Een gemeenschappelijke ruimte opruimen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After using a common room, two adults clean up chairs and trash, turn things off, and lock the room..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een gemeenschappelijke ruimte opruimen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wir haben den Gemeinschaftsraum eine Weile benutzt.

wier haaben deen ge-main-sjaf-tsraum aine vaille be-noetst. We hebben de gemeenschappelijke ruimte een tijdje gebruikt.
B

Räumen wir den Raum auf, bevor wir gehen.

ruimen wier deen raum auf, be-foor wier gee-en. Laten we de ruimte opruimen voordat we weggaan.
A

Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

iesj sjtel-le dee sjtuu-le vie-der da-hin, voo zee sjtan-den. Ik zet de stoelen terug waar ze stonden.
B

Ich räume den Müll von den Tischen weg.

iesj ruum-e deen mul fon deen tisj-en vek. Ik haal het afval van de tafels.
A

Sollen wir auch das Licht ausmachen?

zol-len wier auk das licht aus-ma-chen? Zullen we de lichten ook uitdoen?
B

Mach das Licht aus.

mach das licht aus. Doe de lichten uit.
B

Schließ die Fenster, bevor wir abschließen.

sjlies dee fen-ster, be-foor wier ap-sjlie-sen. Sluit de ramen voordat we afsluiten.
A

Der Raum sieht für die nächste Gruppe bereit aus.

deer raum ziet fuur dee nech-ste groep-e be-rait aus. De ruimte ziet er klaar uit voor de volgende groep.
B

Dann können wir die Tür abschließen und gehen.

dan keun-nen wier dee tuur ap-sjlie-sen unt gee-en. Dan kunnen we de deur op slot doen en weggaan.

Uitleg van de zinnen

  1. Wir haben den Gemeinschaftsraum eine Weile benutzt.

    We hebben de gemeenschappelijke ruimte een tijdje gebruikt.

    Wir haben
    wij hebben
    den Gemeinschaftsraum
    de gemeenschappelijke ruimte
    eine Weile
    een tijdje
    benutzt
    gebruikt
    Uitgebreide uitleg

    Wir haben betekent hier “wij hebben”. Wir is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud en is het onderwerp. haben staat in de tegenwoordige tijd en is hier het hulpwerkwoord voor het Duitse perfectum: Wir haben ... benutzt betekent “wij hebben ... gebruikt”. Het onderwerp bepaalt hier de vorm haben; bij één spreker of één andere persoon staat een andere vorm, bijvoorbeeld ich habe (“ik heb”). den Gemeinschaftsraum is het lijdend voorwerp: de ruimte die wij gebruikten. Gemeinschaftsraum is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “gemeenschappelijke ruimte” of “gedeelde ruimte”. In deze zin staat het in de accusatief enkelvoud. Daarom verschijnt het bepaalde lidwoord als den: nominatief der Gemeinschaftsraum, accusatief den Gemeinschaftsraum. Het lidwoord geeft hier bepaaldheid aan, niet een aantal. eine Weile betekent “een tijdje” en geeft de duur aan. Weile is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de vaste tijdsaanduiding gebruikt hier eine Weile. Een bruikbaar voorbeeld is: Ich warte eine Weile. — “Ik wacht een tijdje.” benutzt komt van het werkwoord benutzen (“gebruiken”). Dit is het voltooid deelwoord en staat achteraan in de voltooide tijd: haben + benutzt. Bij benutzen is de vorm benutzt, zonder extra ge-, omdat be- een onscheidbaar voorvoegsel is. Vergelijk als voorbeeld: Sie hat den Computer benutzt. — “Zij heeft de computer gebruikt.” Samen vormen de delen: Wir haben + het lijdend voorwerp den Gemeinschaftsraum + de duur eine Weile + het voltooid deelwoord benutzt. De volledige betekenis is: “We hebben de gemeenschappelijke ruimte een tijdje gebruikt.”

  2. Räumen wir den Raum auf, bevor wir gehen.

    Laten we de ruimte opruimen voordat we weggaan.

    Räumen … auf
    opruimen
    Raum
    ruimte
    bevor
    voordat
    gehen
    gaan; weggaan
    Uitgebreide uitleg

    Räumen ... auf vormt het scheidbare werkwoord aufräumen: iets opruimen of netjes maken. Hier is Räumen wir ... auf een aansporing in de eerste persoon meervoud: “Laten we ... opruimen.” Het werkwoord staat in deze hoofdzin vooraan en het deel auf staat aan het einde. Voorbeeld: Räumen wir die Küche auf. — “Laten we de keuken opruimen.” Raum betekent hier “ruimte”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum. Als lijdend voorwerp staat het hier in de accusatief: den Raum. Het meervoud is die Räume. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” bevor leidt een bijzin in en betekent “voordat”. In de bijzin bevor wir gehen staat de vervoegde werkwoordsvorm gehen aan het einde. Dat is een belangrijk verschil met de hoofdzin, waar de vervoegde werkwoordsvorm vooraan staat. gehen betekent hier “gaan” en krijgt in deze context de betekenis “weggaan”. De vorm gehen is hier geen infinitief maar de vervoegde tegenwoordige tijd bij wir: wir gehen. Die vorm valt bij wir samen met de infinitief gehen. Voorbeeld: Wir gehen jetzt. — “We gaan nu.” Samen vormt Räumen wir den Raum auf de aansporing “Laten we de ruimte opruimen”. De bijzin bevor wir gehen bepaalt dat het opruimen vóór het weggaan moet gebeuren. De volledige betekenis is: “Laten we de ruimte opruimen voordat we weggaan.”

  3. Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

    Ik zet de stoelen terug waar ze stonden.

    stelle
    zet
    Stühle
    stoelen
    wieder
    terug
    dahin … wo
    naar de plek waar
    sie
    ze (de stoelen)
    standen
    stonden
    Uitgebreide uitleg

    stelle komt van stellen en is hier de ik-vorm van de tegenwoordige tijd: ich stelle. Het werkwoord betekent hier iets op een bepaalde plek zetten. Het is iets anders dan stehen: stellen beschrijft het plaatsen, terwijl stehen de toestand of positie beschrijft. Voorbeeld: Ich stelle das Buch auf den Tisch. — Ik zet het boek op tafel. Stühle is het meervoud van der Stuhl en betekent hier “stoelen”. De vorm is in deze zin het lijdend voorwerp; bij het meervoud ziet de accusatief er hetzelfde uit als de nominatief. Voorbeeld: Die Stühle sind schwer. — De stoelen zijn zwaar. wieder betekent hier “terug” en geeft aan dat de stoelen opnieuw op een eerdere plek worden gezet. Het betekent niet noodzakelijk “opnieuw” in elke context; de precieze Nederlandse vertaling hangt af van de handeling. dahin verwijst naar een plek waarheen iets wordt gezet: “daarheen” of “naar die plek”. Het combineert hier met wo: dahin, wo ... betekent “naar de plek waar ...”. wo leidt de bijzin in die de plek nader bepaalt. In een andere context kan wo ook zelfstandig “waar” betekenen. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud en verwijst, volgens de vaste vertaling, naar de stoelen. De vorm is voor mannelijke en vrouwelijke meervoudige referenten hetzelfde; het meervoud blijkt hier uit de voorafgaande meervoudige referentie. standen komt van stehen en is de verleden tijd voor sie in het meervoud (Präteritum): sie standen. Hier beschrijft het de vroegere positie van de stoelen. Vergelijk stehen — staan, standen — stonden. Voorbeeld: Die Stühle standen am Fenster. — De stoelen stonden bij het raam. Samen zegt Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen. dat de spreker de stoelen terugzet naar de plek waar ze eerder stonden. stelle geeft het plaatsen aan, wieder het terugkeren naar een eerdere plaats, en wo sie standen bepaalt welke plek met dahin bedoeld wordt.

  4. Ich räume den Müll von den Tischen weg.

    Ik haal het afval van de tafels.

    räume … weg
    ruim ... op
    Müll
    afval
    von den
    van de
    Tischen
    tafels
    Uitgebreide uitleg

    räume ... weg hoort bij het scheidbare werkwoord wegräumen: iets verwijderen of wegzetten. In deze zin is räume de ik-vorm van de tegenwoordige tijd; de stamvorm is wegräumen. Het voorvoegsel weg staat hier achter het lijdend voorwerp. Vergelijk: Ich räume das Geschirr weg. — Ik ruim het servies op/zet het weg. Müll betekent hier afval. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het na het werkwoord als den Müll, de accusatiefvorm met bepaald lidwoord den. Müll is doorgaans een stofnaam en krijgt in deze betekenis meestal geen meervoud. Voorbeeld: Der Müll steht draußen. — Het afval staat buiten. von den betekent hier ‘van de’ en leidt de plaats of herkomst aan waar iets wordt weggehaald. Het voorzetsel von wordt met de datief gebruikt. den is daarom hier niet de accusatiefvorm van het mannelijke enkelvoud, maar de datiefvorm bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Tischen is de datief-meervoudsvorm van Tisch (‘tafel’): enkelvoud der Tisch, meervoud die Tische, datief meervoud den Tischen. De uitgang -n verschijnt hier op het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Das Essen steht auf den Tischen. — Het eten staat op de tafels. Samen betekent Ich räume den Müll von den Tischen weg.: de spreker haalt het afval van de tafels weg. Ich is het onderwerp, den Müll is wat wordt weggehaald, en von den Tischen geeft aan waar het afval vandaan wordt gehaald. De gesplitste vorm räume ... weg maakt duidelijk dat het om verwijderen of wegzetten gaat, niet alleen om algemeen opruimen.

  5. Sollen wir auch das Licht ausmachen?

    Zullen we de lichten ook uitdoen?

    Sollen wir
    zullen we
    auch
    ook
    das Licht
    het licht
    ausmachen
    uitdoen
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir gebruikt sollen in een vraag met wir om een voorstel te doen: “zullen we ...?” Het werkwoord sollen staat hier in de vorm sollen; bij wir is dat dezelfde vorm als bij sie en Sie. Vergelijk: Soll ich gehen? = “Zal ik gaan?” en Sollen wir warten? = “Zullen we wachten?” auch betekent hier “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders dat al wordt opgeruimd of gedaan. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. das Licht betekent hier “het licht”. Licht is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaalde lidwoord in deze vorm als das. Het meervoud is die Lichter, maar in deze zin staat het waargenomen zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Voorbeeld: Das Licht ist an. = “Het licht is aan.” ausmachen betekent hier “uitdoen”, specifiek: een licht uitschakelen. Het is een scheidbaar werkwoord: de basisvorm is ausmachen, met het voorvoegsel aus- en machen. In een hoofdzin met een vervoegde werkwoordsvorm kan het voorvoegsel worden afgesplitst: Mach das Licht aus. = “Doe het licht uit.” Na sollen blijft het volledige infinitief ausmachen aan het einde staan, zoals in de vaste zin. Samen betekent Sollen wir + auch + das Licht + ausmachen?: “Zullen we het licht ook uitdoen?” De vraag stelt voor om, naast de andere handelingen, het licht uit te schakelen.

  6. Mach das Licht aus.

    Doe de lichten uit.

    Mach … aus
    doe ... uit
    Licht
    licht
    Uitgebreide uitleg

    Mach ... aus is hier de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord ausmachen, in deze context: iets uitschakelen. De infinitief en basisvorm is ausmachen. Voor du is de gebiedende wijs mach; aan het begin van de zin krijgt die vorm een hoofdletter: Mach. In een tegenwoordige hoofdzin staat het scheidbare deel aus aan het einde. Bijvoorbeeld: Ich mache das Licht aus. — Ik doe het licht uit. Bij een infinitief blijft het werkwoord samen: Ich will das Licht ausmachen. — Ik wil het licht uitdoen. Ook in het voltooid deelwoord blijft het samen: Ich habe das Licht ausgemacht. — Ik heb het licht uitgedaan. Licht betekent hier licht als verlichtingsbron. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Licht. Het meervoud is die Lichter; de Duitse bronzin gebruikt hier het enkelvoud. Het bepaalde lidwoord das hoort bij Licht en vormt samen de nominale groep das Licht. De combinatie das Licht ausmachen betekent het licht uitschakelen of uitdoen. In de bronzin staat het lijdend voorwerp das Licht tussen Mach en het afgesplitste aus: Mach + das Licht + aus. De hele uiting is een directe instructie. Volgens de vaste vertaling betekent ze: Doe de lichten uit.

  7. Schließ die Fenster, bevor wir abschließen.

    Sluit de ramen voordat we afsluiten.

    Schließ
    sluit
    Fenster
    ramen
    bevor wir
    voordat we
    abschließen
    afsluiten
    Uitgebreide uitleg

    Schließ betekent hier “sluit” en is de gebiedende wijs van schließen voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. Het onderwerp “jij” staat niet apart in de zin, maar wordt door deze werkwoordsvorm begrepen. De vorm schließe komt ook voor als volledige imperatiefvariant. Voorbeeld: Schließ die Tür! — “Sluit de deur!” Fenster betekent hier “ramen”. Het is het meervoud van das Fenster; het woord zelf krijgt in het meervoud deze vorm. In die Fenster staat die als meervoudig bepaald lidwoord. Voorbeeld: Die Fenster sind offen. — “De ramen staan open.” bevor wir leidt een tijdsbepaling in met de betekenis “voordat wij/we”. bevor maakt duidelijk dat de handeling in de bijzin later moet plaatsvinden dan de handeling in de hoofdzin. wir is het persoonlijke voornaamwoord voor “wij/we” en is hier het onderwerp van de bijzin. abschließen betekent hier “afsluiten”, in de context van iets sluiten of de ruimte afsluiten. Het is een infinitief met het voorvoegsel ab-; als persoonsvorm kan het scheiden: Wir schließen ab. — “We sluiten af.” Na bevor staat het werkwoord als infinitief aan het einde van de bijzin: bevor wir abschließen. Samen vormen de delen: Schließ die Fenster = “Sluit de ramen” en bevor wir abschließen = “voordat we afsluiten”. De volledige betekenis is daarom: “Sluit de ramen voordat we afsluiten.”

  8. Der Raum sieht für die nächste Gruppe bereit aus.

    De ruimte ziet er klaar uit voor de volgende groep.

    Raum
    ruimte
    sieht … aus
    eruitzien
    für
    voor
    nächste
    volgende
    Gruppe
    groep
    bereit
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Raum betekent hier “ruimte”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum; het meervoud is die Räume. Het onderwerp Der Raum is dus “de ruimte”, niet de groep. sieht ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen (“eruitzien”, “lijken”). In deze zin is sieht de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es sieht ... aus. Bij dit werkwoord staat aus in een gewone hoofdzin aan het einde: Der Raum sieht hell aus — “De ruimte ziet er licht uit.” In een bijzin blijft het werkwoord bij elkaar: ..., weil der Raum hell aussieht — “..., omdat de ruimte er licht uitziet.” für betekent “voor” en leidt hier een doel of geschiktheid in: de ruimte is klaargemaakt voor een bepaalde groep. Na für staat in het Duits de accusatief. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord is dat zichtbaar in de woordgroep die nächste Gruppe. nächste betekent hier “volgende”. Het basiswoord is nah (“dichtbij”); nächste is de overtreffende trap die in deze woordgroep de betekenis “volgende” heeft. In die nächste Gruppe krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat met het bepaalde lidwoord die. Vergelijk: die nächste Tür — “de volgende deur”. Gruppe betekent “groep”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Gruppe; het meervoud is die Gruppen. In deze zin verwijst het naar de groep waarvoor de ruimte klaar is, zonder dat de samenstelling van die groep wordt gespecificeerd. bereit betekent “klaar” of “gereed”. Het staat hier na sieht ... aus als een gezegde bij Der Raum en krijgt daarom geen verbuiging: Der Raum ist bereit — “De ruimte is klaar.” De vaste combinatie für etwas bereit sein betekent “klaar zijn voor iets”; met aussehen wordt dat hier “er klaar uitzien voor iets”. Samen vormen Der Raum (onderwerp), sieht ... aus (eruitzien), bereit (klaar) en für die nächste Gruppe (voor de volgende groep) de betekenis: “De ruimte ziet er klaar uit voor de volgende groep.”

  9. Dann können wir die Tür abschließen und gehen.

    Dan kunnen we de deur op slot doen en weggaan.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    Tür
    deur
    abschließen
    op slot doen
    gehen
    weggaan
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” als tijdsaanduiding of volgende stap. Het verwijst naar wat daarna gebeurt: eerst is de ruimte klaar voor de volgende groep, en vervolgens kunnen de sprekers de deur afsluiten en weggaan. Een bruikbaar contrast is jetzt = “nu” en später = “later”. können wir bestaat uit können en wir. können drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit: “kunnen”. Het is een modaal werkwoord; het volgende werkwoord staat daarom als infinitief aan het einde van de werkwoordsgroep. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich kann, wir können en sie können. Wir betekent “wij” en is de vorm voor de eerste persoon meervoud. Voorbeeld: Wir können warten. = “Wij kunnen wachten.” Tür betekent “deur”. Het zelfstandige naamwoord is vrouwelijk: die Tür. In het meervoud is het die Türen. In deze zin staat die Tür als lijdend voorwerp; het lidwoord die markeert hier de bepaalde vorm bij dit vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Die Tür ist offen. = “De deur is open.” abschließen betekent hier “op slot doen” of “afsluiten”. Dit is een scheidbaar samengesteld werkwoord met de infinitief abschließen; de basisvorm verandert hier niet omdat het na können als infinitief staat. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het voorvoegsel zich scheiden: Wir schließen die Tür ab. = “Wij doen de deur op slot.” Het voorvoegsel ab- staat daar aan het einde, terwijl het in abschließen aaneengeschreven blijft. gehen betekent “gaan”. Het staat hier als infinitief na können, en is verbonden met het voorafgaande werkwoord door und: de sprekers kunnen dus zowel de deur afsluiten als gaan. Voorbeeld: Wir gehen nach Hause. = “Wij gaan naar huis.” De volledige structuur is Dann können wir die Tür abschließen und gehen. Het modale werkwoord können hoort bij twee handelingen: die Tür abschließen en gehen. Samen betekent de zin: “Dan kunnen we de deur op slot doen en weggaan.”

Grammatica

Nebensatz mit „bevor“

Bevor wir gehen, räumen wir auf.

be-foor wier gee-en, ruimen wier auf.

Voordat we gaan, ruimen we op.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Trennbare Verben im Hauptsatz

Wir räumen den Raum auf.

vier ruimen deen raum auf.

We ruimen de ruimte op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

aufräumen werkwoord
auf-ruim-en opruimen Räumen ... auf

Räumen wir den Raum auf, bevor wir gehen.

benutzen werkwoord
be-noet-sen gebruiken benutzt

Wir haben den Gemeinschaftsraum eine Weile benutzt.

bevor voegwoord
be-foor voordat

Räumen wir den Raum auf, bevor wir gehen.

dahin bijwoord
da-hin daarheen

Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

eine Weile uitdrukking
aine vaille een tijdje

Wir haben den Gemeinschaftsraum eine Weile benutzt.

Gemeinschaftsraum zelfstandig naamwoord
ge-main-sjaf-tsraum gemeenschappelijke ruimte

Wir haben den Gemeinschaftsraum eine Weile benutzt.

Raum zelfstandig naamwoord
raum ruimte

Räumen wir den Raum auf, bevor wir gehen.

stehen werkwoord
sjtee-en staan standen

Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

stellen werkwoord
sjtel-len zetten stelle

Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

Stuhl zelfstandig naamwoord
sjtoel stoel Stühle

Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

wegräumen werkwoord
vek-ruim-en wegruimen räume ... weg

Ich räume den Müll von den Tischen weg.

wieder bijwoord
vie-der terug

Ich stelle die Stühle wieder dahin, wo sie standen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zullen we de lichten ook uitdoen?

Antwoord tonenSollen wir auch das Licht ausmachen?

Doe de lichten uit.

Antwoord tonenMach das Licht aus.

Sluit de ramen voordat we afsluiten.

Antwoord tonenSchließ die Fenster, bevor wir abschließen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

stoel

Antwoord tonenStühle

gebruiken

Antwoord tonenbenutzt

terug

Antwoord tonenwieder

voordat

Antwoord tonenbevor