Où
In « Où est-ce que je peux trouver ce livre ? » betekent « Où » waar en vraagt het naar een plaats. Je gebruikt het aan het begin van een vraag naar de locatie van iets.
est-ce
In « Où est-ce que je peux trouver ce livre ? » is « est-ce » onderdeel van de Franse vraagconstructie « est-ce que ». Samen met « Où » leidt het een gewone vraag in.
que
In « Où est-ce que je peux trouver ce livre ? » maakt « que » deel uit van « est-ce que », waarmee een vraag wordt ingeleid. In « pour que les autres restent en place » maakt « que » deel uit van een constructie met de betekenis zodat.
je
In « je peux trouver ce livre » en « Je peux voir la couverture maintenant » betekent « je » ik. Het staat vóór een werkwoord om aan te geven wie iets kan doen.
peux
In « je peux trouver ce livre » betekent « peux » kan. Het is de vorm van « pouvoir » die hier met « je » wordt gebruikt, gevolgd door « trouver ».
trouver
In « je peux trouver ce livre » betekent « trouver » vinden. Na « peux » staat het in deze vorm; je kunt « trouver » gebruiken voor iets dat je probeert te vinden.
ce
In « ce livre » betekent « ce » dit en wijst het naar een bepaald boek. Het staat vóór « livre » in de woordgroep « ce livre ».
livre
In « ce livre » betekent « livre » boek. Je gebruikt « livre » hier als het voorwerp dat iemand probeert te vinden of later het juiste boek noemt.
Il
In « Il devrait être sur l'une de ces étagères » verwijst « Il » naar het boek en betekent het het. Het staat als onderwerp vóór « devrait être ».
devrait
In « Il devrait être sur l'une de ces étagères » betekent « devrait » zou moeten of waarschijnlijk moeten zijn. Deze vorm van « devoir » drukt hier een verwachting over de plaats van het boek uit, niet een bevel.
être
In « Il devrait être sur l'une de ces étagères » betekent « être » zijn. Het volgt op « devrait » en verbindt het boek met zijn vermoedelijke plaats.
sur
In « être sur l'une de ces étagères » betekent « sur » op. Het geeft de plaats aan waar het boek volgens de verwachting ligt.
l'une
In « sur l'une de ces étagères » betekent « l'une » één ervan of één van de. Het verwijst naar één plank uit de groep die daarna wordt genoemd.
de
In « l'une de ces étagères » betekent « de » van. De vaste woordgroep « l'une de ces étagères » geeft aan dat het om één plank uit deze planken gaat.
ces
In « ces étagères » betekent « ces » deze en wijst het naar meerdere planken. Het staat vóór « étagères » om de bedoelde groep aan te duiden.
étagères
In « ces étagères » betekent « étagères » planken of boekenplanken. De meervoudsvorm verwijst hier naar meerdere planken in de bibliotheek.
Quelle
In « Quelle étagère dois-je regarder en premier ? » betekent « Quelle » welke. Het vraagt samen met « étagère » om één bepaalde plank.
étagère
In « Quelle étagère » betekent « étagère » plank of boekenplank. Het is het voorwerp waarnaar iemand vraagt en dat daarna bekeken moet worden.
dois-je
In « dois-je regarder en premier » betekent « dois-je » moet ik. Door de omkering van « dois » en « je » ontstaat hier een vraag over wat de spreker als eerste moet bekijken.
regarder
In « Quelle étagère dois-je regarder en premier ? » betekent « regarder » kijken naar of controleren. Het volgt op « dois-je » en heeft « Quelle étagère » als datgene waarnaar gekeken wordt.
en
In « en premier » draagt « en » bij aan de uitdrukking met de betekenis eerst. « En premier » geeft de volgorde aan waarin de planken bekeken worden.
premier
In « en premier » betekent « premier » eerste. Samen met « en » vormt het de gebruikelijke uitdrukking « en premier » voor iets als eerste doen.
Essayez
In « Essayez l'étagère du bas » betekent « Essayez » probeer eens. Het is hier een beleefde instructie om een bepaalde plank te proberen.
du
In « l'étagère du bas » betekent « du » van de en het maakt deel uit van de woordgroep voor de onderste plank. « Du » is hier de samengevoegde vorm van « de » en « le ».
bas
In « l'étagère du bas » verwijst « bas » naar het onderste of lage gedeelte. Samen met « du » duidt « du bas » de onderkant van de kast of plank aan.
vers
In « vers la fin » betekent « vers » richting of in de buurt van. De uitdrukking « vers la fin » plaatst de bedoelde plank aan het einde of in de richting van het einde.
la
In « vers la fin » is « la » het bepaalde lidwoord vóór « fin ». Samen betekent « la fin » het einde.
fin
In « vers la fin » betekent « fin » einde. Met « vers » geeft het aan dat iets zich bij of richting het einde bevindt.
voir
In « Je peux voir la couverture maintenant » betekent « voir » zien. Na « peux » staat « voir » in deze vorm om te zeggen wat de spreker kan waarnemen.
couverture
In « voir la couverture » betekent « couverture » omslag, hier de omslag van het boek. Het is datgene wat de spreker nu kan zien.
maintenant
In « Je peux voir la couverture maintenant » betekent « maintenant » nu. Het geeft aan dat de omslag op dit moment zichtbaar is.
Tirez-le
In « Tirez-le délicatement » betekent « Tirez-le » trek het eruit. « Tirez » is de instructie om te trekken en « -le » verwijst naar het boek; samen vormen ze één opdracht.
délicatement
In « Tirez-le délicatement » betekent « délicatement » voorzichtig of zachtjes. Het zegt hoe het boek uit de plank moet worden getrokken.
pour
In « pour que les autres restent en place » betekent « pour » zodat, omdat het samen met « que » een doel of gevolg inleidt. De hele constructie legt uit waarom het boek voorzichtig moet worden uitgetrokken.
les
In « les autres » is « les » het meervoudige bepaalde lidwoord. Samen verwijst « les autres » naar de andere boeken die op de plank blijven.
autres
In « les autres » betekent « autres » andere. Het verwijst hier naar de boeken naast het boek dat wordt uitgetrokken.
restent
In « pour que les autres restent en place » betekent « restent » blijven. Het onderwerp is « les autres », en de zin beschrijft dat de andere boeken niet van hun plaats raken.
place
In « restent en place » betekent « place » plaats. Samen met « en » vormt het « en place », met de betekenis op hun plaats.
C'est
In « C'est le bon livre » betekent « C'est » dit is of het is. Het introduceert hier de identificatie van het boek dat de spreker heeft gevonden.
le
In « le bon livre » is « le » het bepaalde lidwoord vóór « livre ». In « Tirez-le » verwijst « -le » naar het boek; daar staat het als voornaamwoord bij de opdracht.
bon
In « le bon livre » betekent « bon » het juiste of geschikte. Het geeft aan dat dit het boek is waarnaar gezocht werd.
Vous
In « Vous pouvez le lire à cette table-là » betekent « Vous » u of jullie. Het is de aangesproken persoon of groep die toestemming of mogelijkheid krijgt om te lezen.
pouvez
In « Vous pouvez le lire » betekent « pouvez » kunt of kunnen. Deze vorm van « pouvoir » wordt hier met « Vous » gebruikt en wordt gevolgd door « le lire ».
lire
In « Vous pouvez le lire » betekent « lire » lezen. Het volgt op « pouvez » en het voornaamwoord « le » verwijst naar het boek dat gelezen kan worden.
à
In « à cette table-là » betekent « à » aan of bij. Het geeft de plaats aan waar de aangesproken persoon het boek kan lezen.
cette
In « cette table-là » betekent « cette » deze en verwijst het naar één bepaalde tafel. Het staat vóór « table » en stemt daarmee overeen in deze woordgroep.
table-là
In « à cette table-là » betekent « table-là » die tafel daar. Het achtervoegsel « -là » maakt duidelijk welke tafel bedoeld wordt en verwijst naar een specifieke tafel.