De gemeenschappelijke ruimte opruimen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After using a common room, two adults clean up chairs and trash, turn things off, and lock the room..

NL → FR / Niveau: A2

Over deze les

Met De gemeenschappelijke ruimte opruimen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Nous avons utilisé la salle commune pendant un moment.

Noe za-von zü-ti-li-zee la sal ko-muun pan-dan un mo-man. We hebben de gemeenschappelijke ruimte een tijdje gebruikt.
B

Rangeons-la avant de partir.

Ran-zjon-laa a-van de par-tier. Laten we de ruimte opruimen voordat we weggaan.
A

Je vais remettre les chaises à leur place.

Zje vè re-mètr lee sjèz aa lèr plas. Ik zet de stoelen terug op hun plaats.
B

Je vais enlever les déchets des tables.

Zje vè an-luh-vee lee dee-sjè dee tabl. Ik haal het afval van de tafels.
A

Est-ce qu'on éteint aussi les lumières ?

Ès-kon ee-tèn oo-sie lee lü-mjèr? Zullen we de lichten ook uitdoen?
B

Éteins les lumières.

Ee-tèn lee lü-mjèr. Doe de lichten uit.
B

Ferme les fenêtres avant qu'on ferme la salle à clé.

Fèrm lee fuh-nètr a-van kon fèrm la sal aa klée. Doe de ramen dicht voordat we de ruimte afsluiten.
A

La salle a l'air prête pour le prochain groupe.

La sal aa lèr prèt poer luh pro-sjèn groep. De ruimte lijkt klaar voor de volgende groep.
B

Alors, on peut fermer la porte à clé et partir.

A-lor, on puh fèr-mee la port aa klée ee par-tier. Dan kunnen we de deur op slot doen en weggaan.

Woord voor woord

Nous « Nous » betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van « Nous avons utilisé la salle commune ». Je gebruikt het voor de groep die samen iets doet; hier zijn dat de twee volwassenen.
avons « avons » betekent hier ‘hebben’ in de zin « Nous avons utilisé la salle commune ». Het is de vorm van avoir die bij nous hoort en staat samen met utilisé voor een handeling in het verleden.
utilisé « utilisé » betekent hier ‘gebruikt’ in « Nous avons utilisé la salle commune ». Het is de vorm die samen met avons de voltooide handeling uitdrukt; een herbruikbaar patroon is avoir + utilisé.
la « la » betekent hier ‘de’ vóór het vrouwelijke enkelvoud salle, zoals in « la salle commune ». Het is het bepaalde lidwoord voor dit zelfstandig naamwoord; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als « La ».
salle « salle » betekent hier ‘ruimte’ of ‘zaal’ in « la salle commune ». In deze les gaat het om de gemeenschappelijke ruimte; het woord kan samen met een beschrijving staan, zoals salle commune.
commune « commune » betekent hier ‘gemeenschappelijk’ en beschrijft de ruimte in « salle commune ». De vorm hoort bij salle; samen verwijst de uitdrukking naar een ruimte die door meerdere groepen wordt gebruikt.
pendant « pendant » betekent hier ‘gedurende’ of ‘voor’ in « pendant un moment ». Het geeft de duur van het gebruik aan; een betrouwbaar patroon is pendant + een tijdsduur.
un « un » betekent hier ‘een’ in « un moment ». Het is het mannelijke enkelvoudige lidwoord bij moment en maakt samen met pendant de tijdsaanduiding « pendant un moment ».
moment « moment » betekent hier ‘tijd’ of ‘poos’ in « pendant un moment ». De volledige uitdrukking zegt dat de ruimte een tijdje werd gebruikt; je gebruikt het hier om een korte periode aan te duiden.
Rangeons « Rangeons » betekent hier ‘laten we opruimen’ in « Rangeons-la avant de partir ». De vorm is een voorstel aan meerdere personen; met een object erachter geef je aan wat samen wordt opgeruimd.
avant « avant » betekent hier ‘voordat’ in « avant de partir ». Het plaatst het opruimen vóór het vertrek; een herbruikbaar patroon is avant de + infinitief.
de « de » verbindt in « avant de partir » avant met de infinitief partir. In dit patroon hoort de aan de tijdsaanduiding ‘voordat’; samen vormt het avant de + infinitief.
partir « partir » betekent hier ‘vertrekken’ of ‘weggaan’ in « avant de partir ». Het staat na de in het patroon avant de + infinitief; later staat hetzelfde woord ook na et in « et partir ».
Je « Je » betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van « Je vais remettre les chaises à leur place ». Je gebruikt het om je eigen voorgenomen handeling aan te kondigen.
vais « vais » betekent hier ‘ga’ in de constructie « Je vais remettre les chaises à leur place », die ‘ik ga de stoelen terugzetten’ betekent. Het is de vorm van aller bij je en staat vóór een infinitief om een nabije toekomstige handeling uit te drukken.
remettre « remettre » betekent hier ‘terugzetten’ in « remettre les chaises à leur place ». Het staat na vais en krijgt als object les chaises; het patroon is remettre + iets + à sa/leur place.
les « les » betekent hier ‘de’ vóór het meervoud chaises, zoals in « les chaises ». Het bepaalde meervoudige lidwoord staat direct vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
chaises « chaises » betekent hier ‘stoelen’ in « les chaises ». De stoelen worden teruggezet; een herbruikbare uitdrukking uit de dialoog is « remettre les chaises à leur place ».
à « à » geeft in « à leur place » de plaats aan waar de stoelen teruggezet moeten worden. Samen met leur place betekent dit ‘op hun plaats’; het staat hier vóór de plaatsaanduiding.
leur « leur » betekent hier ‘hun’ in « à leur place ». Het geeft aan dat de plaats bij de stoelen hoort; samen met place vormt het de uitdrukking à leur place.
place « place » betekent hier ‘plaats’ in « à leur place ». De uitdrukking geeft aan waar de stoelen teruggezet worden; ze staat in het patroon remettre les chaises à leur place.
enlever « enlever » betekent hier ‘weghalen’ of ‘verwijderen’ in « enlever les déchets des tables ». Het staat na vais en krijgt les déchets als object; een herbruikbaar patroon is enlever + iets + de een plaats.
déchets « déchets » betekent hier ‘afval’ in « les déchets des tables ». Het is wat van de tafels wordt weggehaald; je kunt het gebruiken als object na enlever.
des « des » betekent hier ‘van de’ in « des tables » en geeft aan waar het afval vandaan wordt gehaald. In deze uitdrukking hoort het bij tables; samen krijg je enlever les déchets des tables.
tables « tables » betekent hier ‘tafels’ in « des tables ». Het woord noemt de plaats waarvan het afval wordt weggehaald; het staat na des in de uitdrukking enlever les déchets des tables.
Est-ce « Est-ce » begint de ja/nee-vraag « Est-ce qu'on éteint aussi les lumières ? ». Het maakt van de daaropvolgende mededeling een neutrale vraag over een mogelijke handeling.
qu'on « qu'on » is de samentrekking van que en on in « Est-ce qu'on éteint aussi les lumières ? ». Hier leidt het de bijzin in en is on de groep die eventueel de lichten uitdoet; dezelfde combinatie staat in « avant qu'on ferme la salle à clé ».
éteint « éteint » betekent hier ‘doet uit’ in « on éteint aussi les lumières ». Het is de werkwoordsvorm die bij on staat; het patroon is on éteint + het voorwerp dat wordt uitgeschakeld.
aussi « aussi » betekent hier ‘ook’ in « éteint aussi les lumières ». Het voegt de lichten toe aan de andere opruim- en afsluitacties; in deze zin staat het vóór het voorwerp les lumières.
lumières « lumières » betekent hier ‘lichten’ in « les lumières ». De vraag gaat erover of deze ook uit moeten; de directe opdracht gebruikt dezelfde combinatie in « Éteins les lumières ».
Éteins « Éteins » betekent hier ‘doe uit’ in « Éteins les lumières ». Het is een directe opdracht aan één persoon; het staat vóór het object les lumières.
Ferme « Ferme » betekent hier ‘doe dicht’ in de opdracht « Ferme les fenêtres ». Dezelfde spelling verschijnt ook als « ferme » in « qu'on ferme la salle à clé »; daar staat de vorm na on en betekent hij dat men de ruimte afsluit.
fenêtres « fenêtres » betekent hier ‘ramen’ in « Ferme les fenêtres ». Het is het object van de opdracht om de ramen te sluiten; het patroon is Ferme + les fenêtres.
clé « clé » betekent hier ‘sleutel’ in de uitdrukking « fermer la porte à clé ». à clé maakt duidelijk dat de deur of ruimte met een sleutel wordt afgesloten; dezelfde uitdrukking staat ook in « ferme la salle à clé ».
a l'air « a l'air » betekent hier ‘lijkt’ of ‘ziet eruit als’ in « La salle a l'air prête ». A draagt de vorm van avoir bij en l'air verwijst naar de indruk of aanblik; samen beschrijven ze hoe iets lijkt. Een herbruikbaar patroon is a l'air + een beschrijving.
prête « prête » betekent hier ‘klaar’ in « La salle a l'air prête ». Het beschrijft salle en heeft daarom de vrouwelijke enkelvoudsvorm; de ruimte lijkt klaar voor de volgende groep.
pour « pour » betekent hier ‘voor’ in « pour le prochain groupe ». Het geeft aan voor wie de ruimte klaar is; een herbruikbaar patroon is pour + een persoon of groep.
le « le » betekent hier ‘de’ vóór het mannelijke enkelvoud groupe, zoals in « le prochain groupe ». Het bepaalde lidwoord staat vóór de beschrijving prochain en het zelfstandig naamwoord.
prochain « prochain » betekent hier ‘volgende’ in « le prochain groupe ». Het beschrijft de groep die na de huidige gebruikers komt; samen met le groupe vormt het een vaste naamwoordgroep.
groupe « groupe » betekent hier ‘groep’ in « le prochain groupe ». Het verwijst naar de mensen die de ruimte hierna zullen gebruiken; het staat na de beschrijving prochain.
Alors « Alors » betekent hier ‘dan’ in « Alors, on peut fermer la porte à clé et partir ». Het markeert een gevolg van het feit dat de ruimte klaar is en leidt de volgende actie in.
on « on » betekent hier ‘we’ in « Alors, on peut fermer la porte à clé et partir ». Het verwijst naar de twee gesprekspartners samen; dezelfde vorm staat ook in qu'on in de vraag en in « avant qu'on ferme ».
peut « peut » betekent hier ‘kan’ in « on peut fermer la porte à clé et partir ». Het is een vorm van pouvoir bij on en staat vóór de infinitieven die de mogelijke acties noemen; het patroon is on peut + infinitief.
fermer « fermer » betekent hier ‘afsluiten’ in « fermer la salle à clé » en « fermer la porte à clé ». Met à clé gaat het specifiek om afsluiten met een sleutel; het patroon is fermer + een deur of ruimte + à clé.
porte « porte » betekent hier ‘deur’ in « fermer la porte à clé ». De deur is het object dat met een sleutel wordt afgesloten; een herbruikbare uitdrukking is fermer la porte à clé.
et « et » betekent hier ‘en’ in « fermer la porte à clé et partir ». Het verbindt twee acties die na elkaar kunnen gebeuren: de deur afsluiten en vertrekken.

Grammatica

Impératif affirmatif + pronom objet : verbe-pronom

Rangeons-la.

Ran-zjon-la.

Laten we die opruimen.

In de bevestigende gebiedende wijs staat het voornaamwoord achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden.

avoir l’air + adjectif

La salle commune a l’air prête.

La sal ko-muun aa lèr prèt.

De gemeenschappelijke ruimte lijkt klaar.

Na « avoir l’air » volgt een bijvoeglijk naamwoord dat overeenkomt met het onderwerp: « prête » is vrouwelijk.

Frans woordenschat

à leur place uitdrukking
aa lèr plas op hun plaats
avant voorzetsel
a-van voordat
chaise zelfstandig naamwoord
sjèz stoel chaises
déchet zelfstandig naamwoord
dee-sjè afval déchets
enlever werkwoord
an-luh-vee weghalen
partir werkwoord
par-tier vertrekken
pendant un moment uitdrukking
pan-dan un mo-man een tijdje
ranger werkwoord
ran-zjee opruimen Rangeons-la
remettre werkwoord
re-mètr terugzetten
salle commune zelfstandig naamwoord
sal ko-muun gemeenschappelijke ruimte
table zelfstandig naamwoord
tabl tafel tables
utiliser werkwoord
ü-ti-li-zee gebruiken utilisé

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we de ruimte opruimen voordat we weggaan.

Antwoord tonenRangeons-la avant de partir.

Doe de lichten uit.

Antwoord tonenÉteins les lumières.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voordat

Antwoord tonenavant

terugzetten

Antwoord tonenremettre

gebruiken

Antwoord tonenutilisé

vertrekken

Antwoord tonenpartir