Rustig beginnen met de les | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before a language lesson, two adults talk about feeling nervous, hearing that the group is friendly, and starting slowly..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Rustig beginnen met de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je me sens nerveux avant le cours.

zjeuh muh sã ner-vuh ah-vã luh koer. Ik ben zenuwachtig voor de les.
B

Ce sentiment est normal. Le groupe est sympathique.

suh sã-tie-mã è nor-mal. luh groep è sẽ-pa-tiek. Dat gevoel is normaal. De groep is vriendelijk.
A

Je suis content d'entendre ça.

zjeuh swie kõ-tã dã-tãndr sa. Ik ben blij om dat te horen.
B

Au début, nous allons doucement.

oo dee-buu, noe za-lõ doe-sã. We doen het in het begin rustig aan.
A

Ça a l'air bien.

sa a lèr bjẽ. Dat klinkt goed.
B

La première partie est facile.

la pruh-mjèr par-tie è fa-siel. Het eerste deel is makkelijk.

Woord voor woord

Je “Je” betekent hier “ik” en is de persoon die zich nerveus voelt. Het staat als onderwerp vóór “me sens”. Je gebruikt “Je” wanneer je iets over jezelf zegt, bijvoorbeeld in “Je suis content” in deze dialoog.
me “me” verwijst hier naar de persoon die de ervaring ondergaat in “Je me sens nerveux”: ik voel mij nerveus. Het hoort bij de uitdrukking “se sentir” en staat vóór “sens”. Je gebruikt dit patroon om te zeggen hoe je je voelt: “Je me sens ...”.
sens “sens” betekent hier “voel” in “Je me sens nerveux”. Het is de vorm van “sentir” die in deze zin bij “Je” staat. Gebruik “Je me sens ...” met een woord dat je gevoel beschrijft.
nerveux “nerveux” betekent hier “nerveus” en beschrijft hoe de spreker zich voelt. Het staat na “Je me sens” in de volledige uitdrukking “Je me sens nerveux”. Je gebruikt het bijvoorbeeld vóór een les of een andere spannende activiteit wanneer je je gespannen voelt.
avant “avant” betekent hier “voor”, in de tijd: vóór de les. In “avant le cours” staat het vóór de gebeurtenis waarnaar je verwijst. Je kunt “avant” gebruiken met een tijdstip of activiteit die nog moet komen.
le “le” is hier het lidwoord bij “cours” in “le cours” en betekent “de”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Hetzelfde woord verschijnt ook met een hoofdletter als “Le” aan het begin van de volgende zin.
cours “cours” betekent hier “les” of “cursus” in “le cours”. Samen met “le” vormt het de verwijzing naar de les. Je gebruikt “le cours” wanneer je over een bepaalde les of cursus spreekt.
Ce “Ce” betekent hier “dat” in “Ce sentiment”: dat gevoel. Het staat vóór “sentiment” en wijst naar het gevoel dat zojuist is genoemd. Je gebruikt “Ce” in een patroon waarin je een specifiek zelfstandig naamwoord aanwijst.
sentiment “sentiment” betekent hier “gevoel” in “Ce sentiment”. Het verwijst naar het nerveuze gevoel uit de vorige zin. Je gebruikt het met een beschrijving, zoals in “Ce sentiment est normal”.
est “est” betekent hier “is” en verbindt het onderwerp met een beschrijving: “Ce sentiment est normal” en “Le groupe est sympathique”. Het is een vorm van “être” die in deze zinnen bij het onderwerp staat. Je gebruikt “est” om iets of iemand te beschrijven.
normal “normal” betekent hier “normaal” en beschrijft “Ce sentiment”. In “Ce sentiment est normal” zegt de spreker dat dit gevoel gewoon is. Je kunt “normal” gebruiken na “est” om een situatie of ervaring te beoordelen.
groupe “groupe” betekent hier “groep” in “Le groupe”. Het verwijst naar de groep mensen in de les. Je gebruikt “le groupe” wanneer je naar een bepaalde groep verwijst.
sympathique “sympathique” betekent hier “vriendelijk” en beschrijft de groep: “Le groupe est sympathique”. Het woord geeft een positieve indruk van de mensen in de groep. Je gebruikt “sympathique” na “est” om iemand of een groep als prettig of vriendelijk te beschrijven.
suis “suis” betekent hier “ben” in “Je suis content”. Het is een vorm van “être” die met “Je” wordt gebruikt. Je gebruikt “Je suis ...” om je toestand of gevoel te beschrijven.
content “content” betekent hier “blij” of “tevreden” in “Je suis content”. De spreker is blij met wat hij of zij heeft gehoord. Je gebruikt “Je suis content” om positieve tevredenheid of blijdschap uit te drukken.
d'entendre “d'entendre” betekent hier “te horen” in “content d'entendre ça”: blij om dat te horen. De vorm bestaat uit “de” vóór de infinitief “entendre”, met de weggelaten e voor een klinker. Je gebruikt “être content d'entendre ...” wanneer je blij bent met ontvangen informatie.
ça “ça” betekent hier “dat” in “d'entendre ça” en verwijst naar de informatie dat de groep vriendelijk is. Het staat als verwijzend woord na “entendre”. Hetzelfde woord verschijnt aan het begin van een zin met een hoofdletter als “Ça”.
Au “Au” betekent hier “aan het” of natuurlijker “in het” in “Au début”. Het is de vaste samentrekking van “à” en “le”. Je gebruikt “au début” om aan te geven wat er aan het begin gebeurt.
début “début” betekent hier “begin” in “Au début”: in het begin. Samen met “Au” vormt het een tijdsaanduiding. Je gebruikt “au début” om de eerste fase van een activiteit te benoemen.
nous “nous” betekent hier “wij” en is het onderwerp in “nous allons doucement”. Het verwijst naar de spreker en de andere mensen samen. Je gebruikt “nous” wanneer je een gezamenlijke handeling of aanpak beschrijft.
allons “allons” betekent hier “gaan” in “nous allons doucement”. Het is de vorm van “aller” die bij “nous” staat. In deze zin maakt het duidelijk hoe de groep de les aanpakt: rustig aan.
doucement “doucement” betekent hier “rustig” of “langzaam” in “nous allons doucement”. Het beschrijft de manier waarop de groep verdergaat. Je gebruikt “doucement” om aan te geven dat iets kalm of zonder haast gebeurt.
a “a” draagt in “Ça a l'air bien” bij aan de uitdrukking dat iets een bepaalde indruk maakt. Op zichzelf betekent het hier niet simpelweg “heeft” als hoofdboodschap van de zin. Je gebruikt het patroon “Ça a l'air ...” om te zeggen hoe iets lijkt.
l'air In “Ça a l'air bien” betekent de volledige uitdrukking “lijkt goed” of “ziet er goed uit”. “l'” is de verkorte vorm vóór de klinker in “air”, en “air” verwijst hier naar de indruk of uitstraling; samen met “a” vormen ze “a l'air”. Je gebruikt “Ça a l'air ...” om op basis van een indruk te reageren.
bien “bien” betekent hier “goed” in “Ça a l'air bien”. Het beschrijft de indruk die de spreker van het voorstel of de aanpak krijgt. Je gebruikt “bien” na “Ça a l'air” om te zeggen dat iets goed lijkt.
La “La” betekent hier “de” in “La première partie”. Het is het lidwoord vóór “partie”. Je gebruikt “La” om naar een bepaalde vrouwelijke vorm van een zelfstandig naamwoord te verwijzen, zoals “partie”.
première “première” betekent hier “eerste” en beschrijft “partie”: de eerste deel of het eerste onderdeel. Het staat vóór “partie” in “La première partie”. Je gebruikt “première” om het eerste onderdeel in een reeks aan te wijzen.
partie “partie” betekent hier “deel” of “onderdeel” in “La première partie”. Het verwijst naar het eerste stuk van de les. Je gebruikt “partie” met een rangorde, zoals “La première partie”.
facile “facile” betekent hier “gemakkelijk” in “La première partie est facile”. Het beschrijft het eerste deel van de les als niet moeilijk. Je gebruikt “est facile” om aan te geven dat een taak, onderdeel of activiteit eenvoudig is.

Grammatica

avoir l’air + adjectif

Tu as l’air nerveux avant le cours.

tuu a lèr ner-vuh ah-vã luh koer.

Je ziet er zenuwachtig uit vóór de les.

Na avoir l’air staat een bijvoeglijk naamwoord: het beschrijft hoe iemand eruitziet of lijkt.

se sentir + adjectif

Je me sens nerveux avant le cours.

zjeuh muh sã ner-vuh ah-vã luh koer.

Ik voel me zenuwachtig vóór de les.

Se sentir wordt gebruikt om een gevoel of toestand te beschrijven; het bijvoeglijk naamwoord past bij de persoon.

Frans woordenschat

avant voorzetsel
ah-vã voor

avant le cours

ça voornaamwoord
sa dat

d'entendre ça

content bijvoeglijk naamwoord
kõ-tã blij

Je suis content

cours zelfstandig naamwoord
koer les

le cours

début zelfstandig naamwoord
dee-buu begin

Au début

entendre werkwoord
ã-tãndr horen d'entendre

content d'entendre ça

groupe zelfstandig naamwoord
groep groep

Le groupe

nerveux bijvoeglijk naamwoord
ner-vuh zenuwachtig

Je me sens nerveux

normal bijvoeglijk naamwoord
nor-mal normaal

Le sentiment est normal

se sentir werkwoord
suh sah-tier zich voelen me sens

Je me sens nerveux

sentiment zelfstandig naamwoord
sã-tie-mã gevoel

Ce sentiment

sympathique bijvoeglijk naamwoord
sẽ-pa-tiek vriendelijk

Le groupe est sympathique

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben blij om dat te horen.

Antwoord tonenJe suis content d'entendre ça.

We doen het in het begin rustig aan.

Antwoord tonenAu début, nous allons doucement.

Dat klinkt goed.

Antwoord tonenÇa a l'air bien.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zenuwachtig

Antwoord tonennerveux

normaal

Antwoord tonennormal

voor

Antwoord tonenavant

les

Antwoord tonencours