Le
Le betekent hier het bepaalde lidwoord de voor chauffeur in Le chauffeur. Het staat voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Je gebruikt dezelfde vorm ook in le lieu, wanneer het lidwoord midden in een zin staat.
chauffeur
Chauffeur betekent hier bestuurder, namelijk de persoon die de rit uitvoert. In Le chauffeur de ma course geeft de woordgroep de bestuurder van deze rit aan. Je gebruikt chauffeur voor iemand die een auto bestuurt, bijvoorbeeld in contact met de bestuurder.
de
De legt hier een verband uit tussen woorden, zoals in de ma course: van mijn rit. In de la gare en station de taxis geeft de aan waar iets bij hoort of waarvan het deel uitmaakt. Deze voorzetselconstructie is nuttig om een persoon, plaats of soort aan te duiden.
ma
Ma betekent mijn in ma course. Deze vorm staat vóór course om bezit of verbondenheid met de rit aan te geven. Je gebruikt ma vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals in ma course.
course
Course betekent hier rit, meer bepaald de rit die via een app is geboekt. In ma course en la course verwijst het naar de vervoersrit, niet naar een race. Je gebruikt course in deze context met een chauffeur of een vervoersapp.
via
Via betekent hier via of met behulp van, in via l'application. Het geeft aan dat de rit door tussenkomst van de app is geregeld. Je kunt via gebruiken om een kanaal of tussenpersoon aan te duiden.
l'application
L'application betekent de app of toepassing die voor de rit wordt gebruikt. De apostrof laat l' aansluiten op application, dat met een klinker begint. In deze les gebruik je l'application als kanaal om een rit te regelen, uit te leggen of opnieuw aan te vragen.
ne
Ne is het eerste deel van de ontkenning bij trouve. Het staat vóór het werkwoord, terwijl pas verderop in dezelfde zin de ontkenning voltooit. In een praktisch bericht kun je ne gebruiken om te zeggen dat iemand iets niet vindt.
trouve
Trouve betekent hier vindt, in de zin dat de chauffeur het ophaalpunt niet kan vinden. Het is de werkwoordsvorm die bij de chauffeur hoort. Je gebruikt trouve bijvoorbeeld in de constructie Le chauffeur ne trouve ... wanneer iemand een plaats niet kan vinden.
pas
Pas is het tweede deel van de ontkenning bij trouve en maakt van de zin een negatieve mededeling. Het staat na het werkwoord: ne vóór trouve en pas erna. Samen geeft deze combinatie aan dat de chauffeur het ophaalpunt niet vindt.
lieu
Lieu betekent hier plaats of locatie, in le lieu de prise en charge. Het verwijst naar de plek waar de passagier wordt opgehaald. Je gebruikt lieu de ... om een specifieke plaats of functie van een plaats aan te duiden.
prise en charge
Prise en charge betekent hier het ophalen of de ophaalservice; le lieu de prise en charge is dus de ophaallocatie. Prise verwijst binnen deze vaste uitdrukking naar het opnemen, en en charge naar het overnemen van de zorg of het vervoer. Je gebruikt deze volledige uitdrukking wanneer je de plek of regeling voor het oppikken van een passagier bespreekt.
Vérifie
Vérifie betekent controleer en is hier een directe aansporing aan één persoon. Het leidt de instructie Vérifie si ton repère de localisation ... in. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt iets na te gaan, bijvoorbeeld een locatie of instelling.
si
Si betekent hier of in een indirecte vraag: Vérifie si ... vraagt of de locatiepin aan de juiste kant staat. Het verbindt de controle-instructie met datgene wat gecontroleerd moet worden. In deze les gebruik je si om te vragen of een bepaalde toestand klopt.
ton
Ton betekent jouw in ton repère de localisation. Het staat vóór repère om aan te geven dat de locatiepin van de aangesproken persoon is. Je gebruikt ton vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
repère
Repère betekent hier markering of locatiepin op de kaart. In ton repère de localisation is het de digitale aanwijzing die de app voor de locatie geeft. Je gebruikt repère wanneer je naar een herkenningspunt of gemarkeerde plek verwijst.
localisation
Localisation betekent locatie en verduidelijkt in repère de localisation wat voor soort repère bedoeld wordt. Het gaat hier om de plaats die door de app wordt aangegeven. Je gebruikt deze woordgroep om een digitale locatieaanduiding te bespreken.
est
Est betekent is in est du même côté de la gare. Het beschrijft waar de locatiepin zich bevindt ten opzichte van het station. Est is een vorm van être en wordt hier gebruikt om een locatie of toestand aan te geven.
du
Du betekent hier van de of aan de, in du même côté de la gare. Het is de samengevoegde vorm van de en le. Je gebruikt du in deze uitdrukking om de kant of zijde ten opzichte van de gare aan te duiden.
même
Même betekent zelfde in du même côté de la gare. Het benadrukt dat het om dezelfde kant gaat als die van de spreker of de bedoelde locatie. Je gebruikt même vóór een zelfstandig naamwoord om gelijkheid aan te geven.
côté
Côté betekent kant of zijde, in du même côté de la gare. Het beschrijft aan welke zijde van het station de locatiepin staat. Je gebruikt côté met du même côté wanneer je twee mogelijke kanten met elkaar vergelijkt.
gare
Gare betekent station, in de uitdrukking du même côté de la gare. Het is hier het herkenbare gebouw waaraan de ophaallocatie wordt gerelateerd. Je gebruikt gare om naar een trein- of openbaarvervoerstation te verwijzen.
indique
Indique betekent geeft aan of toont, in Le repère indique l'entrée arrière. Het onderwerp repère geeft een ingang als bestemming of locatie weer. Je gebruikt indique om te zeggen wat een kaart, bord of ander hulpmiddel laat zien.
l'entrée
L'entrée betekent de ingang in l'entrée arrière en l'entrée principale. De apostrof is de verkorte vorm van het lidwoord vóór entrée. Je gebruikt entrée om een plek aan te duiden waar iemand een gebouw of station binnengaat.
arrière
Arrière betekent achterste of achter- in l'entrée arrière. Het onderscheidt deze ingang van de ingang aan de voorkant of hoofdzijde. Je gebruikt arrière na een zelfstandig naamwoord om een achterliggende positie aan te geven.
mais
Mais betekent maar en verbindt twee tegengestelde informatie-eenheden: de pin geeft de achteringang aan, maar de spreker staat bij de hoofdingang. Het markeert dus een correctie of contrast. Je gebruikt mais om een afwijking van de voorafgaande informatie in te leiden.
je
Je betekent ik en is het onderwerp in je suis en je vais dire. Het laat zien dat de spreker over zichzelf vertelt of een eigen handeling aankondigt. Je gebruikt je vóór een werkwoord wanneer je zelf de handeling uitvoert.
suis
Suis betekent hier ben of bevind me, in je suis à l'entrée principale en je suis à côté de la station de taxis. De vorm komt van être en beschrijft de locatie van de spreker. Je gebruikt je suis à ... om te zeggen waar je bent.
à
À geeft hier een plaatsrelatie aan, bijvoorbeeld in à l'entrée principale en à côté de la station de taxis. Het kan de locatie zelf of de positie naast iets markeren. Je gebruikt à met een plaatsaanduiding om te zeggen waar iemand of iets zich bevindt.
principale
Principale betekent belangrijkste of hoofd- in l'entrée principale. Deze vorm beschrijft welke ingang bedoeld wordt en past bij entrée. Je gebruikt principale in deze woordgroep om de hoofdingang van een gebouw of station aan te duiden.
Envoie
Envoie betekent stuur en is hier een directe instructie aan één persoon. In Envoie maintenant un message au chauffeur vraagt de spreker om direct contact op te nemen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand opdraagt een bericht of ander item te verzenden.
maintenant
Maintenant betekent nu en legt vast dat de actie onmiddellijk moet gebeuren. In Envoie maintenant un message versterkt het de urgentie vóór de rit wordt geannuleerd. Je gebruikt maintenant om het huidige moment of een directe timing aan te geven.
un
Un betekent een in un message. Het introduceert één bericht zonder dat het eerder specifiek genoemd is. Je gebruikt un vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals message.
message
Message betekent bericht, in un message au chauffeur. Het gaat hier om een tekst of mededeling aan de bestuurder via de app. Je gebruikt message met envoyer of een vergelijkbare handeling wanneer je digitaal contact opneemt.
au
Au betekent hier aan de, in un message au chauffeur. Het is de samengevoegde vorm van à en le. Je gebruikt au chauffeur om de ontvanger van het bericht aan te duiden.
avant
Avant betekent voordat in avant que la course soit annulée. Het geeft aan dat het bericht eerder moet worden verstuurd dan de mogelijke annulering. Je gebruikt avant que om een eerdere gebeurtenis ten opzichte van een andere gebeurtenis te plaatsen.
que
Que heeft in deze les verschillende functies. In avant que la course soit annulée en pour que le chauffeur puisse te repérer leidt het een bijzin in; in Que dois-je faire ? maakt het deel uit van de vraag wat de spreker moet doen. De betekenis volgt dus uit de hele constructie waarin que staat.
la
La is het bepaalde lidwoord de voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals in la course en la voiture. Het verwijst naar een specifieke rit of auto die in de situatie bedoeld is. Je gebruikt la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
soit
Soit betekent hier is of wordt in avant que la course soit annulée. Het beschrijft de mogelijke annulering binnen de bijzin na avant que. Soit is een vorm van être en staat hier bij la course.
annulée
Annulée betekent geannuleerd in la course soit annulée. De vorm beschrijft wat er met de rit kan gebeuren. Je gebruikt annulée in deze context om te spreken over een rit die door de app of aanbieder wordt stopgezet.
vais
Vais betekent hier ga in Je vais dire, waarmee de spreker aankondigt wat hij of zij nu zal zeggen. Het is een vorm van aller die samen met dire een nabije toekomstige handeling uitdrukt. Je gebruikt Je vais + een werkwoord om een voorgenomen actie aan te kondigen.
dire
Dire betekent zeggen in Je vais dire que je suis à côté de la station de taxis. Het is de handeling die de spreker van plan is uit te voeren tegenover de chauffeur. Je gebruikt dire que om aan te kondigen welke informatie iemand zal geven.
station
Station betekent hier standplaats in station de taxis, dus de plek waar taxi's wachten. De betekenis wordt bepaald door de combinatie met de taxis. Je gebruikt station de taxis wanneer je een herkenbare taxistandplaats aanwijst.
taxis
Taxis betekent taxi's in station de taxis. Het specificeert welk soort standplaats bedoeld wordt. Je gebruikt taxis na de om de taxistandplaats te benoemen.
Mentionne
Mentionne betekent vermeld of noem en is hier een directe instructie aan één persoon. In Mentionne aussi la couleur de ta veste vraagt de spreker om extra herkenningsinformatie te geven. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand bepaalde informatie expliciet moet noemen.
aussi
Aussi betekent ook en voegt de kleur van de jas toe aan de informatie die al doorgegeven moet worden. In Mentionne aussi la couleur ... geeft het aan dat dit een extra detail is. Je gebruikt aussi om een aanvullend punt toe te voegen.
couleur
Couleur betekent kleur, in la couleur de ta veste. De kleur dient hier als herkenningskenmerk voor de chauffeur. Je gebruikt couleur de ... om de kleur van een kledingstuk of ander object te benoemen.
ta
Ta betekent jouw in ta veste. Het geeft aan dat de jas van de aangesproken persoon is. Je gebruikt ta vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals veste.
veste
Veste betekent jas, in la couleur de ta veste. Het kledingstuk wordt genoemd zodat de chauffeur de passagier kan herkennen. Je gebruikt veste wanneer je naar een jas of vergelijkbaar bovenkledingstuk verwijst.
pour
Pour geeft hier het doel aan in pour que le chauffeur puisse te repérer: zodat de chauffeur je kan herkennen. Het verbindt de extra informatie over de jas met het gewenste resultaat. Je gebruikt pour que om een doel of beoogd gevolg met een bijzin uit te drukken.
puisse
Puisse betekent hier kan in pour que le chauffeur puisse te repérer. Het beschrijft wat de chauffeur dankzij de extra informatie in staat moet zijn te doen. Je gebruikt puisse in deze doelconstructie vóór een werkwoordelijke handeling.
te
Te betekent je of jou in te repérer en is daar het voorwerp van de handeling. De chauffeur moet de aangesproken persoon kunnen herkennen of lokaliseren. Je gebruikt te vóór een infinitief wanneer die persoon het doelwit van de handeling is.
repérer
Repérer betekent hier herkennen of lokaliseren, in te repérer. De chauffeur moet de passagier aan de hand van de jas kunnen terugvinden. Je gebruikt repérer voor het lokaliseren van een persoon of object aan een herkenningskenmerk.
dois
Dois betekent moet of hoort te in Que dois-je faire ? De spreker vraagt welke handeling nodig is als de auto vertrekt. Het is een vorm van devoir en verschijnt hier in de vraagconstructie dois-je.
faire
Faire betekent doen in Que dois-je faire ?, waar de spreker vraagt welke actie nodig is. In faire demi-tour maakt het deel uit van de vaste uitdrukking voor omkeren. Je gebruikt faire in vragen naar een handeling en in vaste combinaties zoals faire demi-tour.
voiture
Voiture betekent auto in si la voiture part. Het verwijst naar de auto van de rit die mogelijk vertrekt. Je gebruikt voiture om het voertuig zelf aan te duiden, los van de bestuurder.
part
Part betekent hier vertrekt of rijdt weg, in si la voiture part. Het beschrijft het moment waarop de auto de locatie verlaat. Je gebruikt part met een voertuig of persoon om vertrek aan te geven.
me
Me betekent mij in avant que le chauffeur me trouve. De spreker is degene die de chauffeur moet vinden. Je gebruikt me vóór het werkwoord wanneer ik het voorwerp van de handeling ben.
Utilise
Utilise betekent gebruik en is hier een directe instructie aan één persoon. In Utilise l'application vraagt de spreker om de app als hulpmiddel te gebruiken. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand naar een middel of kanaal verwijst.
expliquer
Expliquer betekent uitleggen in pour expliquer la confusion. Het gaat om het verduidelijken van de fout rond het ophaalpunt. Je gebruikt expliquer met de zaak die je begrijpelijk wilt maken, zoals la confusion.
confusion
Confusion betekent verwarring of misverstand, in expliquer la confusion. Het verwijst hier naar de vergissing met de ingang en het ophaalpunt. Je gebruikt confusion om een situatie te beschrijven waarin informatie of verwachtingen door elkaar zijn geraakt.
et
Et betekent en en verbindt hier twee acties: expliquer la confusion en demander une autre course. Beide acties horen bij het oplossen van hetzelfde probleem in de app. Je gebruikt et om gelijkwaardige handelingen of informatie te verbinden.
demander
Demander betekent hier aanvragen of vragen, in demander une autre course. De spreker wil via de app om een nieuwe rit verzoeken. Je gebruikt demander met wat je wilt verkrijgen of met de persoon aan wie je iets vraagt.
une
Une betekent een in une autre course. Het introduceert één nieuwe rit. Je gebruikt une vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals course.
autre
Autre betekent andere in une autre course. Het maakt duidelijk dat het om een rit gaat die verschilt van de oorspronkelijke rit. Je gebruikt autre vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een alternatief verwijst.
a
A is hier het hulpwerkwoord in Le chauffeur a répondu. Samen met répondu beschrijft het dat de chauffeur heeft geantwoord. A is een vorm van avoir en wordt gebruikt om deze voltooide handeling te vormen.
répondu
Répondu betekent geantwoord in Le chauffeur a répondu. Het geeft aan dat de chauffeur al een antwoord heeft gestuurd. Je gebruikt répondu samen met a wanneer je meldt dat iemand heeft gereageerd.
va
Va betekent hier gaat of zal in va bientôt faire demi-tour. Samen met faire demi-tour kondigt het aan dat de chauffeur binnenkort zal omkeren. Je gebruikt va + een infinitief om een nabije toekomstige handeling uit te drukken.
bientôt
Bientôt betekent binnenkort in va bientôt faire demi-tour. Het geeft aan dat het omkeren niet onmiddellijk, maar wel op korte termijn zal gebeuren. Je gebruikt bientôt om een nabije toekomstige tijd aan te duiden.
faire demi-tour
Faire demi-tour betekent omkeren of terugrijden in va bientôt faire demi-tour. Faire geeft de handeling aan en demi-tour het maken van een halve draai terug. Je gebruikt de volledige uitdrukking wanneer een bestuurder van richting verandert om terug te gaan.
Reste
Reste betekent blijf en is hier een directe instructie aan één persoon. In Reste près de la station de taxis vraagt de spreker om op een bepaalde plek te blijven. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand niet moet vertrekken.
près
Près betekent dicht bij in près de la station de taxis. Het beschrijft een korte afstand tot de taxistandplaats. Je gebruikt près de vóór de plaats of persoon waar iets zich dichtbij bevindt.
jusqu'à
Jusqu'à betekent tot of totdat en geeft hier het eindpunt van het wachten aan. In jusqu'à l'arrivée de la voiture moet de persoon blijven tot de auto aankomt. Je gebruikt jusqu'à met een tijdstip, gebeurtenis of plaats als grens.
l'arrivée
L'arrivée betekent de aankomst in jusqu'à l'arrivée de la voiture. Het benoemt het moment waarop de auto arriveert en waarop het wachten eindigt. De apostrof is de verkorte vorm van het lidwoord vóór arrivée.