Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Gereedschap lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Tu as un marteau que je peux utiliser ?
tuu aa uhn martoo kuh zjeuh peu uutilizee Heb je een hamer die ik kan gebruiken?Utilise celui-ci, mais tiens bien le manche.
uutilizee suh-lwie-sie, mè tjen bjèn luh mangsj Gebruik deze, maar houd het handvat goed vast.J'en ai besoin pour réparer cette étagère.
zjan nè buh-zwèn poor ree-paa-ree set ee-taa-zjèèr Ik heb hem nodig om deze plank te repareren.Tu as aussi besoin de clous ?
tuu aa oo-sie buh-zwèn duh kloe Heb je ook spijkers nodig?Un clou m'aiderait.
uhn kloe mè-dreh Eén spijker zou mij helpen.Ils sont dans la boîte à côté de toi.
iel son dan la bwat aa koo-tee duh twa Ze zitten in de doos naast je.Je vais rendre le marteau quand j'ai fini.
zjeuh vè ran-druh luh martoo kan zjee fie-nie Ik breng de hamer terug als ik klaar ben.Laisse-le ici avec les autres outils quand tu as fini.
lèss-luh ie-sie a-vek lee zotr oe-tie kan tuu aa fie-nie Laat hem hier bij het andere gereedschap liggen als je klaar bent.Uitleg van de zinnen
Tu as un marteau que je peux utiliser ?
Heb je een hamer die ik kan gebruiken?
- Tu as
- heb je
- un marteau
- een hamer
- que
- die
- je peux
- ik kan
- utiliser
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Tu as gebruikt het werkwoord avoir (“hebben”) in de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: tu as. In deze zin vormt het met de vraagintonatie een vraag aan één persoon. Vergelijk: Tu as un livre ? — “Heb je een boek?” un marteau betekent hier “een hamer”. marteau is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het onbepaalde lidwoord un ervoor. un geeft hier geen expliciet aantal weer, maar introduceert een niet nader bepaalde hamer. Het meervoud is des marteaux — “hamers”. que leidt een betrekkelijke bijzin in. Het verwijst hier naar un marteau en is in die bijzin het voorwerp van utiliser: de hamer die gebruikt kan worden. In dit patroon kan que vaak met “die/dat” worden vertaald. Voorbeeld: J’ai un outil que tu peux prendre. — “Ik heb een gereedschap dat je kunt pakken.” je peux bevat pouvoir (“kunnen”) in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je peux. Het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. De vorm bij tu is tu peux; het onderwerp bepaalt dus de vorm van dit werkwoord. utiliser is de infinitief (“gebruiken”). Na pouvoir staat de infinitief zonder extra voorzetsel: je peux utiliser — “ik kan gebruiken”. Voorbeeld: Je peux utiliser ce marteau. — “Ik kan deze hamer gebruiken.” Samen betekent de vraag Tu as un marteau que je peux utiliser ?: de spreker vraagt aan één persoon of die een hamer heeft die de spreker kan gebruiken. De hoofdzin is Tu as un marteau; que je peux utiliser specificeert welke hamer bedoeld wordt.
Utilise celui-ci, mais tiens bien le manche.
Gebruik deze, maar houd het handvat goed vast.
- Utilise
- gebruik
- celui-ci
- deze
- mais
- maar
- tiens
- houd vast
- bien
- goed
- manche
- handvat
Uitgebreide uitleg
Utilise betekent hier ‘gebruik’ en is de gebiedende wijs van utiliser (‘gebruiken’) voor tu. De vorm geeft een instructie aan één aangesproken persoon. Vergelijk: Utilise ce marteau. — ‘Gebruik deze hamer.’ celui-ci betekent ‘deze’ en staat zelfstandig: het vervangt een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In de gegeven context verwijst het naar de hamer uit de vorige zin. De opbouw is celui + -ci; -ci wijst naar iets dat als dichtbij of als de bedoelde keuze wordt voorgesteld. Vergelijk: Prends celui-ci. — ‘Neem deze.’ Voor een vrouwelijk enkelvoud is de vorm celle-ci. mais betekent ‘maar’ en verbindt twee delen met een tegenstelling of aanvulling: eerst een gebruiksinstructie, daarna een extra instructie over de manier waarop iets moet worden vastgehouden. tiens is opnieuw een gebiedende wijs voor tu, nu van tenir (‘vasthouden’). In deze zin betekent het ‘houd vast’. Het onderwerp wordt in de gebiedende wijs niet apart uitgesproken: Tiens le manche. betekent ‘Houd het handvat vast.’ bien is een bijwoord met de betekenis ‘goed’ of ‘zorgvuldig’. Hier bepaalt het hoe het vasthouden moet gebeuren: niet zomaar vasthouden, maar het handvat goed vasthouden. Het hoort bij de handeling tiens, niet bij het zelfstandig naamwoord manche. manche is het zelfstandig naamwoord voor ‘handvat’. Het is hier het lijdend voorwerp van tiens, samen met het bepaalde lidwoord le: le manche — ‘het handvat’. De context ondersteunt dit als het handvat van het te gebruiken gereedschap. Samen ontstaat de instructie Utilise celui-ci — ‘Gebruik deze’, gevolgd door mais tiens bien le manche — ‘maar houd het handvat goed vast’. De hele zin is dus: ‘Gebruik deze, maar houd het handvat goed vast.’
J'en ai besoin pour réparer cette étagère.
Ik heb hem nodig om deze plank te repareren.
- J'en ai besoin
- Ik heb hem nodig
- réparer
- repareren
- cette
- deze
- étagère
- plank
Uitgebreide uitleg
J'en ai besoin betekent hier “ik heb hem nodig”. J' is de verkorte vorm van je voor een klinker. ai is de vorm van avoir (“hebben”) bij je; in de vaste uitdrukking avoir besoin de betekent het geheel “nodig hebben”. En vervangt hier een eerder bedoelde zaak na de; de vertaling maakt duidelijk dat die zaak als “hem” wordt opgevat. De constructie is herbruikbaar: J'ai besoin de temps = “Ik heb tijd nodig.” réparer is de infinitief van “repareren”. Na pour staat hier een infinitief om het doel uit te drukken: pour réparer = “om te repareren”. Bijvoorbeeld: Il vient pour aider. = “Hij komt om te helpen.” cette betekent hier “deze” en staat bij étagère. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzende bijvoeglijke woord; de vorm past dus bij het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord. Vergelijk ce bij een mannelijk enkelvoudig woord en ces bij het meervoud. Cette table betekent bijvoorbeeld “deze tafel”. étagère is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het betekent meestal “schap” of “rek”; volgens de vaste vertaling gaat het hier om “deze plank”. Welke Franse benaming het best past, hangt in andere contexten af van het soort plank of rek dat bedoeld is. Samen vormen de delen: J'en ai besoin + pour réparer + cette étagère = “Ik heb hem nodig om deze plank te repareren.” De eerste deelzin noemt wat nodig is, en pour réparer cette étagère geeft het doel van die behoefte aan.
Tu as aussi besoin de clous ?
Heb je ook spijkers nodig?
- Tu as
- je hebt
- aussi
- ook
- besoin de
- behoefte aan
- clous
- spijkers
Uitgebreide uitleg
Tu as gebruikt het werkwoord avoir (“hebben”) in de tegenwoordige tijd voor tu: tu as. In de vaste zin vormt dit samen met besoin de de constructie avoir besoin de = “nodig hebben”. Voorbeeld: J’ai besoin d’aide. — “Ik heb hulp nodig.” Bij je is de vorm ai, maar bij tu is hij as. aussi betekent hier “ook”. Het voegt deze behoefte toe aan iets dat al in de context genoemd is. In deze vraag staat het tussen as en besoin. Voorbeeld: Tu veux aussi du café ? — “Wil je ook koffie?” besoin de betekent letterlijk ongeveer “behoefte aan” en is hier het tweede deel van avoir besoin de. Besoin is een mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “behoefte”; in de volledige constructie krijgt het de betekenis “nodig hebben”. De verbindt datgene wat nodig is met de constructie: avoir besoin de + zelfstandig naamwoord. Voor een klinker wordt de vaak d’, zoals in J’ai besoin d’aide. — “Ik heb hulp nodig.” clous is het meervoud van clou, “spijker”. De uitgang -s markeert hier het meervoud; die -s wordt in het Frans normaal niet uitgesproken. Het enkelvoud is un clou (“een spijker”) en het meervoud des clous (“spijkers”). In deze zin is clous datgene wat volgens de constructie nodig kan zijn. Samen vormen de delen de vraag Tu as aussi besoin de clous ?: “Heb je ook spijkers nodig?” De vraag behoudt de gewone Franse woordvolgorde van een mededelende zin en krijgt haar vraagfunctie door het vraagteken en de intonatie. Aussi sluit aan bij de al genoemde behoefte voor de reparatie; clous benoemt het materiaal waarnaar gevraagd wordt.
Un clou m'aiderait.
Eén spijker zou mij helpen.
- clou
- spijker
- m'
- mij
- aiderait
- zou helpen
Uitgebreide uitleg
clou betekent hier “spijker”. Het is het enkelvoud; het meervoud is clous. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk, wat ook zichtbaar is in un clou: un is het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In deze zin gaat het, volgens de vaste vertaling, om één spijker. m' is de verkorte vorm van het voornaamwoord me vóór aiderait, dat met een klinkerklank begint. Het betekent hier “mij” en is het directe object van aider: Frans gebruikt aider quelqu'un voor “iemand helpen”. Voorbeeld: Elle m'aide. — “Zij helpt mij.” aiderait komt van het werkwoord aider (“helpen”). De vorm is de conditionnel présent, derde persoon enkelvoud: il/elle aiderait = “hij/zij zou helpen”. De uitgang -ait hoort hier bij het onderwerp un clou, dat enkelvoud is. Vergelijk: Il aide. — “Hij helpt”; Il aiderait. — “Hij zou helpen.” Samen vormt Un clou m'aiderait de structuur onderwerp + objectvoornaamwoord + werkwoord: “Eén spijker zou mij helpen.” De conditionnel maakt de hulp voorwaardelijk of hypothetisch, terwijl m' aangeeft wie geholpen zou worden.
Ils sont dans la boîte à côté de toi.
Ze zitten in de doos naast je.
- Ils
- ze
- sont
- zijn
- dans
- in
- boîte
- doos
- à côté de
- naast
- toi
- jou
Uitgebreide uitleg
Ils betekent hier “ze” en verwijst naar een meervoudige groep; de precieze personen worden in deze zin niet verder geïdentificeerd. Het is de meervoudsvorm van het persoonlijke voornaamwoord in deze functie. Vergelijk in een ander voorbeeld: Ils arrivent. — “Ze komen aan.” sont is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon meervoud in de tegenwoordige tijd. De combinatie ils sont betekent dus “ze zijn”. Andere belangrijke vormen zijn je suis — “ik ben” en ils étaient — “ze waren”. dans geeft aan dat iets zich binnenin een plaats of ruimte bevindt. In dans la boîte betekent het “in de doos”. Het wordt vaak gevolgd door een bepaling van plaats: dans la maison — “in het huis”. boîte betekent hier “doos”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er la boîte, niet le boîte. Het meervoud is boîtes: deux boîtes — “twee dozen”. à côté de is een vaste plaatsbepaling met de betekenis “naast” of “aan de zijkant van”. Het deel de hoort bij deze constructie; samen vormt de hele reeks het patroon à côté de + persoon of zaak. Bijvoorbeeld: Le sac est à côté de la chaise. — “De tas staat naast de stoel.” toi is de beklemtoonde vorm van “jou”, gebruikt na een voorzetsel zoals de: à côté de toi betekent “naast jou”. Deze vorm verschilt van het onderwerpvoornaamwoord tu, zoals in Tu es ici. — “Jij bent hier.” Samen bouwen de delen de betekenis op: Ils sont = “ze zijn”, dans la boîte = “in de doos”, en à côté de toi = “naast jou”. De volledige zin betekent daarom: “Ze zitten in de doos naast je.” De Franse tegenwoordige tijd van être kan hier, net als in de vertaling, een huidige locatie uitdrukken; “zitten” beschrijft in het Nederlands natuurlijker de aanwezigheid in de doos.
Je vais rendre le marteau quand j'ai fini.
Ik breng de hamer terug als ik klaar ben.
- Je vais
- ik ga
- rendre
- terugbrengen
- marteau
- hamer
- quand
- wanneer; als
- j'ai fini
- ik ben klaar
Uitgebreide uitleg
Je vais bestaat uit het onderwerp je (“ik”) en de tegenwoordige vorm vais van aller (“gaan”). Samen met een infinitief vormt dit vaak de nabije toekomst: je vais + infinitief = “ik ga …” of “ik zal binnenkort …”. Het onderwerp je bepaalt hier de vorm vais. rendre is de infinitief van “terugbrengen” of “teruggeven”. In deze zin krijgt het door je vais de vorm van een nabije-toekomstconstructie; het blijft zelf onvervoegd. Het werkwoord rendre kan in andere contexten ook “geven” of “maken” betekenen, maar hier past “terugbrengen” bij de hamer en de vaste vertaling. Voorbeeld: Je vais rendre le livre. — “Ik ga het boek terugbrengen.” le marteau betekent “de hamer”. marteau is een mannelijk zelfstandig naamwoord, wat je hier ziet aan het lidwoord le; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord en niet bij rendre. Het meervoud is les marteaux: un marteau — “een hamer”, deux marteaux — “twee hamers”. quand leidt hier een tijdsbepaling in en betekent “wanneer” of “als”. Het verbindt de hoofdzin met de gebeurtenis die als tijdsgrens dient. Voorbeeld: Je partirai quand tu arriveras. — “Ik vertrek wanneer je aankomt.” j'ai fini betekent hier “ik ben klaar” of letterlijker “ik heb beëindigd”. j'ai is je plus de vorm ai van avoir (“hebben”); fini is het voltooid deelwoord van finir (“eindigen/afmaken”). Samen vormen ze de passé composé. In deze uitdrukking verwijst fini naar het afronden van de relevante activiteit, zonder dat die activiteit in deze zin wordt genoemd. Voorbeeld: J'ai fini le travail. — “Ik heb het werk af.” Samen vormt Je vais rendre le marteau de betekenis “Ik ga de hamer terugbrengen”. quand j'ai fini geeft aan wanneer dat gebeurt: “als ik klaar ben”. De volledige zin betekent dus: “Ik breng de hamer terug als ik klaar ben.”
Laisse-le ici avec les autres outils quand tu as fini.
Laat hem hier bij het andere gereedschap liggen als je klaar bent.
- Laisse
- laat
- le
- hem
- ici
- hier
- autres
- andere
- outils
- gereedschap
- quand
- als / wanneer
- tu as fini
- je klaar bent
Uitgebreide uitleg
Laisse betekent hier “laat” en is de gebiedende wijs van laisser (“laten”). De vorm richt zich tot één persoon met tu; bij een opdracht staat het onderwerp meestal niet apart. Bijvoorbeeld: Laisse la porte ouverte. — “Laat de deur open.” le is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “hem”. In een bevestigende Franse gebiedende wijs staat dit voornaamwoord ná de werkwoordsvorm en wordt het met een koppelteken verbonden: Laisse-le. Het verwijst hier, volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context, naar het bedoelde mannelijke voorwerp, de hamer. Vergelijk voor een vrouwelijk lijdend voorwerp la. ici betekent “hier” en geeft de plaats aan waar hij moet blijven. autres betekent hier “andere”. Het is de meervoudsvorm van autre en past bij het meervoudige zelfstandig naamwoord outils. Het onderscheidt deze gereedschappen van het eerder bedoelde exemplaar. outils betekent hier “gereedschap”. Het is het meervoud van outil (“stuk gereedschap” of “werktuig”); in deze vorm wordt het meervoud met -s geschreven. In les autres outils verwijst het naar de andere gereedschappen als groep. quand betekent hier “als” of “wanneer” en leidt de tijdsbepalende bijzin in. tu as fini betekent “je klaar bent”. as is de vorm van avoir bij tu; samen met het voltooid deelwoord fini van finir vormt dit de passé composé. De bijzin geeft aan dat dit het moment is waarop jij klaar bent. Bijvoorbeeld: Quand tu as fini, ferme la porte. — “Als je klaar bent, doe de deur dicht.” De zin bouwt zo op: Laisse-le ici — “Laat hem hier”, avec les autres outils — “bij het andere gereedschap”, en quand tu as fini — “als je klaar bent”. Het geheel betekent: “Laat hem hier bij het andere gereedschap liggen als je klaar bent.”
Grammatica
avoir besoin de + infinitif
J'ai besoin de réparer l'étagère.
zjee buh-zwèn duh ree-paa-ree lee-taa-zjèèrIk moet de plank repareren.
Na « avoir besoin de » volgt een zelfstandig naamwoord of een infinitief met « de ».
m'aiderait
Celui-ci m'aiderait à réparer l'étagère.
suh-lwie-sie mè-dreh aa ree-paa-ree lee-taa-zjèèrDeze hier zou me helpen de plank te repareren.
« m'aiderait » is de conditionnel: het drukt een mogelijkheid of voorwaarde uit.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Eén spijker zou mij helpen.
Antwoord tonen
Un clou m'aiderait.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
plank
Antwoord tonen
étagèrehandvat
Antwoord tonen
manchehamer
Antwoord tonen
marteauspijker