Vertrouwen herstellen na een scherp bericht | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In daily life, two adults repair trust after a sharp message by acknowledging the tone, explaining the context, and agreeing to pause before replying..

NL → DE / Niveau: B2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Vertrouwen herstellen na een scherp bericht oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich glaube, meine frühere Nachricht kam schärfer rüber, als ich es beabsichtigt hatte.

iech glao-buhn, mai-nuh fruu-uh-ruh naa-g-riesjt kam sjer-fer ruu-buh, als iech es buh-ap-siesjtigt hattuh. Ik denk dat mijn eerdere bericht scherper overkwam dan ik had bedoeld.
B

Das war auch so, aber ich fragte mich, ob mir vielleicht etwas Kontext fehlte.

das vaar aog zoo, aa-buh iech fraag-tuh misj, op miehr fie-lai-sjt et-vas kon-tekst feel-tuh. Dat was ook zo, maar ik vroeg me af of ik misschien wat context miste.
A

Ich war wegen etwas anderem frustriert und habe zu schnell geantwortet.

iech vaar vee-guhn et-vas an-duh-ruh froe-strieert oent haa-buh tsoe sjnel guh-ant-vort-uht. Ik was gefrustreerd over iets anders en antwoordde te snel.
B

Das erklärt den Ton, aber die Worte haben mich trotzdem getroffen.

das èr-klèrt deen toon, aa-buh die vor-tuh haa-buhn misj trots-deem guh-trof-uhn. Dat verklaart de toon, maar de woorden raakten me nog steeds.
A

Dafür übernehme ich die Verantwortung, und ich möchte es wiedergutmachen.

da-fuur uu-buh-nee-muh iech dee fer-ant-vor-toeng, oent iech meusj-tuh es vee-der-goet-maa-guhn. Ik neem daar verantwoordelijkheid voor en ik wil het goedmaken.
B

Ich weiß es zu schätzen, dass du das anerkennst. Dadurch wird es leichter, Vertrauen wieder aufzubauen.

iech vais es tsoe sjet-suhn, das doe das an-er-kenst. daador-sj virt es lai-sjtuh, fer-trau-uhn vee-der auf-tsoe-bau-uhn. Ik waardeer het dat je dat erkent. Daardoor wordt het gemakkelijker om het vertrouwen weer op te bouwen.
A

Nächstes Mal werde ich kurz innehalten, bevor ich antworte, wenn ich gestresst bin.

neks-sjtuhs maal vair-duh iech koerts in-uh-halt-uhn, buh-foor iech ant-vor-tuh, ven iech guh-sjtrest bin. Volgende keer pauzeer ik even voordat ik antwoord als ik gestrest ben.
B

Das würde helfen, und ich werde nachfragen, bevor ich eine bestimmte Absicht unterstelle.

das veur-duh hel-fuhn, oent iech vair-duh naag-fraa-guhn, buh-foor iech ai-nuh buh-sjtimtuh ap-siesjt on-tuh-sjtell-uh. Dat zou helpen, en ik zal eerst vragen voordat ik een bepaalde bedoeling veronderstel.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich glaube, meine frühere Nachricht kam schärfer rüber, als ich es beabsichtigt hatte.

    Ik denk dat mijn eerdere bericht scherper overkwam dan ik had bedoeld.

    glaube
    denk
    frühere
    eerdere; vroegere
    Nachricht
    bericht
    kam … rüber
    kwam over
    schärfer
    scherper
    beabsichtigt hatte
    had bedoeld
    Uitgebreide uitleg

    glaube komt van glauben en is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich glaube = “ik denk” of “ik geloof”. In deze zin leidt het een persoonlijke inschatting in; het maakt de uitspraak niet tot een vaststaand feit. Voorbeeld: Ich glaube, er ist zu Hause. — “Ik denk dat hij thuis is.” frühere betekent hier “eerdere” en is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord früh in de betekenis “vroeg” of, zoals hier, “eerder”. In meine frühere Nachricht krijgt het bijvoeglijk naamwoord deze uitgang door de combinatie met het bezittelijk woord meine en het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Nachricht; frühere zelf is dus niet de vorm van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: meine frühere Wohnung — “mijn vorige woning.” Nachricht betekent “bericht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Nachricht, meervoud die Nachrichten. In deze zin is het de zaak die volgens de spreker op een bepaalde manier overkwam. kam ... rüber hoort bij het scheidbare werkwoord rüberkommen, dat hier “overkomen” betekent. kam is de verleden tijd voor de derde persoon enkelvoud van kommen. In deze niet-ingeleide inhoudsclausule met werkwoord-op-de-tweede-plaats staat het afgescheiden deel rüber aan het einde van de clausule: Die Nachricht kam freundlich rüber. — “Het bericht kwam vriendelijk over.” In een met een voegwoord ingeleide bijzin blijft het werkwoord daarentegen aaneen: ..., weil die Nachricht freundlich rüberkam. — “..., omdat het bericht vriendelijk overkwam.” Het onderwerp is hier meine frühere Nachricht. schärfer is de vergrotende trap van scharf: scharf — schärfer — am schärfsten. In deze context gaat het niet noodzakelijk om fysieke scherpte, maar om een scherpere, hardere of snijdendere indruk van het bericht. als leidt daarna het vergelijkingsdeel in: de indruk was scherper dan de spreker had bedoeld. beabsichtigt hatte bestaat uit het voltooid deelwoord beabsichtigt van beabsichtigen (“bedoelen”) en hatte, de verleden tijd van haben. Samen vormen ze het voltooid verleden: “had bedoeld”. In als ich es beabsichtigt hatte is ich het onderwerp van hatte, en es het object van beabsichtigen; de zin specificeert niet zelfstandig welk precies aspect met es wordt bedoeld. Voorbeeld: Ich hatte das nicht beabsichtigt. — “Ik had dat niet bedoeld.” Samen betekent Ich glaube “ik denk”, waarna meine frühere Nachricht kam schärfer rüber zegt dat het eerdere bericht scherper overkwam. als ich es beabsichtigt hatte vergelijkt die indruk met wat de spreker had bedoeld: “dan ik had bedoeld”. De volledige betekenis is daarom: “Ik denk dat mijn eerdere bericht scherper overkwam dan ik had bedoeld.”

  2. Das war auch so, aber ich fragte mich, ob mir vielleicht etwas Kontext fehlte.

    Dat was ook zo, maar ik vroeg me af of ik misschien wat context miste.

    Das
    dat
    war
    was
    auch
    ook
    so
    zo
    aber
    maar
    fragte mich
    vroeg me af
    ob
    of
    mir
    mij
    vielleicht
    misschien
    etwas
    wat; iets
    Kontext
    context
    fehlte
    ontbrak
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier, in overeenstemming met de vertaling, “dat” en verwijst naar de voorafgaande situatie of beoordeling. Het is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord; het verwijst dus niet automatisch naar een zelfstandig naamwoord dat er vlakbij staat. war is de verleden tijd (Präteritum) van sein voor de derde persoon enkelvoud: sein – war. Samen met Das betekent het “dat was”. In Das war auch so staat het onderwerp vóór de persoonsvorm, zoals in een gewone hoofdzin. auch voegt de betekenis “ook” toe: deze bewering geldt naast iets dat al ter sprake is gekomen. so betekent hier “zo” of “op die manier”. De combinatie auch so betekent dus “ook zo”, niet een afzonderlijke hoeveelheid of tijdsaanduiding. aber markeert de overgang naar een tegenstelling: “maar”. Het verbindt de bewering dat iets zo was met de daaropvolgende onzekerheid of vraag. fragte mich is een veelgebruikte combinatie met de betekenis “vroeg me af”. fragte is de verleden tijd van fragen (“vragen”); mich is hier het wederkerende voornaamwoord in de accusatief bij de eerste persoon: ich fragte mich = “ik vroeg me af”. In andere personen verandert dat voornaamwoord, bijvoorbeeld du fragtest dich (“je vroeg je af”). ob leidt een indirecte ja-neevraag in en betekent hier “of”. Het werkwoord van zo’n bijzin staat in het Duits doorgaans achteraan. Het is dus niet hetzelfde als wenn, dat in andere contexten bijvoorbeeld “als” kan betekenen. mir is de datiefvorm van ich en betekent hier “voor mij” of natuurlijker “bij mij”. De vorm geeft de persoon en naamval aan; hij is niet het onderwerp van de bijzin. vielleicht betekent “misschien” en maakt de gedachte onzeker of voorzichtig. Het zegt niet dat het ontbreken van context zeker was. etwas betekent hier “wat” of “enige hoeveelheid” vóór het zelfstandig naamwoord Kontext. In deze zin wordt geen exact aantal genoemd: etwas Kontext is een niet nader bepaalde hoeveelheid context. Als zelfstandig gebruikt woord kan etwas ook “iets” betekenen, maar dat is hier niet de functie. Kontext is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “context”. In deze bijzin is het de inhoudelijk ontbrekende zaak en grammaticaal het onderwerp van fehlte. fehlte is de verleden tijd van fehlen: fehlen – fehlte. Het betekent hier “ontbrak” of “was niet aanwezig”. Omdat Kontext het onderwerp is, staat de vorm in de derde persoon enkelvoud. De persoon voor wie iets ontbreekt wordt met de datief uitgedrukt, hier mir: letterlijk ongeveer “context ontbrak mij”, natuurlijk Nederlands “ik miste context”. De hele structuur is: Das war auch so, aber (“Dat was ook zo, maar”) gevolgd door ich fragte mich, ob (“ik vroeg me af of”) en de bijzin mir vielleicht etwas Kontext fehlte (“ik misschien wat context miste”). De vaste vertaling geeft deze bedoelde lezing: de spreker vond de eerdere bewering nog steeds juist, maar vroeg zich af of er voor de spreker misschien enige context ontbrak. In de bijzin staat fehlte achteraan, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin met ob.

  3. Ich war wegen etwas anderem frustriert und habe zu schnell geantwortet.

    Ik was gefrustreerd over iets anders en antwoordde te snel.

    Ich
    ik
    war
    was
    wegen etwas anderem
    vanwege iets anders
    frustriert
    gefrustreerd
    habe
    heb
    zu schnell
    te snel
    geantwortet
    geantwoord
    Uitgebreide uitleg

    Ich is de persoonlijke vorm voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Deze vorm verandert niet volgens grammaticaal geslacht. Vergelijk: ich = ik, du = jij. war is de verleden tijd van sein voor ich: sein → ich bin (heden) → ich war (verleden). Hier verbindt het de spreker met de toestand frustriert; het betekent dus dat die toestand in het verleden gold. wegen etwas anderem geeft de reden aan: vanwege iets anders. wegen wordt in formele standaardtaal vaak met een genitief gebruikt, maar in deze zin staat de datiefvorm etwas anderem, die in het gebruik voorkomt. In anderem draagt het bijvoeglijke woord de datiefuitgang. etwas betekent hier niet een precies geteld aantal, maar een onbepaalde zaak of omstandigheid. ander- geeft aan dat die zaak niet dezelfde is als een andere genoemde of bedoelde zaak; de zin specificeert niet welke zaak dat is. frustriert beschrijft de toestand van de spreker: gefrustreerd. Het is hier een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord van frustrieren, maar in deze zin functioneert het als een predicatief bijvoeglijk woord na war. Het kan ook attributief voorkomen: ein frustrierter Sprecher = een gefrustreerde spreker. habe hoort bij haben en is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd. Samen met het voltooid deelwoord geantwortet vormt het het perfectum: ich habe geantwortet = ik heb geantwoord. Het hulpwerkwoord staat hier op de tweede zinsplaats, terwijl het voltooid deelwoord aan het einde van de hoofdzin staat. zu schnell betekent te snel. schnell is hier bijwoordelijk gebruikt; de vergelijking is schneller = sneller, am schnellsten = het snelst. Het woord zu betekent hier ‘te’, dus boven het bedoelde of passende tempo, en is niet de infinitiefmarkeerder uit bijvoorbeeld zu antworten. geantwortet is het voltooid deelwoord van antworten: antworten → ich antworte → ich habe geantwortet. Het betekent hier dat de spreker een antwoord heeft gegeven. Bij dit regelmatige werkwoord wordt het voltooid deelwoord gevormd met ge- en de uitgang -t. Samen vormen de delen: Ich war frustriert geeft de vroegere toestand van de spreker, wegen etwas anderem geeft de reden daarvoor, en habe zu schnell geantwortet beschrijft dat de spreker te snel antwoordde. De hele zin betekent: de spreker was gefrustreerd over iets anders en antwoordde te snel.

  4. Das erklärt den Ton, aber die Worte haben mich trotzdem getroffen.

    Dat verklaart de toon, maar de woorden raakten me nog steeds.

    erklärt
    verklaart
    Ton
    toon
    Worte
    woorden
    haben
    hebben
    mich
    mij
    trotzdem
    toch
    getroffen
    geraakt
    Uitgebreide uitleg

    erklärt komt van erklären en betekent hier dat iets een reden of verschijnsel begrijpelijk maakt. De vorm erklärt is de tegenwoordige tijd voor er/sie/es of een enkelvoudig zelfstandig naamwoord: Der Grund erklärt das Problem = De reden verklaart het probleem. In deze zin is Das het onderwerp; Das erklärt ... betekent dus Dat verklaart .... Ton betekent hier toon, dus de manier waarop iets klinkt of wordt gezegd. Het woord staat na den: den Ton. Dat is de accusatiefvorm van het mannelijke zelfstandig naamwoord der Ton wanneer het de handeling ondergaat. Ton kan in andere contexten ook een geluid of klei betekenen, maar hier bepaalt de vertaling de betekenis toon. Worte betekent hier woorden. Het enkelvoud is das Wort. De meervoudsvorm Worte wordt vaak gebruikt voor afzonderlijke woorden of voor wat iemand gezegd heeft; de andere meervoudsvorm Wörter verwijst vaker naar woorden als losse taaleenheden, bijvoorbeeld in een woordenlijst. Hier zijn die Worte het onderwerp van het tweede deel: de woorden oefenen de beschreven invloed uit. haben is hier het hulpwerkwoord bij het voltooid deelwoord getroffen. De vorm haben hoort bij een meervoudig onderwerp in de tegenwoordige tijd; het onderwerp is die Worte. Samen met getroffen vormt het haben ... getroffen, het Duitse perfectum: Die Worte haben mich getroffen = De woorden hebben me geraakt. Het is hier niet het zelfstandige werkwoord haben in de betekenis bezitten. mich is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich: ich = ik als onderwerp, mich = mij als direct object. In Die Worte haben mich getroffen is mich degene die door de woorden geraakt wordt. Vergelijk: Du siehst mich = Je ziet mij. trotzdem betekent toch of desondanks. Het markeert een tegenstelling met wat eerder is genoemd: het feit dat iets de toon verklaart, verhindert niet dat de woorden de spreker geraakt hebben. In een Duitse hoofdzin kan trotzdem vooraan staan of, zoals hier, later in de zin: Ich war müde, trotzdem arbeitete ich = Ik was moe, toch werkte ik. getroffen komt van treffen. In deze zin is het het voltooid deelwoord getroffen in de vaste combinatie jemanden treffen: iemand raken, ook emotioneel. Het blijft bij het perfectum onveranderd; persoon en getal worden hier door haben uitgedrukt. De betekenis is niet noodzakelijk lichamelijk: Seine Worte haben mich getroffen = Zijn woorden hebben me geraakt. Samen vormen Das erklärt den Ton en aber die Worte haben mich trotzdem getroffen twee tegengestelde delen. aber betekent maar en verbindt ze. Het eerste deel zegt dat iets de toon verklaart; het tweede zegt dat de woorden de spreker desondanks hebben geraakt. De volledige betekenis is: Dat verklaart de toon, maar de woorden raakten me nog steeds.

  5. Dafür übernehme ich die Verantwortung, und ich möchte es wiedergutmachen.

    Ik neem daar verantwoordelijkheid voor en ik wil het goedmaken.

    Dafür
    daarvoor
    übernehme
    neem over
    Verantwortung
    verantwoordelijkheid
    ich möchte
    ik wil
    wiedergutmachen
    goedmaken
    Uitgebreide uitleg

    Dafür betekent hier “daarvoor” en verwijst naar de kwestie of situatie waarover wordt gesproken. Het bestaat uit da + für; dit soort da-woorden verwijst vaak naar iets dat al in de context aanwezig is. Voor een persoon gebruikt het Duits doorgaans een voorzetsel + persoonlijk voornaamwoord, niet dafür. übernehme is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van übernehmen (“overnemen”, “op zich nemen”): ich übernehme. In Verantwortung übernehmen betekent het geheel “verantwoordelijkheid op zich nemen”. De vorm übernehme hoort dus bij het onderwerp ich; het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort is niet de basisvorm van het werkwoord. Verantwortung betekent “verantwoordelijkheid”. In deze vaste verbinding staat het met het bepaalde lidwoord die: die Verantwortung übernehmen. Het werkwoord neemt hier een lijdend voorwerp; daarom staat die Verantwortung in de accusatief. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord ziet de accusatief van het bepaalde lidwoord er hier hetzelfde uit als de nominatief. ich möchte betekent hier “ik wil” of “ik zou graag willen”. möchte is grammaticaal de Konjunktiv-II-vorm bij ich van mögen, maar wordt in modern gebruik vaak als een vaste wens- of beleefdheidsvorm aangeleerd. Het drukt hier een wens of voornemen uit en klinkt vaak zachter dan een kale eis. Het wordt gevolgd door een infinitief, bijvoorbeeld: Ich möchte helfen. — “Ik wil helpen.” wiedergutmachen betekent “goedmaken” in de betekenis “iets herstellen” of “het weer in orde proberen te maken”, vaak na iets verkeerds. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin krijg je bijvoorbeeld Ich mache das wieder gut. — “Ik maak dat goed.” Na möchte blijft de infinitief als geheel aan het einde staan: Ich möchte das wiedergutmachen. Samen vormen de delen eerst Dafür übernehme ich die Verantwortung: “Daarvoor neem ik de verantwoordelijkheid op me.” Daarna verbindt und dit met ich möchte es wiedergutmachen: “en ik wil het goedmaken.” es is hier een onzijdig voornaamwoord als lijdend voorwerp, weergegeven door “het”. De precieze referent van es wordt in deze uiting en vertaling niet afzonderlijk genoemd. De volledige uiting betekent dus: “Ik neem daar verantwoordelijkheid voor en ik wil het goedmaken.”

  6. Ich weiß es zu schätzen, dass du das anerkennst. Dadurch wird es leichter, Vertrauen wieder aufzubauen.

    Ik waardeer het dat je dat erkent. Daardoor wordt het gemakkelijker om het vertrouwen weer op te bouwen.

    weiß es zu schätzen
    waarderen
    anerkennst
    erkent
    Dadurch
    daardoor
    leichter
    gemakkelijker
    Vertrauen
    vertrouwen
    aufzubauen
    op te bouwen
    Uitgebreide uitleg

    weiß es zu schätzen betekent hier: iets waarderen. De vaste Duitse constructie etwas zu schätzen wissen drukt waardering uit; weiß is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van wissen. Het es is hier een vooruitwijzend element bij de volgende dass-bijzin; het verwijst niet naar een afzonderlijk genoemd voorwerp. Het patroon is bijvoorbeeld: Ich weiß deine Hilfe zu schätzen. — “Ik waardeer je hulp.” anerkennst betekent hier “erkent”. De basisvorm is anerkennen; bij du is de vorm in de bijzin du anerkennst. Het werkwoord heeft het scheidbare voorvoegsel an: in een hoofdzin staat bijvoorbeeld Du erkennst das an, terwijl het in deze dass-bijzin als anerkennst aan het einde staat. dass leidt de inhoud in van wat de spreker waardeert. Dadurch betekent “daardoor” of “door die omstandigheid”. Het verwijst hier naar de erkenning die in de voorafgaande bijzin wordt genoemd. Het is een bijwoordelijke verbinding die een gevolg inleidt; het benoemt niet zelfstandig een nieuwe persoon of handeling. leichter betekent “gemakkelijker”. Dit is de vergrotende trap van leicht (“gemakkelijk”): leicht – leichter – am leichtesten. In wird es leichter is es een onpersoonlijk onderwerp en beschrijft leichter de nieuwe toestand; wird geeft de overgang naar die toestand weer. Het gaat dus om “het wordt gemakkelijker”, niet om een expliciet genoemde persoon die iets gemakkelijker maakt. Vertrauen betekent “vertrouwen”. Het is hier een abstract zelfstandig naamwoord zonder lidwoord en wordt als begrip gebruikt. Bijvoorbeeld: Vertrauen braucht Zeit. — “Vertrouwen heeft tijd nodig.” aufzubauen betekent hier “op te bouwen”. De basisvorm is het scheidbare werkwoord aufbauen. In een zu-infinitief komt zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: aufzubauen. De combinatie Vertrauen wieder aufzubauen betekent “het vertrouwen opnieuw op te bouwen”; wieder geeft de herhaling of het herstel aan. Bijvoorbeeld: Wir versuchen, Vertrauen aufzubauen. — “We proberen vertrouwen op te bouwen.” De volledige structuur is Ich weiß es zu schätzen, dass ...: “Ik waardeer het dat ...”. Het es wijst vooruit naar de dass-bijzin, die zegt wat wordt gewaardeerd: du das anerkennst, “dat je dat erkent”. Daarna geeft Dadurch het gevolg aan: door die erkenning wird es leichter, “wordt het gemakkelijker”, Vertrauen wieder aufzubauen, “om het vertrouwen opnieuw op te bouwen”. Samen betekent de uiting: “Ik waardeer het dat je dat erkent. Daardoor wordt het gemakkelijker om het vertrouwen weer op te bouwen.”

  7. Nächstes Mal werde ich kurz innehalten, bevor ich antworte, wenn ich gestresst bin.

    Volgende keer pauzeer ik even voordat ik antwoord als ik gestrest ben.

    Nächstes
    volgende
    Mal
    keer
    werde ich
    zal ik
    kurz
    even
    innehalten
    pauzeren; even stilstaan
    bevor
    voordat
    antworte
    antwoord
    wenn
    als
    gestresst
    gestrest
    bin
    ben
    Uitgebreide uitleg

    Nächstes hoort hier bij Mal: samen vormen ze de tijdsaanduiding Nächstes Mal = “de volgende keer”. nächstes is de verbogen vorm van nächst-; de uitgang past hier bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Mal in deze vaste tijdsbepaling. Vergelijk: nächste Woche = “volgende week”. Mal betekent hier “keer”. Het is een zelfstandig naamwoord; als los woord kan het ook in andere tijdsaanduidingen voorkomen, bijvoorbeeld einmal = “één keer” of “eens”. werde ich bestaat uit de vorm werde van werden en het onderwerp ich = “ik”. Samen openen ze hier de toekomende constructie: ich werde ... = “ik zal ...”. Het werkwoord dat inhoudelijk bij deze constructie hoort, staat als infinitief aan het einde van het betreffende zinsdeel: ich werde innehalten = “ik zal pauzeren”. werden kan in andere contexten ook “worden” betekenen; hier markeert het de toekomst. kurz betekent hier “even” of “kort”. Het beschrijft de korte duur van innehalten, niet een kort persoon of voorwerp. Voorbeeld: Ich warte kurz. — “Ik wacht even.” innehalten is het infinitief en betekent “pauzeren” of “even stilstaan voordat je verdergaat”. In de vaste zin staat het als infinitief na werde. De persoonsvorm verschijnt bijvoorbeeld in de tegenwoordige tijd als ich halte inne; dit werkwoord heeft dus een scheidbaar deel inne in die vorm, maar in werde ... innehalten blijft het infinitief bij elkaar. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In een Duitse bijzin met bevor staat de persoonsvorm achteraan: bevor ich antworte = “voordat ik antwoord”. Voorbeeld: Ich lese es, bevor ich antworte. — “Ik lees het voordat ik antwoord.” antworte is de vorm van antworten voor ich in de tegenwoordige tijd: ich antworte = “ik antwoord”. De vorm staat hier achteraan in de bevor-bijzin, zoals Duits dat in dit type bijzin doet. Het voorzetsel auf komt vaak voor in de constructie auf etwas antworten = “op iets antwoorden”, maar hier is alleen het werkwoord zelf zichtbaar. wenn leidt hier een voorwaardelijke of tijdsgebonden bijzin in: “als/wanneer”. De betekenis in deze zin is dat het pauzeren geldt in de situatie dat de spreker gestrest is. Voorbeeld: Wenn ich müde bin, mache ich eine Pause. — “Als ik moe ben, neem ik een pauze.” gestresst is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “gestrest”. Na sein beschrijft het de toestand van de spreker: ich bin gestresst = “ik ben gestrest”. Het verandert hier niet naar een zelfstandig naamwoord of werkwoordsvorm. bin is de eerste persoon enkelvoud van sein = “zijn”: ich bin. In de wenn-bijzin staat deze persoonsvorm aan het einde: wenn ich gestresst bin. sein heeft onregelmatige vormen; naast ich bin staat bijvoorbeeld du bist = “jij bent”. De hele zin bouwt zo op: Nächstes Mal (“de volgende keer”) + werde ich ... innehalten (“zal ik ... pauzeren”), met kurz als aanduiding van de korte duur. bevor ich antworte geeft aan dat dit vóór het antwoorden gebeurt, en wenn ich gestresst bin legt de situatie vast waarin de spreker dat zal doen. De volledige betekenis is: “Volgende keer pauzeer ik even voordat ik antwoord als ik gestrest ben.”

  8. Das würde helfen, und ich werde nachfragen, bevor ich eine bestimmte Absicht unterstelle.

    Dat zou helpen, en ik zal eerst vragen voordat ik een bepaalde bedoeling veronderstel.

    Das
    dat
    würde
    zou
    helfen
    helpen
    ich werde
    ik zal
    nachfragen
    navragen
    bevor
    voordat
    bestimmte
    bepaalde
    Absicht
    bedoeling
    unterstelle
    veronderstel
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier een aanwijzend voornaamwoord in het onzijdig enkelvoud. Het verwijst naar een eerder genoemde of begrepen situatie of handeling; de precieze referent wordt in deze ene zin niet verder benoemd. Aan het begin van een zin wordt het met een hoofdletter geschreven; elders staat dezelfde vorm als das. würde is de Konjunktiv-II-vorm van werden. Samen met een infinitief drukt würde helfen hier een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid uit: “zou helpen”. De constructie würde + infinitief is een belangrijk patroon voor “zou …”. Een eenvoudig voorbeeld is: Das würde funktionieren. — “Dat zou werken.” helfen is de infinitief van helfen (“helpen”). Na würde blijft het werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van dit werkwoordgroepje. In een gewone tegenwoordige zin verandert de persoonsvorm: Ich helfe dir. — “Ik help je.” ich werde bestaat uit het persoonlijke voornaamwoord ich en de eerste persoon enkelvoud van werden. Met een infinitief vormt werden de toekomende tijd: Ich werde morgen nachfragen. — “Ik zal morgen navragen.” Het is dus niet hetzelfde patroon als würde + infinitief: werde plaatst de handeling in de toekomst, terwijl würde hier een mogelijkheid of voorwaardelijkheid uitdrukt. nachfragen is de infinitief van nachfragen: opnieuw vragen of om verduidelijking vragen. Het is specifieker dan het algemene fragen wanneer er al een onderwerp of eerdere informatie is waarover je meer wilt weten. In een hoofdzin staat de persoonsvorm van dit werkwoord als Ich frage nach. — “Ik vraag het na.” Na werde blijft de infinitief nachfragen bijeen aan het einde van de werkwoordgroep. bevor is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “voordat”. Het leidt hier de tijdsbepalende bijzin bevor ich eine bestimmte Absicht unterstelle in. In zo’n Duitse bijzin staat de vervoegde persoonsvorm aan het einde: bevor ich nachfrage — “voordat ik navraag doe”. bestimmte is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord bestimmt, hier met de betekenis “bepaalde” of “specifieke”. Het beschrijft Absicht, dat vrouwelijk enkelvoud is en hier in de accusatief staat als lijdend voorwerp van unterstelle. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de accusatief, voorafgegaan door het onbepaalde lidwoord eine, krijgt het attributieve adjectief hier de uitgang -e: eine bestimmte Absicht. Een voorbeeld is: Sie nennt eine bestimmte Person. — “Zij noemt een bepaalde persoon.” Absicht is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Absicht, “de bedoeling” of “de intentie”. In deze zin is eine bestimmte Absicht het lijdend voorwerp van unterstelle: de spreker schrijft een specifieke bedoeling toe. Een bruikbaar contrast is die Absicht tegenover das Ziel: een Absicht is wat iemand van plan is of bedoelt; een Ziel is het doel dat iemand probeert te bereiken. unterstelle is de eerste persoon enkelvoud van unterstellen, hier in de tegenwoordige tijd. In deze context betekent het “veronderstellen” of “iemand een bedoeling toeschrijven”, niet noodzakelijk iemand formeel beschuldigen. De vorm past bij het onderwerp ich: ich unterstelle. Bijvoorbeeld: Ich unterstelle dir keine schlechte Absicht. — “Ik veronderstel bij jou geen slechte bedoeling.” De eerste hoofdzin brengt de gedachte voorzichtig naar voren: Das würde helfen betekent “Dat zou helpen”. Daarna zegt und ich werde nachfragen wat de spreker in de toekomst zal doen: “en ik zal navragen”. De bijzin bevor ich eine bestimmte Absicht unterstelle geeft aan dat dit navragen plaatsvindt vóór het veronderstellen van een specifieke bedoeling. Samen betekent de volledige uiting: “Dat zou helpen, en ik zal eerst vragen voordat ik een bepaalde bedoeling veronderstel.”

Grammatica

rüberkommen im Präteritum: kam ... rüber

Die Nachricht kam schärfer rüber.

die naa-g-riesjt kam sjer-fer ruu-buh.

Het bericht kwam scherper over.

Bij het scheidbare werkwoord rüberkommen staat rüber achteraan; in de verleden tijd wordt kommen: kam.

es zu schätzen wissen

Ich weiß es zu schätzen.

iech vais es tsoe sjet-suhn.

Ik waardeer het.

De vaste uitdrukking weiß es zu schätzen betekent dat je iets waardeert; zu hoort bij schätzen.

Duits woordenschat

antworten werkwoord
ant-vort-uhn antwoorden geantwortet

habe zu schnell geantwortet

beabsichtigen werkwoord
buh-ap-siesjtig-uhn bedoelen; van plan zijn beabsichtigt

als ich es beabsichtigt hatte

erklären werkwoord
èr-klè-ruh verklaren erklärt

Das erklärt den Ton

fehlen werkwoord
fee-luhn ontbreken; missen fehlte

mir ... Kontext fehlte

früh bijvoeglijk naamwoord
fruu vroeg; eerder frühere

meine frühere Nachricht

frustriert bijvoeglijk naamwoord
froe-strieert gefrustreerd

Ich war ... frustriert

glauben werkwoord
glao-buhn geloven glaube

Ich glaube

Kontext zelfstandig naamwoord
kon-tekst context

etwas Kontext

Nachricht zelfstandig naamwoord
naa-g-riesjt bericht; boodschap

meine frühere Nachricht

rüberkommen werkwoord
ruu-buh-kom-uhn overkomen kam ... rüber

meine Nachricht kam schärfer rüber

schärfer bijvoeglijk naamwoord
sjer-fer scherper

kam schärfer rüber

sich fragen uitdrukking
zisj fraa-guhn zich afvragen fragte mich

ich fragte mich

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vroeg; eerder

Antwoord tonenfrühere

ontbreken; missen

Antwoord tonenfehlte

scherper

Antwoord tonenschärfer

bericht; boodschap

Antwoord tonenNachricht