Ich
„Ich“ betekent hier de spreker als onderwerp van de zin. Het staat in „Ich schätze“ en „ich muss“ voor de persoon die waardeert en iets nodig vindt.
schätze
„schätze“ betekent hier waardeer. De werkwoordsvorm komt van „schätzen“ en staat in „Ich schätze unsere Gespräche“ voor waardering voor de gesprekken. Het patroon „etwas schätzen“ is bruikbaar voor iets of iemand dat je waardeert.
unsere
„unsere“ betekent onze en geeft aan dat de gesprekken van de spreker en de aangesprokene zijn. Het hoort hier bij „unsere Gespräche“ en staat vóór het zelfstandig naamwoord.
Gespräche
„Gespräche“ betekent gesprekken. Het is de meervoudsvorm van „Gespräch“ en verwijst hier naar gesprekken tussen de twee volwassenen. Het woord kan zo samen met „führen“ of „haben“ voor gesprekken worden gebruikt.
aber
„aber“ betekent maar en verbindt twee tegengestelde delen: waardering voor de gesprekken en de noodzaak om een grens te stellen. Het is een veelgebruikt verbindingswoord om zo’n tegenstelling aan te geven.
muss
„muss“ betekent moet en drukt hier een noodzakelijke handeling van de spreker uit. De vorm komt van „müssen“ en staat in „ich muss eine Grenze setzen“ vóór het infinitief. Het patroon „ich muss ...“ kan een noodzakelijke actie aangeven.
eine
„eine“ betekent een en staat hier vóór „Grenze“ om één nog niet nader bepaalde grens aan te duiden. Samen vormt het „eine Grenze“ als het object van de handeling.
Grenze
„Grenze“ betekent grens, hier een persoonlijke grens binnen het gesprek. In „eine Grenze setzen“ hoort het bij het vaste patroon voor een grens stellen. De meervoudsvorm is „Grenzen“, maar die staat niet in deze dialoog.
setzen
„setzen“ betekent hier stellen in de uitdrukking „eine Grenze setzen“. De werkwoordsvorm is de infinitief na „muss“; de volledige uitdrukking betekent een grens aangeven of stellen. Het patroon „eine Grenze setzen“ is direct herbruikbaar.
höre
„höre“ betekent luister in „Ich höre dir zu“. De vorm komt van het scheidbare werkwoord „zuhören“, waarvan het partikel achteraan staat. Het patroon „jemandem zuhören“ gebruikt de persoon naar wie je luistert als doel van de luisterhandeling.
dir
„dir“ verwijst hier naar de aangesprokene, naar wie er geluisterd wordt. Het staat in de constructie „Ich höre dir zu“ als luisterdoel. Bij „zuhören“ wordt de persoon dus met deze vorm aangeduid.
zu
„zu“ heeft hier twee functies. In „Ich höre dir zu“ is het de werkwoordpartikel van „zuhören“; in „statt zu raten“ markeert het de infinitief na „statt“. De volledige constructies bepalen samen de betekenis, niet „zu“ alleen.
möchte
„möchte“ betekent hier zou graag willen en drukt een voorkeur of wens uit. De vorm komt van „mögen“ en staat in „Ich möchte lieber verstehen“ vóór het infinitief. Het patroon „Ich möchte ...“ is bruikbaar om een wens of voorkeur beleefd uit te drukken.
lieber
„lieber“ betekent liever en laat zien dat de spreker begrijpen verkiest boven gokken. Het hoort bij „Ich möchte lieber verstehen, statt zu raten“. Je gebruikt het om in een keuze één mogelijkheid boven een andere te plaatsen.
verstehen
„verstehen“ betekent begrijpen. Het is de infinitief na „möchte“ en beschrijft wat de spreker liever wil doen. Het kan in het patroon „etwas verstehen“ worden gebruikt voor iets dat je begrijpt.
statt
„statt“ betekent in plaats van en leidt hier de tegenstelling „statt zu raten“ in. De volledige constructie zegt dat begrijpen de voorkeur krijgt boven gokken. Een bruikbaar patroon is „statt zu“ gevolgd door een infinitief.
raten
„raten“ betekent hier raden of gokken, omdat de spreker niet zomaar een conclusie wil trekken. Het is de infinitief in „statt zu raten“. In deze context staat het tegenover „verstehen“.
Wenn
„Wenn“ betekent hier als of wanneer en opent de voorwaardelijke situatie „Wenn sofort Ratschläge kommen“. Het leidt een bijzin in, waarin „kommen“ achteraan staat. Je gebruikt „wenn“ voor een voorwaarde of een situatie die zich kan voordoen.
sofort
„sofort“ betekent meteen en geeft aan dat de adviezen zonder uitstel komen. Het staat in „Wenn sofort Ratschläge kommen“ vóór het onderwerp. Het kan een handeling als onmiddellijk of direct typeren.
Ratschläge
„Ratschläge“ betekent adviezen. Het is de meervoudsvorm van „Ratschlag“ en is hier het onderwerp van „kommen“. Het woord past in patronen waarin adviezen gegeven, gevraagd of ontvangen worden.
kommen
„kommen“ betekent hier komen in de uitdrukking dat adviezen meteen komen. Het is de werkwoordsvorm bij het meervoudige onderwerp „Ratschläge“. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt voor iets dat op iemand afkomt, zoals advies.
habe
„habe“ betekent heb in „habe ich das Gefühl“. De vorm komt van „haben“ en maakt samen met „das Gefühl“ de uitdrukking voor iets aanvoelen of het gevoel hebben. Het patroon „das Gefühl haben, dass ...“ leidt een ervaren indruk in.
das
„das“ heeft in deze dialoog verschillende functies. In „das Gefühl“ is het het lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord; in „Das ist“ en „Das wird“ verwijst de hoofdlettervorm naar een eerder genoemd verzoek of een eerdere afspraak. De precieze verwijzing komt uit de hele zin.
Gefühl
„Gefühl“ betekent gevoel, hier een innerlijke indruk van de spreker. Het staat in „habe ich das Gefühl, dass ...“ en wordt gevolgd door de inhoud van dat gevoel. Het patroon „das Gefühl haben, dass ...“ is bruikbaar om een persoonlijke indruk te beschrijven.
dass
„dass“ betekent dat en introduceert hier de inhoud van het gevoel. In „dass mir nicht wirklich zugehört wurde“ begint het een bijzin, waarin de werkwoordsvorm aan het einde staat. Het woord verbindt een hoofdzin met wat iemand denkt, voelt of weet.
mir
„mir“ betekent hier aan mij en verwijst naar de persoon naar wie geluisterd had moeten worden. Het staat in „mir nicht wirklich zugehört wurde“ bij de constructie „jemandem zuhören“. Zo wordt de persoon die aandacht hoort te krijgen aangeduid.
nicht
„nicht“ betekent niet en ontkent hier dat er werkelijk naar de spreker is geluisterd. Het staat vóór „wirklich zugehört“ in „mir nicht wirklich zugehört wurde“. Je gebruikt het om een handeling of eigenschap in de zin te ontkennen.
wirklich
„wirklich“ betekent echt of werkelijk en benadrukt hier de mate waarin er geluisterd is. In „nicht wirklich zugehört“ maakt het duidelijk dat het luisteren volgens de spreker niet oprecht of volledig was. Het kan een bewering versterken of nuanceren.
zugehört
„zugehört“ betekent geluisterd naar en komt van het scheidbare werkwoord „zuhören“. Het is het voltooid deelwoord in „zugehört wurde“ en vormt daar samen met „wurde“ een passieve beschrijving van het luisteren. Het patroon „jemandem zuhören“ geeft aan naar wie je luistert.
wurde
„wurde“ betekent hier werd en helpt in „zugehört wurde“ een handeling in het verleden passief te beschrijven. De vorm komt van „werden“; de luisterhandeling wordt voorgesteld als iets dat de spreker wel of niet heeft ontvangen. Het staat aan het einde van de bijzin na „dass“.
wollte
„wollte“ betekent hier wilde of was van plan en beschrijft de bedoeling van de spreker in het verleden. De vorm komt van „wollen“ en staat in „Ich wollte helfen“. Het patroon „jemandem helfen wollen“ kan een voorgenomen hulpactie uitdrukken.
helfen
„helfen“ betekent helpen. Het is de infinitief na „wollte“ in „Ich wollte helfen“ en benoemt het doel van de eerdere bedoeling. Het werkwoord wordt vaak gebruikt voor hulp aan een persoon of bij een taak.
kann
„kann“ betekent kan en drukt hier uit dat de spreker iets kan begrijpen of respecteren. De vorm komt van „können“ en staat vóór de infinitieven „nachvollziehen“ en „respektieren“. Het patroon „ich kann ...“ kan vermogen of mogelijkheid aangeven.
nachvollziehen
„nachvollziehen“ betekent hier begrijpen hoe iets voor iemand is overgekomen. Het is de infinitief na „kann“ in „Ich kann nachvollziehen, wie das bei dir angekommen ist“. Het patroon met „wie“ helpt om een perspectief of ervaren effect te begrijpen.
wie
„wie“ betekent hier hoe of zoals en introduceert in „wie das bei dir angekommen ist“ de manier waarop iets is ervaren. In „so zu reagieren, wie du es brauchst“ vormt het een vergelijking met „so“. Het woord kan dus een manier of een passende overeenkomst aangeven.
bei
„bei“ betekent hier bij of voor in de uitdrukking „bei dir angekommen“. Het beschrijft hoe een boodschap of handeling bij iemand overkomt, niet een fysieke aankomst op een plaats. Het patroon „bei jemandem ankommen“ is bruikbaar voor de indruk die iets op iemand maakt.
angekommen
„angekommen“ betekent hier overgekomen of ontvangen in de zin van de indruk die iets bij de aangesprokene heeft gemaakt. Het is het voltooid deelwoord van „ankommen“ in „wie das bei dir angekommen ist“. Samen met „ist“ beschrijft het een afgeronde ervaring.
ist
„ist“ betekent hier is en werkt in „angekommen ist“ als hulpwerkwoord bij een afgeronde gebeurtenis. De vorm komt van „sein“ en staat aan het einde van de bijzin na „wie“. De betekenis van het geheel is hoe iets is overgekomen.
Manchmal
„Manchmal“ betekent soms en geeft aan dat de behoefte niet altijd, maar bij bepaalde gelegenheden bestaat. Het staat aan het begin van „Manchmal brauche ich Fragen“. Je kunt het gebruiken om een terugkerende maar niet constante situatie te beschrijven.
brauche
„brauche“ betekent heb nodig. De vorm komt van „brauchen“ en staat in „Manchmal brauche ich Fragen“ voor iets wat de spreker nodig heeft vóór suggesties komen. Het patroon „etwas brauchen“ benoemt wat iemand nodig heeft.
Fragen
„Fragen“ betekent vragen. Het is de meervoudsvorm van „Frage“ en verwijst hier naar vragen die eerst gesteld moeten worden. In de zin staat het als datgene wat de spreker nodig heeft.
bevor
„bevor“ betekent voordat en ordent hier de twee stappen: eerst vragen, daarna suggesties. Het introduceert „bevor du Vorschläge machst“, een bijzin met het werkwoord aan het einde. Je gebruikt het om aan te geven dat één handeling eerder plaatsvindt dan een andere.
du
„du“ betekent jij en is hier de persoon die de suggesties zou kunnen doen. Het staat in „bevor du Vorschläge machst“ als onderwerp van de bijzin. Deze vorm gebruik je voor één aangesproken persoon in een informele context.
Vorschläge
„Vorschläge“ betekent suggesties. Het is de meervoudsvorm van „Vorschlag“ en staat in „du Vorschläge machst“ als datgene wat de aangesprokene doet. Het woord verwijst hier naar ideeën of adviezen die pas na vragen gewenst zijn.
machst
„machst“ betekent hier doet of maakt in de vaste combinatie „Vorschläge machen“. De vorm komt van „machen“ en hoort bij het onderwerp „du“. Het patroon „Vorschläge machen“ betekent suggesties doen.
faire
„faire“ betekent hier eerlijk of redelijk en beschrijft „Bitte“. Het beoordeelt het verzoek als aanvaardbaar of billijk. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord in „eine faire Bitte“.
Bitte
„Bitte“ betekent hier verzoek, niet het losse beleefdheidswoord ‘alstublieft’. Het is een zelfstandig naamwoord in „eine faire Bitte“ en verwijst naar de vraag om eerst vragen te stellen. Het kan worden gebruikt voor een verzoek dat iemand aan een ander doet.
und
„und“ betekent en en verbindt hier twee delen van B’s antwoord: het verzoek is redelijk en B kan het respecteren. Het voegt informatie toe zonder tegenstelling of oorzaak aan te geven.
sie
„sie“ verwijst hier naar „Bitte“, dus naar het verzoek om eerst vragen te stellen. In „ich kann sie respektieren“ is het het voornaamwoord voor datgene wat B kan respecteren. De vrouwelijke vorm sluit aan bij „die Bitte“.
respektieren
„respektieren“ betekent respecteren. Het is de infinitief na „kann“ in „ich kann sie respektieren“ en heeft „sie“ als datgene wat wordt gerespecteerd. Het werkwoord kan worden gebruikt voor een verzoek, grens of beslissing waarmee je rekening houdt.
werde
„werde“ betekent hier zal en kondigt een toekomstige toezegging van de spreker aan. De vorm komt van „werden“ en staat in „Ich werde dir auch klar sagen“ vóór de infinitief „sagen“. Het patroon „Ich werde ...“ is bruikbaar voor een belofte of aangekondigde handeling.
auch
„auch“ betekent ook en voegt een tweede toezegging toe aan de afspraak. In „Ich werde dir auch klar sagen“ zegt de spreker dat zij naast de andere aanpassing eveneens duidelijk zal aangeven wanneer advies gewenst is. Het woord markeert aanvullende informatie.
klar
„klar“ betekent duidelijk en beschrijft hier hoe de spreker iets zal zeggen. Het staat in „dir auch klar sagen“ bij de manier van communiceren. Het patroon „etwas klar sagen“ kan worden gebruikt wanneer je iets ondubbelzinnig wilt aangeven.
sagen
„sagen“ betekent zeggen. Het is de infinitief na „werde“ in „Ich werde dir auch klar sagen“ en krijgt als inhoud de bijzin die met „wann“ begint. Het patroon „jemandem sagen, wann ...“ behoudt zowel de aangesproken persoon als de meegedeelde informatie.
wann
„wann“ betekent wanneer en introduceert hier een indirecte vraag: op welk moment de spreker werkelijk advies wil. In „wann ich wirklich Rat möchte“ staat het vóór de bijzin. Je gebruikt het om tijdsinformatie indirect mee te delen.
Rat
„Rat“ betekent hier advies. Het staat in „wirklich Rat möchte“ als datgene wat de spreker soms expliciet wil ontvangen. Het woord kan in gebruikelijke combinaties met advies geven, zoeken of aannemen voorkomen.
wird
„wird“ betekent hier zal en vormt in „Das wird mir helfen“ een toekomstverwijzing. De vorm komt van „werden“ en staat vóór de infinitief „helfen“. Het patroon „Das wird ...“ kan aangeven wat een eerdere afspraak of handeling in de toekomst zal opleveren.
so
„so“ betekent zo of op die manier en verwijst hier naar de manier van reageren die voor de ander nodig is. Het staat in „so zu reagieren, wie du es brauchst“ en wordt verduidelijkt door „wie“. Het helpt een gewenste manier van handelen aan te geven.
reagieren
„reagieren“ betekent reageren. Het is de infinitief in „so zu reagieren“ en benoemt de handeling die door de afspraak beter moet aansluiten bij de behoefte van de ander. Het werkwoord kan worden gebruikt voor een reactie op een situatie of persoon.
es
„es“ verwijst hier naar wat de aangesprokene nodig heeft in de manier van reageren. Het staat in „wie du es brauchst“ als datgene wat nodig is, zonder een zelfstandig naamwoord opnieuw te noemen. De betekenis wordt samen met „wie du es brauchst“ bepaald.
brauchst
„brauchst“ betekent nodig hebt. De vorm komt van „brauchen“ en hoort bij „du“ in „wie du es brauchst“. Het patroon „wie du es brauchst“ geeft aan dat iets wordt afgestemd op de behoefte van de ander.