Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een grens stellen rond advies oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich schätze unsere Gespräche, aber ich muss eine Grenze setzen.
Isj sjètsuh oen-zuh-ruh guh-sjprèè-sjuh, aa-buh isj moes aj-nuh grènt-suh zètsen. Ik waardeer onze gesprekken, maar ik moet een grens aangeven.Ich höre dir zu. Ich möchte lieber verstehen, statt zu raten.
Isj heu-ruh diehr tsoe. Isj meug-tuh lie-buh fer-sjtee-en, sjtat tsoe raa-ten. Ik luister. Ik wil liever begrijpen dan zomaar iets aannemen.Wenn sofort Ratschläge kommen, habe ich das Gefühl, dass mir nicht wirklich zugehört wurde.
Ven zo-fort ratsj-lee-guh kom-uhn, haa-buh isj das guh-fuul, das miehr nisjt virk-lisj tsoe-guh-heurt voe-duh. Als er meteen advies komt, heb ik het gevoel dat er niet echt naar me is geluisterd.Ich wollte helfen, aber ich kann nachvollziehen, wie das bei dir angekommen ist.
Isj vol-tuh hel-fuhn, aa-buh isj kan nach-fol-tsie-en, vie das bai diehr an-guh-kom-uhn ist. Ik wilde helpen, maar ik begrijp hoe het bij je is overgekomen.Manchmal brauche ich Fragen, bevor du Vorschläge machst.
Manch-maal brau-chuh isj fraa-guhn, buh-foor doe foorsj-lee-guh makst. Soms heb ik eerst vragen nodig, voordat je suggesties doet.Das ist eine faire Bitte, und ich kann sie respektieren.
Das ist aj-nuh fèè-ruh bit-uh, oent isj kan zie respek-tie-ren. Dat is een redelijk verzoek, en dat kan ik respecteren.Ich werde dir auch klar sagen, wann ich wirklich Rat möchte.
Isj veer-duh diehr au-ch klaar zaa-guhn, van isj virk-lisj raat meug-tuh. Ik zal je ook duidelijk vertellen wanneer ik echt advies wil.Das wird mir helfen, so zu reagieren, wie du es brauchst.
Das virt miehr hel-fuhn, zoo tsoe ree-a-gie-ren, vie doe es brau-chst. Dat zal me helpen om te reageren op de manier die jij nodig hebt.Uitleg van de zinnen
Ich schätze unsere Gespräche, aber ich muss eine Grenze setzen.
Ik waardeer onze gesprekken, maar ik moet een grens aangeven.
- schätze
- waardeer
- unsere
- onze
- Gespräche
- gesprekken
- aber
- maar
- ich muss
- ik moet
- eine Grenze setzen
- een grens aangeven
Uitgebreide uitleg
schätze komt hier van schätzen en betekent “waarderen”. De vorm is tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich schätze. Hetzelfde werkwoord kan in andere contexten ook “schatten” betekenen, maar die betekenis past hier niet. unsere betekent hier “onze” en hoort bij Gespräche. Het is de bezittelijke vorm bij wir (“wij”), hier verbogen voor een meervoudig zelfstandig naamwoord in de accusatief. De vorm zegt dus wie de gesprekken bezit of erbij betrokken is; hij betekent niet op zichzelf “wij”. Gespräche is het meervoud van Gespräch (“gesprek”). Het umlautteken en de uitgang -e horen bij deze meervoudsvorm: das Gespräch → die Gespräche. In deze zin is het woord het lijdend voorwerp van schätzen. aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel geeft waardering aan; het volgende deel voegt een andere, hier noodzakelijke mededeling toe. ich muss betekent “ik moet”. muss is de tegenwoordige tijd van müssen bij ich; het is een modaal werkwoord dat noodzaak uitdrukt. Met een ander werkwoord staat dat werkwoord gewoonlijk aan het einde, zoals in Ich muss gehen. — “Ik moet gaan.” In de gegeven zin staat het aanvullende werkwoord setzen aan het einde. eine Grenze setzen is een vaste, begrijpelijke combinatie met de betekenis “een grens aangeven” of “een grens stellen”. Grenze betekent letterlijk “grens”; eine en Grenze vormen hier het lijdend voorwerp. setzen is de infinitief “zetten” en staat na het modale werkwoord muss in plaats van een vervoegde vorm. Een vergelijkbaar voorbeeld is Ich muss klare Grenzen setzen. — “Ik moet duidelijke grenzen stellen.” Samen betekent Ich schätze unsere Gespräche “Ik waardeer onze gesprekken”. aber maakt de tegenstelling. ich muss eine Grenze setzen betekent “ik moet een grens aangeven”. De volledige strekking is dus: “Ik waardeer onze gesprekken, maar ik moet een grens aangeven.”
Ich höre dir zu. Ich möchte lieber verstehen, statt zu raten.
Ik luister. Ik wil liever begrijpen dan zomaar iets aannemen.
- höre dir zu
- naar je luisteren
- möchte
- wil
- lieber
- liever
- verstehen
- begrijpen
- statt
- in plaats van
- raten
- raden, gokken
Uitgebreide uitleg
höre dir zu komt uit het werkwoord zuhören, dat «naar iemand luisteren» betekent. Het is een scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd staat zu achteraan: Ich höre dir zu. Bij zuhören is höre de eerste persoon enkelvoud van hören; zu is het afgescheiden voorvoegsel. dir is de datiefvorm van het informele voornaamwoord du. Bij zuhören staat de persoon naar wie je luistert in de datief. Voorbeeld: Hörst du mir zu? — «Luister je naar me?» möchte drukt hier in de eerste persoon enkelvoud een wens uit: «ik wil» of «ik zou graag willen». In een traditionele grammaticale analyse wordt deze vorm verbonden met de Konjunktiv II van mögen; voor beginners wordt möchten echter vaak als een afzonderlijk werkwoord geleerd. Het is niet hetzelfde als het sterkere muss («moet»). Na möchte staat een volgend werkwoord als infinitief zonder zu: Ich möchte verstehen — «Ik wil begrijpen». lieber betekent «liever». Het vergelijkt voorkeuren: iets wordt verkozen boven een andere mogelijkheid. De basisvorm is gern («graag»); lieber is de vergelijkende vorm. Voorbeeld: Ich bleibe lieber hier. — «Ik blijf liever hier.» verstehen is het infinitief «begrijpen». Hier staat het na möchte en blijft het dus onverbogen; de persoonsinformatie staat in möchte. statt betekent «in plaats van». Hier leidt het de constructie statt zu + infinitief in. Die constructie stelt de gekozen handeling tegenover een andere handeling. Voorbeeld: Sie liest, statt zu schlafen. — «Ze leest in plaats van te slapen.» raten is hier het infinitief met de betekenis «raden» of «gokken»: een antwoord geven zonder eerst zeker te weten of het klopt. In andere contexten kan raten ook «adviseren» betekenen, maar die betekenis past niet bij de vaste vertaling en deze tegenstelling met verstehen. In statt zu raten staat het na zu; samen betekent dit «in plaats van te gokken». Samen betekent Ich höre dir zu «Ik luister naar je». Daarna geeft Ich möchte lieber verstehen de voorkeursactie aan, tegenover statt zu raten: liever begrijpen dan zomaar iets aannemen of gokken. De volledige betekenis is: «Ik luister. Ik wil liever begrijpen dan zomaar iets aannemen.»
Wenn sofort Ratschläge kommen, habe ich das Gefühl, dass mir nicht wirklich zugehört wurde.
Als er meteen advies komt, heb ik het gevoel dat er niet echt naar me is geluisterd.
- Wenn
- als
- sofort
- meteen
- Ratschläge
- advies
- kommen
- komen
- habe ich
- heb ik
- das Gefühl
- het gevoel
- dass
- dat
- mir
- mij
- nicht wirklich
- niet echt
- zugehört wurde
- naar geluisterd is
Uitgebreide uitleg
Wenn opent hier een voorwaardelijke of temporele bijzin: "als/wanneer". In zo'n bijzin staat de persoonsvorm kommen achteraan. Het zegt hier dat de ervaring optreedt zodra het beschreven geval zich voordoet. sofort betekent "meteen" of "onmiddellijk". Het maakt duidelijk dat de adviezen zonder merkbare tussenruimte komen. Ratschläge betekent hier "adviezen". Het is het meervoud van der Ratschlag (een advies); het enkelvoud is dus niet Ratschläge. Het woord verwijst hier naar adviezen die worden gegeven, niet naar een grammaticale eigenschap van kommen. kommen is de tegenwoordige tijd van kommen (komen). De vorm kommen past bij het meervoudige onderwerp Ratschläge: die Ratschläge kommen. In deze context beschrijft kommen het binnenkomen of gegeven worden van adviezen, niet noodzakelijk letterlijk bewegen naar de spreker. habe ich betekent letterlijk "heb ik". De vorm habe is de eerste persoon enkelvoud van haben; ich is het onderwerp. Omdat de Wenn-bijzin vooropstaat, volgt in de hoofdzin eerst de persoonsvorm en daarna het onderwerp: Wenn ..., habe ich .... Vergelijk als zelfstandig begin: Ich habe das Gefühl. das Gefühl betekent "het gevoel". Gefühl is een zelfstandig naamwoord; de vaste combinatie das Gefühl haben betekent "het gevoel hebben". Het lidwoord das hoort bij het grammaticale geslacht van Gefühl en geeft op zichzelf geen hoeveelheid aan. dass leidt de inhoud van het gevoel in: "dat". In een dass-bijzin staat de persoonsvorm aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld Ich habe das Gefühl, dass ... — "Ik heb het gevoel dat ...". mir is de datiefvorm van ich, met de betekenis "mij" in de rol van degene aan wie iets wordt aangedaan of voor wie iets geldt. Bij zuhören staat de persoon naar wie men luistert in de datief: jemandem zuhören — naar iemand luisteren. De vorm mir identificeert hier de luisteraar niet bij naam; de vertaling maakt wel duidelijk dat het om de spreker gaat. nicht wirklich betekent samen "niet echt". nicht ontkent hier de mate of werkelijkheid van het luisteren, terwijl wirklich "echt" betekent. De combinatie is milder en specifieker dan een algemene bewering dat er helemaal niet geluisterd werd. zugehört wurde komt van het scheidbare werkwoord zuhören (naar iemand luisteren). De basisvorm is zuhören; in een gewone persoonsvorm wordt het voorvoegsel in de hoofdzin gescheiden, bijvoorbeeld ich höre dir zu. In het voltooid deelwoord blijft het bijeen: zugehört. wurde is de verleden tijd van werden en vormt hier met zugehört een passieve constructie. Omdat zuhören een datiefpersoon heeft, blijft mir staan: mir wurde zugehört betekent "er werd naar mij geluisterd". In de bijzin staat dit werkwoordelijke geheel aan het einde, zoals bij dass gebruikelijk is. Samen vormen Wenn sofort Ratschläge kommen en habe ich das Gefühl: wanneer er meteen adviezen komen, ervaart de spreker iets bepaalds. dass mir nicht wirklich zugehört wurde benoemt de inhoud van dat gevoel: de spreker ervaart dat er niet echt naar hem of haar geluisterd is. De volledige betekenis is daarom: "Als er meteen advies komt, heb ik het gevoel dat er niet echt naar me is geluisterd."
Ich wollte helfen, aber ich kann nachvollziehen, wie das bei dir angekommen ist.
Ik wilde helpen, maar ik begrijp hoe het bij je is overgekomen.
- Ich wollte
- ik wilde
- helfen
- helpen
- aber
- maar
- ich kann
- ik kan
- nachvollziehen
- begrijpen; kunnen begrijpen
- wie
- hoe
- das
- dat
- bei dir
- bij jou
- angekommen ist
- is overgekomen
Uitgebreide uitleg
Ich wollte: dit is de eerste persoon enkelvoud van wollen in de verleden tijd: ich will = ik wil, ich wollte = ik wilde. Hier geeft het een vroegere bedoeling aan. Het volgende werkwoord staat in de infinitief: Ich wollte helfen. helfen: de infinitief betekent “helpen”. De vorm blijft na wollte onveranderd; het vervoegde werkwoord is wollte. Voorbeeld: Ich wollte dir helfen. = Ik wilde je helpen. aber: dit verbindingswoord betekent “maar” en zet de bedoeling in contrast met wat daarna komt. Het verandert de betekenis van de twee werkwoordgroepen niet. ich kann: kann is de eerste persoon enkelvoud van können in de tegenwoordige tijd: ich kann, du kannst, er/sie kann. Met een daaropvolgende infinitief betekent het “ik kan …”. Voorbeeld: Ich kann das erklären. = Ik kan dat uitleggen. nachvollziehen: dit werkwoord betekent hier dat de spreker begrijpt hoe iets voor iemand anders is overgekomen. Het is een infinitief na kann, dus kann draagt de persoons- en tijdsvorm en nachvollziehen blijft in de basisvorm. In deze betekenis gaat het om iemands beleving of interpretatie begrijpen, niet alleen om een feit kennen. wie: dit vraagwoord leidt hier een ingebedde hoe-zin in: wie ... angekommen ist = “hoe … is overgekomen”. Het vraagt hier niet om een los antwoord, maar verbindt de manier waarop iets is ervaren met nachvollziehen. das: dit is een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”. De concrete referent wordt in deze ene zin niet verder benoemd; grammaticaal is het een onzijdige vorm. In wie das ... verwijst het naar datgene waarvan wordt beschreven hoe het is overgekomen. bei dir: bei met de datief kan een perspectief of de situatie bij iemand aangeven. dir is de datiefvorm van het informele enkelvoudige du: du = jij, dir = bij jou/voor jou. Samen geeft dit aan dat het om de manier gaat waarop iets bij de aangesprokene is overgekomen. angekommen ist: angekommen is het voltooid deelwoord van ankommen (“aankomen”); ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Letterlijk kan ankommen over aankomen gaan, maar in deze combinatie betekent bei jemandem ankommen dat iets bij iemand als indruk of boodschap overkomt. Omdat dit in de wie-bijzin staat, staat het vervoegde hulpwerkwoord achteraan: wie das bei dir angekommen ist. Geheel: Ich wollte helfen betekent “Ik wilde helpen”. aber maakt daarna een tegenstelling: ondanks die bedoeling kan de spreker begrijpen wie das bei dir angekommen ist, dus hoe dat bij de aangesprokene is overgekomen. Samen betekent de zin: “Ik wilde helpen, maar ik begrijp hoe het bij je is overgekomen.”
Manchmal brauche ich Fragen, bevor du Vorschläge machst.
Soms heb ik eerst vragen nodig, voordat je suggesties doet.
- Manchmal
- soms
- brauche
- nodig hebben
- Fragen
- vragen
- bevor
- voordat
- Vorschläge
- suggesties
- machst
- doet; maakt
Uitgebreide uitleg
Manchmal betekent hier “soms”. Het is een bijwoord van frequentie en kan een gewoonte of terugkerende situatie aanduiden. Voorbeeld: Manchmal lese ich abends. — Soms lees ik ’s avonds. brauche is de ik-vorm van brauchen (“nodig hebben”): ich brauche. Het werkwoord staat hier in de tegenwoordige tijd. Het betekent niet alleen dat iets gewenst is, maar dat de spreker het als nodig beschouwt. Voorbeeld: Ich brauche mehr Zeit. — Ik heb meer tijd nodig. Fragen betekent hier “vragen”. Het is het meervoud van die Frage (“de vraag”). In deze zin is Fragen het voorwerp van brauche; bij dit meervoud is de vorm in de accusatief gelijk aan die in de nominatief. Een enkelvoudig voorbeeld is: Ich brauche eine Frage. — Ik heb een vraag nodig. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin die met bevor begint, staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld: bevor + onderwerp + ... + werkwoord. Vorschläge betekent “suggesties”. Het is het meervoud van der Vorschlag (“het voorstel”). Hier is het meervoud het voorwerp van machst; het kan dus als accusatief worden opgevat, hoewel de meervoudsvorm er hetzelfde uitziet als in de nominatief. Voorbeeld: Wir machen Vorschläge. — Wij doen suggesties. machst is de jij-vorm van machen (“doen”, “maken”): du machst. In deze context betekent het “doet”, in de vaste combinatie Vorschläge machen (“suggesties doen”). Omdat de bijzin met bevor begint, staat machst aan het einde van die bijzin. Samen vormt Manchmal brauche ich Fragen de hoofdzin “Soms heb ik vragen nodig”. Daarna geeft bevor du Vorschläge machst aan wanneer dat voor de spreker geldt: “voordat je suggesties doet”. De volledige betekenis is dus: “Soms heb ik eerst vragen nodig, voordat je suggesties doet.”
Das ist eine faire Bitte, und ich kann sie respektieren.
Dat is een redelijk verzoek, en dat kan ik respecteren.
- Das ist
- Dat is
- faire
- redelijk
- Bitte
- verzoek
- ich kann
- ik kan
- sie
- het verzoek
- respektieren
- respecteren
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “dat is”. Das is het aanwijzende onderwerp en ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Dit is een bruikbaar patroon: Das ist + een zelfstandig naamwoord. faire betekent hier “redelijk”. De basisvorm is fair; faire is hier geen vergrotende trap. De uitgang -e hoort bij het bijvoeglijk naamwoord in de vorm die past bij eine faire Bitte: vrouwelijk enkelvoud, nominatief, met het onbepaalde lidwoord eine. Voorbeeld: Das ist eine faire Lösung. — “Dat is een redelijke oplossing.” Bitte betekent “verzoek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Bitte, meervoud die Bitten. Voorbeeld: Ich habe eine Bitte. — “Ik heb een verzoek.” ich kann betekent “ik kan”. kann is de vorm van het modale werkwoord können bij ich. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich kann kommen. — “Ik kan komen.” sie verwijst hier naar die Bitte en staat als vrouwelijk enkelvoudig lijdend voorwerp. In het Duits heeft het persoonlijke voornaamwoord daarom deze vorm; de Nederlandse vertaling gebruikt in deze zin dat voor hetzelfde verzoek. Voorbeeld: Ich sehe die Bitte und beantworte sie. — “Ik zie het verzoek en beantwoord het.” respektieren betekent “respecteren”. Dit is de infinitief; na kann blijft het werkwoord in die vorm en staat het aan het einde van deze hoofdzin: ich kann sie respektieren. De eerste hoofdzin zegt Das ist eine faire Bitte: “Dat is een redelijk verzoek.” Daarna verbindt und een tweede hoofdzin: ich kann sie respektieren — “ik kan dat verzoek respecteren”. In die tweede hoofdzin staat kann op de tweede zinsplaats en staat de infinitief respektieren aan het einde. Samen betekent de vaste zin: “Dat is een redelijk verzoek, en dat kan ik respecteren.”
Ich werde dir auch klar sagen, wann ich wirklich Rat möchte.
Ik zal je ook duidelijk vertellen wanneer ik echt advies wil.
- Ich werde
- ik zal
- dir
- jou
- klar
- duidelijk
- sagen
- zeggen; vertellen
- wann
- wanneer
- wirklich
- echt
- Rat
- advies
- möchte
- wil; zou graag willen
Uitgebreide uitleg
Ich werde betekent hier: ik zal. werde is de vorm voor ich van werden; samen met een infinitief vormt werden de Duitse toekomende tijd: Ich werde sagen = ik zal zeggen. Het onderwerp Ich is degene die de mededeling zal doen. dir is de datiefvorm van du: du = jij, dir = aan jou/tegen jou. Bij jemandem etwas sagen staat de persoon aan wie je iets zegt in de datief. Vergelijk: Ich sage dir die Wahrheit. = Ik zeg jou de waarheid. klar betekent hier duidelijk. In deze zin beschrijft het bijwoord hoe het zeggen gebeurt. Het kan ook als bijvoeglijk naamwoord voorkomen: predicatief blijft het bijvoorbeeld Die Antwort ist klar = Het antwoord is duidelijk; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het een uitgang, zoals in eine klare Antwort = een duidelijk antwoord. sagen is de infinitief ‘zeggen’. Het kan ook ‘vertellen’ betekenen wanneer de nadruk ligt op het meedelen van informatie. Na werde blijft het als infinitief aan het einde van de hoofdzin staan: Ich werde es sagen. = Ik zal het zeggen. wann betekent wanneer en leidt hier een indirecte vraag in. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wann ich ... möchte = wanneer ik ... wil. Dat is iets anders dan een directe vraag zoals Wann möchtest du Rat? = Wanneer wil je advies? wirklich betekent echt, werkelijk. Het versterkt hier Rat möchte: de spreker wil aangeven dat het verlangen naar advies daadwerkelijk aanwezig is. Voorbeeld: Ich möchte wirklich helfen. = Ik wil echt helpen. Rat betekent advies. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord, maar in deze vaste betekenis wordt het vaak zonder lidwoord gebruikt: Rat brauchen = advies nodig hebben, Rat geben = advies geven. Het is niet hetzelfde als het telbare ein Rat in de betekenis van één afzonderlijk advies of raadgeving; de context bepaalt welke lezing bedoeld is. möchte betekent hier wil graag of zou graag willen. Het is de vorm voor ich van mögen in de Konjunktiv-II-vorm en drukt een wens uit. In wann ich wirklich Rat möchte is het onderwerp van möchte dus ich, niet dir. Voorbeeld: Ich möchte einen Kaffee. = Ik zou graag een koffie willen. Samen vormen Ich werde dir auch klar sagen en wann ich wirklich Rat möchte één zin. auch betekent ook. De hoofdzin zegt dat de spreker het duidelijk aan de aangesprokene zal zeggen; de bijzin specificeert wanneer dat zo is: wanneer de spreker echt advies wil. De volledige betekenis is: ‘Ik zal je ook duidelijk vertellen wanneer ik echt advies wil.’
Das wird mir helfen, so zu reagieren, wie du es brauchst.
Dat zal me helpen om te reageren op de manier die jij nodig hebt.
- Das
- dat
- wird
- zal
- helfen
- helpen
- so
- zo
- reagieren
- reageren
- wie du es brauchst
- zoals jij het nodig hebt
Uitgebreide uitleg
Das staat hier als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord en is het onderwerp: “dat”. De precieze zaak waarnaar het verwijst, wordt in de aangeleverde zin niet zelfstandig benoemd. Het is dus beter om de grammaticale rol te onthouden dan een specifiek zelfstandig naamwoord als referent te veronderstellen. wird is de derde persoon enkelvoud van werden. In deze zin werkt werden als hulpwerkwoord voor de toekomst: wird ... helfen betekent “zal helpen”. Het onderwerp is enkelvoudig, daarom staat hier wird; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld werden. helfen is het hele werkwoord “helpen”. Na het hulpwerkwoord wird blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief staan. Het patroon is: [onderwerp] wird [iemand] helfen — “[onderwerp] zal [iemand] helpen”. mir betekent hier “mij” en geeft aan wie de hulp ontvangt; samen betekent Das wird mir helfen: “Dat zal me helpen”. so betekent hier “zo” en beschrijft de manier waarop iemand reageert. Het krijgt zijn precieze invulling door het daaropvolgende vergelijkende patroon so ..., wie ...: “zo ..., als/op de manier waarop ...”. reagieren is de infinitief “reageren”. Het staat na zu, dus zu reagieren betekent “te reageren”. Na helfen kan deze constructie het doel of de uitwerking van de hulp aangeven: iets helpt iemand om iets te doen. Een herbruikbaar voorbeeld is: Das hilft mir, ruhig zu bleiben. — “Dat helpt me om rustig te blijven.” wie du es brauchst betekent hier “zoals jij het nodig hebt”. du is het onderwerp van deze bijzin en es is het lijdend voorwerp van brauchst; samen met het werkwoord wordt dus niet alleen “zoals jij nodig hebt” uitgedrukt, maar “zoals jij het nodig hebt”. brauchst is de vorm van brauchen voor de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: du brauchst. In een bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wie du es brauchst. De delen worden van links naar rechts samengevoegd als Das wird mir helfen (“Dat zal me helpen”), gevolgd door zu reagieren (“om te reageren”). so ... wie du es brauchst bepaalt de manier van reageren: “zo reageren als/op de manier waarop jij het nodig hebt”. De volledige betekenis is daarom: “Dat zal me helpen om te reageren op de manier die jij nodig hebt.”
Grammatica
statt + zu + Infinitiv
statt sofort zu reagieren
sjtat zo-fort tsoe ree-a-gie-renin plaats van meteen te reageren
Na „statt“ staat hier een infinitief met „zu“: „statt zu reagieren“.
Trennbares Verb: zuhören
Ich höre lieber zu.
Isj heu-ruh lie-buh tsoe.Ik luister liever.
Bij een scheidbaar werkwoord staat „zu“ in de hoofdzin achteraan: „höre ... zu“.
Duits woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
grens
Antwoord tonen
Grenzein plaats van
Antwoord tonen
stattbegrijpen
Antwoord tonen
verstehenstellen