Een pen en notitieboek lenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared space, one person borrows a pen and notebook for a short list and agrees where to put them back..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een pen en notitieboek lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je peux utiliser un stylo ?

zje peu ütiliezé uhn stilo? Mag ik een pen gebruiken?
B

Prends le stylo noir dans le pot.

Pran luh stilo nwaar dan luh poo. Pak de zwarte pen uit de beker.
A

J'ai aussi besoin d'un cahier.

Zjee oosie buzwẽ d-uhn kaje. Ik heb ook een notitieboek nodig.
B

Il y a un vieux cahier dans le tiroir.

Iel ja uhn vjeu kaje dan luh tierwaar. Er ligt een oud notitieboek in de lade.
A

J'ai seulement besoin d'écrire une courte liste.

Zjee seulman buzwẽ de-krier uun koer(t) list. Ik hoef alleen een korte lijst te schrijven.
B

Rapporte les deux quand tu as fini.

Raport luh deu kan tü a finie. Breng ze allebei terug als je klaar bent.
A

Je vais les mettre sur ton bureau.

Zje vè lee metr suur tõ büro. Ik zal ze op je bureau leggen.
B

Comme ça, ils sont faciles à trouver.

Kom sa, iel sõ fasil a trüvé. Dan zijn ze makkelijk te vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Je peux utiliser un stylo ?

    Mag ik een pen gebruiken?

    Je peux
    mag ik
    utiliser
    gebruiken
    un stylo
    een pen
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier “mag ik?”: de spreker vraagt toestemming. Het komt van pouvoir (“kunnen/mogen”). In de tegenwoordige tijd is de vorm voor je je peux; na pouvoir volgt een infinitief. utiliser betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief, dus de onvervoegde vorm die na peux staat. Het patroon is pouvoir + infinitief: Je peux entrer ? = “Mag ik binnenkomen?” un stylo betekent “een pen”. Stylo is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het mannelijke onbepaalde lidwoord un. Dat lidwoord geeft hier geen exact aantal als extra bewering, maar introduceert een pen. In een andere context kan le stylo naar een bepaalde pen verwijzen. De hele vraag volgt het patroon Je peux + infinitief + zelfstandig naamwoord?. Zo vraagt de spreker of het toegestaan is een pen te gebruiken: “Mag ik een pen gebruiken?”

  2. Prends le stylo noir dans le pot.

    Pak de zwarte pen uit de beker.

    Prends
    pak
    stylo
    pen
    noir
    zwart
    dans
    in
    pot
    beker
    Uitgebreide uitleg

    Prends is de gebiedende wijs van prendre (“nemen”) voor één aangesproken persoon: tu prends is de tegenwoordige tijd, maar de opdrachtvorm is prends. Het onderwerp tu staat niet apart in de zin; de werkwoordsvorm maakt duidelijk dat de spreker één persoon aanspreekt. Voorbeeld: Prends le cahier. — “Pak het notitieboek.” stylo betekent hier “pen”. Het is een zelfstandig naamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht: daarom staat ervoor le, niet la. Het meervoud is stylos; het lidwoord wordt dan les. noir betekent hier “zwart” en beschrijft stylo. Het bijvoeglijk naamwoord staat na het zelfstandig naamwoord en stemt ermee overeen: un stylo noir is mannelijk enkelvoud. Bij een vrouwelijk enkelvoud krijgt het de vorm noire, bijvoorbeeld in une voiture noire — “een zwarte auto”. dans geeft de plaatsrelatie “in” aan. dans blijft in deze betekenis hetzelfde; het volgende lidwoord verandert wel mee met het zelfstandig naamwoord: dans le ... voor een mannelijk enkelvoud en dans la ... voor een vrouwelijk enkelvoud. Voorbeeld: Le livre est dans le sac. — “Het boek zit in de tas.” pot betekent hier “beker”, in de door de vertaling vastgelegde betekenis van een houder. Het is mannelijk enkelvoud, daarom staat er le pot. Het meervoud is les pots. Samen bestaat de zin uit een opdracht plus het aangewezen voorwerp en zijn plaats: Prends + le stylo noir + dans le pot. De volledige betekenis is: “Pak de zwarte pen uit de beker.” In deze ruimtelijke combinatie geeft dans le pot aan waar de pen zich bevindt en waaruit die wordt gepakt.

  3. J'ai aussi besoin d'un cahier.

    Ik heb ook een notitieboek nodig.

    J'ai
    ik heb
    aussi
    ook
    besoin
    behoefte
    d'un
    van een
    cahier
    notitieboek
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de vorm van avoir voor de eerste persoon enkelvoud: j'ai = “ik heb”. Het is een samentrekking van je + ai; ai is hier de tegenwoordige tijd van avoir. Voorbeeld: J'ai un stylo. — “Ik heb een pen.” aussi betekent hier “ook”. Het geeft aan dat deze mededeling naast iets anders geldt, zonder dat de zin zelf precies zegt wat dat andere is. besoin is een zelfstandig naamwoord met de betekenis “behoefte” of, in de vaste constructie avoir besoin de, “nodig hebben”. Leer deze combinatie als patroon: avoir besoin de + zelfstandig naamwoord = “iets nodig hebben”. Het werkwoord avoir draagt daarbij de persoon en tijd; besoin zelf verandert niet voor de persoon. Voorbeeld: Nous avons besoin d'aide. — “Wij hebben hulp nodig.” d'un is de samentrekking van de + un en hoort hier bij het patroon avoir besoin de. Het leidt cahier in: besoin d'un cahier = “een notitieboek nodig hebben”. un is het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het wordt hier niet als een afzonderlijke teluitspraak uitgelegd. Voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld de + une als d'une: J'ai besoin d'une lampe. — “Ik heb een lamp nodig.” cahier betekent hier “notitieboek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un cahier; het meervoud is des cahiers. In de context staat ook un vieux cahier; vieux betekent daar “oud”, maar hoort niet bij het vaste zinsdeel in deze zin. Samen vormt J'ai aussi besoin d'un cahier. de herbruikbare structuur avoir besoin de + zelfstandig naamwoord: “Ik heb ook een notitieboek nodig.” J'ai geeft “ik heb”, aussi voegt “ook” toe, en besoin d'un cahier noemt wat nodig is.

  4. Il y a un vieux cahier dans le tiroir.

    Er ligt een oud notitieboek in de lade.

    Il y a
    er is / er ligt
    vieux
    oud
    cahier
    notitieboek
    dans
    in
    tiroir
    lade
    Uitgebreide uitleg

    Il y a is een vaste Franse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets uit te drukken: “er is” of, afhankelijk van de context, “er ligt/staat”. In deze zin introduceert ze een notitieboek dat zich in de lade bevindt. Het werkwoord a hoort bij avoir (“hebben”); samen vormen deze woorden hier niet simpelweg de betekenis “hij heeft”. Voorbeeld: Il y a une tasse sur la table. = “Er staat een kopje op tafel.” vieux betekent hier “oud” en beschrijft cahier. De vorm is het mannelijk enkelvoud van vieux; de vrouwelijke vormen zijn vieille in het enkelvoud en vieilles in het meervoud. De mannelijke meervoudsvorm is ook vieux. Voorbeeld: une vieille maison = “een oud huis”. De plaats van het bijvoeglijk naamwoord vóór cahier is in deze gebruikelijke combinatie normaal Frans. cahier betekent “notitieboek” of “schrift”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In un cahier is un niet alleen door het geslacht gekozen: het zelfstandig naamwoord is ook enkelvoudig en de woordgroep is onbepaald. Het meervoud is cahiers; bijvoorbeeld des cahiers betekent “notitieboeken/schriften”. dans betekent “in” en geeft hier de plaats aan. In de volledige woordgroep staat er le tiroir achter: dans le tiroir betekent “in de lade”. Voorbeeld: Le stylo est dans le sac. = “De pen zit in de tas.” tiroir betekent “lade”. In deze zin staat het met het bepaalde lidwoord le, waardoor le tiroir “de lade” betekent. Het meervoud is tiroirs, bijvoorbeeld dans les tiroirs = “in de laden”. De delen worden zo samengevoegd: Il y a introduceert iets dat aanwezig is; un vieux cahier betekent “een oud notitieboek”; en dans le tiroir geeft de plaats aan. De volledige betekenis is dus: “Er ligt een oud notitieboek in de lade.”

  5. J'ai seulement besoin d'écrire une courte liste.

    Ik hoef alleen een korte lijst te schrijven.

    J'ai
    ik heb
    seulement
    alleen
    besoin
    behoefte
    d'écrire
    te schrijven
    courte
    korte
    liste
    lijst
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir ("hebben"): j'ai = "ik heb". In deze zin vormt het samen met besoin de vaste constructie avoir besoin de = "nodig hebben". Voorbeelden: J'ai besoin d'aide. = "Ik heb hulp nodig."; Nous avons besoin de temps. = "Wij hebben tijd nodig." seulement betekent hier "alleen" en beperkt wat nodig is tot de handeling die volgt. Het staat vóór besoin, maar de volledige betekenis wordt duidelijk in combinatie met de rest van de zin: er is slechts deze behoefte. besoin is een zelfstandig naamwoord met de betekenis "behoefte" of, in de constructie avoir besoin de, "nodig hebben". Het is niet op zichzelf het Franse werkwoord voor "nodig hebben"; avoir draagt hier de vervoegde werkwoordsvorm. Na besoin volgt de plus een zelfstandig naamwoord of een infinitief. d'écrire betekent hier "te schrijven". Dit is de vóór de infinitief écrire; de klinkers smelten samen tot d'écrire. Écrire is de basisvorm "schrijven". Na avoir besoin de kan een infinitief volgen: J'ai besoin de dormir. = "Ik moet slapen / Ik heb slaap nodig." In de gegeven zin blijft de infinitief onpersoonlijk: hij krijgt geen persoonsuitgang. courte betekent "korte" en beschrijft liste. De basisvorm is court (mannelijk enkelvoud); courte is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die hier bij het vrouwelijke enkelvoud liste past. Vergelijk: un court texte = "een korte tekst" en une courte liste = "een korte lijst". liste is het zelfstandig naamwoord "lijst". Het is vrouwelijk in het Frans, wat hier zichtbaar is aan une en aan de vorm courte. De combinatie une courte liste betekent "een korte lijst"; une geeft hier een niet nader bepaalde lijst aan en beweert op zichzelf geen numerieke hoeveelheid. Samen vormt de zin: J'ai besoin d'écrire une courte liste = "Ik heb nodig een korte lijst te schrijven", natuurlijk vertaald als "Ik hoef een korte lijst te schrijven". Met seulement erbij wordt dat: "Ik hoef alleen een korte lijst te schrijven." De structuur avoir besoin de + infinitief is herbruikbaar: J'ai seulement besoin de lire. = "Ik hoef alleen te lezen."

  6. Rapporte les deux quand tu as fini.

    Breng ze allebei terug als je klaar bent.

    Rapporte
    breng terug
    les deux
    allebei
    quand
    als / wanneer
    tu as fini
    je bent klaar
    Uitgebreide uitleg

    Rapporte is de gebiedende wijs van rapporter voor één aangesproken persoon (tu). Hier betekent rapporter “terugbrengen” of “weer brengen”; het woord zegt op zichzelf niet noodzakelijk dat iets naar de oorspronkelijke plaats gaat. Bij regelmatige werkwoorden op -er heeft de enkelvoudige gebiedende wijs hier de vorm rapporte, zonder uitgedrukt onderwerp. Voorbeeld: Rapporte le livre. — “Breng het boek terug.” les deux betekent hier “allebei” of “de twee”. deux is het telwoord “twee”; les maakt er een bepaalde meervoudige woordgroep van. De zin zegt dus daadwerkelijk dat het om twee dingen gaat, zonder in deze uiting te benoemen welke twee dingen dat zijn. Voorbeeld: Je prends les deux. — “Ik neem ze allebei.” quand is een voegwoord voor tijd en betekent “wanneer” of, zoals in de Nederlandse vertaling, “als” in de betekenis “op het moment dat”. Het leidt hier de tijdsbepalende bijzin in die aangeeft wanneer de opdracht moet worden uitgevoerd. Voorbeeld: Quand il arrive, nous commençons. — “Als hij aankomt, beginnen we.” tu as fini bestaat uit het onderwerp tu, de tegenwoordige vorm as van avoir, en het voltooid deelwoord fini van finir. Samen vormen ze de passé composé: letterlijk “je hebt beëindigd”, in deze uitdrukking natuurlijk “je bent klaar” of “je hebt het afgemaakt”. Finir kan ook een expliciet lijdend voorwerp hebben, bijvoorbeeld Tu as fini le travail. — “Je hebt het werk afgemaakt.” In tu as fini is dat voorwerp niet uitgesproken; de context geeft aan dat het relevante werk klaar is. De hele zin bestaat uit de opdracht Rapporte les deux en de tijdsbepaling quand tu as fini. Samen betekent hij: “Breng ze allebei terug als je klaar bent.” De gebiedende wijs maakt dit tot een directe instructie aan één persoon; les deux is het voorwerp van “terugbrengen”, en de bijzin bepaalt het tijdstip van die handeling.

  7. Je vais les mettre sur ton bureau.

    Ik zal ze op je bureau leggen.

    Je vais
    ik zal
    les
    ze
    mettre
    leggen
    sur
    op
    ton
    je
    bureau
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit je (ik) en de vervoegde vorm vais van aller (gaan). Hier betekent aller niet letterlijk ‘gaan’: samen met het daaropvolgende infinitief mettre vormt het de futur proche, een nabije of geplande toekomstige handeling. vais is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; het onderwerp is dus ‘ik’. Patroon: je vais + infinitief. Voorbeeld: Je vais partir. — Ik ga vertrekken. les is hier een meervoudig lijdend-voorwerpvoornaamwoord: ‘ze’. Het staat vóór het infinitief mettre. In de gegeven context verwijst het naar de twee eerder genoemde dingen. Het Franse voornaamwoord verandert in deze vorm niet volgens het grammaticale geslacht van die dingen; het meervoud wordt hier wel door les uitgedrukt. Voorbeeld: Je les prends. — Ik neem ze. mettre is een infinitief met de betekenis ‘ergens plaatsen of leggen’. De infinitief blijft na vais onvervoegd: je vais mettre, niet een tweede vervoegde vorm. Het werkwoord kan in andere contexten ook ‘aandoen’ of ‘insteken’ betekenen, maar hier gaat het om iets op een plaats leggen. sur is een voorzetsel met de betekenis ‘op’. Het geeft hier de plaats aan waar de dingen terechtkomen. Voorbeeld: Le livre est sur la table. — Het boek ligt op de tafel. ton is een bezittelijk bijvoeglijk woord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het betekent hier ‘je/jouw’ en verwijst naar de aangesprokene. De vorm wordt afgestemd op het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op het geslacht van de bezitter. Vergelijk ton bureau met ta table (je bureau tegenover je tafel). bureau is een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en betekent ‘bureau’. In sur ton bureau is het de plaatsbepaling: ‘op je bureau’. Het lidwoord ontbreekt omdat ton hier al als bepaler bij het zelfstandig naamwoord staat. De delen vormen in de volgorde van de zin Je vais les mettre: je vais markeert de futur proche, les is het lijdend voorwerp en mettre is de handeling. Bij deze combinatie staat het voornaamwoord les vóór het infinitief. Sur ton bureau geeft de plaats aan. De hele uiting betekent daarom: ‘Ik zal ze op je bureau leggen.’

  8. Comme ça, ils sont faciles à trouver.

    Dan zijn ze makkelijk te vinden.

    Comme ça
    zo; op die manier
    ils sont
    ze zijn
    faciles
    makkelijk
    trouver
    vinden
    Uitgebreide uitleg

    Comme ça betekent hier “zo” of “op die manier”. ça is een informele aanwijzende vorm met de betekenis “dat/dit” als zaak of situatie; samen verwijst de uitdrukking naar de manier die in de context bedoeld is. Voorbeeld: Fais comme ça. — “Doe het zo.” ils sont bevat het onderwerp ils en de vorm sont van être. Ils is de derde persoon meervoud en kan in het Frans naar mannelijke of gemengde meervoudige referenten verwijzen; de specifieke referenten worden hier door de vaste vertaling en context niet nader benoemd. Sont is de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud, van être; vergelijk il est — “hij/het is” en ils sont — “zij zijn”. faciles betekent hier “makkelijk”. Het bijvoeglijk naamwoord facile krijgt de meervoudsvorm faciles; deze vorm is hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk meervoud. De vorm staat in overeenstemming met het meervoudige onderwerp. Vergelijk une tâche facile — “een makkelijke taak” en des tâches faciles — “makkelijke taken”. trouver is de infinitief van het werkwoord “vinden”. Na facile gebruikt het Frans de constructie être facile à + infinitief: letterlijk geeft die aan dat iets gemakkelijk te vinden, te begrijpen, te doen enzovoort is. Voorbeeld: Ce livre est facile à lire. — “Dit boek is makkelijk te lezen.” De à hoort bij deze constructie en maakt van trouver geen vervoegde werkwoordsvorm. Samen vormen de delen: Comme ça (“op die manier”) + ils sont faciles à trouver (“zijn ze makkelijk te vinden”). De hele zin betekent dus: “Dan zijn ze makkelijk te vinden.” De vorige zin maakt duidelijk dat ils verwijst naar de dingen die op het bureau zullen worden gelegd; de zin zegt alleen dat die manier ervoor zorgt dat ze gemakkelijk te vinden zijn.

Grammatica

il y a + nom

Il y a un vieux cahier.

iel ja uhn vjeu kaje.

Er is een oud notitieboek.

Il y a betekent ‘er is/er zijn’ en staat vóór het zelfstandig naamwoord.

avoir besoin de + nom

J'ai besoin d'un stylo.

zjee buzwẽ d-uhn stilo.

Ik heb een pen nodig.

Na avoir besoin komt de; voor een klinker wordt de verkort tot d’: besoin d’un stylo.

Frans woordenschat

aussi bijwoord
oosie ook
avoir besoin de uitdrukking
avwaar buzwẽ duh nodig hebben J'ai besoin d'
cahier zelfstandig naamwoord
kaje notitieboek
il y a uitdrukking
iel ja er is
noir bijvoeglijk naamwoord
nwaar zwart
pot zelfstandig naamwoord
poo beker
prendre werkwoord
pran-dr pakken Prends
seulement bijwoord
seulman alleen
stylo zelfstandig naamwoord
stilo pen
tiroir zelfstandig naamwoord
tierwaar lade
utiliser werkwoord
ütiliezé gebruiken
vieux bijvoeglijk naamwoord
vjeu oud

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik een pen gebruiken?

Antwoord tonenJe peux utiliser un stylo ?

Ik heb ook een notitieboek nodig.

Antwoord tonenJ'ai aussi besoin d'un cahier.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pen

Antwoord tonenstylo

ook

Antwoord tonenaussi

pakken

Antwoord tonenPrends

gebruiken

Antwoord tonenutiliser