Est-ce que
“Est-ce que” is in deze dialoog de vraagmarker voor een ja/nee-vraag. “Est-ce” zet de vraagvorm in en “que” verbindt die vraagvorm met de daaropvolgende zin; samen vormen ze één vaste vraagconstructie. Gebruik bijvoorbeeld het patroon “Est-ce que” + onderwerp + werkwoord.
je
“je” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “je peux emprunter”. Het is de eerste persoon enkelvoud; aan het begin van de zin verschijnt dezelfde vorm als “Je”. Gebruik “je” vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
peux
“peux” betekent hier “kan” in “je peux emprunter”. Het is de vorm van pouvoir die bij “je” hoort en staat vóór het infinitief “emprunter”. Gebruik het patroon “Je peux” + infinitief om te zeggen dat je iets kunt doen.
emprunter
“emprunter” betekent hier “lenen”, namelijk de ladder tijdelijk van iemand gebruiken. Het is een infinitief na “je peux”. Gebruik “emprunter” met het geleende voorwerp, zoals in “emprunter ton échelle”.
ton
“ton” betekent hier “jouw” in “ton échelle”. Deze bezitsvorm staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat met een klinkerklank begint, zoals “échelle”. Gebruik “ton” om aan te geven dat iets van de aangesproken persoon is.
échelle
“échelle” betekent hier “ladder” in “ton échelle”. Het woord is het voorwerp dat iemand wil lenen. Gebruik het bijvoorbeeld in de combinatie “une échelle” voor “een ladder”.
D’accord
“D’accord” betekent hier “akkoord”, “goed” of “zeker” als instemming met het verzoek. Het staat aan het begin van het antwoord voordat de waarschuwing volgt. Gebruik “D’accord” om in een gesprek aan te geven dat je instemt.
mais
“mais” betekent hier “maar” en leidt een beperking of waarschuwing in na de instemming. Het verbindt “D’accord” met “fais attention à l’échelle”. Gebruik “mais” om na een bevestiging een tegenstelling of voorwaarde toe te voegen.
fais
“fais” betekent hier niet gewoon “doe”, maar maakt samen met “attention” en “à l’échelle” de waarschuwing “fais attention à l’échelle”: let op de ladder. Het is een bevelsvorm van faire in deze vaste uitdrukking. Gebruik het patroon “faire attention à” + persoon of zaak om iemand te waarschuwen voorzichtig te zijn.
attention
“attention” betekent hier “voorzichtigheid” binnen de uitdrukking “fais attention à l’échelle”. Samen met “fais” en “à” vormt het de waarschuwing om op iets te letten; het betekent hier niet alleen losse “aandacht”. Gebruik “faire attention à” + zelfstandig naamwoord voor iets waarvoor iemand voorzichtig moet zijn.
à
“à” is hier een vast onderdeel van “fais attention à l’échelle” en koppelt de waarschuwing aan datgene waarvoor je moet opletten. In deze constructie betekent de hele uitdrukking dat je voorzichtig moet zijn met de ladder. Gebruik “faire attention à” vóór het voorwerp van je aandacht.
l’échelle
“l’échelle” betekent hier “de ladder” en verwijst naar de ladder waarover al gesproken wordt. “l’” is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór de klinkerklank van “échelle”. Gebruik “l’échelle” wanneer je naar een specifieke ladder verwijst.
dois
“dois” betekent hier “moet” in “Je dois atteindre une étagère haute”. Het is de vorm van devoir die bij “je” hoort en staat vóór het infinitief “atteindre”. Gebruik “Je dois” + infinitief om een noodzaak of verplichting uit te drukken.
atteindre
“atteindre” betekent hier “bereiken”, namelijk bij een hoge plank komen. Het is het infinitief na “Je dois”. Gebruik “atteindre” met een doel of voorwerp, zoals in “atteindre une étagère haute”.
une
“une” betekent hier “een” vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “étagère”. Samen vormen ze “une étagère haute”, een niet eerder bepaalde hoge plank. Gebruik “une” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
étagère
“étagère” betekent hier “plank” of “boekenplank” en is het doel dat de spreker wil bereiken. Het staat na “une” en vóór het bijvoeglijk naamwoord “haute”. Gebruik bijvoorbeeld “une étagère” voor een plank of boekenplank.
haute
“haute” betekent hier “hoog” in “une étagère haute”. Het is de vrouwelijke vorm van haut en past bij “étagère”. Gebruik de constructie zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord wanneer je hier de hoogte van een plank beschrijft.
la
“la” betekent hier “haar” of “deze” en verwijst als lijdend voornaamwoord naar de ladder in “Je peux la tenir”. Het staat vóór het infinitief “tenir”. Gebruik een voornaamwoord zoals “la” vóór het werkwoord wanneer je een eerder genoemde vrouwelijke zaak opnieuw noemt.
tenir
“tenir” betekent hier “vasthouden”, namelijk de ladder stevig vasthouden. Het is een infinitief na “Je peux” en krijgt “la” ervoor als verwijzing naar de ladder. Gebruik “tenir” met het voorwerp dat je vasthoudt, zoals in “tenir la” binnen de volledige constructie “la tenir”.
fermement
“fermement” betekent hier “stevig” of “vast” en beschrijft hoe de ladder wordt vastgehouden in “la tenir fermement”. Het is een bijwoord dat de handeling “tenir” nader bepaalt. Gebruik “fermement” na een werkwoord om aan te geven dat iets stevig of vast gebeurt.
pour
“pour” betekent hier “voor” en geeft in “pour toi” aan voor wie de spreker de ladder vasthoudt. Het vormt samen met “toi” een bepaling van de begunstigde. Gebruik “pour” + persoon om te zeggen voor wie je iets doet.
toi
“toi” betekent hier “jou” in “pour toi”. Het is de beklemtoonde vorm die na het voorzetsel “pour” wordt gebruikt. Gebruik “pour toi” om aan te geven dat iets speciaal voor de aangesproken persoon gebeurt.
Ça
“Ça” betekent hier “dat” en verwijst naar de aangeboden hulp: de ladder stevig vasthouden. Als onderwerp van “Ça aiderait beaucoup” vormt het de verwijzing naar die hele handeling. Gebruik “Ça” om naar een genoemde zaak, handeling of situatie te verwijzen.
aiderait
“aiderait” betekent hier “zou helpen” in “Ça aiderait beaucoup”. De vorm van aider drukt een verondersteld of mogelijk gevolg uit: die hulp zou veel helpen. Gebruik “Ça aiderait” + bijwoord of aanvulling om te zeggen dat iets nuttig zou zijn.
beaucoup
“beaucoup” betekent hier “veel” of “erg” en versterkt in “Ça aiderait beaucoup” de mate waarin de hulp zou helpen. Het staat na het werkwoord “aiderait”. Gebruik “beaucoup” na een werkwoord om een grote hoeveelheid of sterke mate aan te geven.
Ne
“Ne” opent in “Ne monte pas” de ontkenning van het bevel. Samen met “pas” maakt het van “monte” de betekenis “klim niet” of “ga niet omhoog”. Gebruik in een ontkennend bevel de combinatie “Ne” + werkwoord + “pas”.
monte
“monte” betekent hier “klim” of “ga omhoog” in het bevel “Ne monte pas sur la marche du haut”. Door “Ne” en “pas” wordt het bevel ontkend: de persoon mag niet op de bovenste trede klimmen. Gebruik “monter sur” om te zeggen dat iemand ergens op klimt.
pas
“pas” is hier het tweede deel van de ontkenning in “Ne monte pas”. Samen met “Ne” maakt het duidelijk dat de aangesprokene niet op de bovenste trede moet klimmen. Gebruik “pas” in deze positie na het werkwoord bij een ontkennende zin of een ontkennend bevel.
sur
“sur” betekent hier “op” in “sur la marche du haut”. Het geeft aan waarop iemand zou kunnen klimmen of staan. Gebruik “sur” + zelfstandig naamwoord om een plaats op een oppervlak of onderdeel aan te geven.
marche
“marche” betekent hier “trede” en verwijst naar een trede van de ladder. In “la marche du haut” wordt precies de bovenste trede bedoeld. Gebruik “une marche” voor een trede of stap waarop iemand kan staan.
du
“du” is hier de samentrekking van de en le in “la marche du haut”. Het verbindt “marche” met “haut” en helpt de bovenste trede aan te duiden. Gebruik “du” wanneer de combinatie de + le vóór een mannelijk enkelvoudig woord nodig is.
haut
“haut” betekent hier “boven” of “bovenste” in “la marche du haut”, dus de trede bovenaan de ladder. Het maakt samen met “du” de aanduiding van de bovenste trede. Gebruik “du haut” om in deze context het bovenste gedeelte aan te duiden.
vais
“vais” betekent hier “ga” in “Je vais rester”, waarmee de spreker zegt wat hij of zij van plan is te doen. Het is de vorm van aller die bij “je” hoort en staat vóór het infinitief “rester”. Gebruik “Je vais” + infinitief om een voorgenomen of nabije toekomstige handeling uit te drukken.
rester
“rester” betekent hier “blijven”, namelijk op een lagere trede blijven. Het is het infinitief na “Je vais”. Gebruik “rester” met een plaatsbepaling, zoals “rester sur une marche”.
plus
“plus” betekent hier niet los “meer”, maar vormt samen met “basse” de vergelijking “plus basse”: lager. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord. Gebruik “plus” + bijvoeglijk naamwoord om iets als sterker, hoger of lager te vergelijken.
basse
“basse” betekent hier “lager” in “une marche plus basse”. Het is de vrouwelijke vorm van bas en past bij “marche”; “plus” maakt er een vergelijking van. Gebruik “plus basse” om een lagere plaats of een lager object aan te duiden.
Ramène
“Ramène” betekent hier “breng terug” in het bevel om de ladder na gebruik terug te brengen. Het is een bevelsvorm van ramener en verwijst in de zin naar de ladder. Gebruik “Ramène” + voorwerp om iemand te vragen iets terug te brengen.
quand
“quand” betekent hier “wanneer” of “als” en introduceert het moment waarop de ladder moet worden teruggebracht. In “quand tu as fini” koppelt het de terugkeer aan het voltooien van de taak. Gebruik “quand” + zin om een tijdstip of voorwaarde in de tijd aan te geven.
tu
“tu” betekent hier “jij” en is het onderwerp van “tu as fini”. Het verwijst naar de persoon die de ladder gebruikt. Gebruik “tu” in een informele aanspreekvorm vóór het werkwoord.
as
“as” betekent hier niet zelfstandig “hebt”, maar is het hulpwerkwoord in “tu as fini”. Samen met “fini” vormt het de betekenis dat je klaar bent of de handeling hebt voltooid. Het is de vorm van avoir die bij “tu” hoort.
fini
“fini” betekent hier “klaar” of “voltooid” in “tu as fini”. Samen met “as” geeft het aan dat de activiteit afgerond is; hier is dat het gebruik van de ladder. Gebruik “avoir” + “fini” om te zeggen dat iemand klaar is met iets.