Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Beleefd gedeeld gebruik van fitnessapparatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Benutzt gerade jemand dieses Laufband?
Benoetst gheráde jeemand diezes laujf-bant? Gebruikt iemand deze loopband nu?Es scheint frei zu sein, aber achte auf die Zeit.
Es sjijnt fraaj tsoe zajn, áber achte auf die tsajt. Het lijkt vrij, maar let op de tijd.Wie lange soll ich es benutzen, wenn andere warten?
Wie langə zol isj es benoetsen, ven ándere várten? Hoe lang moet ik hem gebruiken als anderen wachten?Begrenze deine Zeit auf etwa zehn Minuten, wenn das Fitnessstudio voll ist.
Begréntse dájne tsajt auf étva tseen minóoten, ven das fitnes-sjtoedie-o vol ist. Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.Soll ich es abwischen, wenn ich fertig bin?
Zol isj es ápvisjen, ven isj fértisj bin? Moet ik hem afnemen als ik klaar ben?Benutze das Spray und ein Papiertuch aus dem Regal.
Benoetse das sjpree oent ajn papíértoech aus deem regáál. Gebruik de spray en een papieren doekje van het rek.Ich mache es sauber, bevor ich gehe.
Isj máche es záuber, befoor isj gee-ə. Ik maak hem schoon voordat ik wegga.So bleibt das Gerät für die nächste Person bereit.
Zo blajpt das geréét fuur die nékste perzóón berájt. Zo blijft het apparaat klaar voor de volgende persoon.Uitleg van de zinnen
Benutzt gerade jemand dieses Laufband?
Gebruikt iemand deze loopband nu?
- Benutzt
- gebruikt
- gerade
- nu, op dit moment
- jemand
- iemand
- dieses
- deze / dit
- Laufband
- loopband
Uitgebreide uitleg
Benutzt komt van benutzen (“gebruiken”). Het is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. In deze ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vooraan: Benutzt jemand ...? Het onderwerp is jemand, dat grammaticaal enkelvoud is. De vorm benutzt kan ook bij er, sie of es horen, maar hier wordt de gebruiker niet nader geïdentificeerd. gerade geeft hier het tijdstip aan: op dit moment, “nu”. Het staat tussen de persoonsvorm en het onderwerp. In andere contexten kan gerade ook “net” of “recht/precies” betekenen; hier past de actuele tijdsbetekenis. jemand is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis “iemand”. Het verwijst hier naar een niet nader genoemde persoon. Het wordt als enkelvoud behandeld: jemand benutzt, niet jemand benutzen. Het tegengestelde voor een persoon is niemand (“niemand”), maar dat zou de betekenis ontkennen. dieses is hier de vorm van het aanwijzende woord bij Laufband: “dit/deze”. Het woord Laufband is onzijdig (das Laufband) en staat hier als lijdend voorwerp in de accusatief; daarom verschijnt de vorm dieses. Vergelijk: dieses Laufband (“deze loopband”), maar diesen Mann (“deze man”) bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in dezelfde accusatiefunctie. dieses drukt hier nabijheid of aanwijzing uit, niet een aantal. Laufband betekent “loopband”, het fitnessapparaat. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Laufband. Als samenstelling bestaat het uit Lauf en Band, maar als geheel moet je het als één zelfstandig naamwoord leren en met een hoofdletter schrijven. Samen vormt Benutzt gerade jemand dieses Laufband? de ja/nee-vraag “Gebruikt iemand deze loopband nu?” De volgorde is persoonsvorm + onderwerp + voorwerp, met gerade als tijdsaanduiding: Benutzt + gerade + jemand + dieses Laufband. De vraag vraagt of er op dit moment een niet nader genoemde persoon deze specifieke loopband gebruikt.
Es scheint frei zu sein, aber achte auf die Zeit.
Het lijkt vrij, maar let op de tijd.
- scheint
- lijkt
- frei
- vrij
- zu sein
- zijn
- achte auf
- let op
- Zeit
- tijd
Uitgebreide uitleg
scheint komt van scheinen en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: “lijkt”. Hier drukt het een indruk uit, geen stellige vaststelling. Een bruikbaar patroon is Es scheint, ... of Es scheint, dass .... Voorbeeld: Das scheint richtig zu sein. — “Dat lijkt juist te zijn.” frei betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. In de context van de loopband betekent het dat die niet bezet lijkt. Het woord kan in andere contexten ook andere betekenissen hebben, maar die zijn hier niet bedoeld. zu sein is de combinatie van zu met het infinitief sein (“zijn”). Samen met scheint vormt dit het patroon scheinen, ... zu sein: “lijken ... te zijn”. sein blijft het infinitief; scheint is de persoonsvorm. Voorbeeld: Der Platz scheint besetzt zu sein. — “De plaats lijkt bezet te zijn.” achte auf hoort bij de constructie auf etwas achten: “op iets letten”. achte is de gebiedende wijs voor du, afkomstig van achten. Hier is auf een voorzetsel in deze vaste verbinding, geen scheidbaar voorvoegsel. Het daaropvolgende voorwerp staat na auf. Voorbeeld: Achte auf die Anzeige. — “Let op de aanduiding.” Zeit is een zelfstandig naamwoord en betekent “tijd”. In auf die Zeit achten is het datgene waarop je moet letten. Zeit is vrouwelijk; die staat hier bij het accusatief na auf. Bij een vrouwelijk enkelvoud zijn nominatief en accusatief van het bepaalde lidwoord allebei die, dus de vorm maakt het naamvalverschil hier niet zichtbaar. De zin bouwt eerst met Es scheint ... zu sein de indruk op dat iets vrij is. In de gegeven context verwijst Es naar de loopband. aber verbindt die indruk met een waarschuwing: ook als de loopband vrij lijkt, moet je op de tijd letten. Het geheel betekent: “Het lijkt vrij, maar let op de tijd.”
Wie lange soll ich es benutzen, wenn andere warten?
Hoe lang moet ik hem gebruiken als anderen wachten?
- Wie lange
- hoe lang
- soll ich
- moet ik
- es
- het/hem
- benutzen
- gebruiken
- wenn
- als/wanneer
- andere
- anderen
- warten
- wachten
Uitgebreide uitleg
Wie lange vraagt naar een duur: “hoe lang”. Het is geen vraag naar een tijdstip. Voorbeelden: Wie lange bleibst du? = “Hoe lang blijf je?” en Wie spät ist es? = “Hoe laat is het?” Soll ich bestaat uit het modale werkwoord sollen en het onderwerpelijk voornaamwoord ich. In deze zin vraagt de spreker welke duur hij of zij moet aanhouden; soll drukt hier dus een verwachte of aanbevolen handelwijze uit. Het vervoegde modale werkwoord staat op de tweede plaats in de hoofdzin, terwijl het andere werkwoord als infinitief aan het einde staat: Soll ich warten? = “Moet ik wachten?” es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief) en heeft in het Duits de vorm van het onzijdige es. Hier verwijst het naar datgene wat gebruikt wordt; de concrete referent wordt in de aangeleverde zin niet uniek benoemd. De Nederlandse vertaling maakt er met hem een mannelijk voornaamwoord van, maar dat verandert de Duitse grammaticale vorm niet. benutzen is het infinitief “gebruiken”. De vorm blijft hier een infinitief omdat sollen het werkwoord voor de handeling modaal ondersteunt. Een bruikbaar contrast is Ich benutze es. = “Ik gebruik het.” tegenover Ich soll es benutzen. = “Ik moet het gebruiken.” wenn leidt een voorwaardelijke of temporele bijzin in: “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Dat zie je hier aan andere warten. andere betekent hier “anderen”: personen die niet nader worden benoemd. Het is een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord in het meervoud en vormt het onderwerp van de bijzin. De vorm verwijst dus niet naar één specifiek benoemde persoon. warten is het werkwoord “wachten”. De vorm is hier de tegenwoordige tijd voor een meervoudig onderwerp, met andere als onderwerp; de infinitief en basisvorm zijn eveneens warten. Vergelijk: Ich warte. = “Ik wacht.” en Andere warten. = “Anderen wachten.” De hoofdzin bouwt zo op: Wie lange + soll ich + es benutzen = “Hoe lang moet ik het gebruiken?” De bijzin wenn andere warten voegt de voorwaarde toe: “als anderen wachten”. Samen betekent de volledige vraag: “Hoe lang moet ik het gebruiken als anderen wachten?”
Begrenze deine Zeit auf etwa zehn Minuten, wenn das Fitnessstudio voll ist.
Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.
- Begrenze
- beperk
- Zeit
- tijd
- etwa
- ongeveer
- Minuten
- minuten
- wenn
- als
- Fitnessstudio
- sportschool
- voll
- vol
Uitgebreide uitleg
Begrenze betekent hier: beperk. Het is de gebiedende wijs van begrenzen voor du (jij): du begrenzt → begrenze!. De vorm geeft een directe instructie. Voorbeeld: Begrenze die Zeit auf eine Stunde. — Beperk de tijd tot één uur. deine Zeit betekent “je tijd”. Zeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het bezittelijk woord deine past daarbij in deze naamval. dein staat bijvoorbeeld bij een onzijdig woord: dein Training — je training. In deze zin gaat het om de hoeveelheid tijd die iemand gebruikt of heeft. etwa betekent hier “ongeveer” en maakt de opgegeven grens niet exact. Het staat vóór de hoeveelheid: etwa zehn Minuten — ongeveer tien minuten. zehn is het telwoord voor tien; Minuten is het meervoud van Minute, dus “minuten”. Na een getal groter dan één staat dit zelfstandig naamwoord in het meervoud. Voorbeeld: Warte fünf Minuten. — Wacht vijf minuten. wenn leidt hier de voorwaardelijke bijzin in: “als”. In die bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. De hoofdzin geeft de instructie, en de wenn-bijzin noemt de omstandigheid waaronder die instructie geldt. Voorbeeld: Ruf mich an, wenn du Hilfe brauchst. — Bel me als je hulp nodig hebt. das Fitnessstudio betekent “de sportschool” of “fitnessstudio”. Fitnessstudio is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het lidwoord das. In de bijzin is das Fitnessstudio het onderwerp van voll ist. voll betekent hier “vol” of “druk”, namelijk met veel aanwezige mensen. Het is een bijvoeglijk naamwoord in de naamwoordelijke constructie das Fitnessstudio ist voll; na sein krijgt het in deze positie geen extra uitgang. Voorbeeld: Der Bus ist voll. — De bus is vol. Samen betekent Begrenze deine Zeit auf etwa zehn Minuten “Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten”. wenn das Fitnessstudio voll ist voegt de voorwaarde toe: “als het druk is in de sportschool”. De volledige instructie luidt dus: “Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.”
Soll ich es abwischen, wenn ich fertig bin?
Moet ik hem afnemen als ik klaar ben?
- Soll ich
- moet ik
- es
- het; in de vertaling: hem
- abwischen
- afnemen; schoonvegen
- fertig
- klaar
- bin
- ben
Uitgebreide uitleg
Soll ich opent een ja-neevraag met het modale werkwoord sollen en het onderwerp ich. Hier betekent het geheel “Moet ik …?”. In deze hoofdvraag staat het vervoegde modale werkwoord vooraan en volgt het onderwerp. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Moet ik wachten?” es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief, de vierde naamval. De Duitse vorm es is de onzijdige vorm; zij verandert hier niet van vorm tussen nominatief en accusatief. De vaste Nederlandse vertaling gebruikt hem, dus die vertaling geeft het bedoelde object in het Nederlands als mannelijk weer. Het Duitse zelfstandig naamwoord waarnaar es verwijst, wordt in de zin zelf niet genoemd. abwischen betekent iets afnemen of schoonvegen. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin wordt het wischen ... ab, bijvoorbeeld Ich wische den Tisch ab. — “Ik neem de tafel af.” Na een modaal werkwoord blijft het als infinitief abwischen bijeen en staat het achteraan: Soll ich es abwischen? fertig betekent hier “klaar”. In fertig sein beschrijft het bijvoeglijk naamwoord een toestand. Voorbeeld: Wir sind fertig. — “We zijn klaar.” bin is de eerste persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: ich bin — “ik ben”. Het onderwerp ich vereist deze vorm; vergelijk du bist en er/sie ist. In wenn ich fertig bin betekent wenn “als” of “wanneer”. Dit is een bijzin, en daarin staat het vervoegde werkwoord achteraan: bin. De hoofdzin Soll ich es abwischen wordt zo verbonden met het tijdstip of de voorwaarde dat de spreker klaar is. Samen betekent de uiting: “Moet ik hem afnemen als ik klaar ben?”
Benutze das Spray und ein Papiertuch aus dem Regal.
Gebruik de spray en een papieren doekje van het rek.
- Benutze
- gebruik
- Spray
- spray
- Papiertuch
- papieren doekje
- aus dem
- uit het
- Regal
- rek
Uitgebreide uitleg
Benutze is de gebiedende wijs van benutzen voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. Vergelijk du benutzt (“je gebruikt”) met Benutze! (“gebruik!”). Voor meerdere aangesproken personen is de vorm Benutzt!; formeel is het Benutzen Sie!. Spray is hier het zelfstandig naamwoord voor spray of spuitmiddel. Het is onzijdig: das Spray. In deze zin is das Spray het lijdend voorwerp bij Benutze, daarom staat het onzijdige lidwoord in de accusatief nog steeds als das. Papiertuch betekent hier “papieren doekje”. Het is een samenstelling van Papier en Tuch. In ein Papiertuch is het eveneens een lijdend voorwerp. ein markeert hier een onbepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het drukt op zichzelf geen concreet aantal uit. Het lidwoord past bij het onzijdige enkelvoud en de accusatief: ein Papiertuch; met bepaald lidwoord is dat das Papiertuch. aus dem betekent hier “uit het” en vormt met Regal een bepaling van herkomst of bron. aus verlangt de datief. Daarom wordt das Regal in deze voorzetselgroep dem Regal: aus dem Regal betekent “uit het rek”. Regal kan ook een stelling aanduiden; hier past “rek” bij de vaste vertaling. De zin bestaat uit de opdracht Benutze plus twee door und verbonden lijdende voorwerpen: das Spray en ein Papiertuch. aus dem Regal specificeert waar het doekje vandaan komt. Samen betekent de uiting: “Gebruik de spray en een papieren doekje uit het rek.”
Ich mache es sauber, bevor ich gehe.
Ik maak hem schoon voordat ik wegga.
- mache
- maak
- es
- hem
- sauber
- schoon
- bevor
- voordat
- gehe
- ga
Uitgebreide uitleg
mache is hier de vorm van machen bij ich: de spreker doet iets. In etwas sauber machen betekent machen niet alleen “doen”, maar “iets in een bepaalde toestand brengen”. De tegenwoordige tijd beschrijft hier de handeling: Ich mache die Tür sauber. = “Ik maak de deur schoon.” es is een Duits persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig onzijdig referent en staat hier als lijdend voorwerp bij mache. Het verwijst in deze context naar het schoon te maken voorwerp; de omringende context noemt daarvoor een apparaat, en de vaste vertaling geeft het weer als hem. De Duitse vorm en het Nederlandse voornaamwoord hoeven niet hetzelfde grammaticale geslacht te hebben: Duitse en Nederlandse voornaamwoorden corresponderen niet automatisch op die manier. sauber is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “schoon”. In etwas sauber machen beschrijft het de toestand die het voorwerp door de handeling krijgt. Het staat hier predicatief en krijgt daarom geen uitgang: Wir machen das Gerät sauber. = “Wij maken het apparaat schoon.” bevor leidt een bijzin in die aangeeft dat iets eerder gebeurt dan de handeling in die bijzin: “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is ..., bevor + onderwerp + ... + werkwoord. gehe is de vorm van gehen bij ich in de tegenwoordige tijd: “ik ga”. In deze zin wordt dat in de vaste vertaling weergegeven als “ik wegga”. Ich gehe jetzt. = “Ik ga nu.” Samen vormt Ich mache es sauber de hoofdzin: “Ik maak hem schoon.” Daarna voegt bevor ich gehe de tijdsrelatie toe: “voordat ik wegga.” De volledige betekenis is dus: “Ik maak hem schoon voordat ik wegga.” De constructie is herbruikbaar als Ich mache [iets] sauber, bevor ich [werkwoord].
So bleibt das Gerät für die nächste Person bereit.
Zo blijft het apparaat klaar voor de volgende persoon.
- So
- zo; op deze manier
- bleibt
- blijft
- Gerät
- apparaat
- für
- voor
- nächste
- volgende
- Person
- persoon
- bereit
- klaar
Uitgebreide uitleg
So betekent hier “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de zojuist beschreven manier van handelen; het is geen zelfstandig naamwoord. Een herbruikbaar patroon is So + werkwoord ... voor een gevolg of resultaat: So bleibt alles ordentlich. = “Zo blijft alles netjes.” bleibt komt van bleiben en is de tegenwoordige tijd van de derde persoon enkelvoud: er/sie/es bleibt. Het betekent hier dat het apparaat in een bepaalde toestand blijft. Bleiben verschilt van werden: bleiben drukt voortduring uit, terwijl werden een verandering naar een toestand kan uitdrukken. Voorbeeld: Das Gerät bleibt hier. = “Het apparaat blijft hier.” Gerät betekent hier “apparaat”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Gerät; het meervoud is die Geräte. In de zin is das Gerät het onderwerp, dus de vorm blijft hier das Gerät. Voorbeeld: Das Gerät funktioniert. = “Het apparaat werkt.” für betekent “voor” en leidt hier een voorzetselgroep in. In het Duits staat na für de accusatief. Daarom staat er die nächste Person, niet een vorm die bij een andere naamval hoort. Für kan ook doel of bestemdheid aangeven; hier is de persoon degene voor wie het apparaat klaar blijft. nächste betekent “volgende”. Het bijvoeglijk naamwoord hoort bij Person, niet bij Gerät. De basisvorm is nächst-; in die nächste Person krijgt het de uitgang -e, omdat het na het bepaalde lidwoord die voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief staat. De vorm verandert dus mee met de grammaticale combinatie, niet omdat Person zelf een handeling verricht. Voorbeeld: Die nächste Person wartet. = “De volgende persoon wacht.” Person betekent “persoon”. Het is vrouwelijk: die Person; het meervoud is die Personen. In deze zin staat het enkelvoud in de voorzetselgroep für die nächste Person. Het bepaalde lidwoord die maakt hier duidelijk dat naar een specifieke volgende persoon wordt verwezen, maar zegt op zichzelf niet hoeveel personen er in totaal zijn. bereit betekent “klaar” of “gereed”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na bleiben als toestand bij het onderwerp staat: het apparaat blijft klaar. Na bleiben krijgt het hier geen naamvalsuitgang. Vergelijk: Das Gerät ist bereit. = “Het apparaat is klaar.” Samen vormen de delen: So geeft de manier of het resultaat aan; bleibt das Gerät bereit zegt dat het apparaat in die toestand blijft; für die nächste Person geeft aan voor wie het bestemd is. De volledige betekenis is daarom: “Zo blijft het apparaat klaar voor de volgende persoon.”
Grammatica
bevor + bijzin
Bevor ich gehe, begrenze ich die Zeit.
Befoor isj gee-ə, begréntse isj die tsajt.Voordat ik ga, beperk ik de tijd.
Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: „Bevor ich gehe“.
Imperativ: Verbstamm + ...
Achte auf die Zeit.
Áchte auf die tsajt.Let op de tijd.
De gebiedende wijs gebruikt meestal de werkwoordstam: „Achte ...“. Het onderwerp „du“ wordt weggelaten.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Gebruikt iemand deze loopband nu?
Antwoord tonen
Benutzt gerade jemand dieses Laufband?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
iemand
Antwoord tonen
jemandloopband
Antwoord tonen
Laufbandtijd
Antwoord tonen
Zeitgebruiken