Beleefd een beurt vragen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared gym, two adults discuss how to politely ask for a turn on a treadmill while keeping other options open..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Beleefd een beurt vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Quelqu’un utilise le tapis de course depuis longtemps.

kel-keun uu-tie-liez luh ta-pie duh koers duh-pwie long-tan. Iemand gebruikt de loopband al lang.
B

Le panneau dit que les gens doivent partager le tapis de course quand d’autres personnes attendent.

luh pa-noo die kuh lee zjan dwav par-ta-zjee luh ta-pie duh koers kan do-truh per-son a-tan. Op het bord staat dat mensen de loopband moeten delen als anderen wachten.
A

Est-ce que je devrais lui demander, ou est-ce que ça semblerait impoli ?

es-kuh zjuh duh-vreh lwie duh-man-dee, oe es-kuh sa sam-bluh-reh am-po-lie? Zal ik het aan die persoon vragen, of komt dat onbeleefd over?
B

Demande-le poliment et dis que tu attends ton tour.

duh-man(d)-luh po-lie-man ee die kuh tuu a-tan tong toer. Vraag het beleefd en zeg dat je op je beurt wacht.
A

Je peux dire : « Excusez-moi, vous avez presque fini avec le tapis de course ? »

zjuh puh dier: eks-kuu-zee-mwa, voe za-vee presk fie-nie a-vek luh ta-pie duh koers? Ik kan zeggen: "Pardon, bent u bijna klaar met de loopband?"
B

Ça a l’air clair sans lui mettre trop de pression.

sa aa ler klèr san lwie metr tro duh pres-sjon. Dat klinkt duidelijk zonder die persoon te veel onder druk te zetten.
A

Si cette personne a besoin de plus de temps, je peux attendre ou utiliser une autre machine.

sie set per-son aa buh-zwan duh pluu duh tan, zjuh puh-z a-tandr oe uu-tie-lie-zee uun oot(r) ma-sjien. Als die persoon meer tijd nodig heeft, kan ik wachten of een ander apparaat gebruiken.
B

Comme ça, on peut continuer à partager le matériel sans se disputer.

kom sa, ong puh kon-tie-nuu-ee a par-ta-zjee luh ma-te-rie-el san suh dies-puu-tee. Zo kunnen we de apparatuur blijven delen zonder ruzie te maken.

Woord voor woord

Quelqu’un « Quelqu’un » betekent hier ‘iemand’: een niet nader genoemde persoon. Het is de vaste vorm voor een onbekend of niet gespecificeerd persoon, zoals in « Quelqu’un utilise le tapis de course ». Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je niet zegt wie er precies iets doet.
utilise « utilise » betekent hier ‘gebruikt’ in « Quelqu’un utilise le tapis de course ». Dit is de vorm van « utiliser » die bij « Quelqu’un » hoort. Je kunt dezelfde vorm gebruiken voor iemand die een voorwerp of apparaat gebruikt.
le « le » is hier het bepaalde lidwoord voor « tapis de course » en betekent ‘de’ of ‘het’. Het verwijst naar een specifieke loopband in deze situatie. Het staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
tapis de course « tapis de course » betekent als geheel ‘loopband’. In deze uitdrukking betekent « tapis » een mat of band, « de » verbindt de woorden, en « course » verwijst naar hardlopen; samen vormen ze de benaming van het fitnessapparaat. Je gebruikt de volledige uitdrukking wanneer je naar een loopband verwijst.
depuis « depuis » geeft hier aan vanaf welk moment iets voortduurt: ‘sinds’ of ‘al gedurende’, zoals in « utilise ... depuis longtemps ». Het staat hier vóór « longtemps » om een langdurige situatie aan te duiden. Je gebruikt het bijvoorbeeld om aan te geven hoelang een handeling al bezig is.
longtemps « longtemps » betekent hier ‘lang’ of ‘lange tijd’. Samen met « depuis » vormt het « depuis longtemps », dus ‘al lange tijd’. Je kunt het gebruiken om een lange duur aan te geven zonder een precies tijdstip te noemen.
panneau « panneau » betekent hier ‘bord’ of ‘bordje’, namelijk het bord met de regel in de sportschool. In « Le panneau dit que... » is het bord het onderwerp dat een boodschap vermeldt. Je gebruikt het voor een bord waarop informatie of een aanwijzing staat.
dit « dit » betekent hier ‘zegt’ in « Le panneau dit que... ». Het is de vorm van « dire » die bij « Le panneau » hoort. Na « dit » kan « que » een volledige mededeling inleiden.
que « que » betekent hier ‘dat’ en leidt de inhoud van « dit » in: « dit que les gens doivent partager... ». Het verbindt de hoofdmededeling met wat er gezegd wordt. Je gebruikt deze combinatie om weer te geven wat iemand of iets zegt.
les « les » is hier het meervoudige bepaalde lidwoord bij « gens » en betekent ‘de’. Het verwijst naar de mensen als een bepaalde groep in de situatie. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
gens « gens » betekent hier ‘mensen’ in « les gens doivent partager... ». Het verwijst naar de personen die de loopband gebruiken. Je gebruikt het voor mensen als groep, vaak zonder hun namen te noemen.
doivent « doivent » betekent hier ‘moeten’ in « les gens doivent partager ». Het is de vorm van « devoir » die bij « les gens » hoort en drukt een regel of verplichting uit. Na « doivent » staat hier de infinitief « partager ».
partager « partager » betekent hier ‘delen’, namelijk de loopband samen gebruiken. Het staat na « doivent » in « doivent partager », omdat het de handeling benoemt die volgens het bord nodig is. Je kunt het gebruiken voor het delen van een voorwerp, ruimte of voorziening.
quand « quand » betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ en leidt de situatie « quand d’autres personnes attendent » in. Het geeft aan op welk moment de regel geldt. Je gebruikt het vóór een volledige bijzin over een tijdstip of situatie.
d’autres « d’autres » betekent hier ‘andere’ in « d’autres personnes ». Het verwijst naar mensen die niet tot de persoon op de loopband behoren. De vorm bevat « d’ » vóór de klinker van « autres »; samen met « personnes » vormt het de uitdrukking ‘andere mensen’.
personnes « personnes » betekent hier ‘personen’ of ‘mensen’ in « d’autres personnes attendent ». Het verwijst naar degenen die op hun beurt wachten. Je gebruikt het bijvoorbeeld na een bepaling zoals « d’autres » om een groep mensen aan te duiden.
attendent « attendent » betekent hier ‘wachten’ in « d’autres personnes attendent ». Het is de vorm van « attendre » die bij « d’autres personnes » hoort. Je gebruikt het met de persoon of zaak waarop iemand wacht wanneer die informatie wordt toegevoegd.
Est-ce « Est-ce » is hier het begin van de vraagconstructie « Est-ce que je devrais... ». Samen met « que » maakt het van de volgende zin een directe vraag, zonder de inhoud ervan te veranderen. Je gebruikt deze constructie om op een duidelijke manier een vraag te formuleren.
je « je » betekent hier ‘ik’ in « je devrais » en « je peux dire ». Het is de spreker die een advies overweegt en daarna iets kan zeggen. Het staat vóór de werkwoordsvorm in deze zinnen.
devrais « devrais » betekent hier ‘zou moeten’ in « je devrais lui demander ». Het drukt een voorzichtige vraag om advies uit, niet een vastgestelde verplichting. Je kunt het gebruiken wanneer je wilt vragen wat verstandig of gepast zou zijn.
lui « lui » verwijst hier naar ‘die persoon’ en betekent in « lui demander » ‘aan die persoon vragen’. Het staat bij « demander » om aan te geven aan wie de vraag gericht is. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar één persoon verwijst zonder diens naam te herhalen.
demander « demander » betekent hier ‘vragen’ in « lui demander ». Het staat na « devrais » in de infinitief en krijgt met « lui » de betekenis ‘aan die persoon vragen’. Je kunt het gebruiken met een persoon als ontvanger van de vraag.
ou « ou » betekent hier ‘of’ en verbindt twee mogelijkheden: « je devrais lui demander » en « ça semblerait impoli ». Het presenteert een keuze tussen die twee gedachten. Je gebruikt het om alternatieven met elkaar te verbinden.
ça « ça » verwijst hier naar de voorgenomen vraag of handeling en betekent ‘dat’ of ‘datgene’ in « ça semblerait impoli ». Het staat als onderwerp van de beoordeling. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde situatie of handeling te verwijzen.
semblerait « semblerait » betekent hier ‘zou lijken’ of ‘zou overkomen’ in « ça semblerait impoli ». De vorm maakt de beoordeling voorzichtig en hypothetisch: de spreker vraagt of het onbeleefd zou lijken. Je gebruikt dit soort formulering wanneer je de mogelijke indruk van een handeling bespreekt.
impoli « impoli » betekent hier ‘onbeleefd’ in « semblerait impoli ». Het beschrijft de mogelijke indruk die de vraag op de andere persoon zou kunnen maken. Je gebruikt het om gedrag of een formulering als niet-beleefd te beoordelen.
Demande-le « Demande-le » betekent hier ‘vraag het’ en is een directe aansporing om de vraag te stellen. « le » verwijst naar wat gevraagd moet worden en staat in deze opdracht direct na de werkwoordsvorm. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je iemand aanmoedigt iets te vragen.
poliment « poliment » betekent hier ‘beleefd’ in « Demande-le poliment ». Het beschrijft hoe de vraag gesteld moet worden. Je gebruikt het bij een werkwoord om aan te geven dat een handeling op een beleefde manier gebeurt.
et « et » betekent hier ‘en’ en verbindt twee opdrachten: « Demande-le poliment » en « dis que... ». Beide handelingen horen bij het advies. Je gebruikt het om woorden, zinsdelen of opdrachten samen te voegen.
dis « dis » betekent hier ‘zeg’ in « dis que tu attends ton tour ». Het is een aansporing om een bepaalde boodschap uit te spreken. Na « dis » staat hier « que » met de inhoud van wat gezegd moet worden.
tu « tu » betekent hier ‘je’ of ‘jij’ en verwijst naar de persoon die de vraag moet stellen. In « tu attends ton tour » is het de uitvoerder van het wachten. Je gebruikt « tu » voor een aangesproken persoon in een informele aanspreekvorm.
attends « attends » betekent hier ‘wacht’ in « tu attends ton tour ». Het is de vorm van « attendre » die bij « tu » hoort. Je gebruikt het met « ton tour » om te zeggen dat iemand op zijn beurt wacht.
ton « ton » betekent hier ‘jouw’ in « ton tour ». Het geeft aan dat de beurt toebehoort aan de aangesproken persoon. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord « tour ».
tour « tour » betekent hier ‘beurt’ in « ton tour ». De uitdrukking « attendre son tour » betekent wachten totdat men aan de beurt is; hier staat de vorm « ton tour » met ‘jouw’. Je gebruikt « tour » in deze betekenis bij het wachten op een mogelijkheid om iets te doen.
peux « peux » betekent hier ‘kan’ in « Je peux dire ». Het drukt uit dat de spreker in staat is om de voorgestelde zin te zeggen. Je gebruikt het vóór een infinitief, zoals « dire ».
dire « dire » betekent hier ‘zeggen’ in « Je peux dire ». Het staat na « peux » in de infinitief en benoemt wat de spreker kan uitspreken. Je kunt het gebruiken vóór de woorden of boodschap die iemand zegt.
Excusez-moi « Excusez-moi » betekent hier ‘Pardon’ of ‘Neem me niet kwalijk’ en opent een beleefde aanspreking. De uitdrukking wordt gebruikt voordat de spreker de andere persoon iets vraagt. Je kunt haar gebruiken om iemands aandacht te vragen zonder meteen direct met de vraag te beginnen.
vous « vous » verwijst hier naar de ene persoon die beleefd wordt aangesproken in « vous avez presque fini ». In deze situatie betekent het dus ‘u’, niet ‘jullie’. Je gebruikt deze aanspreekvorm in een beleefde vraag aan een onbekende of niet-informele gesprekspartner.
avez « avez » betekent hier samen met « fini » dat de aangesproken persoon iets heeft afgerond: « vous avez presque fini ». Het is de vorm van « avoir » die bij « vous » hoort en helpt de uitdrukking voor ‘bijna klaar zijn’ te vormen. Je gebruikt deze combinatie vóór een handeling of activiteit die bijna beëindigd is.
presque « presque » betekent hier ‘bijna’ in « vous avez presque fini ». Het geeft aan dat het einde dichtbij is, maar nog niet helemaal bereikt. Je kunt het vóór een werkwoordelijke of andere uitdrukking plaatsen om ‘bijna’ aan te geven.
fini « fini » betekent hier ‘klaar’ of ‘beëindigd’ in « vous avez presque fini ». Samen met « avez » verwijst het naar het afronden van het gebruik van de loopband. Je kunt het in deze constructie gebruiken om te vragen of iemand bijna klaar is met een activiteit.
avec « avec » betekent hier ‘met’ in « fini avec le tapis de course ». Het verbindt « fini » met datgene waar de persoon bijna klaar mee is. Je gebruikt « fini avec » vóór een voorwerp, taak of activiteit.
a « a » betekent hier niet op zichzelf ‘heeft’, maar vormt samen met « l’air » de uitdrukking « a l’air clair ». Die uitdrukking betekent dat iets duidelijk lijkt of overkomt. Je gebruikt « avoir l’air » om een indruk of uiterlijk kenmerk te beschrijven.
l’air « l’air » betekent hier binnen « a l’air clair » ‘de indruk’ of ‘hoe iets lijkt’. De volledige uitdrukking « a l’air clair » betekent ‘lijkt duidelijk’ of ‘komt duidelijk over’. Je gebruikt « avoir l’air » wanneer je beschrijft welke indruk iets of iemand maakt.
clair « clair » betekent hier ‘duidelijk’ in « Ça a l’air clair ». Het beschrijft de indruk die de voorgestelde vraag maakt. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een boodschap, uitleg of formulering als begrijpelijk te beoordelen.
sans « sans » betekent hier ‘zonder’ in « sans lui mettre trop de pression ». Het leidt een handeling in die niet gebeurt: de andere persoon wordt niet te veel onder druk gezet. Je gebruikt « sans » vóór een zelfstandig naamwoord of vóór een infinitiefconstructie.
mettre « mettre » betekent hier niet alleen ‘zetten’, maar maakt in « lui mettre trop de pression » de uitdrukking ‘iemand te veel onder druk zetten’. « lui » geeft aan op wie de druk wordt uitgeoefend en « de pression » benoemt die druk. Je kunt « mettre ... de pression » gebruiken wanneer een handeling druk op iemand legt.
trop « trop » betekent hier ‘te veel’ in « trop de pression ». Het geeft aan dat de hoeveelheid druk boven een wenselijk niveau zou komen. Je gebruikt « trop de » vóór een zelfstandig naamwoord om ‘te veel’ daarvan aan te geven.
de « de » staat hier in de hoeveelheiduitdrukking « trop de pression ». Na « trop » verbindt het de hoeveelheid met wat er te veel is, namelijk « pression ». Je gebruikt deze combinatie ook met andere zelfstandige naamwoorden wanneer je ‘te veel van iets’ bedoelt.
la « la » is hier het bepaalde lidwoord bij « pression » en betekent ‘de’. Het staat in de uitdrukking « la pression », die in deze zin onderdeel is van « mettre ... de pression ». Je gebruikt het vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
pression « pression » betekent hier ‘druk’, in de betekenis van druk die op iemand wordt uitgeoefend. In « lui mettre trop de pression » gaat het om iemand te veel onder druk zetten. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer een verzoek of situatie belastend kan worden voor een persoon.
Si « Si » betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde « Si cette personne a besoin de plus de temps » in. Het beschrijft een mogelijke situatie waarna een reactie volgt. Je gebruikt « si » vóór een volledige voorwaardelijke bijzin.
cette « cette » betekent hier ‘deze’ of ‘die’ in « cette personne ». Het wijst naar de persoon die de loopband gebruikt. Je gebruikt het direct vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
personne « personne » betekent hier ‘persoon’ in « cette personne ». Het verwijst naar degene die mogelijk meer tijd nodig heeft. Je gebruikt het om één persoon aan te duiden zonder een naam te noemen.
besoin « besoin » betekent hier ‘behoefte’ in de vaste uitdrukking « avoir besoin de ». In « cette personne a besoin de plus de temps » betekent de volledige uitdrukking ‘meer tijd nodig hebben’. Je gebruikt « avoir besoin de » vóór datgene wat iemand nodig heeft.
plus « plus » betekent hier ‘meer’ in « plus de temps ». Het geeft aan dat de persoon extra tijd nodig heeft. Je gebruikt « plus de » vóór een zelfstandig naamwoord om een grotere hoeveelheid aan te duiden.
temps « temps » betekent hier ‘tijd’ in « avoir besoin de plus de temps ». Het is datgene waarvan de persoon meer nodig heeft voordat de ander de loopband kan gebruiken. Je kunt het met « avoir besoin de » combineren om een benodigde hoeveelheid tijd te noemen.
attendre « attendre » betekent hier ‘wachten’ in « je peux attendre ». Het staat na « peux » in de infinitief en beschrijft de optie om te wachten. Je gebruikt het bijvoorbeeld met een persoon, gebeurtenis of beurt waarop iemand wacht.
utiliser « utiliser » betekent hier ‘gebruiken’ in « utiliser une autre machine ». Het staat na « peux » in de infinitief en benoemt de alternatieve handeling. Je gebruikt het vóór het voorwerp of apparaat dat iemand gebruikt.
une « une » is hier het onbepaalde lidwoord en betekent ‘een’ in « une autre machine ». Het introduceert een niet nader bepaalde machine. Het staat vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
autre « autre » betekent hier ‘andere’ in « une autre machine ». Het geeft aan dat het om een machine gaat die verschilt van de loopband die al gebruikt wordt. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een alternatief aan te duiden.
machine « machine » betekent hier ‘machine’ of ‘apparaat’ in « une autre machine ». Het verwijst naar een ander fitnessapparaat dat als alternatief gebruikt kan worden. Je gebruikt het voor een apparaat waarvan de precieze soort niet wordt genoemd.
Comme « Comme » maakt hier samen met « ça » de uitdrukking « Comme ça », die ‘zo’ of ‘op die manier’ betekent. De uitdrukking verwijst naar de zojuist beschreven manier van handelen. Je gebruikt « Comme ça » om het gevolg of de praktische aanpak van een handeling samen te vatten.
on « on » betekent hier ‘we’ in « on peut continuer à partager ». Het verwijst naar de mensen die de apparatuur samen gebruiken en delen. Je gebruikt « on » vaak als onderwerp voor een algemene of gezamenlijke handeling.
peut « peut » betekent hier ‘kan’ in « on peut continuer ». Het drukt uit dat een bepaalde gezamenlijke handeling mogelijk blijft. Je gebruikt het vóór een infinitief, zoals « continuer ».
continuer « continuer » betekent hier ‘doorgaan’ in « continuer à partager ». Het geeft aan dat het delen voortduurt. Je gebruikt het in de constructie « continuer à » gevolgd door een infinitief voor een handeling die verdergaat.
à « à » verbindt hier « continuer » met de volgende handeling in « continuer à partager ». De combinatie betekent ‘doorgaan met delen’. Je gebruikt « continuer à » vóór een infinitief om voortzetting uit te drukken.
matériel « matériel » betekent hier ‘materiaal’ of ‘apparatuur’ in « partager le matériel ». Het verwijst naar de fitnessapparatuur als geheel, niet alleen naar één specifieke loopband. Je gebruikt het om uitrusting of materiaal als verzamelbegrip aan te duiden.
se « se » maakt hier samen met « disputer » de wederkerige uitdrukking « se disputer », die ‘ruzie maken’ betekent. Het laat zien dat de betrokken personen met elkaar in conflict raken. Je gebruikt deze vorm wanneer de ruzie tussen de betrokken personen plaatsvindt.
disputer « disputer » betekent hier samen met « se » ‘ruzie maken’ in « sans se disputer ». De volledige uitdrukking beschrijft dat men het delen kan voortzetten zonder een conflict te beginnen. Je gebruikt « se disputer » voor een ruzie tussen personen.

Grammatica

devoir + infinitif

Les gens doivent attendre leur tour.

lee zjan dwav a-tandr leur toer.

Mensen moeten op hun beurt wachten.

Na doivent staat een infinitief: doivent attendre. Het onderwerp bepaalt de vorm van devoir.

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

La machine a besoin de temps.

la ma-sjien aa buh-zwan duh tan.

Het apparaat heeft tijd nodig.

avoir besoin de is een vaste uitdrukking voor 'nodig hebben'; daarna volgt de voorzetselgroep met de.

Frans woordenschat

attendre werkwoord
a-tandr wachten attendent
demander werkwoord
duh-man-dee vragen
depuis longtemps uitdrukking
duh-pwie long-tan al lange tijd
devoir werkwoord
duh-vwar moeten doivent
dire werkwoord
dier zeggen dit
gens zelfstandig naamwoord
zjan mensen
panneau zelfstandig naamwoord
pa-noo bord
partager werkwoord
par-ta-zjee delen
quelqu’un voornaamwoord
kel-keun iemand
sembler werkwoord
sam-blee lijken semblerait
tapis de course zelfstandig naamwoord
ta-pie duh koers loopband
utiliser werkwoord
uu-tie-lie-zee gebruiken utilise

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebruiken

Antwoord tonenutilise

moeten

Antwoord tonendoivent

bord

Antwoord tonenpanneau

mensen

Antwoord tonengens