Basisbegroetingen en kennismaking | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic greetings and introductions..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisbegroetingen en kennismaking oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Buenos días a todos.

Bwee-nos die-as a too-dos. Goedemorgen allemaal.
B

¿Cómo estás?

Koo-moo es-taas? Hoe gaat het met je?
A

Estoy bien.

Es-tooi bjèn. Het gaat goed met mij.
B

Mucho gusto.

Moe-tsjo-oe goes-too. Leuk je te ontmoeten.
A

Que tengas un buen día.

Kee teng-gas oen bwen die-a. Fijne dag.
B

De nada.

De naa-da. Graag gedaan.

Woord voor woord

Buenos Buenos betekent hier ‘goed’ en staat in de begroeting Buenos días. Het is de vorm van bueno die bij días past. Je gebruikt Buenos días a todos om ’s morgens een groep mensen te begroeten.
días Días betekent letterlijk ‘dagen’ en vormt hier samen met Buenos de begroeting Buenos días: ‘goedemorgen’. Het is de meervoudsvorm van día. Gebruik Buenos días bijvoorbeeld wanneer je ’s morgens meerdere mensen aanspreekt.
a A verbindt de begroeting Buenos días met de aangesproken groep in Buenos días a todos. Hier leidt a todos de groep in aan wie de begroeting gericht is. Dit patroon is bruikbaar wanneer je een begroeting tot een bepaalde groep richt.
todos Todos betekent hier ‘allemaal’ of ‘iedereen’ in Buenos días a todos. Samen met a maakt het duidelijk dat de begroeting tot de hele groep gericht is. Je kunt a todos gebruiken wanneer je meerdere aanwezigen gezamenlijk aanspreekt.
Cómo Cómo betekent ‘hoe’ in de vraag ¿Cómo estás? Het accent hoort bij deze vraagvorm. Gebruik ¿Cómo estás? om iemand rechtstreeks te vragen hoe het met die persoon gaat.
estás Estás betekent in ¿Cómo estás? ‘gaat het met je’ of ‘ben je’. Het is hier de vorm van estar voor de aangesproken persoon. De vaste vraag ¿Cómo estás? gebruik je bijvoorbeeld bij een begroeting of wanneer je informeel naar iemands toestand vraagt.
Estoy Estoy betekent ‘ik ben’ in Estoy bien. Het is de vorm van estar die de spreker voor zichzelf gebruikt. Gebruik Estoy gevolgd door een beschrijving, zoals in Estoy bien, om je eigen toestand te beschrijven.
bien Bien betekent ‘goed’ of ‘prima’ in Estoy bien. Samen met Estoy geeft het aan dat de spreker zich goed voelt of dat het goed gaat. Estoy bien is een bruikbaar antwoord op ¿Cómo estás?
Mucho gusto Mucho gusto betekent als geheel ‘aangenaam kennis te maken’. Mucho draagt de betekenis ‘veel’ bij en gusto verwijst naar genoegen of plezier; samen vormen ze deze vaste kennismakingsuitdrukking. Je gebruikt Mucho gusto wanneer je iemand voor het eerst ontmoet.
Que Que begint in Que tengas un buen día een wens: ‘dat je een goede dag hebt’ of ‘een fijne dag’. De betekenis komt hier uit de volledige wens, niet uit Que alleen. Het patroon Que tengas ... kan worden gebruikt om iemand iets goeds toe te wensen.
tengas Tengas betekent in Que tengas un buen día ‘dat je hebt’ en maakt deel uit van de wens aan één aangesproken persoon. Hier staat het bij een wens, niet als een zelfstandige mededeling. Je kunt Que tengas ... gebruiken om iemand bij het afscheid iets toe te wensen.
un Un betekent ‘een’ in un buen día. Het introduceert de ene dag waarnaar de wens verwijst. Gebruik un vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in un buen día.
buen Buen betekent ‘goede’ in un buen día. Dit is de vorm van bueno die vóór día staat. Samen met un en día vormt het de wens un buen día, die je bij het afscheid kunt gebruiken.
día Día betekent ‘dag’ in un buen día. Samen met un en buen verwijst het naar de dag die iemand toegewenst wordt. Que tengas un buen día is een gebruikelijke wens wanneer je afscheid neemt.
De nada De nada betekent als geheel ‘graag gedaan’ of ‘niets te danken’ en is het antwoord op een bedankje. De draagt in deze uitdrukking bij aan de verbinding en nada betekent ‘niets’; samen vormen ze de vaste reactie De nada. Gebruik De nada wanneer iemand je bedankt.

Grammatica

¿Cómo estás?

¿Cómo estás? — Bien.

Koo-moo es-taas? — Bjèn.

Hoe gaat het met je? — Goed.

Het vraagwoord cómo staat vooraan; estás is de jij-vorm van estar.

buen + zelfstandig naamwoord

buen día

bwen die-a

goedendag

Het bijvoeglijk naamwoord buen staat vóór het zelfstandig naamwoord día.

Spaans woordenschat

bien bijwoord
bjèn goed

Estoy bien.

buen bijvoeglijk naamwoord
bwen goed

Que tengas un buen día.

buenos días uitdrukking
bwee-nos die-as goedemorgen

Buenos días a todos.

cómo bijwoord
koo-moo hoe

¿Cómo estás?

de nada uitdrukking
de naa-da graag gedaan

De nada.

día zelfstandig naamwoord
die-a dag

Que tengas un buen día.

estar werkwoord
es-taar zijn estás

¿Cómo estás?

mucho gusto uitdrukking
moe-tsjo-oe goes-too leuk je te ontmoeten

Mucho gusto.

tener werkwoord
tee-neer hebben tengas

Que tengas un buen día.

todos voornaamwoord
too-dos iedereen

Buenos días a todos.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Goedemorgen allemaal.

Antwoord tonenBuenos días a todos.

Hoe gaat het met je?

Antwoord tonen¿Cómo estás?

Het gaat goed met mij.

Antwoord tonenEstoy bien.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoe

Antwoord tonencómo

hebben

Antwoord tonentengas

iedereen

Antwoord tonentodos

zijn

Antwoord tonenestás