tegenwoordige tijd van sein in de derde persoon enkelvoud. Das is een aanwijzend voornaamwoord; de zin geeft niet zelfstandig aan waarnaar het precies verwijst. Herbruikbaar patroon: Das ist ... = “Dat is ...”. sicherer is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord sicher (“veilig”). De reeks is sicher → sicherer → am sichersten. Omdat hier twee handelwijzen worden vergeleken, staat sicherer bij als: X ist sicherer als Y. als zu raten betekent hier “dan raden”. raten is de infinitief met de betekenis “gokken/raden”; na als staat de constructie zu raten. In deze zin wordt dus niet de andere betekenis van raten (“advies geven”) bedoeld. Voorbeeld: Es ist besser, nachzufragen, als zu raten. — “Het is beter om navraag te doen dan te raden.” Samen betekent Das ist sicherer dat de genoemde optie veiliger is, en als zu raten maakt duidelijk waarmee die optie wordt vergeleken: raden. De volledige betekenis is daarom: “Dat is veiliger dan raden.”
Der Apotheker kann dir die richtige Dosis sagen, bevor du es einnimmst.
De apotheker kan je de juiste dosis vertellen voordat je het inneemt.
- Apotheker
- apotheker
- kann
- kan
- dir
- jou
- richtige
- juiste
- Dosis
- dosis
- sagen
- vertellen
- bevor
- voordat
- du
- je
- es
- het
- einnimmst
- inneemt
Uitgebreide uitleg
Apotheker betekent hier “apotheker”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Apotheker (enkelvoud), die Apotheker (meervoud). In deze zin is het onderwerp van kann. kann is de derde persoon enkelvoud van können, “kunnen”. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in de infinitief: kann ... sagen = “kan ... vertellen”. Voorbeeld: Sie kann helfen. — “Zij kan helpen.” dir betekent “jou” en staat hier in de datief. Het duidt de persoon aan aan wie iets verteld kan worden. De informele enkelvoudige vormen contrasteren met Ihnen voor een formele aanspreekvorm of meervoud. richtige betekent “juiste”. De vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord richtig en niet bij het zelfstandig naamwoord. Omdat Dosis vrouwelijk enkelvoud is en na het bepaalde lidwoord die staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e: die richtige Dosis. Voorbeeld: die richtige Antwort — “het juiste antwoord”. Dosis betekent “dosis”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Dosis; in het meervoud is het die Dosen. In deze zin is het het lijdend voorwerp van sagen in de inhoud die verteld wordt. sagen betekent “zeggen” of, met een inhoud zoals hier, “vertellen”. Dit is de infinitief die na kann staat. Voorbeeld: Er kann mir die Antwort sagen. — “Hij kan mij het antwoord vertellen.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin na bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan: bevor du ... einnimmst. De bijzin beschrijft dus het moment vóór de handeling in die bijzin. du betekent “je/jij” en is hier de nominatief enkelvoud: het is het onderwerp van einnimmst. De vorm is niet dezelfde als het beleefde Sie. es betekent hier “het” en is het accusatieve voornaamwoord dat als voorwerp bij einnimmst hoort. De vertaling identificeert dit als “het”, maar specificeert niet met een apart zelfstandig naamwoord welk eerder genoemd object het precies aanduidt; de grammaticale functie is wel die van lijdend voorwerp. einnimmst komt van het scheidbare werkwoord einnehmen, “innemen”. Het is de vorm voor du in de tegenwoordige tijd. In een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Du nimmst es ein. In deze bijzin blijft het werkwoord als één geheel aan het einde staan: bevor du es einnimmst. De hoofdzin bouwt op als Der Apotheker kann dir ... sagen: de apotheker kan jou iets vertellen. Dat iets is die richtige Dosis, “de juiste dosis”. Daarna voegt bevor du es einnimmst het tijdstip toe: vóórdat je het inneemt. Samen betekent de zin: “De apotheker kan je de juiste dosis vertellen voordat je het inneemt.”
Grammatica
Ruf ... an
Ruf den Apotheker an.
roef dehn a-po-tee-kuh anBel de apotheker op.
Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel an aan het einde van de zin.
sicher – sicherer
Das ist sicherer.
das ist zichuh-uhDat is veiliger.
De uitgang -er vormt de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord sicher.
Duits woordenschat
habe dieses Medikament in der Apotheke abgeholt
die Anweisungen erklärt
in der Apotheke
Der Apotheker
bei der Dosis
nach dem Essen einnehmen sollst
die Anweisungen erklärt
Auf dem Etikett
dieses Medikament
nach dem Essen einnehmen
nicht sicher
vor dem Frühstück ein
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Heeft de apotheker de instructies uitgelegd?
Antwoord tonen
Hat der Apotheker die Anweisungen erklärt?Dat is veiliger dan raden.
Antwoord tonen
Das ist sicherer, als zu raten.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
innemen
Antwoord tonen
einnehmenetiket
Antwoord tonen
Etikettinstructies
Antwoord tonen
Anweisungenmedicijn