Gemorst water opruimen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a room, two adults notice spilled water on the floor and move a bag before cleaning it up..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gemorst water opruimen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il y a de l’eau sur le sol.

iel jaa də loo suur lə sol Er ligt water op de vloer.
B

L’eau s’étale vers la porte.

loo se-taal ver la port Het water verspreidt zich naar de deur.
A

La petite bouteille s’est cassée.

la pə-tiet boe-tèj se ka-see Het kleine flesje is gebroken.
B

Je vais prendre une serviette sèche.

zjə vè prangdr uun ser-vjèt sèsj Ik pak een droge handdoek.
A

Tu peux déplacer le sac d’abord ?

tuu peu dee-pla-see lə sak da-bor Kun je de tas eerst verplaatsen?
B

Je vais le mettre sur la chaise.

zjə vè lə metr suur la sjèz Ik zet de tas op de stoel.
A

Ensuite, nous pouvons nettoyer le sol.

ang-swiet, noe poe-vong net-wa-jee lə sol Dan kunnen we de vloer schoonmaken.
B

Le sac restera sec là-bas.

lə sak res-tə-raa sèk la-baa De tas blijft daar droog.

Uitleg van de zinnen

  1. Il y a de l’eau sur le sol.

    Er ligt water op de vloer.

    Il y a
    er is / er bevindt zich
    eau
    water
    sur
    op
    sol
    vloer
    Uitgebreide uitleg

    Il y a is een vaste Franse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven: “er is” of “er bevindt zich”. In deze zin introduceert ze het water dat zich op de vloer bevindt. Bijvoorbeeld: Il y a un livre sur la table. — “Er ligt een boek op de tafel.” De vorm a is hier geen zelfstandig bruikbaar equivalent van het Nederlandse “heeft”; samen met Il y a vormt ze deze aanwezigheidsconstructie. eau betekent hier “water”. Het is een niet-telbare stofnaam; daarom staat er in de volledige bronzin de l’eau, niet alleen eau. de l’ is de vorm die vóór een klinker wordt gebruikt. De constructie de l’eau duidt hier een onbepaalde hoeveelheid water aan, zonder een aantal te noemen. Het zelfstandig naamwoord eau heeft als meervoud eaux, maar in deze zin gaat het om water als stof. Bijvoorbeeld: Je bois de l’eau. — “Ik drink water.” sur betekent “op” en geeft hier de plaatsrelatie aan: het water bevindt zich op het oppervlak van de vloer. Het voorzetsel staat vóór het zelfstandig naamwoord of de woordgroep die de plaats aanduidt. Bijvoorbeeld: Le livre est sur la table. — “Het boek ligt op de tafel.” sol betekent “vloer” in deze context. Met het bepaalde lidwoord vormt het le sol, dus “de vloer”. Het bepaalde lidwoord maakt van sol een bepaalde plaatsaanduiding; het is niet het woord dat de hoeveelheid water aangeeft. Samen geeft Il y a de l’eau sur le sol de betekenis: “Er ligt water op de vloer.” Letterlijker opgebouwd is dat: “Er is water op de vloer.” De Franse zin gebruikt Il y a om de aanwezigheid van het water te presenteren en sur le sol om de plaats ervan aan te geven. De volgende zin bevestigt dat het om hetzelfde water gaat, maar voegt een andere beweging toe: L’eau s’étale vers la porte betekent “Het water verspreidt zich naar de deur.”

  2. L’eau s’étale vers la porte.

    Het water verspreidt zich naar de deur.

    eau
    water
    s’étale
    verspreidt zich
    vers
    naar
    porte
    deur
    Uitgebreide uitleg

    eau betekent hier “water”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. De volledige vorm l’eau gebruikt l’ als verkorte vorm van la vóór een klinkerklank; het geslacht van eau blijft vrouwelijk. De meervoudsvorm is eaux. Voorbeeld: Je bois de l’eau. — “Ik drink water.” s’étale komt van s’étaler en betekent hier dat het water zich uitspreidt of uitvloeit. De vorm is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij l’eau. Het voornaamwoordelijke se maakt deel uit van het werkwoord: s’étaler. Voorbeeld: La peinture s’étale sur le mur. — “De verf spreidt zich over de muur uit.” vers is een voorzetsel voor een richting: “naar” of “in de richting van”. Het geeft hier de richting van de beweging aan, niet noodzakelijk het bereiken van de bestemming. Voorbeeld: Il marche vers la sortie. — “Hij loopt naar de uitgang.” porte betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la porte; het meervoud is les portes. Voorbeeld: La porte est ouverte. — “De deur is open.” Samen bestaat de zin uit L’eau (“het water”), s’étale (“spreidt zich uit”) en vers la porte (“naar de deur toe”). De vaste betekenis is dus: “Het water verspreidt zich naar de deur.”

  3. La petite bouteille s’est cassée.

    Het kleine flesje is gebroken.

    petite
    klein
    bouteille
    flesje; fles
    s’est cassée
    is gebroken
    Uitgebreide uitleg

    petite betekent hier “kleine” en beschrijft bouteille. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van petit; de mannelijke vorm is petit en de vrouwelijke vorm petite. De vorm past bij het vrouwelijke enkelvoud van bouteille. bouteille betekent hier “fles”; in de vaste vertaling wordt dat weergegeven als “flesje”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une bouteille betekent “een fles” en la bouteille “de fles”. Het Franse woord zelf bevat hier geen aparte verkleinvorm; het Nederlandse “flesje” is de gekozen vertaling in deze context. s’est cassée is de passé composé van se casser in deze intransitieve betekenis: breken of gebroken raken. Het betekent hier niet noodzakelijk dat de fles zichzelf heeft gebroken. est is het hulpwerkwoord en cassée is het voltooid deelwoord van casser. Omdat het onderwerp la petite bouteille vrouwelijk enkelvoud is, krijgt het voltooid deelwoord met être de uitgang -e: cassée. Een bruikbaar contrast is Elle a cassé la bouteille — “Zij heeft de fles gebroken”; daar gebruikt het actieve werkwoord casser het hulpwerkwoord avoir. Samen vormen de delen La petite bouteille = “het kleine flesje” en s’est cassée = “is gebroken”. De volledige betekenis is: “Het kleine flesje is gebroken.”

  4. Je vais prendre une serviette sèche.

    Ik pak een droge handdoek.

    Je vais
    ik ga
    prendre
    pakken; nemen
    serviette
    handdoek
    sèche
    droog
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit je (“ik”) en de tegenwoordige tijd van aller (“gaan”): vais is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Samen met een infinitief vormt dit de futur proche: aller + infinitief drukt een nabije of voorgenomen handeling uit. Hier gaat het dus om “ik ga …”, niet om een losse beweging naar een plaats. Voorbeeld: Je vais dormir. — “Ik ga slapen.” prendre is de infinitief (“pakken” of “nemen”). In de zin staat deze vorm na vais; de tijd en persoon worden daar al door vais aangegeven. Een nuttige vormreeks is prendre — je prends — pris (“nemen” — “ik neem” — “genomen”). Voorbeeld: Je vais prendre le livre. — “Ik ga het boek pakken.” serviette betekent hier “handdoek”, zoals de vaste vertaling aangeeft. Het is een zelfstandig naamwoord; in une serviette is het vrouwelijk enkelvoud. Het woord kan in een andere context ook een servet betekenen, maar hier gaat het om een handdoek. Voorbeeld: La serviette est là. — “De handdoek is daar.” sèche betekent hier “droog” en beschrijft serviette. Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het zelfstandig naamwoord aan: sec is de mannelijke enkelvoudsvorm, sèche de vrouwelijke enkelvoudsvorm, secs het mannelijke meervoud en sèches het vrouwelijke meervoud. De vorm sèche is dus de vorm van het bijvoeglijk naamwoord, niet een vorm van serviette. Voorbeeld: un linge sec — “droog linnengoed”; une serviette sèche — “een droge handdoek”. De volledige opbouw is Je vais + prendre + une serviette + sèche: “Ik ga” + “pakken” + “een handdoek” + “droge”. Samen betekent de zin: “Ik pak een droge handdoek.”

  5. Tu peux déplacer le sac d’abord ?

    Kun je de tas eerst verplaatsen?

    Tu peux
    Kun je …?
    déplacer
    verplaatsen
    sac
    tas
    d’abord
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux is hier de vraagconstructie “Kun je …?”. peux is de tegenwoordige-tijdsvorm van pouvoir bij tu. Na pouvoir volgt een infinitief: Tu peux venir ? = “Kun je komen?” Het onderwerp tu staat hier vóór het werkwoord; het vraagteken maakt de zin in geschreven vorm tot een vraag. déplacer betekent hier “verplaatsen”. Het is de infinitief en krijgt daarom in deze zin geen persoonsuitgang; peux draagt de vervoeging van pouvoir. Voorbeeld: Je peux déplacer le sac. = “Ik kan de tas verplaatsen.” le sac betekent “de tas”. sac is een mannelijk zelfstandig naamwoord; le is hier het bepaalde lidwoord voor mannelijk enkelvoud. In het meervoud staat les sacs voor “de tassen”. d’abord betekent hier “eerst” en markeert de volgorde: het verplaatsen wordt als eerste gevraagd. Voorbeeld: Je vais d’abord manger. = “Ik ga eerst eten.” Samen vormen de delen Tu peux + de infinitief déplacer + het object le sac + d’abord. De hele vraag betekent: “Kun je de tas eerst verplaatsen?” Het is een alledaagse vraag die als gewoon verzoek kan worden gebruikt.

  6. Je vais le mettre sur la chaise.

    Ik zet de tas op de stoel.

    Je vais
    ik ga …
    mettre
    zetten
    le
    hem/het
    sur
    op
    chaise
    stoel
    Uitgebreide uitleg

    Je vais betekent hier dat de spreker iets binnenkort gaat doen. vais is de vorm van aller bij je; samen met een infinitief vormt aller + infinitief de nabije toekomst. Voorbeeld: Je vais nettoyer. — Ik ga schoonmaken. mettre betekent hier ‘zetten’ of ‘leggen’: iets naar een bepaalde plaats brengen. Het is de infinitief na vais; de vervoegde vorm staat dus bij aller, niet bij mettre. Voorbeeld: Je vais mettre le livre ici. — Ik ga het boek hier neerleggen. le is hier een lijdend-voorwerpsvoornaamwoord met de vorm voor mannelijk enkelvoud. In deze zin verwijst het, zoals de vaste vertaling en de vorige zin ondersteunen, naar le sac (‘de tas’). De vorm zelf betekent hier ‘hem/het’, niet letterlijk ‘de tas’. Het voornaamwoord staat vóór de infinitief: Je vais le mettre — Ik ga hem/het neerzetten. Voor een vrouwelijk enkelvoud staat bijvoorbeeld la. sur betekent ‘op’ en geeft de plaatsrelatie aan. Voorbeeld: Le livre est sur la table. — Het boek ligt op de tafel. chaise betekent ‘stoel’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat in het volledige zinsdeel het bepaalde lidwoord la: sur la chaise — op de stoel. Samen betekent Je vais le mettre sur la chaise: ‘Ik ga de tas op de stoel zetten.’ De onderdelen geven achtereenvolgens de spreker (Je), de nabije toekomst (vais), het voornaamwoord voor het voorwerp (le), de handeling (mettre) en de plaats (sur la chaise) aan.

  7. Ensuite, nous pouvons nettoyer le sol.

    Dan kunnen we de vloer schoonmaken.

    Ensuite
    daarna
    pouvons
    kunnen
    nettoyer
    schoonmaken
    sol
    vloer
    Uitgebreide uitleg

    Ensuite betekent hier “daarna” en ordent deze handeling na iets dat eerder is gebeurd. Het is een bijwoord; een vergelijkbaar woord is avant (“ervoor/vooraf”), maar dat geeft de omgekeerde volgorde aan. pouvons is de vorm van pouvoir (“kunnen”) bij nous (“wij”): nous pouvons = “wij kunnen”. Het gaat hier om mogelijkheid of beschikbaarheid om iets te doen, niet om een bevel. Vergelijk: je peux = “ik kan”, nous pouvons = “wij kunnen”. nettoyer is het hele werkwoord “schoonmaken”. Na pouvoir staat in het Frans het volgende werkwoord in de infinitief: nous pouvons nettoyer = “wij kunnen schoonmaken”. De infinitief blijft dezelfde vorm voor de verschillende personen; bijvoorbeeld je peux nettoyer betekent “ik kan schoonmaken”. sol betekent hier “vloer”. Het is een zelfstandig naamwoord; met het bepaalde lidwoord staat het als le sol (“de vloer”). Het meervoud is les sols (“de vloeren”). Samen vormen nous pouvons nettoyer le sol de betekenis “we kunnen de vloer schoonmaken”: nous is het onderwerp, pouvons drukt de mogelijkheid uit en nettoyer benoemt de handeling. Met Ensuite wordt de volledige zin: “Daarna kunnen we de vloer schoonmaken.”

  8. Le sac restera sec là-bas.

    De tas blijft daar droog.

    Le sac
    de tas
    restera
    blijft
    sec
    droog
    là-bas
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Le sac betekent hier “de tas”. sac is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bijvoeglijk naamwoord later in de mannelijke enkelvoudsvorm. Het bepaalde lidwoord le wordt gebruikt voor een specifiek of als bekend voorgesteld zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Le livre est lourd. — “Het boek is zwaar.” restera is de toekomende vorm van rester (“blijven”): je resterai, il/elle restera. De vorm restera is derde persoon enkelvoud en zegt hier dat de tas droog zal blijven. In het Nederlands kan dat natuurlijk als “blijft” worden vertaald. Voorbeeld: Elle restera ici. — “Zij blijft hier.” sec betekent hier “droog” en beschrijft sac. Deze vorm is mannelijk enkelvoud. Bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de vorm doorgaans sèche; bijvoorbeeld: La serviette restera sèche. — “De handdoek blijft droog.” là-bas is een bijwoord dat een plaats op enige afstand aanduidt: “daar” of “daar ginds”. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Le chien dort là-bas. — “De hond slaapt daar.” Samen vormen de delen: Le sac + restera + sec + là-bas. De hele zin betekent: “De tas blijft daar droog.” De Franse toekomende vorm van rester maakt duidelijk dat het droog blijven op het bedoelde toekomstige moment of gedurende de toekomstige situatie geldt.

Grammatica

il y a + zelfstandig naamwoord

Il y a de l’eau.

iel jaa də loo

Er is water.

Il y a betekent ‘er is’ of ‘er zijn’ en wordt gevolgd door wat er aanwezig is.

futur simple: rester → restera

Il restera là-bas.

iel res-tə-raa la-baa

Hij/het zal daar blijven.

De uitgang -era geeft hier de futur simple aan: iets zal later gebeuren.

Frans woordenschat

bouteille zelfstandig naamwoord
boe-tèj fles la bouteille
eau zelfstandig naamwoord
oo water l’eau
il y a uitdrukking
iel jaa er is Il y a
petit bijvoeglijk naamwoord
pə-tie klein petite
porte zelfstandig naamwoord
port deur la porte
prendre werkwoord
prangdr pakken
s’étaler werkwoord
se-taalee zich verspreiden s’étale
se casser werkwoord
sə ka-see breken s’est cassée
sec bijvoeglijk naamwoord
sèk droog sèche
serviette zelfstandig naamwoord
ser-vjèt handdoek une serviette
sol zelfstandig naamwoord
sol vloer le sol
vers voorzetsel
ver naar

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het water verspreidt zich naar de deur.

Antwoord tonenL’eau s’étale vers la porte.

Het kleine flesje is gebroken.

Antwoord tonenLa petite bouteille s’est cassée.

Ik pak een droge handdoek.

Antwoord tonenJe vais prendre une serviette sèche.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klein

Antwoord tonenpetite

naar

Antwoord tonenvers

pakken

Antwoord tonenprendre

droog

Antwoord tonensèche