Beleefd gedeeld gebruik van fitnessapparatuur | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared gym, two adults discuss using a treadmill briefly when others may be waiting and cleaning it afterward..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Beleefd gedeeld gebruik van fitnessapparatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Benutzt gerade jemand dieses Laufband?

Benoetst gheráde jeemand diezes laujf-bant? Gebruikt iemand deze loopband nu?
B

Es scheint frei zu sein, aber achte auf die Zeit.

Es sjijnt fraaj tsoe zajn, áber achte auf die tsajt. Het lijkt vrij, maar let op de tijd.
A

Wie lange soll ich es benutzen, wenn andere warten?

Wie langə zol isj es benoetsen, ven ándere várten? Hoe lang moet ik hem gebruiken als anderen wachten?
B

Begrenze deine Zeit auf etwa zehn Minuten, wenn das Fitnessstudio voll ist.

Begréntse dájne tsajt auf étva tseen minóoten, ven das fitnes-sjtoedie-o vol ist. Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als het druk is in de sportschool.
A

Soll ich es abwischen, wenn ich fertig bin?

Zol isj es ápvisjen, ven isj fértisj bin? Moet ik hem afnemen als ik klaar ben?
B

Benutze das Spray und ein Papiertuch aus dem Regal.

Benoetse das sjpree oent ajn papíértoech aus deem regáál. Gebruik de spray en een papieren doekje van het rek.
A

Ich mache es sauber, bevor ich gehe.

Isj máche es záuber, befoor isj gee-ə. Ik maak hem schoon voordat ik wegga.
B

So bleibt das Gerät für die nächste Person bereit.

Zo blajpt das geréét fuur die nékste perzóón berájt. Zo blijft het apparaat klaar voor de volgende persoon.

Woord voor woord

Benutzt In „Benutzt gerade jemand dieses Laufband?“ betekent „Benutzt“: gebruikt iemand. De vorm staat vooraan omdat het een vraag is; het onderwerp „jemand“ volgt daarna. Gebruik deze vraag om in een gedeelde ruimte te vragen of iemand een apparaat gebruikt.
gerade In „Benutzt gerade jemand dieses Laufband?“ betekent „gerade“: nu, op dit moment. Het maakt duidelijk dat de vraag over het huidige gebruik gaat en staat hier na het werkwoord. Gebruik „gerade“ wanneer je wilt nagaan wat er op dit moment gebeurt.
jemand In „Benutzt gerade jemand dieses Laufband?“ betekent „jemand“: iemand of er iemand. Het verwijst naar een niet nader genoemde persoon die het loopband mogelijk gebruikt. Gebruik het in vragen wanneer je wilt weten of er een persoon aanwezig is die iets doet.
dieses In „dieses Laufband“ wijst „dieses“ naar één specifiek loopband. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord waarnaar je verwijst. Gebruik deze vorm om iets concreets in je omgeving aan te wijzen.
Laufband „Laufband“ betekent hier: loopband, het fitnessapparaat waarover de gesprekspartners praten. In „dieses Laufband“ wordt het apparaat specifiek aangewezen. Gebruik het om naar een loopband in een sportschool of andere fitnessruimte te verwijzen.
Es In „Es scheint frei zu sein“ verwijst „Es“ naar de loopband en betekent het: die is of het is. Dezelfde vorm komt ook als „es“ voor in „Soll ich es abwischen?“ en verwijst daar eveneens naar het apparaat. Gebruik „es“ om in deze context naar een eerder genoemd apparaat terug te verwijzen.
scheint In „Es scheint frei zu sein“ geeft „scheint“ aan dat de loopband vrij lijkt, zonder dat dit met zekerheid wordt vastgesteld. Het hoort bij de constructie „scheint frei zu sein“. Gebruik deze constructie wanneer je een indruk of voorlopige beoordeling geeft.
frei In „Es scheint frei zu sein“ betekent „frei“: vrij of beschikbaar voor gebruik. Het beschrijft hier de toestand van de loopband, niet vrijheid in algemene zin. Gebruik „frei“ bij een plaats of apparaat dat beschikbaar is.
zu In „zu sein“ markeert „zu“ de infinitief na „scheint“; samen betekent de uitdrukking: vrij te zijn. De combinatie „scheint frei zu sein“ gebruikt deze vorm om een indruk te beschrijven. Let op „zu sein“ na „scheint“ in een vergelijkbare beoordeling.
sein In „zu sein“ betekent „sein“: zijn. Het beschrijft samen met „frei“ de toestand van de loopband na „scheint“. Gebruik „sein“ in deze constructie om een toestand of eigenschap te benoemen.
aber „Aber“ betekent hier: maar en verbindt een veronderstelling met een waarschuwing. In „Es scheint frei zu sein, aber achte auf die Zeit“ verandert de tweede helft de praktische conclusie niet, maar voegt ze een beperking toe. Gebruik „aber“ om twee tegengestelde of aanvullende gedachten te verbinden.
achte In „achte auf die Zeit“ is „achte“ een directe aansporing om ergens op te letten. De uitdrukking richt de aandacht van de gesprekspartner op de tijd. Gebruik „achte auf“ wanneer je iemand informeel vraagt aandacht aan iets te besteden.
auf In „achte auf die Zeit“ hoort „auf“ bij de vaste uitdrukking voor aandacht besteden aan iets. Het leidt hier het doel van de aandacht in, namelijk „die Zeit“. Gebruik „achte auf“ met het voorwerp waarop iemand moet letten.
die In „die Zeit“ begeleidt „die“ het zelfstandig naamwoord „Zeit“ en verwijst het naar de bedoelde tijd. Het vormt samen met dat woord de volledige naamwoordgroep. Gebruik het hier in de vaste uitdrukking „achte auf die Zeit“.
Zeit „Zeit“ betekent hier: tijd, in het bijzonder de tijd die iemand op de loopband doorbrengt. In „achte auf die Zeit“ gaat het om het bewaken van de beschikbare gebruiksduur. Gebruik deze combinatie wanneer iemand zijn tijd moet beperken of controleren.
Wie In „Wie lange soll ich es benutzen?“ draagt „Wie“ samen met „lange“ de vraag naar de duur. Het is dus niet alleen een losse vraag naar de manier waarop iets gebeurt. Gebruik de vaste vraag „Wie lange“ om naar een tijdsduur te vragen.
lange In „Wie lange soll ich es benutzen?“ helpt „lange“ om te vragen hoe lang het gebruik mag duren. Samen met „Wie“ vormt het de uitdrukking „Wie lange“. Gebruik deze combinatie voor vragen over de duur van een activiteit.
soll In „Soll ich es benutzen?“ vraagt „soll“ welke handelwijze passend of gewenst is: moet of zal ik het gebruiken? Het modalewoord staat bij het onderwerp „ich“ en het infinitief „benutzen“. Gebruik deze vraag wanneer je toestemming, advies of een richtlijn over je eigen handeling wilt vragen.
ich In „Soll ich es benutzen?“ betekent „ich“: ik en verwijst het naar de persoon die wil trainen. Het is de persoon die de handeling zou uitvoeren. Gebruik „ich“ wanneer je in een vraag naar je eigen volgende handeling verwijst.
benutzen In „Soll ich es benutzen?“ betekent „benutzen“: gebruiken, hier van de loopband. Het staat als infinitief na „soll“ en heeft „es“ als voorwerp. Gebruik het met een voorwerp wanneer je vraagt of zegt dat je iets gaat gebruiken.
wenn In „wenn andere warten“ betekent „wenn“: als of wanneer. Het introduceert de omstandigheid dat andere mensen wachten. Gebruik „wenn“ om een voorwaarde of situatie te noemen die bepaalt wat je doet.
andere In „wenn andere warten“ verwijst „andere“ naar andere mensen dan de spreker en de gesprekspartner. Zij wachten op het gebruik van de loopband of andere apparatuur. Gebruik het om naar andere betrokken personen te verwijzen zonder ze bij naam te noemen.
warten In „wenn andere warten“ betekent „warten“: wachten. Het beschrijft hier dat andere mensen hun beurt afwachten. Gebruik het om uit te leggen dat iemand nog niet kan beginnen omdat hij op iets of iemand wacht.
Begrenze In „Begrenze deine Zeit auf etwa zehn Minuten“ geeft „Begrenze“ een directe instructie: beperk je tijd. De spreker geeft daarmee een praktische regel voor drukke momenten. Gebruik deze vorm om iemand informeel aan te sporen een hoeveelheid of duur te beperken.
deine In „deine Zeit“ betekent „deine“: jouw en verwijst het naar de tijd van de aangesproken persoon. Het staat direct bij „Zeit“ en maakt duidelijk van wie die tijd is. Gebruik het om iets aan een informele gesprekspartner toe te schrijven.
etwa In „etwa zehn Minuten“ betekent „etwa“: ongeveer. Het maakt de genoemde duur niet exact, maar geeft een richtwaarde. Gebruik „etwa“ vóór een getal wanneer een benadering voldoende is.
Minuten „Minuten“ betekent hier: minuten, de tijdseenheid waarmee de gebruiksduur wordt aangegeven. In „etwa zehn Minuten“ volgt het op het getal tien. Gebruik het om een duur in minuten te benoemen.
das In „das Fitnessstudio“ begeleidt „das“ het zelfstandig naamwoord „Fitnessstudio“ en verwijst het naar de sportschool waar de situatie plaatsvindt. Samen vormen ze de naamwoordgroep voor de locatie. Gebruik deze combinatie wanneer je naar deze fitnessruimte verwijst.
Fitnessstudio „Fitnessstudio“ betekent hier: sportschool of fitnessstudio. In „wenn das Fitnessstudio voll ist“ is het de plaats die druk of vol kan zijn. Gebruik het voor een ruimte waar mensen fitnessapparatuur gebruiken.
voll In „wenn das Fitnessstudio voll ist“ betekent „voll“ dat de sportschool druk of vol is met mensen. Deze toestand is de reden om de gebruiksduur te beperken. Gebruik „voll“ om aan te geven dat een ruimte weinig vrije capaciteit heeft.
ist In „wenn das Fitnessstudio voll ist“ betekent „ist“: is. Het verbindt „das Fitnessstudio“ met de toestand „voll“ en staat aan het einde van de bijzin na „wenn“. Gebruik deze vorm om een toestand van een genoemde plaats of zaak te beschrijven.
abwischen In „Soll ich es abwischen?“ betekent „abwischen“: het apparaat afnemen of schoonvegen. Het staat als infinitief na „soll“ en heeft „es“ als voorwerp. Gebruik het wanneer je een oppervlak na gebruik met een doek of vergelijkbaar middel schoonmaakt.
fertig In „wenn ich fertig bin“ betekent „fertig“: klaar of klaar met de activiteit. Het verwijst hier naar het moment waarop de spreker klaar is met trainen. Gebruik deze uitdrukking om aan te geven dat je activiteit is afgelopen.
Benutze In „Benutze das Spray und ein Papiertuch“ is „Benutze“ een directe instructie om het spraymiddel te gebruiken. De instructie noemt daarna de twee middelen die nodig zijn. Gebruik deze vorm om iemand informeel te zeggen een voorwerp te gebruiken.
Spray „Spray“ betekent hier: spray, het schoonmaakmiddel waarmee het apparaat wordt behandeld. In „Benutze das Spray“ is het een van de hulpmiddelen voor het schoonmaken. Gebruik het woord in een context waarin je naar een spraymiddel verwijst.
und „Und“ betekent: en en verbindt in „das Spray und ein Papiertuch“ twee hulpmiddelen. Beide worden samen als benodigd materiaal genoemd. Gebruik „und“ om gelijkwaardige woorden of woordgroepen te verbinden.
ein In „ein Papiertuch“ betekent „ein“: een of één en introduceert het genoemde papieren doekje. Het gaat om één exemplaar naast het spraymiddel. Gebruik het vóór een enkel genoemd voorwerp wanneer je er één van bedoelt.
Papiertuch „Papiertuch“ betekent hier: papieren doekje of papieren handdoek. In „ein Papiertuch aus dem Regal“ is het het doekje dat uit het rek wordt genomen. Gebruik het voor papier dat bedoeld is om een oppervlak af te nemen.
aus In „aus dem Regal“ betekent „aus“: uit of vanuit. Het geeft aan waar het papieren doekje vandaan komt. Gebruik „aus“ om de herkomst van een voorwerp of persoon uit een ruimte, bak of andere plaats aan te geven.
dem In „aus dem Regal“ hoort „dem“ bij „Regal“ en vormt het de volledige plaatsaanduiding na „aus“. Het helpt de bron van het papieren doekje te markeren. Gebruik de vaste combinatie „aus dem Regal“ wanneer iets uit het rek wordt gehaald.
Regal „Regal“ betekent hier: rek of plank, de plaats waar het papieren doekje ligt. In „aus dem Regal“ wordt de herkomst van het doekje genoemd. Gebruik het om naar een rek of opbergplank te verwijzen.
mache In „Ich mache es sauber“ drukt „mache“ uit dat de spreker het apparaat schoon maakt. Het werkwoord krijgt hier samen met „sauber“ de handeling van schoonmaken als doel. Gebruik „Ich mache es sauber“ om te zeggen dat je iets schoonmaakt.
sauber In „Ich mache es sauber“ betekent „sauber“: schoon. Het beschrijft de toestand die het apparaat door de handeling moet krijgen. Gebruik het na een werkwoord zoals „mache“ wanneer je het resultaat van een schoonmaakhandeling benoemt.
bevor In „bevor ich gehe“ betekent „bevor“: voordat. Het geeft aan dat het schoonmaken plaatsvindt vóór het vertrek. Gebruik „bevor“ om twee handelingen in tijd te ordenen; in deze bijzin staat „gehe“ aan het einde.
gehe In „bevor ich gehe“ betekent „gehe“ hier: wegga of vertrek. Het beschrijft de handeling die na het schoonmaken komt. Gebruik „bevor ich gehe“ wanneer je zegt dat iets vóór je vertrek gebeurt.
So In „So bleibt das Gerät für die nächste Person bereit“ betekent „So“: zo of op die manier. Het verwijst naar het eerder beschreven schoonmaken en leidt het resultaat daarvan in. Gebruik „So“ om een handeling met het gevolg ervan te verbinden.
bleibt In „So bleibt das Gerät für die nächste Person bereit“ betekent „bleibt“: blijft. Het geeft aan dat het apparaat na het schoonmaken in een geschikte toestand blijft. Gebruik „bleibt ... bereit“ om te beschrijven dat iets beschikbaar of gebruiksklaar blijft.
Gerät „Gerät“ betekent hier: apparaat of apparatuur en verwijst naar de loopband. In „das Gerät“ wordt het eerder besproken fitnessapparaat opnieuw benoemd. Gebruik het als algemene verwijzing naar een toestel dat iemand gebruikt.
für In „für die nächste Person“ betekent „für“: voor. Het geeft aan voor wie het apparaat klaar blijft. Gebruik „für“ om de persoon of groep te noemen die ergens voordeel van heeft of voor wie iets bedoeld is.
nächste In „die nächste Person“ betekent „nächste“: volgende. Het verwijst naar de persoon die na de huidige gebruiker aan de beurt komt. Gebruik het om de eerstvolgende persoon of beurt in een volgorde aan te duiden.
Person „Person“ betekent hier: persoon, namelijk de volgende gebruiker van het apparaat. In „die nächste Person“ wordt die gebruiker als individu aangeduid. Gebruik het wanneer je neutraal naar één mens verwijst.
bereit In „für die nächste Person bereit“ betekent „bereit“: klaar of gebruiksklaar. Het beschrijft dat het apparaat na het schoonmaken door de volgende persoon kan worden gebruikt. Gebruik de uitdrukking „für die nächste Person bereit“ om aan te geven dat iets voor de volgende gebruiker beschikbaar is.

Grammatica

bevor + bijzin

Bevor ich gehe, begrenze ich die Zeit.

Befoor isj gee-ə, begréntse isj die tsajt.

Voordat ik ga, beperk ik de tijd.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: „Bevor ich gehe“.

Imperativ: Verbstamm + ...

Achte auf die Zeit.

Áchte auf die tsajt.

Let op de tijd.

De gebiedende wijs gebruikt meestal de werkwoordstam: „Achte ...“. Het onderwerp „du“ wordt weggelaten.

Duits woordenschat

andere voornaamwoord
ándere anderen
auf etwas achten uitdrukking
auf étvas achten op iets letten achte auf die Zeit
begrenzen werkwoord
begréntsen beperken Begrenze
benutzen werkwoord
benoetsen gebruiken Benutzt
frei bijvoeglijk naamwoord
fraaj vrij
gerade bijwoord
gheráde nu, op dit moment
jemand voornaamwoord
jeemand iemand
Laufband zelfstandig naamwoord
laujf-bant loopband
scheinen werkwoord
sjajnen lijken scheint
warten werkwoord
várten wachten
wie lange uitdrukking
wie langə hoe lang
Zeit zelfstandig naamwoord
tsajt tijd

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Gebruikt iemand deze loopband nu?

Antwoord tonenBenutzt gerade jemand dieses Laufband?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iemand

Antwoord tonenjemand

loopband

Antwoord tonenLaufband

tijd

Antwoord tonenZeit

gebruiken

Antwoord tonenBenutzt