Een gedeelde koelkast gebruiken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shared space, two adults talk about labeling food and using shelf space in a shared fridge..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een gedeelde koelkast gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Can I use the shared fridge?

Kən ai joez dhuh sjerd fridzj? Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?
B

Label your food before you put it in.

Lee-bul jer foed bi-for joe poet it in. Plak een label op je eten voordat je het erin zet.
A

Where can I find a label?

Wer kən ai faind uh lee-bul? Waar kan ik een label vinden?
B

There are labels beside the fridge.

Dher er lee-bulz bi-said dhuh fridzj. Er zijn labels naast de koelkast.
A

Is there enough space inside?

Iz dher i-naf spees in-said? Is er binnen genoeg ruimte?
B

Use the top shelf; there is room there.

Joes dhuh top sjelf; dher iz roem dher. Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.
A

I will take my food out later.

Ail teek mai foed aut lee-ter. Ik haal mijn eten er later uit.
B

That keeps space open for other people.

Dhet kieps spees ou-pən fer a-dher pie-pul. Zo blijft er ruimte vrij voor andere mensen.

Uitleg van de zinnen

  1. Can I use the shared fridge?

    Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?

    Can I
    Kan ik …?
    use
    gebruiken
    shared
    gedeeld
    fridge
    koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Can I is een vaste vraagvorm om toestemming te vragen. Can betekent hier “mogen”, niet lichamelijke of praktische bekwaamheid. Het patroon is Can I + werkwoord ...?, bijvoorbeeld: Can I sit here? = “Mag ik hier zitten?” use betekent hier “gebruiken”: iets benutten voor het bedoelde doel. De vorm use is de basisvorm na can; na can komt geen to: Can I use ...? Ter vergelijking: I use the fridge = “Ik gebruik de koelkast.” Dat is een mededeling, geen vraag om toestemming. shared betekent hier “gedeeld”: iets dat door meer dan één persoon gebruikt wordt of kan worden. Het is verwant aan het werkwoord share (“delen”) en beschrijft hier fridge. Een vergelijkbaar voorbeeld is a shared room = “een gedeelde kamer”. fridge is een informele, veelgebruikte verkorting van refrigerator en betekent “koelkast”. In het Engels is fridge hier een zelfstandig naamwoord. Het wordt voorafgegaan door the, omdat het om de specifieke gedeelde koelkast gaat die in deze context bedoeld is. Voorbeeld: The food is in the fridge. = “Het eten staat in de koelkast.” Samen vormen de delen de vraag Can I use the shared fridge?: de spreker vraagt toestemming om de gedeelde koelkast te gebruiken. De daaropvolgende zin over het labelen van eten verduidelijkt de praktische context, maar verandert de betekenis van deze vraag niet. De vraag past in een alledaagse, beleefde situatie.

  2. Label your food before you put it in.

    Plak een label op je eten voordat je het erin zet.

    Label
    labelen; van een label voorzien
    food
    eten
    before
    voordat
    put
    zetten; doen
    in
    erin; naar binnen
    Uitgebreide uitleg

    Label staat hier voor het werkwoord to label, niet voor het zelfstandig naamwoord a label. Als bevel betekent Label ...: “Voorzie ... van een label” of “Label ...”. De gebiedende wijs gebruikt hier de basisvorm zonder onderwerp. Vergelijk: Label the box. — “Label de doos.” Als zelfstandig naamwoord betekent label juist “label”. food betekent hier “eten” als stof of verzamelbegrip. In het Engels is dit meestal ontelbaar: some food betekent “wat eten”. Voor verschillende soorten of producten kan ook foods voorkomen, maar dat is niet de betekenis die hier nodig is. before leidt de tijdsbepaling before you put it in in. Het geeft aan dat de eerste handeling eerder moet gebeuren dan de handeling in de bijzin. Een herbruikbaar patroon is before + onderwerp + werkwoord: Wash your hands before you eat. — “Was je handen voordat je eet.” put betekent hier “zetten/doen” in de constructie put ... in: iets naar de binnenkant van een plaats of houder brengen. put heeft als basisvorm, verleden tijd en voltooid deelwoord dezelfde vorm: put – put – put. Het is dus niet putted. In deze zin volgt na put het voornaamwoord it als lijdend voorwerp. it verwijst in deze zin, volgens de vaste vertaling, naar het eten. Het is de vorm voor een enkelvoudig niet-persoonlijk referent; hier vervangt het food om herhaling te vermijden. Bijvoorbeeld: Put the food in. Then close it. — “Doe het eten erin. Sluit het daarna.” in voltooit samen met put de richtingconstructie put ... in: “erin doen/zetten”. In de gegeven context is de bedoelde plaats de gedeelde koelkast. Het woord in staat hier aan het einde van de constructie en betekent niet op zichzelf “labelen” of “eten”. Samen is het patroon: Label + voorwerp + before + onderwerp + put + it + in. De zin geeft een instructie met twee handelingen: eerst moet je het eten van een label voorzien; daarna doe je het in de bedoelde koelkast of andere eerder vastgestelde binnenruimte. De natuurlijke volledige betekenis is: “Plak een label op je eten voordat je het erin zet.”

  3. Where can I find a label?

    Waar kan ik een label vinden?

    Where
    waar
    can I
    kan ik
    find
    vinden
    label
    label
    Uitgebreide uitleg

    Where vraagt naar een plaats: “waar”. Het staat hier aan het begin omdat het om de onbekende locatie gaat. Vergelijk: “Where is the fridge?” = “Waar is de koelkast?” can I bestaat uit het modale werkwoord can en het onderwerp I. In deze vraag drukt can uit of het mogelijk is om iets te vinden; het is hier geen bewering dat de spreker het al kan. In een vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Can I ...? De vorm can verandert niet met het onderwerp: he can, they can. find betekent hier “vinden”. Dit is de basisvorm na can; na een modaal werkwoord komt in het Engels geen to: can find, niet can to find. Andere nuttige vormen zijn find (basisvorm), found (verleden tijd en voltooid deelwoord) en finding (vorm op -ing). Voorbeeld: “I found the label.” = “Ik vond het label.” label is hier een telbaar zelfstandig naamwoord met de betekenis “label”. De vorm voor meer dan één is labels, zoals in “There are labels beside the fridge.” = “Er zijn labels naast de koelkast.” In de vaste zin maakt a het zelfstandig naamwoord enkelvoudig en onbepaald. a is hier geen zelfstandig telwoord met de betekenis “één”; het introduceert een niet nader bepaald exemplaar. Samen vormt de zin het patroon Where can I find a/an + zelfstandig naamwoord? De spreker vraagt op welke plaats een label te vinden is: “Waar kan ik een label vinden?” Het is een gewone, directe vraag die bruikbaar is wanneer iemand een voorwerp zoekt.

  4. There are labels beside the fridge.

    Er zijn labels naast de koelkast.

    There are
    er zijn
    labels
    labels
    beside
    naast
    fridge
    koelkast
    Uitgebreide uitleg

    There are introduceert dat er één of meer dingen op een bepaalde plaats aanwezig zijn. In deze zin gaat het om meerdere dingen; daarom staat are, de vorm voor een meervoudig onderwerp. Vergelijk: There is a label. = Er is een label. There are labels. = Er zijn labels. Het patroon is There is/are + ding(en) + plaats. labels betekent hier “labels” en is het meervoud van label. Het enkelvoud is label; het meervoud wordt gevormd met -s. Een voorbeeld: There are two labels. = Er zijn twee labels. beside betekent “naast” en geeft een plaatsrelatie aan: iets bevindt zich aan de zijkant van iets anders. Een vergelijkbaar, maar niet identiek woord is near (“vlak bij”); beside drukt specifieker “naast” uit. Voorbeeld: The bag is beside the chair. = De tas staat naast de stoel. fridge is een informeler, zeer gebruikelijk woord voor refrigerator, “koelkast”. Het woord staat hier na the, omdat het om een specifieke koelkast gaat die voor de gesprekssituatie herkenbaar is. Voorbeeld: The milk is in the fridge. = De melk staat in de koelkast. Samen vormen de delen There are + labels + beside the fridge de betekenis: “Er zijn labels naast de koelkast.” De zin meldt dus dat meerdere labels zich op de plaats naast de koelkast bevinden.

  5. Is there enough space inside?

    Is er binnen genoeg ruimte?

    Is there
    Is er …?
    enough
    genoeg
    space
    ruimte
    inside
    binnen
    Uitgebreide uitleg

    Is there vormt hier een vraag naar het bestaan of de aanwezigheid van iets: “is er …?”. Het is de vraagvorm van there is; there verwijst in deze constructie niet naar een specifieke plaats. In een ontkennende vorm krijg je bijvoorbeeld There isn't enough space. — “Er is niet genoeg ruimte.” enough betekent hier “voldoende” of “genoeg”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord space en geeft aan dat de beschikbare hoeveelheid toereikend is; het stelt op zichzelf geen exact aantal vast. Vergelijk enough time — “genoeg tijd” — met too little time — “te weinig tijd”. space betekent hier “ruimte”, dus beschikbare plaats om iets neer te zetten of ergens te laten passen. Het is in deze betekenis meestal een niet-telbaar zelfstandig naamwoord: some space betekent “wat ruimte”, niet een afzonderlijk geteld object. Een bruikbaar voorbeeld is There is space on the shelf. — “Er is ruimte op de plank.” inside betekent hier “binnen” en bepaalt waar de ruimte zich bevindt. Het kan als bijwoord zelfstandig aan het einde van de vraag staan. Als plaatsaanduiding kan het ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld inside the box — “in de doos”. Samen vormt enough space de betekenis “voldoende ruimte”, en inside beperkt die ruimte tot de binnenkant. De volledige vraag Is there enough space inside? betekent daarom: “Is er binnen genoeg ruimte?” De vraag gaat over de aanwezigheid van voldoende binnenruimte; ze noemt geen exacte hoeveelheid of specifieke maat.

  6. Use the top shelf; there is room there.

    Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.

    Use
    gebruik
    top
    bovenste
    shelf
    plank
    there is
    er is
    room
    ruimte
    there
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Use betekent hier “gebruik” als opdracht. Het is de gebiedende wijs van use; het onderwerp you wordt in een Engelse opdracht meestal niet uitgesproken. Vergelijk: Use this key. = “Gebruik deze sleutel.” De vorm use kan buiten een opdracht ook de tegenwoordige tijd zijn, maar hier maakt de opdrachtfunctie de bedoeling duidelijk. top beschrijft hier shelf: het gaat om de plank die bovenaan of het hoogst gelegen is. Top staat vóór het zelfstandig naamwoord en vormt samen met shelf de woordgroep the top shelf. Het is hier niet de Nederlandse betekenis “bovenkant” als zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar contrast is the top shelf = “de bovenste plank” tegenover the bottom shelf = “de onderste plank”. shelf is een zelfstandig naamwoord voor een plank waarop je iets kunt zetten. Het meervoud is shelves, met een verandering in spelling en uitspraak: one shelf, two shelves. In deze zin staat het enkelvoud, omdat naar één bepaalde plank wordt verwezen; the maakt die plank bepaald. there is is de Engelse existentiële constructie om te zeggen dat iets aanwezig is of bestaat: there is + enkelvoudig zelfstandig naamwoord of een niet-telbare hoeveelheid. In there is room betekent het “er is ruimte”; there is hier niet de plaatsaanduiding “daar”, maar onderdeel van deze constructie. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord gebruik je doorgaans there are, bijvoorbeeld: There are two shelves. = “Er zijn twee planken.” room betekent hier “ruimte” als beschikbare plaats. Het is in deze betekenis meestal niet-telbaar: There is room for one box. = “Er is ruimte voor één doos.” Voor afzonderlijke kamers of plaatsen kan room wel als telbaar zelfstandig naamwoord voorkomen, bijvoorbeeld two rooms = “twee kamers”; dat is een andere betekenis dan in deze zin. there aan het einde verwijst hier naar de plaats die met de bovenste plank wordt geassocieerd: daar is ruimte. Het is dus een plaatsaanduiding en verschilt in functie van het eerste there in there is. Vergelijk: The box is there. = “De doos is daar.” Samen vormt de eerste helft de opdracht Use the top shelf: “Gebruik de bovenste plank.” Daarna geeft there is room there de reden of relevante informatie: op die plek is ruimte. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik de bovenste plank; daar is ruimte.” De puntkomma verbindt de opdracht met deze aanvullende mededeling.

  7. I will take my food out later.

    Ik haal mijn eten er later uit.

    I will
    ik zal
    take … out
    eruit halen
    my
    mijn
    food
    eten
    later
    later
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt hier een toekomstige handeling uit: de spreker zegt dat die handeling later zal plaatsvinden. will staat vóór de basisvorm van het werkwoord: I will take, niet bijvoorbeeld met een vervoegde vorm na will. In een gewoon voornemen kan ook I’m going to take ... worden gebruikt; will is hier de gekozen vorm. take ... out is een scheidbaar werkwoordelijk patroon met de betekenis ‘iets naar buiten of uit een bepaalde plaats halen’. De basisvorm is take; belangrijke vormen zijn take – took – taken. In deze zin staat out na het lijdend voorwerp my food, maar bij een voornaamwoord staat het gewoonlijk ertussen: take it out. Dat patroon betekent hier niet alleen ‘nemen’, maar specifiek ‘eruit halen’. my is een bezittelijke bepaler: het eten hoort bij de spreker of wordt door de spreker als diens eten aangeduid. Het verandert niet naar geslacht of meervoud van het bezeten zelfstandig naamwoord: my food, my books. Voor een andere bezitter gebruik je bijvoorbeeld your of their. food is een zelfstandig naamwoord voor eten als substantie of verzamelbegrip. In deze zin wordt het niet als een telbaar afzonderlijk stuk voedsel gepresenteerd. Voor afzonderlijke eenheden zijn bijvoorbeeld a meal (‘een maaltijd’) of an apple (‘een appel’) mogelijk; dat zijn andere zelfstandige naamwoorden. later is een bijwoord dat een later tijdstip aanduidt dan het huidige of eerder bedoelde moment. Een vergelijkbaar tijdswoord is soon (‘binnenkort’), maar dat zegt niet precies hetzelfde. Voor een specifieke later genoemde tijd kan bijvoorbeeld I will take my food out at six worden gebruikt: ‘Ik haal mijn eten er om zes uur uit.’ Samen vormen de delen: de spreker (I) kondigt met will de toekomstige handeling aan; take ... out geeft aan dat het eten uit zijn huidige plaats wordt gehaald; my food benoemt wat eruit wordt gehaald; en later plaatst de handeling op een later tijdstip. De volledige betekenis is daarom: ‘Ik haal mijn eten er later uit.’

  8. That keeps space open for other people.

    Zo blijft er ruimte vrij voor andere mensen.

    That
    zo; op die manier
    keeps
    houdt
    space
    ruimte
    open
    vrij; open
    other
    andere
    people
    mensen
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord dat als onderwerp verwijst naar de voorafgaande handeling of situatie. In deze context wordt het natuurlijk weergegeven als “zo” of “op die manier”; het is dus niet zelf een bijwoord. Voorbeeld: That helps a lot. — “Dat helpt veel.” keeps is de tegenwoordige tijd van keep in de derde persoon enkelvoud. De uitgang -s hoort bij that, niet bij space. In keep ... open betekent het werkwoord dat iets in een bepaalde toestand blijft of wordt gehouden. Voorbeeld: The window keeps the room cool. — “Het raam houdt de kamer koel.” space betekent hier fysieke of beschikbare ruimte. Het is in deze betekenis meestal een ontelbaar zelfstandig naamwoord: some space betekent “wat ruimte”, terwijl spaces afzonderlijke plaatsen of ruimten kan aanduiden. In deze zin is space het element dat open of vrij blijft. open is hier een bijvoeglijk naamwoord dat de toestand van space beschrijft. De combinatie keep + object + adjective geeft aan dat iemand of iets een zaak in die toestand houdt: Please keep the door open. — “Houd de deur open.” other betekent “andere” en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het nader bepaalt. In other people gaat het om mensen naast of buiten de al bedoelde groep; other zelf krijgt hier geen meervoudsuitgang. Een bruikbaar contrast is another person — “nog een andere persoon” — tegenover other people — “andere mensen”. people betekent “mensen” en is het meervoud van person; dit is een onregelmatig meervoud. Het zelfstandig naamwoord staat hier na other en duidt de personen aan voor wie de ruimte beschikbaar blijft. Voorbeeld: Many people need space. — “Veel mensen hebben ruimte nodig.” Samen vormt That keeps space open de structuur “Zo blijft ruimte vrij/open”: de eerder bedoelde handeling of situatie zorgt ervoor dat de ruimte beschikbaar blijft. for other people geeft aan voor wie die vrije ruimte bestemd is. De hele zin betekent daarom: “Zo blijft er ruimte vrij voor andere mensen.”

Grammatica

take + object + out

Take food out.

Teek foed aut.

Haal het eten eruit.

take ... out is een scheidbaar werkwoord: het object staat tussen take en out.

enough + noun

enough space

i-naf spees

genoeg ruimte

enough staat vóór een zelfstandig naamwoord: enough space betekent 'voldoende ruimte'.

Engels woordenschat

before voegwoord
bi-for voordat; voor
beside voorzetsel
bi-said naast
enough bepaler
i-naf genoeg
find werkwoord
faind vinden
food zelfstandig naamwoord
foed eten; voedsel
fridge zelfstandig naamwoord
fridzj koelkast
label zelfstandig naamwoord
lee-bul label; etiket

a label

put werkwoord
poet zetten; doen
shared bijvoeglijk naamwoord
sjerd gedeeld
space zelfstandig naamwoord
spees ruimte
use werkwoord
joez gebruiken
where bijwoord
wer waar

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik de gedeelde koelkast gebruiken?

Antwoord tonenCan I use the shared fridge?

Waar kan ik een label vinden?

Antwoord tonenWhere can I find a label?

Er zijn labels naast de koelkast.

Antwoord tonenThere are labels beside the fridge.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gedeeld

Antwoord tonenshared

eten; voedsel

Antwoord tonenfood

koelkast

Antwoord tonenfridge

waar

Antwoord tonenwhere