The
‘The’ verwijst hier naar een specifieke gedeelde wasruimte. Het staat voor ‘shared laundry room’ en maakt duidelijk over welke ruimte het gaat. Gebruik ‘the’ voor iets specifieks dat in de situatie herkenbaar is.
shared
‘Shared’ betekent hier dat meerdere mensen dezelfde wasruimte gebruiken. Het beschrijft ‘laundry room’ in ‘The shared laundry room’. Gebruik ‘shared’ vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat door meerdere mensen wordt gebruikt.
laundry
‘Laundry’ verwijst hier naar wassen en wasgoed en maakt samen met ‘room’ de uitdrukking ‘laundry room’. In ‘The shared laundry room’ gaat het om de ruimte waar mensen hun was doen. Je gebruikt ‘laundry’ in gesprekken over wassen en kleding.
room
‘Room’ betekent hier ‘ruimte’ en verwijst samen met ‘laundry’ naar de wasruimte. In ‘The shared laundry room’ benoemt het woord de plaats. Gebruik ‘room’ om een ruimte of kamer aan te duiden.
is
‘Is’ verbindt hier ‘The shared laundry room’ met de toestand ‘busy’. Het zegt dat de wasruimte vandaag druk is. Gebruik ‘is’ om een toestand of eigenschap van één persoon, plaats of zaak te beschrijven.
busy
‘Busy’ betekent hier dat er veel activiteit of gebruik is in de wasruimte. In ‘The shared laundry room is busy today’ beschrijft het de toestand van de ruimte. Je gebruikt ‘busy’ bijvoorbeeld om een gedeelde plaats met veel activiteit te beschrijven.
today
‘Today’ betekent ‘vandaag’ en geeft aan op welke dag de wasruimte druk is. Het staat aan het einde van ‘The shared laundry room is busy today’. Gebruik ‘today’ om iets over de huidige dag te zeggen.
Put
‘Put’ betekent hier dat je je naam ergens moet plaatsen of schrijven. In ‘Put your name on the schedule’ geeft het woord een instructie. Gebruik ‘Put’ aan het begin van een opdracht wanneer je iemand vraagt iets ergens te zetten.
your
‘Your’ betekent hier ‘jouw’ of ‘je’ en verwijst naar de persoon tegen wie wordt gesproken. Het hoort bij ‘name’ in ‘Put your name on the schedule’. Gebruik ‘your’ vóór iets dat van de aangesproken persoon is.
name
‘Name’ betekent hier de naam die iemand op het rooster moet zetten. In ‘Put your name on the schedule’ dient de naam om de gebruiker of beurt te identificeren. Gebruik ‘name’ bijvoorbeeld bij een rooster of lijst waarop mensen zich inschrijven.
on
‘On’ betekent hier ‘op’ en geeft aan waar de naam moet komen. In ‘Put your name on the schedule’ staat de naam op het rooster. Gebruik ‘put ... on ...’ wanneer je iets op een oppervlak, lijst of document plaatst.
schedule
‘Schedule’ betekent hier een rooster waarop de gebruiksmomenten van de wasruimte worden gepland. In ‘on the schedule’ verwijst het naar het gedeelde rooster. Gebruik ‘schedule’ wanneer activiteiten of tijden vooraf worden vastgelegd.
before
‘Before’ betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat iets eerder moet gebeuren dan het starten van een was. In ‘before starting a load’ verbindt het woord de twee tijdsmomenten. Gebruik ‘before’ om een eerdere handeling of tijd aan te geven.
starting
‘Starting’ betekent hier ‘beginnen met’ een wasbeurt. Het staat in de tijdsaanduiding ‘before starting a load’. Gebruik ‘starting’ met een object wanneer je zegt waarmee iemand begint.
a
‘A’ betekent hier ‘een’ en introduceert één wasbeurt in ‘a load’. Het gaat niet om een al eerder genoemde specifieke wasbeurt. Gebruik ‘a’ vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets voor het eerst of niet-specifiek noemt.
load
‘Load’ betekent hier een wasbeurt of de hoeveelheid kleding die samen wordt gewassen. In ‘starting a load’ gaat het om het starten van één wasbeurt. Gebruik ‘load’ in de wascontext voor een hoeveelheid was die in één keer wordt gedaan.
There's
‘There's’ betekent hier ‘er is’ en introduceert een beschikbare wasmachine. In ‘There's a washer open later this afternoon’ geeft het aan dat er op een later moment een mogelijkheid is. Gebruik ‘There's’ om het bestaan of de beschikbaarheid van iets te melden.
washer
‘Washer’ betekent hier ‘wasmachine’. In ‘There's a washer open later this afternoon’ gaat het om een machine die later beschikbaar is. Gebruik ‘washer’ wanneer je in de wasruimte naar dit apparaat verwijst.
open
‘Open’ betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’, niet dat de deur openstaat. In ‘a washer open later this afternoon’ beschrijft het woord dat de machine later gebruikt kan worden. Gebruik ‘open’ in deze betekenis om beschikbaarheid aan te geven.
later
‘Later’ betekent hier ‘later’ en verwijst naar een moment na nu. Het hoort bij ‘this afternoon’ in ‘later this afternoon’. Gebruik ‘later’ om een tijdstip na het huidige moment aan te geven.
this
‘This’ betekent hier ‘deze’ en wijst naar de middag van de huidige dag. In ‘this afternoon’ maakt het de bedoelde middag specifiek. Gebruik ‘this’ vóór een tijdsaanduiding om naar de relevante periode te verwijzen.
afternoon
‘Afternoon’ betekent ‘middag’ en benoemt het deel van de dag waarin de wasmachine beschikbaar is. In ‘later this afternoon’ gaat het om een later moment op dezelfde middag. Gebruik ‘afternoon’ om een tijd in de middag aan te duiden.
Set
‘Set’ betekent hier ‘instellen’ en verwijst naar het instellen van een timer. In ‘Set a timer’ is het een directe instructie. Gebruik ‘Set’ met een voorwerp wanneer je iemand vraagt het in te stellen.
timer
‘Timer’ betekent hier een timer die eraan herinnert dat de was klaar is. In ‘Set a timer’ is het het voorwerp dat moet worden ingesteld. Gebruik ‘timer’ bij een herinnering aan een bepaald tijdstip of moment.
So
‘So’ betekent hier ‘zodat’ en introduceert het doel van het instellen van een timer. In ‘So the next person is not stuck waiting’ legt het uit welk gevolg men wil voorkomen. Gebruik ‘so’ vóór een bijzin die doel of gevolg beschrijft.
next
‘Next’ betekent hier ‘volgende’ en verwijst naar de persoon die na de huidige gebruiker aan de beurt is. In ‘the next person’ staat het vóór ‘person’. Gebruik ‘next’ om de daaropvolgende persoon, beurt of gebeurtenis aan te duiden.
person
‘Person’ betekent hier de gebruiker die na de huidige gebruiker de wasmachine nodig heeft. In ‘the next person’ gaat het om één specifieke volgende gebruiker. Gebruik ‘person’ om naar een individuele deelnemer of gebruiker te verwijzen.
not
‘Not’ maakt hier de toestand ‘stuck waiting’ negatief. In ‘is not stuck waiting’ zegt het dat de volgende persoon niet gedwongen wordt te blijven wachten. Gebruik ‘not’ om een ontkenning te vormen.
stuck
‘Stuck’ betekent hier dat iemand niet verder kan en moet blijven wachten op de wasmachine. In ‘stuck waiting’ beschrijft het de opgehouden toestand van de volgende persoon. Gebruik ‘be stuck waiting’ voor een situatie waarin iemand niet verder kan omdat hij moet wachten.
waiting
‘Waiting’ betekent hier ‘wachten’ op het beschikbaar komen van de wasmachine. In ‘stuck waiting’ beschrijft het de activiteit die blijft voortduren. Je gebruikt ‘waiting’ wanneer iemand op een persoon, plaats, voorwerp of moment wacht.
Should
‘Should’ betekent hier ‘zou moeten’ en wordt gebruikt om advies of de juiste handelwijze te vragen. In ‘Should I move my clothes’ vraagt de spreker wat hij of zij moet doen. Gebruik ‘Should I’ om te vragen of een handeling verstandig of gewenst is.
I
‘I’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die de vraag stelt. In ‘Should I move my clothes’ staat het als de persoon die de handeling uitvoert. Gebruik ‘I’ wanneer je over jezelf spreekt.
move
‘Move’ betekent hier de kleren weghalen of verplaatsen zodra het programma klaar is. In ‘move my clothes’ is ‘my clothes’ het voorwerp dat wordt verplaatst. Gebruik ‘move’ met een voorwerp wanneer je zegt dat je het naar een andere plaats brengt.
my
‘My’ betekent ‘mijn’ en geeft aan dat de kleren van de spreker zijn. In ‘my clothes’ staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik ‘my’ om bezit of betrokkenheid van jezelf aan te geven.
clothes
‘Clothes’ betekent hier de kleding die in de wasmachine zit. In ‘move my clothes’ verwijst het naar de was van de spreker. Gebruik ‘clothes’ wanneer je over kledingstukken als geheel spreekt.
as
‘As’ is hier onderdeel van de tijdsuitdrukking ‘as soon as’. Samen geeft die uitdrukking aan dat de handeling direct plaatsvindt wanneer het programma eindigt. Gebruik ‘as soon as’ vóór een gebeurtenis die het moment van een andere handeling bepaalt.
soon
‘Soon’ is hier onderdeel van ‘as soon as’ en draagt bij aan de betekenis ‘zodra’ of onmiddellijk daarna. In ‘as soon as the cycle ends’ gaat het om het eerste moment na het einde van het programma. Gebruik ‘as soon as’ om een snelle opeenvolging van twee gebeurtenissen aan te geven.
cycle
‘Cycle’ betekent hier het wasprogramma van de machine. In ‘the cycle ends’ verwijst het naar het programma waarvan het einde wordt afgewacht. Gebruik ‘cycle’ in de wascontext voor één volledig programma van de machine.
ends
‘Ends’ betekent hier dat de wascyclus afgelopen is. In ‘the cycle ends’ beschrijft het woord het moment waarop het programma tot een einde komt. Gebruik ‘ends’ om aan te geven dat een activiteit of periode ophoudt.
Please
‘Please’ maakt de reactie beleefd. In ‘Please do’ wordt de ander vriendelijk gevraagd de eerder genoemde handeling uit te voeren. Gebruik ‘Please’ bij een beleefde vraag of opdracht.
do
‘Do’ verwijst hier terug naar het verplaatsen van de kleren en voorkomt dat die handeling opnieuw wordt herhaald. In ‘Please do’ betekent het dus dat de spreker instemt met de voorgestelde actie. Gebruik ‘Please do’ om beleefd te bevestigen dat je iets zult doen.
wet
‘Wet’ betekent hier ‘nat’ en beschrijft de kleren na het wassen. In ‘wet clothes left in a machine’ staat het vóór ‘clothes’. Gebruik ‘wet’ om kleding of andere dingen met water erop te beschrijven.
left
‘Left’ beschrijft hier natte kleren die in de machine blijven liggen. In ‘wet clothes left in a machine’ geeft het aan waar de kleren achterblijven. Gebruik ‘left in’ om te beschrijven dat iets ergens is achtergelaten of blijft liggen.
in
‘In’ betekent hier ‘in’ en geeft de plaats van de kleren aan. In ‘left in a machine’ zitten de kleren binnen in een machine. Gebruik ‘in’ om aan te geven dat iets zich binnen een ruimte of voorwerp bevindt.
machine
‘Machine’ betekent hier de wasmachine waarin de natte kleren blijven liggen. In ‘in a machine’ benoemt het woord de plaats waar de kleren zich bevinden. Gebruik ‘machine’ voor een apparaat dat een handeling uitvoert.
hold
‘Hold’ betekent hier, samen met ‘up’, dat iets mensen ophoudt of vertraagt. In ‘hold everyone up’ veroorzaken de achtergebleven kleren vertraging voor alle andere gebruikers. Gebruik ‘hold ... up’ wanneer iets iemand niet verder laat gaan.
everyone
‘Everyone’ betekent ‘iedereen’ en verwijst hier naar alle andere mensen die de wasruimte gebruiken. In ‘hold everyone up’ is het de groep die door de situatie wordt opgehouden. Gebruik ‘everyone’ wanneer je naar alle mensen in een situatie verwijst.
up
‘Up’ is hier een onderdeel van ‘hold everyone up’. Samen betekent die uitdrukking dat alle anderen worden opgehouden; ‘up’ heeft hier dus geen zelfstandige betekenis van ‘omhoog’. Gebruik de combinatie ‘hold ... up’ voor vertraging van iemand.
I'll
‘I’ll’ betekent hier ‘ik zal’ en kondigt een plan of belofte van de spreker aan. In ‘I’ll bring my basket down’ zegt de spreker wat hij of zij zal doen. Gebruik ‘I’ll’ vóór een werkwoord om een toekomstige handeling of toezegging aan te kondigen.
bring
‘Bring’ betekent hier ‘brengen’ en verwijst naar het meenemen van de mand naar de wasruimte. In ‘bring my basket down’ is ‘my basket’ het voorwerp dat wordt meegenomen. Gebruik ‘bring’ met een voorwerp wanneer je zegt dat je het naar een bepaalde plaats brengt.
basket
‘Basket’ betekent hier ‘mand’ voor het meenemen van de kleren. In ‘my basket’ verwijst het naar de mand van de spreker. Gebruik ‘basket’ in deze situatie voor een voorwerp waarin je wasgoed draagt.
down
‘Down’ betekent hier ‘naar beneden’ en geeft de richting aan waarin de mand wordt gebracht. In ‘bring my basket down’ gaat de spreker met de mand naar een lager gelegen plaats. Gebruik ‘bring ... down’ wanneer je iets naar beneden brengt.
it
‘It’ verwijst hier naar het wasprogramma of de cyclus die eerder is genoemd. In ‘before it finishes’ is dat programma het onderwerp dat klaar zal zijn. Gebruik ‘it’ om naar een eerder genoemd ding, proces of onderwerp terug te verwijzen.
finishes
‘Finishes’ betekent hier dat het wasprogramma klaar is of eindigt. In ‘before it finishes’ geeft het woord het moment aan vóór het einde van het programma. Gebruik ‘finishes’ om aan te geven dat een activiteit of proces afgelopen is.
That
‘That’ verwijst hier naar het plan om de mand op tijd naar beneden te brengen. In ‘That should keep things running smoothly’ beoordeelt de spreker het verwachte gevolg van dat plan. Gebruik ‘That’ om terug te verwijzen naar een eerder genoemde handeling of situatie.
keep
‘Keep’ betekent hier ervoor zorgen dat iets in een bepaalde toestand blijft. In ‘keep things running smoothly’ gaat het erom dat de zaken zonder problemen blijven verlopen. Gebruik ‘keep’ met een voorwerp en een beschrijving van de toestand waarin het blijft.
things
‘Things’ betekent hier ‘alles’ of ‘de gang van zaken’ in de wasruimte. In ‘keep things running smoothly’ verwijst het niet naar één concreet voorwerp, maar naar de gezamenlijke situatie. Gebruik ‘keep things running smoothly’ om te zeggen dat een proces goed blijft verlopen.
running
‘Running’ betekent hier dat de gang van zaken functioneert of verloopt, niet dat iemand fysiek rent. In ‘things running smoothly’ beschrijft het hoe alles verdergaat. Gebruik ‘running’ bij een proces, systeem of activiteit die in werking is.
smoothly
‘Smoothly’ betekent hier ‘soepel’ of ‘vlot’, zonder vertraging of problemen. In ‘running smoothly’ beschrijft het hoe de gang van zaken verloopt. Gebruik ‘smoothly’ om een proces of samenwerking te beschrijven die goed en zonder problemen verloopt.