Hoffelijk gedeelde fitnessapparatuur gebruiken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shared gym, two adults discuss using a treadmill briefly when others may be waiting and cleaning it afterward..

NL → EN / Niveau: A2

Over deze les

Met Hoffelijk gedeelde fitnessapparatuur gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is anyone using this treadmill now?

iz enie-wun joe-zing dhis tred-mil nau? Gebruikt iemand deze loopband nu?
B

It looks free, but keep an eye on the time.

it loeks fri, bat kiep en ai on dhe taim. Hij lijkt vrij te zijn, maar houd de tijd in de gaten.
A

How long should I use it if others are waiting?

hau long sjoed ai joez it if uh-dhers er weiting? Hoe lang moet ik hem gebruiken als anderen wachten?
B

Limit your time to around ten minutes when the gym is busy.

limmit jer taim te uh-raund ten minits wen dhe djim iz bizi. Beperk je tijd tot ongeveer tien minuten als de sportschool druk is.
A

Should I wipe it down after I finish?

sjoed ai waip it daun after ai finisj? Moet ik hem schoonvegen nadat ik klaar ben?
B

Use the spray and a paper towel from the rack.

joez dhe sprei en uh pee-per tau-əl from dhe rek. Gebruik de spray en een papieren handdoek van het rek.
A

I'll clean it before I leave.

ail klien it bifoor ai liev. Ik maak hem schoon voordat ik wegga.
B

That keeps the equipment ready for the next person.

dhet kieps dhi ie-kwip-ment redi fer dhe nekst pursun. Zo blijft het apparaat klaar voor de volgende persoon.

Woord voor woord

Is In "Is anyone using this treadmill now?" vormt "Is" het begin van een vraag over wat er nu gebeurt. Het staat hier vóór het onderwerp "anyone". Nieuw voorbeeld: "Is the room free?" is een vraag of de kamer beschikbaar is.
anyone "Anyone" betekent hier "iemand" in een vraag: de spreker vraagt of er op dit moment iemand de loopband gebruikt. Het verwijst niet naar een specifieke persoon. Je gebruikt "anyone" vaak in vragen met "Is anyone ...?".
using "Using" betekent hier dat iemand de loopband aan het gebruiken is. De vorm staat in "Is anyone using this treadmill now?" na "Is". Nieuw voorbeeld: "Is anyone using this machine?" vraagt of iemand dit apparaat gebruikt.
this "This" wijst hier naar de loopband die dichtbij de spreker staat of duidelijk is aangewezen. In "this treadmill" betekent het "deze". Je kunt "this" vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord gebruiken om iets specifieks aan te wijzen.
treadmill "Treadmill" betekent hier "loopband", het fitnessapparaat waarover de gesprekspartners praten. Het woord staat in "this treadmill". Nieuw voorbeeld: "The treadmill is free" betekent dat de loopband beschikbaar is.
now "Now" betekent hier "nu" en maakt duidelijk dat de vraag over het huidige moment gaat. Het staat aan het einde van "Is anyone using this treadmill now?". Je gebruikt "now" om naar de huidige tijd te verwijzen.
It In "It looks free" verwijst "It" naar de loopband. Het vervangt het eerder genoemde apparaat, zodat "treadmill" niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Je gebruikt "it" vaak om naar een al genoemd ding te verwijzen.
looks "Looks" betekent hier "lijkt" of "ziet eruit als" in "It looks free". De spreker geeft daarmee een indruk, geen volledige zekerheid. Een bruikbaar patroon is "It looks + beschrijving", zoals in "It looks clean".
free "Free" betekent hier "vrij" of "beschikbaar voor gebruik", niet "gratis". In "It looks free" gaat het om de loopband die niet bezet lijkt. Nieuw voorbeeld: "Is this seat free?" vraagt of deze stoel beschikbaar is.
but "But" betekent hier "maar" en verbindt de indruk dat de loopband vrij is met de waarschuwing om de tijd in de gaten te houden. Het introduceert dus een beperking of tegenstelling. Je gebruikt "but" om twee delen met verschillende nadruk te verbinden.
keep an eye on "Keep an eye on" betekent als geheel "iets in de gaten houden" of erop letten. In "keep an eye on the time" betekent "keep" dat je de aandacht erop gericht houdt, "an eye" beeldt die aandacht uit en "on" geeft aan waarop je let. Een bruikbaar patroon is "keep an eye on + zelfstandig naamwoord", bijvoorbeeld "keep an eye on the door" als nieuw voorbeeld.
the "The" is hier het bepaalde lidwoord vóór "time": het gaat om de tijd die tijdens het gebruik verstrijkt. Het staat in de vaste combinatie "the time". Je gebruikt "the" wanneer de gesprekspartners weten over welke tijd of welk ding het gaat.
time "Time" betekent hier de tijdsduur van het gebruik van de loopband. In "keep an eye on the time" let je erop hoeveel tijd er voorbijgaat. Een bruikbaar patroon is "limit your time to + tijdsduur".
How "How" betekent hier "hoe" en begint samen met "long" de vraag naar een duur. In "How long should I use it" vraagt de spreker hoelang het gebruik mag duren. Het patroon "How long ...?" gebruik je om naar een tijdsduur te vragen.
long "Long" betekent hier niet alleen "lang", maar vormt met "How" de vraag "hoelang". "How long" vraagt naar de duur van het gebruik. Nieuw voorbeeld: "How long is the class?" vraagt hoe lang de les duurt.
should "Should" geeft hier aan wat volgens een regel of redelijk advies passend is: de spreker vraagt hoelang die de loopband zou moeten gebruiken. In "How long should I use it" staat "should" vóór "I" en het werkwoord "use". Je gebruikt "should" vaak om advies of een verwachting te vragen.
I "I" verwijst hier naar de spreker zelf: die vraagt naar de juiste gebruiksduur. In "should I use it" is "I" degene die de loopband gebruikt. "I" staat in het Engels als onderwerp vóór het werkwoord.
use "Use" betekent hier "gebruiken" in "should I use it". Na "should" blijft het werkwoord in deze vorm staan. In de opdracht "Use the spray" betekent dezelfde vorm dat iemand de spray moet gebruiken.
if "If" betekent hier "als" en introduceert de voorwaarde "others are waiting". De vraag geldt dus voor de situatie waarin andere mensen op hun beurt wachten. Een bruikbaar patroon is "if + situatie", gevolgd door wat je in die situatie doet.
others "Others" betekent hier "anderen": andere mensen in de sportschool die de loopband misschien willen gebruiken. Het woord staat in "if others are waiting" en verwijst naar mensen naast de spreker. Je gebruikt "others" wanneer de bedoelde personen al uit de situatie duidelijk zijn.
are "Are" betekent hier "zijn" in "others are waiting". Samen met "waiting" beschrijft het wat de andere mensen op dat moment aan het doen zijn. De vorm staat hier na het onderwerp "others".
waiting "Waiting" betekent hier "wachten", namelijk wachten tot de loopband beschikbaar is. In "others are waiting" beschrijft het een activiteit die op dat moment bezig is. Je gebruikt "waiting" bijvoorbeeld in een context waarin iemand op een beurt, plaats of antwoord wacht.
Limit "Limit" betekent hier "beperk" en is een directe instructie om de gebruiksduur kort te houden. In "Limit your time to around ten minutes" hoort het object "your time" bij deze instructie. Een bruikbaar patroon is "Limit + tijd of hoeveelheid + to + grens".
your "Your" betekent hier "jouw" of "je" en verwijst naar de tijd van de persoon die wordt aangesproken. In "your time" bepaalt het wie de tijd gebruikt. Je gebruikt "your" vóór een zelfstandig naamwoord om de aangesprokene als bezitter aan te geven.
to "To" betekent hier "tot" in "Limit your time to around ten minutes". Het geeft de grens aan waartoe de tijd wordt beperkt. Een bruikbaar patroon is "limit something to + hoeveelheid of duur".
around "Around" betekent hier "ongeveer" en maakt de tijdsduur minder exact. "Around ten minutes" betekent ongeveer tien minuten. Je kunt "around" vóór een getal of tijdsduur gebruiken wanneer een benadering volstaat.
minutes "Minutes" betekent hier "minuten" en geeft de voorgestelde gebruiksduur aan. In "around ten minutes" gaat het om ongeveer tien eenheden van tijd. Je gebruikt "minutes" na een getal om een duur uit te drukken.
when "When" betekent hier "als" of "wanneer" in "when the gym is busy". Het verwijst naar de situatie waarin de sportschool druk is en de beperking geldt. Je gebruikt "when" om aan te geven bij welke situatie of welk moment een handeling van toepassing is.
gym "Gym" betekent hier "sportschool", de plaats waar de loopband staat. In "the gym is busy" beschrijft het woord de omgeving waarin de regel geldt. Nieuw voorbeeld: "I go to the gym after work" betekent dat iemand na het werk naar de sportschool gaat.
busy "Busy" betekent hier "druk": er zijn veel mensen in de sportschool en mogelijk wachten anderen op apparatuur. In "when the gym is busy" beschrijft het de toestand van de sportschool. Je kunt "busy" gebruiken voor een plaats waar veel activiteit of veel mensen zijn.
wipe "Wipe" betekent hier "schoonvegen" in de vraag "Should I wipe it down after I finish?". Samen met "down" beschrijft "wipe it down" het schoonmaken van de loopband met een doek of handdoek. Nieuw voorbeeld: "Wipe the table" is een opdracht om de tafel schoon te vegen.
down In "wipe it down" maakt "down" deel uit van de uitdrukking voor iets grondig schoonvegen. Het betekent hier niet zelfstandig dat iets naar beneden gaat. De volledige combinatie "wipe it down" gebruik je wanneer je een oppervlak schoonmaakt.
after "After" betekent hier "nadat" en leidt de situatie "I finish" in: het schoonvegen gebeurt na het afronden van het gebruik. In "after I finish" staat er een volledige bijzin achter. Je gebruikt "after" om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
finish "Finish" betekent hier "klaar zijn" of "afronden" in "after I finish". De spreker bedoelt dat die klaar is met het gebruiken van de loopband. Een bruikbaar patroon is "after I finish + activiteit" wanneer je zegt wat er na het afronden gebeurt.
spray "Spray" betekent hier de schoonmaakspray die voor de apparatuur wordt gebruikt. In "Use the spray" verwijst "the" naar de specifieke spray in de sportschool. Nieuw voorbeeld: "Use the spray on the handle" geeft aan waar je de spray gebruikt.
and "And" betekent hier "en" en verbindt de twee dingen die moeten worden gebruikt: de spray en een papieren handdoek. In "the spray and a paper towel" voegt het een tweede element toe. Je gebruikt "and" om woorden of woordgroepen samen te verbinden.
a "A" betekent hier "een" in "a paper towel". Het introduceert één niet nader bepaalde papieren handdoek. Je gebruikt "a" vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer het nog niet als specifiek bekend wordt behandeld.
paper "Paper" betekent hier "papieren" en beschrijft het soort handdoek in "a paper towel". Het staat vóór "towel" en vormt daarmee één woordgroep. Je kunt in het Engels een materiaal of soort vóór een zelfstandig naamwoord zetten om het te beschrijven.
towel "Towel" betekent hier "handdoek", meer bepaald de papieren handdoek waarmee de loopband wordt schoongemaakt. In "a paper towel" wordt het type handdoek aangegeven door "paper". Nieuw voorbeeld: "Take a towel" betekent dat je een handdoek moet pakken.
from "From" betekent hier "van" en geeft aan waar de papieren handdoek vandaan komt: "from the rack". Het verbindt de handdoek met zijn plaats van herkomst. Een bruikbaar patroon is "take or use something from + plaats".
rack "Rack" betekent hier "rek", de plaats waar de papieren handdoeken liggen. In "from the rack" geeft het aan waar je de handdoek vandaan haalt. Nieuw voorbeeld: "The towels are on the rack" zegt waar de handdoeken liggen.
I'll "I'll" betekent hier "ik zal" of "ik ga" en drukt het voornemen van de spreker uit om de loopband schoon te maken. Het is de verkorte vorm van "I will" en staat vóór "clean". Je gebruikt "I'll" vaak om in het gesprek een directe toezegging of beslissing te doen.
clean "Clean" betekent hier "schoonmaken" in "I'll clean it before I leave". Het verwijst naar het schoonmaken van de loopband vóór vertrek. Na "I'll" staat het werkwoord in deze vorm.
before "Before" betekent hier "voordat" en geeft aan dat het schoonmaken plaatsvindt vóór het vertrek. In "before I leave" volgt een volledige bijzin. Je gebruikt "before" om te zeggen dat één handeling eerder gebeurt dan een andere.
leave "Leave" betekent hier "weggaan" of "vertrekken" uit de sportschool. In "before I leave" noemt de spreker het vertrek als moment waarop de schoonmaak al gedaan moet zijn. Nieuw voorbeeld: "I have to leave now" betekent dat iemand nu moet vertrekken.
That In "That keeps the equipment ready" verwijst "That" naar de zojuist genoemde schoonmaakactie. Het betekent hier "dat" en maakt van die actie het onderwerp van de volgende opmerking. Je gebruikt "That" zo om naar een eerder genoemde handeling of situatie te verwijzen.
keeps "Keeps" betekent hier "houdt" of "zorgt dat iets blijft" in "That keeps the equipment ready". De schoonmaakactie zorgt ervoor dat de apparatuur klaar blijft voor de volgende gebruiker. Een bruikbaar patroon is "something keeps something + beschrijving", zoals "This keeps the room clean" als nieuw voorbeeld.
equipment "Equipment" betekent hier "apparatuur" en verwijst naar de loopband als onderdeel van de fitnessapparatuur. In "the equipment" gaat het om de apparatuur die in deze situatie wordt gedeeld. Je gebruikt "equipment" voor hulpmiddelen of apparaten die voor een activiteit worden gebruikt.
ready "Ready" betekent hier "klaar" of "gereed voor gebruik". In "keeps the equipment ready" betekent het dat de volgende persoon het apparaat direct kan gebruiken. Een bruikbaar patroon is "be ready for + persoon of activiteit".
for "For" betekent hier "voor" en geeft aan voor wie de apparatuur klaar is. In "ready for the next person" koppelt het "ready" aan de volgende gebruiker. Je gebruikt "for" vaak om de bedoelde persoon of het doel aan te geven.
next "Next" betekent hier "volgende" en beschrijft de persoon die na de huidige gebruiker aan de beurt komt. In "the next person" gaat het om de eerstvolgende gebruiker. Je gebruikt "next" vóór een zelfstandig naamwoord om de volgorde aan te geven.
person "Person" betekent hier "persoon" en verwijst naar degene die de loopband na de huidige gebruiker zal gebruiken. In "the next person" wordt die persoon als de volgende in de volgorde aangeduid. Nieuw voorbeeld: "The next person can use it" betekent dat de volgende persoon het kan gebruiken.

Grammatica

looks + adjective

The next person looks busy.

dhe nekst pursun loeks bizi.

De volgende persoon lijkt druk.

Bij he, she en it krijgt look in de tegenwoordige tijd de uitgang -s: looks.

ready to + werkwoord

The equipment is ready to use.

dhi ie-kwip-ment iz redi te joez.

De apparatuur is klaar om te gebruiken.

Na ready gebruik je to + de infinitief om te zeggen wat klaar is om te gebeuren of gebruikt te worden.

Engels woordenschat

anyone voornaamwoord
enie-wun iemand
around voorzetsel
uh-raund ongeveer
free bijvoeglijk naamwoord
frie vrij
keep an eye on uitdrukking
kiep en ai on in de gaten houden
limit werkwoord
limmit beperken
look werkwoord
loeks lijken looks
now bijwoord
nau nu
others voornaamwoord
uh-dhers anderen
time zelfstandig naamwoord
taim tijd
treadmill zelfstandig naamwoord
tred-mil loopband
use werkwoord
joez gebruiken
wait werkwoord
weit wachten waiting

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Gebruikt iemand deze loopband nu?

Antwoord tonenIs anyone using this treadmill now?

Ik maak hem schoon voordat ik wegga.

Antwoord tonenI'll clean it before I leave.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrij

Antwoord tonenfree

lijken

Antwoord tonenlooks

iemand

Antwoord tonenanyone

tijd

Antwoord tonentime