Est-ce que
«Est-ce que» markeert in «Est-ce que quelqu’un utilise ce tapis de course en ce moment ?» een ja/nee-vraag. «Est-ce» vormt samen met «que» de vraaginleiding; «que» leidt de daaropvolgende zin in. Deze vaste vraagvorm is bruikbaar wanneer je neutraal naar een feit of handeling vraagt.
quelqu’un
«quelqu’un» betekent hier ‘iemand’ in «Est-ce que quelqu’un utilise ce tapis de course en ce moment ?». Het verwijst naar een onbekende persoon die mogelijk het apparaat gebruikt. Je gebruikt het als onderwerp wanneer je vraagt of er een persoon aanwezig is of iets doet.
utilise
«utilise» betekent hier ‘gebruikt’ in «quelqu’un utilise ce tapis de course». Het is de werkwoordsvorm die bij «quelqu’un» hoort. De vorm kan met een direct voorwerp worden gebruikt, hier «ce tapis de course».
ce
«ce» betekent hier ‘deze’ in «ce tapis de course» en wijst naar de specifieke loopband waarover de sprekers het hebben. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Zo kun je in een gedeelde ruimte een concreet voorwerp aanwijzen.
tapis de course
«tapis de course» betekent als geheel ‘loopband’. In deze uitdrukking betekent «tapis» ‘mat’, verbindt «de» de delen, en verwijst «course» naar hardlopen. De volledige woordgroep staat in «ce tapis de course» en benoemt het apparaat dat iemand wil gebruiken.
en
«en» betekent hier ‘op/in’ binnen de tijdsaanduiding «en ce moment». Samen met die woordgroep verwijst het naar het huidige moment. «en ce moment» is een bruikbaar patroon om te zeggen dat iets nu gebeurt.
moment
«moment» betekent hier ‘moment’ in «en ce moment», dus de huidige tijd. Het woord maakt samen met «en ce» een vaste tijdsaanduiding. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je wilt aangeven wat er nu gebeurt.
Il
«Il» betekent hier ‘hij/het’ en verwijst in «Il semble libre» naar «tapis de course». Het is het onderwerp van de zin. Voor een mannelijk benoemd voorwerp wordt het ook gebruikt om herhaling van het zelfstandig naamwoord te vermijden.
semble
«semble» betekent hier ‘lijkt’ in «Il semble libre». De vorm drukt uit dat iets volgens de indruk van de spreker vrij of beschikbaar is. Ze wordt hier gevolgd door het bijvoeglijk naamwoord «libre».
libre
«libre» betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’ in «Il semble libre». Het beschrijft de toestand van de loopband. In deze situatie gebruik je het om te zeggen dat een apparaat niet bezet lijkt.
mais
«mais» betekent ‘maar’ in «Il semble libre, mais fais attention au temps». Het verbindt een eerste vaststelling met een waarschuwing of beperking. Je gebruikt het om een tegenstelling of belangrijke aanvulling in te leiden.
fais
«fais» betekent hier ‘houd’ of ‘let’ in de uitdrukking «fais attention au temps». De vorm geeft een directe aanwijzing aan de andere persoon. «fais attention à» is een bruikbaar patroon om iemand te waarschuwen of te vragen ergens op te letten.
attention
«attention» benoemt in «fais attention au temps» het aandachtspunt: de tijd. De volledige uitdrukking betekent dat je ergens goed op moet letten; het woord alleen draagt niet die volledige opdracht. In een gedeelde sportschool kan de uitdrukking een beleefde waarschuwing over gebruikstijd inleiden.
au
«au» betekent hier ‘aan/op het’ in «attention au temps». Het is de vaste samentrekking van «à» en «le». Je ziet deze vorm wanneer de constructie «attention à» gevolgd wordt door een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
temps
«temps» betekent hier ‘tijd’ in «fais attention au temps». Het verwijst naar de duur van het gebruik van de loopband. Het woord kan in deze context na «au» staan om het aandachtspunt te benoemen.
Combien
«Combien» betekent hier ‘hoeveel’ en krijgt in «Combien de temps dois-je l’utiliser» de betekenis ‘hoe lang’. Samen met «de temps» vraagt het naar een tijdsduur. Dit is een bruikbaar vraagpatroon wanneer je wilt weten hoe lang een handeling mag of moet duren.
dois-je
«dois-je» betekent hier ‘moet ik’ in «Combien de temps dois-je l’utiliser». De vorm gebruikt vraaginversie: het werkwoord staat vóór «je». Je gebruikt deze vorm om in een vraag naar een verplichting of passende handelwijze te vragen.
l’utiliser
«l’utiliser» betekent hier ‘het gebruiken’ in «dois-je l’utiliser». «l’» verwijst naar de eerder genoemde loopband en staat vóór het infinitief «utiliser». Na «dois-je» volgt zo het voorwerp en de handeling waarnaar de vraag gaat.
si
«si» betekent hier ‘als’ in «si d’autres personnes attendent». Het leidt de voorwaarde in waaronder de gebruiksduur wordt besproken. Je gebruikt het om een mogelijke situatie te verbinden met een advies of vraag.
d’autres
«d’autres» betekent hier ‘andere’ in «d’autres personnes». Het verwijst naar personen naast de huidige gebruiker. De apostrof komt doordat «de» vóór de klinker van «autres» wordt verkort; de woordgroep staat vóór het zelfstandig naamwoord.
personnes
«personnes» betekent hier ‘personen’ of ‘mensen’ in «d’autres personnes attendent». Het is de groep die mogelijk op haar beurt wacht. Je gebruikt het met een bijvoeglijk element ervoor, zoals «d’autres», wanneer je naar andere mensen verwijst.
attendent
«attendent» betekent hier ‘wachten’ in «d’autres personnes attendent». De vorm hoort bij «d’autres personnes», dat het onderwerp vormt. In deze scène beschrijft het mensen die wachten om het apparaat te gebruiken.
Limite
«Limite» betekent hier ‘beperk’ in «Limite ton temps à environ dix minutes». Het is een directe aanwijzing om een grens aan de gebruiksduur te stellen. Je gebruikt de vorm vóór wat iemand moet beperken, hier «ton temps».
ton
«ton» betekent hier ‘jouw’ in «ton temps». Het geeft aan dat de tijd bij de aangesproken persoon hoort. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt de bezitsrelatie duidelijk.
à
«à» geeft in «à environ dix minutes» de grens van de duur aan, hier ‘tot ongeveer tien minuten’. Het verbindt de beperking met de maximale tijd. Dit gebruik is bruikbaar bij aanwijzingen over een hoeveelheid of tijdsduur.
environ
«environ» betekent ‘ongeveer’ in «environ dix minutes». Het maakt de genoemde duur benaderend in plaats van exact. Het staat vóór de hoeveelheid of tijdsduur die het nader bepaalt.
minutes
«minutes» betekent hier ‘minuten’ in «environ dix minutes». Het benoemt de eenheid van de gebruiksduur. Samen met «dix» en «environ» vormt het de tijdslimiet.
quand
«quand» betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in «quand la salle est pleine». Het leidt de situatie in waarin de tijdslimiet geldt. Je gebruikt het om een advies aan een bepaalde omstandigheid te koppelen.
la
«la» betekent hier ‘de’ in «la salle». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en verwijst naar de sportschoolruimte die in deze situatie bekend is. Je gebruikt het om een specifieke ruimte aan te duiden.
salle
«salle» betekent hier ‘zaal’ of ‘ruimte’ en verwijst in «la salle est pleine» naar de sportruimte. Samen met «pleine» beschrijft het hoe druk de ruimte is. In deze context is het de ruimte waarin het gedeelde apparaat staat.
est
«est» betekent hier ‘is’ in «la salle est pleine». Het verbindt «la salle» met de toestand «pleine». Je gebruikt deze vorm om de toestand van een ruimte of voorwerp te beschrijven.
pleine
«pleine» betekent hier ‘vol’ in «la salle est pleine». De vorm beschrijft dat er veel mensen in de sportruimte zijn. De uitgang past bij «la salle» in deze uitdrukking.
je
«je» betekent ‘ik’ in «dois-je» en verschijnt als «Je» aan het begin van «Je le nettoierai». Het is het persoonlijk onderwerp dat naar de spreker verwijst; de hoofdletter hangt alleen samen met de plaats aan het begin van de zin. Je gebruikt het om je eigen handeling, vraag of verplichting uit te drukken.
l’essuyer
«l’essuyer» betekent hier ‘het afvegen’ in «Est-ce que je dois l’essuyer». «l’» verwijst naar de loopband en «essuyer» benoemt de handeling van afvegen. Na «dois» geeft deze combinatie aan welke handeling de spreker moet uitvoeren.
j’ai
«j’ai» betekent hier ‘ik heb’ in «quand j’ai fini». Het is het eerste deel van de uitdrukking waarmee de spreker aangeeft dat hij of zij klaar is. Je gebruikt deze vorm samen met een voltooidheidsuitdrukking om het einde van een handeling aan te geven.
fini
«fini» betekent hier ‘klaar’ of ‘af’ in «j’ai fini». Samen met «j’ai» geeft het aan dat de spreker klaar is met de bedoelde activiteit. Deze uitdrukking kan worden gebruikt wanneer je een handeling hebt beëindigd.
le
«le» betekent hier ‘het’ als voornaamwoord in «Je le nettoierai». Het verwijst naar de loopband en staat vóór «nettoierai». Zo vermijd je dat «le tapis de course» opnieuw moet worden genoemd.
spray
«spray» betekent hier ‘spray’ in «Utilise le spray». Het benoemt het schoonmaakmiddel dat voor het afvegen wordt gebruikt. Het staat als direct voorwerp na «Utilise».
et
«et» betekent ‘en’ in «le spray et un essuie-tout». Het verbindt de twee middelen die gebruikt moeten worden. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden of woordgroepen samen te voegen.
un
«un» betekent hier ‘een’ in «un essuie-tout». Het introduceert één nog niet nader bepaald exemplaar van het genoemde hulpmiddel. Het staat direct vóór «essuie-tout».
essuie-tout
«essuie-tout» betekent hier ‘keukenpapier’ of ‘papieren handdoek’ in «un essuie-tout». Het benoemt het papier waarmee de loopband wordt schoongemaakt. In de zin staat het na «un» als het tweede schoonmaakmiddel.
du
«du» betekent hier ‘van het’ in «du support». Het is de samentrekking van «de» en «le». In deze woordgroep geeft het aan waar de papieren handdoek vandaan wordt genomen.
support
«support» betekent hier ‘houder’ of ‘rek’ in «du support». Het verwijst naar de plaats waarop of waarin de papieren handdoek ligt. Je gebruikt het hier na «du» om de herkomst of locatie aan te geven.
nettoierai
«nettoierai» betekent hier ‘zal schoonmaken’ in «Je le nettoierai avant de partir». Het is de toekomstige vorm van «nettoyer» voor de handeling die de spreker later zal uitvoeren. De vorm staat na het onderwerp en het voornaamwoord «le».
avant
«avant» betekent hier ‘voordat’ in «avant de partir». Het plaatst het schoonmaken vóór het vertrek. In deze constructie wordt het gevolgd door «de» en een infinitief.
partir
«partir» betekent hier ‘vertrekken’ in «avant de partir». Het staat als infinitief na «avant de» en benoemt de handeling die later komt. Je gebruikt dit patroon om twee handelingen in tijd te ordenen.
Comme
«Comme» betekent hier samen met «ça» ‘zo’ in «Comme ça». De volledige uitdrukking verwijst naar de zojuist beschreven manier van schoonmaken en het gevolg daarvan. «Comme ça» is een bruikbaar patroon om naar een manier of resultaat te verwijzen.
ça
«ça» betekent hier ‘zo’ of ‘dat’ in «Comme ça». Het verwijst naar de handeling die de vorige spreker heeft aangekondigd. Samen met «Comme» maakt het duidelijk dat het volgende gevolg door die handeling ontstaat.
matériel
«matériel» betekent hier ‘materiaal’ of ‘apparatuur’ in «le matériel reste prêt». Het verwijst naar het gedeelde fitnessapparaat als geheel. Je gebruikt het om over sport- of gebruiksuitrusting te spreken zonder elk onderdeel apart te noemen.
reste
«reste» betekent hier ‘blijft’ in «le matériel reste prêt». Het drukt uit dat de apparatuur in dezelfde toestand blijft. De vorm staat bij «le matériel» en wordt gevolgd door de toestand «prêt».
prêt
«prêt» betekent hier ‘klaar’ of ‘gebruiksklaar’ in «le matériel reste prêt». Het beschrijft de toestand waarin de apparatuur blijft nadat ze is schoongemaakt. De vorm hoort in deze uitdrukking bij «le matériel».
pour
«pour» betekent hier ‘voor’ in «pour la personne suivante». Het geeft aan voor wie het materiaal klaar blijft. Je gebruikt het om de bestemde persoon of het doel van iets aan te geven.
personne
«personne» betekent hier ‘persoon’ in «la personne suivante». Het verwijst naar degene die het apparaat na de huidige gebruiker zal gebruiken. In deze context staat het met «la» en «suivante» als een specifieke volgende gebruiker.
suivante
«suivante» betekent hier ‘volgende’ in «la personne suivante». Het geeft aan dat deze persoon na de huidige gebruiker aan de beurt is. De vorm beschrijft «personne» in deze woordgroep.