The
“The” verwijst hier naar specifieke gasten en een specifiek gerecht die al in de situatie bekend zijn. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “The guests” en “the main course”. Je gebruikt deze vorm wanneer de luisteraar weet over welke personen of zaken je praat.
guests
“guests” betekent hier de mensen die voor het etentje zijn uitgenodigd. De vorm staat in “The guests” en verwijst naar meerdere personen. Je gebruikt “guests” bijvoorbeeld voor mensen die bij iemand thuis of in een hotel ontvangen worden.
may
“may” geeft in “may arrive” aan dat de aankomst mogelijk is, maar niet zeker. Het staat vóór de basisvorm “arrive”. Je gebruikt deze vorm wanneer je een mogelijkheid voorzichtig wilt aangeven.
arrive
“arrive” betekent hier op de plaats aankomen, namelijk bij de gastheer of gastvrouw thuis. In “may arrive” blijft het werkwoord in de basisvorm na “may”. Je kunt “arrive” gebruiken voor mensen die op een afgesproken plaats komen.
while
“while” betekent hier gedurende de tijd dat iets anders gebeurt: de gasten kunnen aankomen terwijl het hoofdgerecht nog wordt bereid. Het verbindt twee gebeurtenissen die deels tegelijk plaatsvinden. Je gebruikt “while” vaak vóór een volledige bijzin.
main
“main” betekent hier belangrijkste of centrale en beschrijft “course” in “the main course”. Samen verwijst de uitdrukking naar het belangrijkste gerecht van de maaltijd. Je gebruikt “main” vóór een zelfstandig naamwoord om het belangrijkste onderdeel aan te geven.
course
“course” betekent hier een afzonderlijk onderdeel van een maaltijd, zoals het hoofdgerecht. In “the main course” vormt het samen met “main” de naam van dat maaltijdonderdeel. Je gebruikt “course” in een maaltijdcontext voor gerechten die na elkaar worden opgediend.
is
“is” verbindt in “is still cooking” het hoofdgerecht met de toestand waarin het op dat moment wordt bereid. Het hoort bij het onderwerp “the main course”. Je gebruikt “is” om een toestand of lopende activiteit van één ding of persoon te beschrijven.
still
“still” betekent hier dat het koken op dat moment nog doorgaat. In “is still cooking” benadrukt het dat de activiteit niet klaar is wanneer de gasten aankomen. Je gebruikt “still” vóór een activiteit of toestand die voortduurt.
cooking
“cooking” betekent hier bezig zijn met het bereiden van het hoofdgerecht door verhitting. In “is still cooking” beschrijft het een activiteit die op dat moment voortduurt. Je gebruikt deze vorm na “is” om een lopende activiteit aan te geven.
Then
“Then” betekent hier in dat geval: als de gasten tijdens het koken aankomen, serveer dan een voorgerecht. Het verwijst naar de eerder genoemde situatie en leidt het advies in. Je gebruikt “then” ook om de volgende stap in een plan aan te geven.
serve
“serve” betekent hier eten aan mensen geven, zoals een eenvoudig voorgerecht. In “serve a simple starter” is het een directe instructie. Je gebruikt “serve” met het eten of drinken dat je aan iemand aanbiedt.
a
“a” introduceert in “a simple starter” één niet nader bepaald voorgerecht. Het staat vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord met een beschrijving ertussen. Je gebruikt “a” wanneer het om één exemplaar gaat dat nog niet specifiek is aangewezen.
simple
“simple” betekent hier niet ingewikkeld of gemakkelijk te bereiden en beschrijft het voorgerecht. In “a simple starter” staat het vóór “starter”. Je kunt “simple” vóór een zelfstandig naamwoord zetten om een praktische, niet-complexe optie te beschrijven.
starter
“starter” betekent hier een klein gerecht dat aan het begin van de maaltijd wordt geserveerd. In “a simple starter” gaat het om eten waarmee de gasten kunnen beginnen terwijl het hoofdgerecht nog tijd nodig heeft. Je gebruikt “starter” in een maaltijdvolgorde vóór het hoofdgerecht.
so
“so” leidt hier het doel in van het serveren van een voorgerecht: mensen krijgen tijd om rustig binnen te komen en te gaan zitten. Het verbindt de hoofdzin met “people can settle in”. Je gebruikt “so” vaak vóór een bijzin die uitlegt waarvoor een handeling dient.
people
“people” betekent hier de aanwezige personen, namelijk de gasten. In “people can settle in” is het de groep die comfortabel kan worden. Je gebruikt “people” als algemene aanduiding voor meerdere personen.
can
“can” geeft hier de mogelijkheid aan dat mensen rustig kunnen gaan zitten en zich op hun gemak kunnen voelen. Het staat vóór de basisvorm “settle”. Je gebruikt “can” om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
settle in
“settle in” betekent hier dat de gasten rustig hun plaats vinden en zich comfortabel beginnen te voelen. In deze uitdrukking draagt “settle” het idee van comfortabel worden en geeft “in” aan dat dit in de nieuwe omgeving gebeurt. Je gebruikt “settle in” bij aankomen op een plek waar je enige tijd zult blijven.
I
“I” verwijst naar de spreker, die vertelt wat hij of zij kan voorbereiden. In “I can have salad and bread ready” is het de persoon die de handeling uitvoert. Je gebruikt “I” wanneer je naar jezelf verwijst als onderwerp.
have
“have” betekent hier ervoor zorgen dat de salade en het brood klaar zijn. In “I can have salad and bread ready” staat het vóór de zaken die klaar moeten zijn en vóór “ready”. Je gebruikt deze constructie om te zeggen dat je iets op tijd klaar kunt laten of krijgen.
salad
“salad” betekent hier het gerecht dat vóór de komst van de gasten kan worden klaargezet. In “salad and bread” is het één van de twee dingen die klaar zullen zijn. Je gebruikt “salad” voor een gerecht van bijvoorbeeld rauwe groenten dat als onderdeel van een maaltijd wordt gegeten.
and
“and” verbindt hier twee dingen die klaarstaan: “salad” en “bread”. Het maakt van beide onderdelen één opsomming. Je gebruikt “and” om woorden, woordgroepen of handelingen samen te voegen.
bread
“bread” betekent hier brood dat samen met de salade beschikbaar wordt gemaakt. In “salad and bread” staat het als tweede onderdeel van de opsomming. Je gebruikt “bread” voor gebakken voedsel dat meestal van meel wordt gemaakt.
ready
“ready” betekent hier voorbereid en beschikbaar om te serveren. In “have salad and bread ready” beschrijft het de toestand waarin de salade en het brood moeten zijn. Je gebruikt “ready” na “have” om aan te geven dat iets klaar moet zijn voor gebruik.
before
“before” betekent hier eerder dan het moment waarop de gasten aankomen. Het leidt de bijzin “they get here” in. Je gebruikt “before” om aan te geven dat één handeling voorafgaat aan een gebeurtenis.
they
“they” verwijst hier naar de gasten. In “before they get here” is het de groep die op de genoemde plaats aankomt. Je gebruikt “they” als onderwerp voor meerdere personen.
get
“get” betekent in “get here” aankomen op de plaats waar de spreker is. De betekenis komt hier uit de combinatie met “here”, niet uit “get” alleen. Je gebruikt “get” in deze combinatie om informeel over aankomen te spreken.
here
“here” betekent hier op de plaats waar de spreker zich bevindt, namelijk thuis. In “they get here” geeft het de bestemming van de aankomst aan. Je gebruikt “here” om naar de huidige of bedoelde plaats van de spreker te verwijzen.
That
“That” verwijst hier naar de eerder genoemde voorbereiding van salade en brood. In “That gives the main course a little extra time” is die handeling de oorzaak van de extra tijd. Je gebruikt “that” om naar een eerder genoemde handeling of situatie te verwijzen.
gives
“gives” betekent hier dat de eerdere voorbereiding het hoofdgerecht extra tijd laat krijgen. In de zin is “That” de oorzaak en “the main course” de ontvanger van die tijd. Je gebruikt “gives” ook in patronen waarin iets iemand of iets extra tijd, ruimte of hulp biedt.
little
“little” betekent hier een kleine hoeveelheid en staat in “a little extra time”. Het maakt duidelijk dat het om enige, maar beperkte extra tijd gaat. Je gebruikt “a little” vóór een niet-telbare hoeveelheid, zoals “time”.
extra
“extra” betekent hier aanvullend en beschrijft de tijd die boven op de gewone voorbereiding beschikbaar komt. In “a little extra time” staat het vóór “time”. Je gebruikt “extra” om aan te geven dat iets wordt toegevoegd aan wat er al is.
time
“time” betekent hier een periode waarin het hoofdgerecht verder kan worden bereid. In “a little extra time” gaat het om beschikbare voorbereidingstijd. Je gebruikt “time” met hoeveelheden zoals “a little” wanneer je over een periode spreekt.
without
“without” betekent hier zonder dat het diner de indruk wekt vertraagd te zijn. Het leidt de constructie “without making dinner seem delayed” in. Je gebruikt “without” om aan te geven dat iets gebeurt zonder een bepaalde bijkomende handeling of uitkomst.
making
“making” betekent hier ervoor zorgen dat het diner vertraagd lijkt. In “without making dinner seem delayed” staat het na “without” en beschrijft het de mogelijke uitwerking van de voorbereiding. Je gebruikt “without” gevolgd door een werkwoordsvorm op “-ing” om een handeling uit te sluiten.
dinner
“dinner” betekent hier de maaltijd die de gastheer of gastvrouw voor de gasten organiseert. In “making dinner seem delayed” gaat het om de maaltijd als geheel. Je gebruikt “dinner” voor de betreffende maaltijd, vaak in een avondcontext.
seem
“seem” betekent hier de indruk wekken dat iets zo is, zonder te zeggen dat het werkelijk zo is. In “dinner seem delayed” gaat het om hoe de timing van de maaltijd overkomt. Je gebruikt “seem” vóór een beschrijving wanneer je een indruk of waarneming uitdrukt.
delayed
“delayed” betekent hier later dan verwacht of gepland. In “dinner seem delayed” beschrijft het de indruk dat de maaltijd niet op tijd begint. Je gebruikt “delayed” voor iets waarvan het tijdstip naar later verschuift.
Should
“Should” vraagt hier of het verstandig of wenselijk is om de groenten te koken nadat iedereen is aangekomen. In “Should I cook” staat het vóór het onderwerp “I” en de basisvorm “cook”. Je gebruikt “should” vaak om advies te vragen of een voorgestelde handeling te beoordelen.
cook
“cook” betekent hier de groenten met warmte bereiden. In “Should I cook the vegetables” staat het in de basisvorm na “Should”. Je gebruikt “cook” met voedsel dat je door verhitting klaarmaakt.
vegetables
“vegetables” betekent hier de groenten die als onderdeel van het diner worden bereid. In “cook the vegetables” is het het voedsel waarop de handeling gericht is. Je gebruikt “vegetables” voor plantaardig voedsel dat bij een maaltijd wordt gegeten.
once
“once” betekent hier zodra het genoemde moment is bereikt: nadat iedereen is aangekomen. Het leidt de bijzin “once everyone has arrived” in. Je gebruikt “once” om aan te geven dat een handeling begint wanneer een andere gebeurtenis voltooid is.
everyone
“everyone” betekent hier alle mensen die bij het etentje aanwezig zullen zijn. In “everyone has arrived” vormt het de groep waarvan de aankomst wordt afgewacht. Je gebruikt “everyone” om alle personen in een bepaalde groep samen aan te duiden.
has
“has” helpt in “everyone has arrived” aangeven dat de aankomst van alle personen als voltooid wordt beschouwd. Het hoort bij “everyone”, dat als één geheel wordt behandeld. Je gebruikt “has” in deze constructie vóór een vorm die een afgeronde gebeurtenis uitdrukt.
arrived
“arrived” betekent hier dat de gasten op de plaats zijn aangekomen. In “everyone has arrived” wordt de aankomst voorgesteld als voltooid voordat het koken begint. Je gebruikt deze vorm na “has” om een afgeronde aankomst aan te geven.
taste
“taste” betekent hier smaken of een bepaalde smaak hebben. In “They taste better” verwijst het naar de groenten en wordt hun smaak beoordeeld. Je gebruikt “taste” met voedsel om te zeggen hoe het smaakt.
better
“better” betekent hier smakelijker of van betere kwaliteit dan zonder die verse bereiding. In “taste better freshly cooked” is het een vergelijking van de smaak. Je gebruikt “better” na een werkwoord zoals “taste” om een gunstiger resultaat aan te geven.
freshly
“freshly” betekent hier kort daarvoor of pas bereid. In “freshly cooked” geeft het aan dat het koken zeer recent heeft plaatsgevonden. Je gebruikt “freshly” vóór een vorm die beschrijft dat iets net is gemaakt of bereid.
cooked
“cooked” betekent hier bereid door verhitting en maakt deel uit van “freshly cooked”. De uitdrukking beschrijft groenten die vlak vóór het serveren zijn klaargemaakt. Je gebruikt “cooked” om de bereide toestand van voedsel aan te geven.
wait
“wait” betekent hier nog niet koken, maar de handeling uitstellen tot een geschikt moment. In “wait until you are close to serving” geeft het advies over de timing. Je gebruikt “wait until” om te zeggen dat iemand iets pas na een bepaald moment moet doen.
until
“until” betekent hier tot aan het moment waarop je bijna gaat serveren. Het begrenst de periode waarin je moet wachten. Je gebruikt “until” vóór een tijdstip of gebeurtenis die het einde van het wachten bepaalt.
you
“you” verwijst hier naar de persoon die de groenten bereidt en het advies krijgt. In “you are close to serving” is die persoon het onderwerp. Je gebruikt “you” voor degene tegen wie je spreekt, zowel enkelvoudig als meervoudig.
are
“are” verbindt in “you are close to serving” de aangesprokene met de toestand dat het serveermoment dichtbij is. Het hoort bij het onderwerp “you”. Je gebruikt “are” om een toestand van “you” of meerdere personen te beschrijven.
close
“close” betekent hier dichtbij in tijd, namelijk bijna op het moment van serveren. In “close to serving” beschrijft het hoe nabij dat moment is. Je gebruikt “close to” vóór een tijdstip, gebeurtenis of activiteit die bijna plaatsvindt.
to
“to” maakt in “close to serving” de verbinding tussen “close” en het bijna komende serveermoment. Hier gaat het niet om een bestemming, maar om nabijheid tot een activiteit of moment. Je gebruikt “close to” om aan te geven waarvan iets in tijd of plaats dichtbij is.
serving
“serving” betekent hier het eten aan de gasten geven. In “close to serving” verwijst het naar het moment waarop het serveren bijna begint. Je gebruikt deze vorm na “close to” om de activiteit aan te duiden die op het punt staat te gebeuren.
Hosting
“Hosting” betekent hier gasten ontvangen en tijdens het etentje voor hen zorgen. In “Hosting feels stressful” is het de activiteit die als onderwerp wordt besproken. Je gebruikt “hosting” wanneer je het organiseren en verzorgen van een bezoek of maaltijd als activiteit benoemt.
feels
“feels” betekent hier emotioneel aanvoelen of de indruk geven. In “Hosting feels stressful” beschrijft het hoe het ontvangen van gasten voor de spreker overkomt. Je gebruikt “feels” vóór een beschrijving van een ervaring of emotionele indruk.
stressful
“stressful” betekent hier dat het ontvangen van gasten druk of spanning veroorzaakt. In “Hosting feels stressful” beschrijft het de ervaring van de spreker. Je gebruikt “stressful” voor een situatie die mentale druk of spanning geeft.
because
“because” leidt hier de reden in waarom het ontvangen van gasten stressvol voelt. De bijzin erna legt uit dat de timing moeilijker is dan het koken. Je gebruikt “because” vóór een reden voor de hoofdzin.
timing
“timing” betekent hier plannen en coördineren wanneer alle handelingen plaatsvinden. In “timing everything” gaat het om het afstemmen van de voorbereiding, aankomst en bediening. Je gebruikt “timing” voor het kiezen of regelen van het juiste moment voor gebeurtenissen.
everything
“everything” betekent hier alle taken en onderdelen van het etentje die op het juiste moment moeten gebeuren. In “timing everything” is het datgene waarvan de timing wordt geregeld. Je gebruikt “everything” om naar alle relevante zaken binnen een situatie te verwijzen.
harder
“harder” betekent hier moeilijker en vergelijkt het regelen van de timing met koken. In “harder than cooking” geeft het aan welke activiteit meer moeite kost. Je gebruikt “harder than” om de moeilijkheid van twee activiteiten of situaties te vergelijken.
than
“than” leidt hier de tweede kant van de vergelijking in: “cooking”. Het maakt duidelijk waarmee de moeilijkheid van timing wordt vergeleken. Je gebruikt “than” na een vergelijkende vorm zoals “harder”.
Make
“Make” betekent hier opstellen of voorbereiden en is een directe instructie. In “Make a simple serving plan” gaat het om het opstellen van een plan voor de volgorde van de maaltijd. Je gebruikt “make” met zaken die je creëert of voorbereidt.
plan
“plan” betekent hier een georganiseerde volgorde van acties voor het serveren. In “a simple serving plan” beschrijft het de regeling met drankjes, voorgerecht en hoofdgerecht. Je gebruikt “plan” voor een vooraf bepaalde aanpak of volgorde.
drinks
“drinks” betekent hier de dranken die eerst aan de gasten worden aangeboden. In de opsomming “drinks, starter, then the main course” is het de eerste stap van het serveerplan. Je gebruikt “drinks” als meervoudige aanduiding voor drankjes die worden geserveerd.
keep
“keep” betekent hier de checklist op een bepaalde plaats laten liggen zodat die beschikbaar blijft. In “keep that checklist near the stove” gaat het om bewaren of neerleggen op een handige plek. Je gebruikt “keep” met een voorwerp en een plaats waar het blijft.
checklist
“checklist” betekent hier een lijst waarmee de verschillende taken van het etentje kunnen worden gecontroleerd. In “that checklist” verwijst het naar een eerder genoemd of opgesteld hulpmiddel. Je gebruikt “checklist” om stappen of taken bij te houden en niets te vergeten.
near
“near” betekent hier op korte afstand van het fornuis. In “near the stove” geeft het aan waar de checklist wordt bewaard. Je gebruikt “near” vóór een plaats of voorwerp om een kleine afstand aan te geven.
stove
“stove” betekent hier het kooktoestel in de keuken. In “near the stove” dient het als herkenbaar punt waar de checklist wordt neergelegd. Je gebruikt “stove” voor het apparaat waarop je voedsel kookt.
It
“It” verwijst hier naar de checklist. In “It should help you stay focused” is de checklist het hulpmiddel dat ondersteuning geeft. Je gebruikt “it” om naar één eerder genoemd ding terug te verwijzen.
help
“help” betekent hier ervoor zorgen dat het gemakkelijker wordt om geconcentreerd te blijven. In “help you stay focused” staat het vóór de persoon die geholpen wordt en de activiteit die daardoor makkelijker wordt. Je gebruikt “help” in het patroon “help someone do something”.
stay
“stay” betekent hier in een bepaalde toestand blijven, namelijk geconcentreerd blijven tijdens de aankomst van de gasten. In “help you stay focused” volgt het op “help” en vóór “focused”. Je gebruikt “stay” met een bijvoeglijke beschrijving om een toestand voort te zetten.
focused
“focused” betekent hier met volledige aandacht bij de voorbereiding blijven. In “stay focused” beschrijft het de toestand die de checklist moet ondersteunen. Je gebruikt “focused” voor iemand die zijn of haar aandacht op een taak of onderwerp houdt.