Een oplader lenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared space, one person borrows a charger and adapter and checks whether the cable can reach the table..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een oplader lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce qu'il y a un chargeur que je peux emprunter ?

Es-kil jaa uhng sjar-zjeur kuh zju puh ang-pruhng-tee? Is er een oplader die ik mag lenen?
B

Utilise celui à côté de mon ordinateur portable.

Uu-tie-liez suh-lwie aa koo-tee duh mong or-die-na-tur por-taabl. Gebruik die naast mijn laptop.
A

Est-ce que j'ai aussi besoin de cet adaptateur ?

Es-kuh zjee oo-sie buh-zweeng duh set a-dap-ta-tur? Heb ik deze adapter ook nodig?
B

Utilise-le si ta fiche ne rentre pas.

Uu-tie-liez-luh sie taa fiesj nuh rang-truh paa. Gebruik hem als je stekker niet past.
A

Est-ce que le câble va jusqu'à la table ?

Es-kuh luh kaabl vaa zjies-kaa laa taabl? Zal de kabel tot aan de tafel komen?
B

Il va jusqu'à la table si tu t'assois près du mur.

Il vaa zjies-kaa laa taabl sie tuu ta-swaa pree duu muur. De kabel komt tot aan de tafel als je bij de muur zit.
A

Je remettrai tout à sa place quand j'aurai fini.

Zju ruh-met-rè toot aa saa plas kang zjoor-è fie-nie. Ik leg alles terug als ik klaar ben.
B

Laisse-le sur mon bureau pour que je puisse le trouver.

Les-luh suur mong buu-roo poer-kuh zju pwies luh troe-vee. Laat het op mijn bureau liggen, zodat ik het kan vinden.

Woord voor woord

Est-ce “Est-ce” markeert dat de zin een vraag is. In “Est-ce qu'il y a un chargeur que je peux emprunter ?” leidt het een ja-neevraag in.
qu'il “qu'il” verbindt de vraagconstructie met “il y a” en bevat het voornaamwoord voor “hij” of “het”. In “Est-ce qu'il y a...” hoort het bij de vaste manier om te vragen of er iets is.
y “y” betekent hier “er” in “il y a”. Samen met “il y a” verwijst het niet naar een concrete plaats, maar naar het bestaan of aanwezig zijn van iets.
a “a” is in “il y a” het werkwoordelijke deel van de uitdrukking voor “er is” of “er zijn”. De volledige uitdrukking “il y a un chargeur” betekent dat er een oplader aanwezig is.
un “un” betekent “een” en introduceert hier één nog niet bepaalde oplader. Het staat direct voor “chargeur” in “un chargeur”.
chargeur “chargeur” betekent hier “oplader”, het voorwerp dat iemand wil lenen. In “un chargeur que je peux emprunter” is het de zaak waarnaar “que” verwijst.
que “que” verwijst hier terug naar “un chargeur” en leidt de bijzin “que je peux emprunter” in: “die ik kan lenen”. Het verbindt dus de oplader met de informatie over wat ermee kan gebeuren.
je “je” betekent “ik”. In “que je peux emprunter” is “je” degene die de oplader kan lenen; voor een klinker wordt de vorm in “j'ai” en “j'aurai” ingekort.
peux “peux” betekent hier “kan” in “je peux emprunter”. Samen met het daaropvolgende werkwoord drukt het de mogelijkheid of toestemming uit om iets te lenen.
emprunter “emprunter” betekent hier “lenen”, namelijk iets tijdelijk van iemand gebruiken. Na “je peux” staat het in de vorm die aangeeft wat mogelijk is: “je peux emprunter”.
Utilise “Utilise” is hier een opdracht: “gebruik”. In “Utilise celui à côté de mon ordinateur portable” spreekt B A rechtstreeks aan en geeft aan welke oplader gebruikt kan worden.
celui “celui” betekent hier “degene” of “die ene” en verwijst naar de oplader die bedoeld wordt. In “celui à côté de mon ordinateur portable” wordt de juiste oplader aangewezen met een plaatsbepaling.
à “à” maakt in “à côté de mon ordinateur portable” deel uit van de plaatsaanduiding voor “naast”. De uitdrukking geeft aan waar de bedoelde oplader ligt.
côté “côté” betekent letterlijk “kant” en vormt in “à côté de mon ordinateur portable” de uitdrukking “naast mijn laptop”. Het woord krijgt deze plaatsbetekenis door de volledige uitdrukking “à côté de”.
de “de” verbindt in “à côté de mon ordinateur portable” de plaatsaanduiding met datgene waar iets naast ligt. Hier leidt het “mon ordinateur portable” in: mijn laptop.
mon “mon” betekent “mijn” en hoort hier bij “ordinateur portable”. In “mon ordinateur portable” geeft het aan dat de laptop van de spreker is.
ordinateur “ordinateur” betekent “computer”. Samen met “portable” vormt het in “ordinateur portable” de gebruikelijke aanduiding voor een laptop.
portable “portable” betekent “draagbaar”. In “ordinateur portable” beschrijft het welk soort computer bedoeld wordt: een laptop.
j'ai “j'ai” betekent “ik heb”. In “Est-ce que j'ai aussi besoin de cet adaptateur ?” maakt het deel uit van de uitdrukking voor iets nodig hebben.
aussi “aussi” betekent “ook”. In “j'ai aussi besoin de cet adaptateur” voegt het de adapter toe als mogelijk extra benodigd voorwerp.
besoin “besoin” betekent “behoefte”, maar in “avoir besoin de” betekent de volledige uitdrukking “nodig hebben”. Hier vraagt A of de adapter ook nodig is.
cet “cet” betekent “deze” of “dit” en staat hier voor “adaptateur”. De vorm wordt gebruikt in “cet adaptateur”, omdat het volgende woord met een klinkerklank begint.
adaptateur “adaptateur” betekent “adapter”, het extra hulpmiddel waarnaar A vraagt. In “cet adaptateur” wordt een specifieke adapter aangewezen.
Utilise-le “Utilise-le” betekent “gebruik het”. “Utilise” is de opdracht “gebruik” en “le” verwijst naar de adapter; samen vormen ze de opdracht in “Utilise-le si ta fiche ne rentre pas”.
si “si” betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in “si ta fiche ne rentre pas”. De zin zegt onder welke voorwaarde de adapter gebruikt moet worden.
ta “ta” betekent “jouw” en hoort hier bij “fiche”. In “ta fiche” wordt de stekker van de aangesproken persoon bedoeld.
fiche “fiche” betekent hier “stekker”, het onderdeel dat in een aansluiting moet passen. In “ta fiche ne rentre pas” gaat het erom dat die stekker niet naar binnen past.
ne “ne” begint in “ne rentre pas” de Franse ontkenning. De ontkenning wordt hier samen met “pas” rond “rentre” gevormd.
rentre “rentre” betekent hier “erin past” of “naar binnen gaat”. In “ta fiche ne rentre pas” beschrijft het of de stekker in de aansluiting kan gaan.
pas “pas” voltooit in “ne rentre pas” de ontkenning en maakt van “rentre” de betekenis “past niet”. In deze zin wordt daarmee uitgelegd wanneer de adapter nodig is.
le “le” betekent hier “het” en verwijst naar een eerder genoemd voorwerp, de adapter. Het staat in “Utilise-le” en opnieuw in “Laisse-le” als het voorwerp van de opdracht.
câble “câble” betekent “kabel”. In “Est-ce que le câble va jusqu'à la table ?” is het de kabel waarvan A vraagt of hij tot aan de tafel reikt.
va “va” betekent hier “gaat” en krijgt in “va jusqu'à la table” de betekenis “reikt tot aan de tafel”. Het onderwerp is “le câble”.
jusqu'à “jusqu'à” betekent “tot aan” en geeft het eindpunt aan. In “va jusqu'à la table” beschrijft het hoe ver de kabel komt.
la “la” is hier het bepaalde lidwoord “de” voor “table”. In “la table” gaat het om een specifieke tafel in de gedeelde ruimte.
table “table” betekent “tafel”. In “jusqu'à la table” is het de plaats waar de kabel volgens de vraag naartoe reikt.
t'assois “t'assois” betekent hier “je gaat zitten” in “tu t'assois près du mur”. Het is onderdeel van de wederkerende uitdrukking voor gaan zitten, met “tu” als aangesproken persoon.
près “près” betekent “dicht bij”. In “près du mur” geeft het aan dat de persoon dicht bij de muur moet zitten.
du “du” betekent hier “de” in “près du mur” en is de samengevoegde vorm van “de” en “le”. De volledige plaatsaanduiding betekent “dicht bij de muur”.
mur “mur” betekent “muur”. In “près du mur” is de muur het referentiepunt voor de plaats waar iemand moet zitten.
remettrai “remettrai” betekent “zal terugleggen” of “zal terugzetten”. In “Je remettrai tout à sa place” belooft A alle geleende spullen na gebruik terug op hun plaats te leggen.
tout “tout” betekent hier “alles” en verwijst naar alle spullen die gebruikt zijn. In “Je remettrai tout à sa place” is het datgene wat teruggelegd zal worden.
sa “sa” betekent hier “zijn” of “haar” en hoort bij “place”. In “à sa place” verwijst het naar de plaats die bij het betreffende voorwerp hoort: zijn eigen plaats.
place “place” betekent “plaats”. In de uitdrukking “à sa place” gaat het om de juiste of oorspronkelijke plaats van een voorwerp.
quand “quand” betekent “wanneer” of “als” en leidt hier de tijdsbepaling “quand j'aurai fini” in. A zegt wanneer het terugleggen zal gebeuren.
j'aurai “j'aurai” betekent “ik zal hebben”. In “quand j'aurai fini” vormt het samen met “fini” een toekomstige voltooide handeling: wanneer ik klaar zal zijn.
fini “fini” betekent hier “klaar” of “afgerond”. In “j'aurai fini” geeft het aan dat A het eigen werk eerst zal hebben beëindigd.
Laisse-le “Laisse-le” betekent “laat het liggen” of “laat het daar”. “Laisse” is de opdracht en “le” verwijst naar het voorwerp dat op het bureau moet blijven.
sur “sur” betekent hier “op” en geeft de plaats aan waar iets moet blijven. In “sur mon bureau” ligt het voorwerp op het bureau van de spreker.
bureau “bureau” betekent hier “bureau” of “schrijftafel”. In “mon bureau” verwijst het naar de vaste werkplek van de spreker.
pour “pour” drukt hier het doel uit in “pour que je puisse le trouver”: “zodat”. De daaropvolgende bijzin legt uit waarom het voorwerp op het bureau moet blijven.
puisse “puisse” betekent hier “kan” in “pour que je puisse le trouver”. Na “pour que” geeft deze vorm het beoogde doel aan: zodat de spreker het kan vinden.
trouver “trouver” betekent “vinden”. In “je puisse le trouver” is het de handeling die de spreker mogelijk wil maken door het voorwerp op het bureau te laten liggen.

Grammatica

pour que + subjonctif

Pour que tu puisses trouver le chargeur.

Poer-kuh tuu pwies troe-vee luh sjar-zjeur.

Zodat je de oplader kunt vinden.

Na « pour que » gebruik je de subjonctif: « puisses » in plaats van de gewone tegenwoordige tijd.

celui + complément

Celui à côté de l'ordinateur portable.

Suh-lwie aa koo-tee duh lor-die-na-tur por-taabl.

Degene naast de draagbare computer.

« Celui » vervangt een mannelijk zelfstandig naamwoord dat al bekend is; de aanvulling specificeert welke.

Frans woordenschat

à côté de voorzetsel
aa koo-tee duh naast
adaptateur zelfstandig naamwoord
a-dap-ta-tur adapter
aller jusqu'à uitdrukking
aa-lee zjies-kaa tot aan ... gaan / reiken va jusqu'à
avoir besoin de uitdrukking
a-vwaar buh-zweeng duh nodig hebben
celui voornaamwoord
suh-lwie degene / die
chargeur zelfstandig naamwoord
sjar-zjeur oplader
emprunter werkwoord
ang-pruhng-tee lenen
fiche zelfstandig naamwoord
fiesj stekker
ordinateur zelfstandig naamwoord
or-die-na-tur computer
portable bijvoeglijk naamwoord
por-taabl draagbaar
rentrer werkwoord
rang-trè erin passen rentre
utiliser werkwoord
uu-tie-lie-zee gebruiken Utilise

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

degene / die

Antwoord tonencelui

computer

Antwoord tonenordinateur

draagbaar

Antwoord tonenportable

lenen

Antwoord tonenemprunter