Basisvragen over controle en status | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic checking and asking about status..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisvragen over controle en status oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Está bien esto?

es-taa bjèn ES-to Is dit goed?
B

¿Esta es tu bolsa?

ES-ta es toe BOL-sa Is dit jouw tas?
A

¿Hay alguien sentado aquí?

ai AL-gjèn sen-TAA-do a-KIE Zit hier iemand?
B

¿Estás ocupado ahora?

es-TAS o-koe-PAA-do a-O-ra Ben je nu bezig?
A

¿Estás listo ahora?

es-TAS LIES-to a-O-ra Ben je nu klaar?
B

¿Necesitas ayuda?

ne-se-SIE-tas a-JOE-da Heb je hulp nodig?

Woord voor woord

Está “Está” betekent hier “is” en beschrijft de toestand of beoordeling van iets in “¿Está bien esto?”. Het is een vorm van estar; gebruik het hier in de vaste vraagstructuur “Está bien ...” wanneer je wilt controleren of iets in orde is. Je gebruikt deze vraag bijvoorbeeld tegen iemand wanneer je bevestiging over een situatie of voorwerp wilt.
bien “bien” betekent hier “goed” of “in orde” in “¿Está bien esto?”. Samen met “Está” vormt het de beoordeling; “bien” geeft aan dat de toestand positief is. Je gebruikt “Está bien” wanneer je wilt zeggen of vragen of iets in orde is.
esto “esto” betekent hier “dit” en verwijst naar iets dat in de situatie wordt aangewezen of bedoeld in “¿Está bien esto?”. Het staat in deze zin als datgene waarover de beoordeling gaat, na “Está bien”. Je gebruikt het wanneer je naar iets verwijst zonder het zelfstandig te benoemen.
Esta “Esta” betekent hier “deze” en verwijst naar de vrouwelijke “bolsa” in “¿Esta es tu bolsa?”. Het staat vooraan als aanwijzing van het voorwerp en wordt gevolgd door “es”. Je gebruikt deze vorm wanneer je een bepaald voorwerp aanwijst en wilt controleren of het van de aangesproken persoon is.
es “es” betekent hier “is” en verbindt “Esta” met de identificatie “tu bolsa” in “¿Esta es tu bolsa?”. Het is een vorm van ser en wordt in deze zin gebruikt om te vragen of het aangewezen voorwerp de tas van de ander is. Je gebruikt dit soort structuur wanneer je de identiteit of toebehoren van iets wilt bevestigen.
tu “tu” betekent hier “jouw” en geeft aan dat de “bolsa” bij de aangesproken persoon hoort in “¿Esta es tu bolsa?”. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord “bolsa” in de combinatie “tu bolsa”. Je gebruikt het wanneer je rechtstreeks tegen één persoon over diens voorwerp of bezit spreekt.
bolsa “bolsa” betekent hier “tas” en is het voorwerp waarnaar gevraagd wordt in “¿Esta es tu bolsa?”. Het volgt op “tu” in de combinatie “tu bolsa”. Je gebruikt dit woord wanneer je een tas als voorwerp benoemt of identificeert.
Hay “Hay” betekent hier “er is” of “er zijn” en vraagt naar de aanwezigheid van iemand in “¿Hay alguien sentado aquí?”. Het introduceert wat er op een bepaalde plaats aanwezig is, hier samen met “alguien sentado aquí”. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld wanneer je wilt controleren of een plek bezet is.
alguien “alguien” betekent hier “iemand” en verwijst naar een niet nader genoemde persoon in “¿Hay alguien sentado aquí?”. Het staat na “Hay” om te vragen of er überhaupt een persoon aanwezig is. Je gebruikt het wanneer je niet weet wie de persoon is of de identiteit niet belangrijk is.
sentado “sentado” betekent hier “zittend” en beschrijft de toestand van “alguien” in “¿Hay alguien sentado aquí?”. Het staat direct bij de persoon en maakt duidelijk dat je vraagt naar iemand die hier zit. Je gebruikt het in deze context wanneer je wilt weten of iemand een bepaalde zitplaats inneemt.
aquí “aquí” betekent hier “hier” en geeft de plaats aan in “¿Hay alguien sentado aquí?”. Het staat aan het einde van de vraag en verwijst naar de plek van de spreker of de aangewezen plek. Je gebruikt het om een aanwezigheid of handeling aan de huidige plaats te koppelen.
Estás “Estás” betekent hier “je bent” en vraagt naar de toestand van de aangesproken persoon in “¿Estás ocupado ahora?” en “¿Estás listo ahora?”. Het is een vorm van estar voor een directe vraag aan één persoon en wordt gevolgd door een toestandsbeschrijving. Je gebruikt het wanneer je wilt weten hoe iemand er op dat moment voor staat.
ocupado “ocupado” betekent hier “bezig” of “niet beschikbaar” in “¿Estás ocupado ahora?”. Het beschrijft met “Estás” de huidige beschikbaarheid van de aangesproken persoon. Je gebruikt deze vraag bijvoorbeeld wanneer je wilt weten of je iemand nu kunt aanspreken of iets kunt vragen.
ahora “ahora” betekent hier “nu” en beperkt de vraag tot het huidige moment in “¿Estás ocupado ahora?” en “¿Estás listo ahora?”. Het staat achter de toestandsbeschrijving en benadrukt dat de situatie op dit moment geldt. Je gebruikt het wanneer de timing van iemands toestand of beschikbaarheid belangrijk is.
listo “listo” betekent hier “klaar” of “gereed” in “¿Estás listo ahora?”. Het beschrijft samen met “Estás” of de aangesproken persoon klaar is om verder te gaan, terwijl “ahora” naar het huidige moment verwijst. Je gebruikt deze vraag bijvoorbeeld vóór een activiteit of vertrek om te controleren of iemand kan beginnen.
Necesitas “Necesitas” betekent hier “je hebt nodig” in de vraag “¿Necesitas ayuda?”. Het is een vorm van necesitar voor de aangesproken persoon en wordt gevolgd door wat die persoon nodig kan hebben. Je gebruikt deze vraag wanneer je wilt nagaan of iemand ondersteuning nodig heeft.
ayuda “ayuda” betekent hier “hulp” en is datgene waarnaar gevraagd wordt in “¿Necesitas ayuda?”. Het volgt op “Necesitas” en benoemt de mogelijke ondersteuning. Je gebruikt dit woord in deze structuur wanneer je iemand beleefd wilt vragen of je kunt helpen.

Grammatica

hay + zelfstandig naamwoord

Hay alguien sentado aquí.

ai AL-gjèn sen-TAA-do a-KIE

Er zit hier iemand.

Hay betekent zowel ‘er is’ als ‘er zijn’ en verandert niet met het enkelvoud of meervoud.

necesitar + zelfstandig naamwoord

¿Necesitas ayuda?

ne-se-SIE-tas a-JOE-da

Heb je hulp nodig?

Na necesitas staat direct het ding dat je nodig hebt, zonder voorzetsel.

Spaans woordenschat

ahora bijwoord
a-O-ra nu
alguien voornaamwoord
AL-gjèn iemand
aquí bijwoord
a-KIE hier
bolsa zelfstandig naamwoord
BOL-sa tas
es werkwoord
es is
esta voornaamwoord
ES-ta deze
está bien uitdrukking
es-taa bjèn is goed; is oké Está bien
esto voornaamwoord
ES-to dit
hay werkwoord
ai er is; er zijn
ocupado bijvoeglijk naamwoord
o-koe-PAA-do bezig
sentado bijvoeglijk naamwoord
sen-TAA-do zittend; gezeten
tu bepaler
toe jouw

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is dit goed?

Antwoord tonen¿Está bien esto?

Is dit jouw tas?

Antwoord tonen¿Esta es tu bolsa?

Zit hier iemand?

Antwoord tonen¿Hay alguien sentado aquí?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iemand

Antwoord tonenalguien

zittend; gezeten

Antwoord tonensentado

deze

Antwoord tonenesta

tas

Antwoord tonenbolsa