Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Zachter praten in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Pouvez-vous parler un peu moins fort ici?
poe-vee voe par-lee uhn peu mwen for ie-sie Kunt u hier wat zachter praten?Je ne savais pas que je parlais si fort.
zjuh nuh sa-vè pa kuh zjuh par-lè sie for Ik wist niet dat ik zo hard praatte.Des gens étudient à la table d'à côté.
dee zjan ee-tuu-djee aa la tabl da ko-tee Mensen studeren aan de tafel ernaast.Je vais parler moins fort.
zjuh vè par-lee mwen for Ik zal zachter praten.Tout le monde pourra mieux se concentrer.
toe luh mond poe-ra mjeu suh kon-san-tree Dan kan iedereen zich beter concentreren.Je peux m'asseoir plus près, comme ça nous n'avons pas besoin de parler fort.
zjuh peu mas-waar pluu prè, kom saa noe na-von pa buh-zwen duh par-lee for Ik kan dichterbij zitten, dan hoeven we niet hard te praten.Alors nous pouvons continuer à travailler sans déranger personne.
a-lor noe poe-von kon-tie-nuu-ee aa tra-va-jee san day-ran-zjee pèr-son Dan kunnen we verder werken zonder iemand te storen.À partir de maintenant, je vais parler moins fort.
aa par-tier duh mèn-tuh-nan, zjuh vè par-lee mwen for Vanaf nu zal ik minder hard praten.Uitleg van de zinnen
Pouvez-vous parler un peu moins fort ici?
Kunt u hier wat zachter praten?
- Pouvez-vous
- kunt u
- parler
- praten
- un peu
- een beetje
- moins
- minder
- fort
- hard; luid
- ici
- hier
Uitgebreide uitleg
Pouvez-vous betekent hier “kunt u”. Het bestaat uit de tegenwoordige vorm pouvez van pouvoir (“kunnen”) en het voornaamwoord vous (“u” in deze zin). De omgekeerde volgorde pouvez-vous is een gebruikelijke vraagvorm. Pouvez is de vorm voor vous in de tegenwoordige tijd. parler betekent “praten”. Het is de infinitief na pouvoir: pouvoir + infinitief, zoals in Pouvez-vous attendre ? — “Kunt u wachten?” Het werkwoord na pouvoir blijft dus in de infinitief. un peu betekent “een beetje”. Hier geeft het aan dat de gevraagde vermindering klein is. moins betekent “minder”. Het maakt hier een vergelijking met een huidig of verwacht niveau. In moins fort betekent het samen met fort “minder luid” of “zachter”. fort betekent hier “luid” of “hard” bij de manier van praten. In parler fort beschrijft het hoe iemand praat; het is hier geen zelfstandig naamwoord en betekent niet “sterk”. In moins fort drukt het een lagere luidheid uit. Voorbeeld: Parlez moins fort, s’il vous plaît. — “Praat alstublieft zachter.” ici betekent “hier” en geeft de plaats aan. Samen vormen Pouvez-vous parler de vraag “Kunt u praten?”, un peu moins fort de aanvulling “een beetje zachter/minder luid”, en ici de plaatsaanduiding “hier”. De volledige betekenis is: “Kunt u hier wat zachter praten?” De zin is een beleefde vraag met pouvoir, gevolgd door de infinitief parler; un peu moins fort vraagt om een kleine vermindering van de luidheid.
Je ne savais pas que je parlais si fort.
Ik wist niet dat ik zo hard praatte.
- Je ne savais pas
- ik wist niet
- parlais
- praatte; sprak
- si fort
- zo hard
Uitgebreide uitleg
Je ne savais pas betekent hier “ik wist niet”. savais is de vorm van savoir (“weten”) voor de eerste persoon enkelvoud in de imparfait: je savais = “ik wist”. De ontkenning wordt gevormd met ne ... pas; samen omringen ze de vervoegde werkwoordsvorm. Voorbeeld: Je ne savais pas. — “Ik wist het niet.” parlais betekent hier “praatte”. Het is de imparfait van parler (“praten”): je parlais = “ik praatte”. Deze verleden tijd presenteert het praten als een handeling die op dat moment gaande was of als achtergrond gold. Voorbeeld: Je parlais avec Marie. — “Ik praatte met Marie.” si fort betekent hier “zo hard”, waarbij fort de manier van praten beschrijft: “hard/luid”. si versterkt het tot “zo”. In deze combinatie staat fort bij het werkwoord parler, dus het gaat om hoe luid iemand praat, niet om fysieke kracht. Voorbeeld: Il parle si fort. — “Hij praat zo hard.” Samen vormen de delen: Je ne savais pas (“ik wist niet”) + que (“dat”) + je parlais si fort (“ik zo hard praatte”). De volledige zin betekent dus: “Ik wist niet dat ik zo hard praatte.” De imparfait komt zowel voor bij savais als bij parlais, omdat beide toestanden of handelingen in het verleden worden weergegeven.
Des gens étudient à la table d'à côté.
Mensen studeren aan de tafel ernaast.
- gens
- mensen
- étudient
- studeren
- table
- tafel
- d'à côté
- ernaast
Uitgebreide uitleg
gens betekent hier “mensen”. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; het enkelvoud personne betekent “persoon”. In deze zin staat het samen met des, maar des drukt hier niet zelfstandig een exact aantal uit. étudient komt van étudier (“studeren”) en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon meervoud: “zij studeren”. De uitgang -ent wordt in deze vorm niet uitgesproken. Vergelijk: ils étudient = “zij studeren” en il étudie = “hij/zij studeert”. table betekent “tafel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une table, “een tafel”. In de zin wordt het voorafgegaan door la in de combinatie à la table, letterlijk “aan/bij de tafel”. Het grammaticale geslacht hoort bij table, niet bij het werkwoord. d'à côté betekent hier “ernaast” of “naastgelegen”. Het is een vaste combinatie met à côté (“ernaast”) en de; samen bepaalt het welke tafel bedoeld wordt. Het is dus niet zelf een tweede zelfstandig naamwoord voor een tafel. Een vergelijkbaar voorbeeld is la maison d'à côté = “het huis ernaast”. De delen worden zo samengevoegd: Des gens = “mensen”, étudient = “studeren”, en à la table d'à côté = “aan de tafel ernaast”. De volledige betekenis is: “Mensen studeren aan de tafel ernaast.”
Je vais parler moins fort.
Ik zal zachter praten.
- Je vais
- ik ga / ik zal
- parler
- praten
- moins fort
- zachter / minder luid
Uitgebreide uitleg
Je vais vormt hier samen met het volgende infinitief een veelgebruikte Franse toekomstconstructie. vais is de vorm van aller bij je; letterlijk gaat het om “ik ga”, maar met een infinitief betekent de constructie dat iets binnenkort of als voorgenomen handeling zal gebeuren. Patroon: je vais + infinitief. Het onderwerp je is de spreker. parler is de infinitief van “praten”. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief: Je vais parler = “Ik ga praten” of, zoals in de vaste vertaling, “Ik zal praten”. Andere personen veranderen het hulpwerkwoord: tu vas parler = “jij gaat praten”, il va parler = “hij gaat praten”. moins fort drukt een vergelijking uit met een lagere graad van luidheid. moins betekent “minder”, en fort betekent hier “hard/luid” als bepaling van de manier waarop er wordt gepraat; samen betekent dit “zachter” of “minder luid”. Het is dus niet het zelfstandig naamwoord fort en ook niet een vorm die met parler in persoon of getal overeenkomt. Het tegenovergestelde patroon is plus fort = “harder/luid(er)”. Samen betekent Je vais parler moins fort: “Ik zal zachter praten.” De constructie geeft de voorgenomen toekomstige handeling aan (je vais parler), en moins fort zegt dat het praten met een lagere luidheid zal gebeuren.
Tout le monde pourra mieux se concentrer.
Dan kan iedereen zich beter concentreren.
- Tout le monde
- iedereen
- pourra
- zal kunnen
- mieux
- beter
- se concentrer
- zich concentreren
Uitgebreide uitleg
Tout le monde betekent hier “iedereen”. Letterlijk is dit een vaste uitdrukking met monde (“wereld/mensen”), maar grammaticaal gedraagt de hele uitdrukking zich als een enkelvoudig onderwerp. Daarom staat later pourra in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: Tout le monde est prêt. — “Iedereen is klaar.” pourra is de toekomende vorm van pouvoir (“kunnen”): pouvoir → il/elle pourra (“hij/zij zal kunnen”). De vorm drukt hier uit dat iedereen in staat zal zijn om iets te doen; de infinitief die erbij hoort volgt daarna. Voorbeeld: Elle pourra venir demain. — “Ze zal morgen kunnen komen.” mieux betekent hier “beter” en vergelijkt de manier waarop de handeling gebeurt met een eerdere of verwachte situatie. Het is de vergelijkende vorm van het bijwoord bien (“goed”): bien → mieux. Gebruik mieux bij een werkwoord; meilleur is de vergelijkende vorm van het bijvoeglijk naamwoord bon en hoort bij een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Il dort mieux maintenant. — “Hij slaapt nu beter.” se concentrer is de infinitief “zich concentreren”. Het is een wederkerend werkwoord: se hoort bij dit werkwoord en verandert volgens het onderwerp, bijvoorbeeld je me concentre, elle se concentre, nous nous concentrons. In de infinitief blijft de vorm se concentrer; na pourra staat deze infinitief omdat pouvoir een volgende handeling in de infinitief inleidt. Samen vormen de delen: Tout le monde pourra — “iedereen zal kunnen”, mieux — “beter”, en se concentrer — “zich concentreren”. De volledige betekenis is: “Iedereen zal zich beter kunnen concentreren.”
Je peux m'asseoir plus près, comme ça nous n'avons pas besoin de parler fort.
Ik kan dichterbij zitten, dan hoeven we niet hard te praten.
- Je peux
- ik kan
- m'asseoir
- gaan zitten
- plus près
- dichterbij
- comme ça
- zo
- nous n'avons pas besoin de
- we hoeven niet te
- parler
- praten
- fort
- hard
Uitgebreide uitleg
Je peux betekent hier “ik kan” en bestaat uit je + de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”). Peux is de vorm voor je en tu; andere vormen zijn bijvoorbeeld il peut en nous pouvons. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux venir. = “Ik kan komen.” m'asseoir betekent “gaan zitten” of letterlijk “me neerzetten”. Het is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'asseoir; voor me wordt vóór de klinker de verkorte vorm m' gebruikt. In de hele combinatie drukt peux m'asseoir uit wat de spreker kan doen. Een voorbeeld is Je veux m'asseoir. = “Ik wil gaan zitten.” plus près betekent “dichterbij”. Près is een bijwoord; plus près is de vergrotende trap met plus (“meer”). De vergelijking is hier met een niet nader genoemde huidige of mogelijke afstand, niet noodzakelijk met één expliciet genoemde persoon of plaats. Venez plus près. = “Kom dichterbij.” comme ça betekent “zo” of “op die manier”. Hier verbindt het de voorgestelde handeling met het gevolg dat daarna wordt genoemd. Als zelfstandig voorbeeld: Fais comme ça. = “Doe het zo.” nous n'avons pas besoin de betekent “we hoeven niet te”. De kern is avoir besoin de (“nodig hebben”); bij nous is dat avons, de tegenwoordige tijd van avoir. De ontkenning omringt de vervoegde vorm: nous n'avons pas. Voor een werkwoord volgt besoin de met een infinitief, bijvoorbeeld Nous n'avons pas besoin d'attendre. = “We hoeven niet te wachten.” De de wordt vóór een klinker d', maar in de vaste zin staat daarna parler, dus blijft de volledig zichtbaar. parler is de infinitief “praten”. Na avoir besoin de vormt deze infinitief samen met de voorafgaande woorden de betekenis “nodig hebben om te praten”, die door de ontkenning wordt: “niet hoeven te praten”. Je préfère parler. = “Ik praat liever.” fort betekent hier “hard”, in de combinatie parler fort: hardop of met veel volume praten. In deze uitdrukking werkt fort bij het werkwoord parler; het betekent hier dus niet “sterk” als eigenschap van een zelfstandig naamwoord. Il parle trop fort. = “Hij praat te hard.” Samen vormen Je peux m'asseoir plus près en comme ça de gedachte: “Ik kan dichterbij gaan zitten, zo/op die manier”. Daarna geeft nous n'avons pas besoin de parler fort het gevolg: “we hoeven niet hard te praten”. De volledige betekenis is: “Ik kan dichterbij zitten, dan hoeven we niet hard te praten.”
Alors nous pouvons continuer à travailler sans déranger personne.
Dan kunnen we verder werken zonder iemand te storen.
- Alors
- dan
- nous pouvons
- wij kunnen
- continuer
- doorgaan
- travailler
- werken
- sans
- zonder
- déranger
- storen
- personne
- iemand
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat: op basis daarvan volgt een mogelijkheid. Het kan ook “dus” of “nou” betekenen, maar die betekenissen passen niet allemaal in elke context. nous pouvons bestaat uit het onderwerp nous (“wij”) en de vervoegde vorm pouvons van pouvoir (“kunnen”). Pouvons is de tegenwoordige tijd voor nous; het drukt hier mogelijkheid of haalbaarheid uit. Het patroon nous pouvons + infinitief betekent “wij kunnen + werkwoord”. Bijvoorbeeld: Nous pouvons attendre. — “Wij kunnen wachten.” continuer betekent hier “doorgaan”. Het is een infinitief na pouvons. Een veelgebruikt patroon is continuer à + infinitief: continuer à travailler betekent “doorgaan met werken”. De vorm continuer zelf draagt hier geen persoons- of tijdsuitgang; pouvons draagt de vervoeging. travailler betekent “werken”. Na continuer à blijft dit werkwoord in de infinitief. Bijvoorbeeld: Elle continue à lire. — “Zij blijft lezen.” sans betekent “zonder” en wordt hier gevolgd door een infinitiefconstructie. Het geeft aan dat iets gebeurt terwijl een bepaalde handeling niet plaatsvindt: sans déranger ... betekent “zonder ... te storen”. déranger betekent “storen” of “lastigvallen”. Hier staat het in de infinitief na sans. Het onderwerp van deze infinitief wordt uit de hoofdzin begrepen: de handeling wordt voorgesteld als iets wat nous niet zullen doen. Bijvoorbeeld: Il part sans déranger les autres. — “Hij vertrekt zonder de anderen te storen.” personne betekent in deze constructie “iemand” in de betekenis van “iemand wie dan ook”. Na sans vormt sans déranger personne de betekenis “zonder iemand te storen”. Personne kan in andere Franse zinnen ook “niemand” betekenen, maar de precieze Nederlandse weergave hangt af van de constructie; hier komt de ontkennende betekenis voort uit sans. Samen betekent Alors nous pouvons continuer à travailler sans déranger personne.: “Dan kunnen we verder werken zonder iemand te storen.” Alors sluit aan bij de voorafgaande situatie, nous pouvons geeft de mogelijkheid aan, continuer à travailler zegt wat kan worden voortgezet, en sans déranger personne beschrijft de voorwaarde waaronder dat gebeurt.
À partir de maintenant, je vais parler moins fort.
Vanaf nu zal ik minder hard praten.
- À partir de maintenant
- vanaf nu
- je vais
- ik ga
- parler
- praten
- moins fort
- minder hard
Uitgebreide uitleg
À partir de maintenant betekent hier “vanaf nu”: het markeert het moment waarop de aangekondigde verandering begint. Het is een vaste tijdsbepaling die ook in andere zinnen bruikbaar is, bijvoorbeeld: À partir de demain, je travaille à la maison. — “Vanaf morgen werk ik thuis.” je vais bevat het onderwerppronomen je (“ik”) en vais, de vorm van aller (“gaan”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Op zichzelf betekent je vais “ik ga”. Samen met een infinitief vormt aller de futur proche: je vais parler betekent letterlijk “ik ga praten” en natuurlijk “ik zal praten”. Het werkwoord aller vervoegt hier; parler blijft de infinitief. Bijvoorbeeld: Je vais attendre. — “Ik zal wachten.” parler is de infinitief “praten”. Na vais benoemt deze vorm de handeling die zal plaatsvinden. De tijdsinformatie zit in vais, terwijl parler als infinitief onveranderd blijft. Bijvoorbeeld: Je vais parler. — “Ik zal praten.” moins fort betekent hier “minder hard”, preciezer: “minder luid”. moins geeft een lagere graad aan en contrasteert in deze betekenis met plus (“meer”). In parler fort is fort een bijwoord met de betekenis “hard/luid”; het is hier dus niet een bijvoeglijk naamwoord dat zich aan een zelfstandig naamwoord aanpast. Bijvoorbeeld: Elle parle moins fort. — “Zij praat minder hard.” Samen betekent À partir de maintenant, je vais parler moins fort.: “Vanaf nu zal ik minder hard praten.” De tijdsbepaling legt vast wanneer de verandering begint; je vais parler kondigt de toekomstige handeling aan; moins fort geeft aan dat het praten een lagere luidheid zal hebben.
Grammatica
continuer à + infinitif
continuer à travailler
kon-tie-nuu-ee aa tra-va-jeedoorgaan met werken
Na continuer staat à gevolgd door een infinitief: continuer à travailler.
avoir besoin de + iets
avoir besoin de
a-vwaar buh-zwen duhnodig hebben
De vaste uitdrukking avoir besoin de betekent ‘nodig hebben’; de voorzetsel de hoort erbij.
Frans woordenschat
la table d'à côté
Des gens étudient
moins fort ici
parler un peu moins fort
parler un peu moins fort
Tout le monde pourra
Je peux m'asseoir plus près
Je ne savais pas
mieux se concentrer
je parlais si fort
à la table
Tout le monde pourra
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik zal zachter praten.
Antwoord tonen
Je vais parler moins fort.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
praten
Antwoord tonen
parlerweten
Antwoord tonen
savaistafel
Antwoord tonen
tablestuderen