I'm
I'm betekent hier dat de spreker zichzelf voorstelt als nieuw in de gedeelde keuken: “I'm new to this shared kitchen”. De vorm is de korte vorm van “I am” en komt vaak voor in informele gesprekken, bijvoorbeeld in “I'm ready” (nieuw voorbeeld).
new
new betekent hier dat iemand nog geen ervaring heeft met deze gedeelde keuken. In het patroon “I'm new to ...” beschrijft het woord de nieuwe situatie van de spreker; je kunt dit gebruiken wanneer je ergens pas begint, bijvoorbeeld “I'm new to this job” (nieuw voorbeeld).
to
to verbindt “new” met datgene waarmee de spreker nog niet vertrouwd is in “new to this shared kitchen”. Hier betekent het niet “om te”, maar geeft het aan waarop de nieuwheid betrekking heeft; het patroon is “new to + plaats, activiteit of onderwerp”.
this
this wijst in “this shared kitchen” naar de specifieke gedeelde keuken waar de gesprekspartners zich bevinden. Het wordt gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord om iets dichtbij of in de huidige situatie aan te wijzen; bijvoorbeeld “this room” (nieuw voorbeeld).
shared
shared betekent hier dat de keuken door meerdere mensen wordt gebruikt. Het beschrijft “kitchen” in “this shared kitchen” en kan ook andere gezamenlijke voorzieningen beschrijven, bijvoorbeeld “a shared bathroom” (nieuw voorbeeld).
kitchen
kitchen betekent hier de ruimte waar wordt gekookt en waarin de besproken regels gelden. In “this shared kitchen” staat het na de beschrijving “shared”; je gebruikt het woord voor een keuken in een huis, gebouw of andere locatie.
What
What vraagt in “What should I know?” naar de informatie die de spreker nodig heeft. Het staat hier aan het begin van een vraag en wordt gebruikt om naar iets onbekends of niet nader bepaalds te vragen; bijvoorbeeld “What should I bring?” (nieuw voorbeeld).
should
should en “Should” geven in deze dialoog aan wat nodig of verstandig is: “What should I know?” en “Should I wipe the counter before I go?”. Het staat vóór de persoonsvorm, zoals in “should I know” en “Should I wipe”, en wordt gebruikt om advies of een passende handeling te vragen.
I
I verwijst in de dialoog naar de persoon die spreekt, bijvoorbeeld in “What should I know?” en “Should I wipe the counter before I go?”. Het staat als onderwerp vóór een werkwoord; bijvoorbeeld “I check the shelf” (nieuw voorbeeld).
know
know betekent hier informatie hebben over de regels van de gedeelde keuken. In “What should I know?” volgt het op “should”; je kunt het gebruiken voor informatie of regels die iemand moet kennen, bijvoorbeeld “I know the rules” (nieuw voorbeeld).
Keep
Keep betekent hier dat de spreker ervoor moet zorgen dat de aanrechten leeg en vrij blijven: “Keep the counters clear”. Als opdracht staat het aan het begin van de zin; het patroon is “Keep + voorwerp + beschrijving”, bijvoorbeeld “Keep the door closed” (nieuw voorbeeld).
the
the verwijst in “the counters” naar de specifieke aanrechten van deze keuken. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord wanneer duidelijk is over welke zaken het gaat; in deze zin gaat het om de aanrechten die de gebruikers kennen.
counters
counters betekent hier de aanrechten waarop in de keuken wordt gewerkt. De vorm komt voor in “Keep the counters clear”; je gebruikt het woord voor meerdere werkoppervlakken, bijvoorbeeld “the counters are clean” (nieuw voorbeeld).
clear
clear betekent hier leeg en vrij van spullen, zodat de aanrechten beschikbaar blijven. In “Keep the counters clear” beschrijft het de toestand waarin de counters moeten blijven; hetzelfde patroon kan nieuwe voorbeelden geven zoals “Keep the table clear” (nieuw voorbeeld).
and
and verbindt in “Keep the counters clear and clean up right after cooking” twee instructies. Het woord koppelt hier het vrijhouden van de aanrechten aan direct opruimen; je kunt het gebruiken om twee handelingen of eigenschappen samen te noemen.
clean up
clean up betekent hier de keuken opruimen en schoonmaken na het koken. In deze vaste uitdrukking verwijst clean naar schoonmaken en vormt up samen met clean het werkwoord clean up; het patroon is “clean up + plaats of spullen”, bijvoorbeeld “clean up the room” (nieuw voorbeeld).
right
right betekent hier meteen of direct in “right after cooking”. Het versterkt de tijdsaanduiding “after cooking” en maakt duidelijk dat het opruimen onmiddellijk daarna moet gebeuren; je kunt “right after + gebeurtenis” gebruiken voor een handeling die direct volgt.
after
after betekent hier na, in de tijdsaanduiding “after cooking”. Het verbindt het opruimen met het moment waarop het koken voorbij is; het patroon “after + activiteit” kan ook in een nieuwe zin worden gebruikt, bijvoorbeeld “after work” (nieuw voorbeeld).
cooking
cooking verwijst hier naar de activiteit van koken in “right after cooking”. Het benoemt de activiteit als moment waarnaar de tijdsaanduiding verwijst; je kunt het ook gebruiken in een patroon als “before cooking” (nieuw voorbeeld).
Where
Where vraagt in “Where should I put a pan after I wash it?” naar de plaats waar de pan moet komen. Het staat aan het begin van een vraag over een locatie; bijvoorbeeld “Where should I put this?” (nieuw voorbeeld).
put
put betekent hier neerzetten of plaatsen in “put a pan”. Het krijgt in deze zin een voorwerp en een plaats als aanvulling, zoals in “put the pan on the shelf”; het woord is bruikbaar wanneer je aangeeft waar iets moet komen.
a
a verwijst in “a pan” naar één pan zonder een specifieke pan eerder aan te wijzen. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “pan”; je gebruikt hetzelfde patroon bij een enkel, niet nader bepaald voorwerp, bijvoorbeeld “a plate” (nieuw voorbeeld).
pan
pan betekent hier het kookvoorwerp dat na het afwassen op de onderste plank moet worden gezet. In “a pan” is het de naam van het voorwerp; je kunt het combineren met handelingen zoals “wash a pan” (nieuw voorbeeld).
wash
wash betekent hier de pan met water schoonmaken in “after I wash it”. Het volgt op “I” en heeft “it” als voorwerp; je gebruikt het voor het schoonmaken van een voorwerp, bijvoorbeeld “wash the plate” (nieuw voorbeeld).
it
it verwijst in “after I wash it” terug naar de pan. Het voorkomt dat “the pan” opnieuw wordt herhaald en staat hier als voorwerp na “wash”; je kunt het gebruiken wanneer het bedoelde voorwerp al duidelijk is.
Use
Use betekent hier dat de spreker de onderste plank moet gebruiken om de pan op te bergen: “Use the lower shelf beside the sink”. Als opdracht staat het aan het begin van de zin; het patroon is “Use + voorwerp of plaats” wanneer je iemand naar een geschikte optie verwijst.
lower
lower betekent hier lager gelegen en onderscheidt de bedoelde plank van andere planken. In “the lower shelf” staat het vóór “shelf” om de positie te beschrijven; je kunt het gebruiken voor iets dat lager ligt dan een ander vergelijkbaar onderdeel.
shelf
shelf betekent hier een plank waarop de droge pan kan worden gezet. In “the lower shelf beside the sink” wordt de plank verder aangeduid met haar positie naast de gootsteen; het woord is bruikbaar voor opbergruimte in een kast of rek.
beside
beside betekent hier naast in “beside the sink”. Het geeft de plaats van de plank aan ten opzichte van de gootsteen; het patroon is “beside + zelfstandig naamwoord”, bijvoorbeeld “beside the door” (nieuw voorbeeld).
sink
sink betekent hier de gootsteen naast de onderste plank. In “beside the sink” is het de referentie voor de plaatsbepaling; je gebruikt het woord voor de bak waarin je afwast.
is
is verbindt in “the pan is dry” de pan met de toestand dry. Het geeft hier aan hoe de pan op dat moment is voordat hij wordt opgeborgen; hetzelfde patroon kan een toestand beschrijven, bijvoorbeeld “the plate is clean” (nieuw voorbeeld).
dry
dry betekent hier droog en beschrijft de toestand waarin de pan moet zijn. In “after the pan is dry” geeft het aan wanneer de pan op de plank kan; je kunt “is dry” gebruiken om te zeggen dat er geen vocht meer aanwezig is.
wipe
wipe betekent hier afnemen of schoonvegen, eerst in de vraag “Should I wipe the counter...” en daarna in de opdracht “Wipe it down”. Het wordt gebruikt voor een oppervlak of voorwerp dat je met een doek schoonmaakt; bijvoorbeeld “wipe the table” (nieuw voorbeeld).
counter
counter betekent hier het aanrecht dat vóór vertrek moet worden afgenomen: “wipe the counter”. In tegenstelling tot “counters” verwijst deze vorm hier naar één aanrecht; je gebruikt het voor een werkoppervlak in een keuken.
before
before betekent hier voordat in “before I go”. Het geeft aan dat het aanrecht afnemen moet gebeuren vóór het vertrek; het patroon is “before + onderwerp + werkwoord”, bijvoorbeeld “before I leave” (nieuw voorbeeld).
go
go betekent hier gaan of vertrekken in “before I go”. De vorm staat na “I” en verwijst naar het moment waarop de spreker de keuken verlaat; je kunt het gebruiken om vertrek of beweging aan te geven.
down
down vormt samen met wipe de uitdrukking “wipe it down”, die hier betekent dat je het oppervlak volledig afneemt. Het woord heeft in deze combinatie geen zelfstandige betekenis van bewegen naar beneden; het helpt de handeling van afnemen als vaste uitdrukking te vormen.
put away
put away betekent hier spullen terug op hun plaats zetten of opbergen in “put away anything you used”. Put verwijst naar plaatsen en away naar het wegzetten uit de werkruimte; het patroon is “put away + voorwerp”, bijvoorbeeld “put away the dishes” (nieuw voorbeeld).
anything
anything verwijst in “anything you used” naar alle spullen die de gebruiker heeft gebruikt, zonder specifieke voorwerpen op te noemen. Het past hier in de vraag “Anything else I should check?” om open naar iets te vragen; bijvoorbeeld “Did you find anything?” (nieuw voorbeeld).
you
you verwijst naar de aangesproken persoon in “anything you used”. Het is degene die de spullen heeft gebruikt en ze moet opruimen; je gebruikt het voor de persoon of personen tot wie je spreekt.
used
used betekent hier gebruikt in “anything you used”: de spullen die eerder door de aangesproken persoon zijn gebruikt. Het beschrijft welke voorwerpen moeten worden opgeborgen; het patroon “anything you used” kan direct verwijzen naar spullen na een activiteit.
else
else betekent hier nog meer of daarnaast in “Anything else I should check?”. Het voegt de betekenis toe dat de spreker vraagt naar andere controlepunten naast wat al is genoemd; het patroon “anything else” wordt gebruikt wanneer je wilt weten of er nog iets bijkomt.
check
check betekent hier controleren in “Anything else I should check?”. De spreker vraagt of er nog iets nagekeken moet worden voordat die weggaat; je kunt “check + voorwerp” gebruiken, bijvoorbeeld “check the door” (nieuw voorbeeld).
Leave
Leave betekent hier achterlaten in “Leave the space ready for the next person”. Als opdracht vraagt het dat de ruimte in een bepaalde toestand wordt achtergelaten; het patroon is “leave + voorwerp + beschrijving”, bijvoorbeeld “leave the room clean” (nieuw voorbeeld).
space
space betekent hier de gedeelde ruimte van de keuken in “Leave the space ready”. Het is datgene wat voor de volgende persoon gereed moet worden achtergelaten; je kunt het gebruiken voor een beschikbare of gebruikte ruimte.
ready
ready betekent hier klaar voor gebruik in “Leave the space ready for the next person”. Het beschrijft de toestand waarin de ruimte moet zijn na het opruimen; het patroon “ready for + persoon of activiteit” geeft aan waarvoor iets klaar is.
for
for verbindt “ready” met degene voor wie de ruimte klaar moet zijn in “ready for the next person”. Hier geeft het de bestemde gebruiker aan; het patroon “ready for + persoon” kan bijvoorbeeld “ready for the guests” zijn (nieuw voorbeeld).
next
next betekent hier volgende in “the next person”. Het wijst op de persoon die na de huidige gebruiker de keuken zal gebruiken; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord voor wat daarna komt, bijvoorbeeld “the next lesson” (nieuw voorbeeld).
person
person betekent hier een individuele gebruiker die na de spreker de ruimte gebruikt. In “the next person” verwijst het naar die volgende gebruiker; het woord wordt gebruikt om naar één mens te verwijzen.