Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Vragen over plaats en tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Hvor er det?
voo-ah è-ah dee Waar is het?Hvor er du?
voo-ah è-ah duu Waar ben je?Hvad skete der her?
vè skee-duh dè-ah hè-ah Wat is hier gebeurd?Hvad er klokken?
vè è-ah klok-uh(n) Hoe laat is het?Hvornår kommer du?
vo-noo kom-uh duu Wanneer kom je?Hvorfor er du forsinket?
voo-fo è-ah duu fo-seng-uhd Waarom ben je te laat?Uitleg van de zinnen
Hvor er det?
Waar is het?
- Hvor
- waar
- er
- is
- det
- het
Uitgebreide uitleg
Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord; in een andere vraag kan het bijvoorbeeld naar een persoon verwijzen met Hvem (“wie”), maar Hvor vraagt specifiek naar de locatie. er is hier de vorm van het werkwoord at være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Hvor er ...? betekent letterlijk ongeveer “Waar is ...?”. Vergelijk het voorbeeld uit de context: Hvor er du? — “Waar ben je?” Daar verwijst du naar de aangesprokene; dat is een ander onderwerp dan det in de vaste zin. det is een onzijdig persoonlijk voornaamwoord en betekent hier “het”. De vaste vertaling identificeert het bedoelde onderwerp als “het”, maar specificeert niet waarnaar dat woord precies verwijst. Het voornaamwoord zelf drukt dus geen plaats uit; het is datgene waarvan naar de locatie wordt gevraagd. Samen vormen de delen Hvor + er + det de Deense vraag Hvor er det?: “Waar is het?”. De woordvolgorde is vraagwoord + werkwoord + onderwerp. Je kunt hetzelfde patroon hergebruiken met een ander onderwerp, bijvoorbeeld Hvor er bogen? — “Waar is het boek?”
Hvor er du?
Waar ben je?
- Hvor
- waar
- er
- zijn
- du
- jij
Uitgebreide uitleg
Hvor betekent hier ‘waar’ en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord; vergelijk bijvoorbeeld Hvad (‘wat’) in een vraag naar een zaak of gebeurtenis. Voorbeeld: Hvor er bogen? — ‘Waar is het boek?’ er is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord at være (‘zijn’). In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Hvor er ...? In een mededeling staat de volgorde bijvoorbeeld als Du er her — ‘Jij bent hier.’ du betekent ‘jij’ en is de tweede persoon enkelvoud. Het verwijst naar de aangesprokene; de vorm verandert niet op basis van het geslacht van die persoon. Een meervoudige aanspreekvorm is in het Deens I, maar die hoort bij meerdere aangesproken personen. Samen vormen de woorden Hvor er du?: ‘Waar ben je?’ De vraag gebruikt Hvor voor de plaats, daarna er (‘ben/zijn’) en du (‘je/jij’).
Hvad skete der her?
Wat is hier gebeurd?
- Hvad
- wat
- skete
- gebeurde
- der
- er
- her
- hier
Uitgebreide uitleg
Hvad betekent hier “wat” en vraagt naar de gebeurtenis of situatie. Het is een vraagwoord; vergelijk hvad met hvem (“wie”) en hvor (“waar”). Voorbeeld: Hvad laver du? — “Wat doe je?” skete is de verleden tijd van ske (“gebeuren”). De vorm verwijst hier dus naar iets dat al gebeurd is. Voorbeeld: Det skete i går. — “Dat gebeurde gisteren.” der betekent in deze constructie “er”. Samen met skete vormt het de gebruikelijke Deense manier om te vragen wat er gebeurd is. Hier is der geen verwijzing naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord; het maakt deel uit van de constructie hvad skete der ...?. her betekent “hier” en legt de plaats vast waarnaar de vraag verwijst. Het is een plaatsbijwoord. Het Deense tegenovergestelde is der in de betekenis “daar”, maar in deze zin heeft der een andere functie: het hoort bij de constructie “er gebeurde”. Samen vormen Hvad skete der her? de vraag “Wat is hier gebeurd?”: Hvad vraagt wat de gebeurtenis was, skete plaatst die gebeurtenis in het verleden, der maakt de constructie “er gebeurde”, en her geeft de plaats aan.
Hvad er klokken?
Hoe laat is het?
- Hvad
- wat
- er
- is
- klokken
- de klok; in deze vraag: de tijd
Uitgebreide uitleg
Hvad betekent hier “hoe laat/wat” in een vraag naar het tijdstip. Het is een vraagwoord; vergelijk Hvornår, dat rechtstreeks “wanneer” betekent en naar een moment of gebeurtenis vraagt. Voorbeeld: Hvad læser du? — “Wat lees je?” er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). De vorm er verandert in het Deens niet naar persoon of getal: dezelfde vorm kan bijvoorbeeld bij “ik”, “jij” en “zij” staan. In deze zin verbindt er het vraagwoord met het onderwerp klokken. klokken is de bepaalde enkelvoudsvorm van klokke (“klok”); letterlijk betekent het dus “de klok”. In deze vaste vraag verwijst het geheel naar de aangegeven tijd, niet naar een klok als voorwerp. De bepaalde vorm hoort bij deze gebruikelijke uitdrukking voor het vragen van de tijd. Voorbeeld: Klokken er tre. — “Het is drie uur.” Samen vormen de woorden de vaste vraag Hvad er klokken?: “Hoe laat is het?” De Deense vraagvolgorde zet Hvad vooraan, gevolgd door er en daarna klokken. De natuurlijke Nederlandse vertaling gebruikt “hoe laat”, hoewel de Deense vorm letterlijk het idee van “wat is de klok/tijd?” bevat. Deze formulering is een gewone, neutrale manier om naar de tijd te vragen.
Hvornår kommer du?
Wanneer kom je?
- Hvornår
- wanneer
- kommer
- komt
- du
- je
Uitgebreide uitleg
Hvornår betekent hier “wanneer” en vraagt naar het tijdstip van een gebeurtenis. Het is een vraagbijwoord. Vergelijkbaar is Hvorfor (“waarom”), maar dat vraagt naar een reden en niet naar een tijdstip. kommer is de tegenwoordige tijd van komme (“komen”). In deze zin betekent het “komt/kom je”, dus: op welk moment je komt. De tegenwoordige tijd kan in het Deens ook naar een toekomstige afspraak of gebeurtenis verwijzen wanneer de context dat duidelijk maakt. Het werkwoord verandert in deze tijd niet naar persoon: jeg kommer, du kommer, hun kommer. du is het zelfstandige persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. Het verwijst hier naar de aangesprokene. In een gewone mededelende zin staat het als onderwerp, bijvoorbeeld Du kommer. — “Je komt.” Samen vormt Hvornår kommer du? de vraagwoordvolgorde: vraagwoord + werkwoord + onderwerp. Letterlijk gaat het om “Wanneer kom je?”, en dat is de volledige bedoelde betekenis van de zin.
Hvorfor er du forsinket?
Waarom ben je te laat?
- Hvorfor
- waarom
- er du
- ben je
- forsinket
- te laat / vertraagd
Uitgebreide uitleg
Hvorfor betekent hier ‘waarom’ en vraagt naar de reden. Het is een vraagwoord; vergelijk Hvornår (‘wanneer’) uit de vorige zin, dat naar tijd vraagt. Voorbeeld: Hvorfor kommer du? — ‘Waarom kom je?’ er du betekent hier ‘ben je’. er is de tegenwoordige vorm van at være (‘zijn’); deze vorm blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen, dus er is niet specifiek een vorm die alleen bij du hoort. In deze vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Er du klar? — ‘Ben je klaar?’ forsinket betekent hier ‘te laat’ of ‘vertraagd’. Het is de vorm die hoort bij forsinke (‘vertragen’) en beschrijft in deze zin de toestand van de aangesprokene. Voorbeeld: Toget er forsinket. — ‘De trein heeft vertraging.’ Samen vormt de zin de vraag Hvorfor + er du + forsinket?: ‘Waarom ben je te laat?’ De vraag gebruikt de tegenwoordige vorm van ‘zijn’ en vraagt specifiek naar de reden van het te laat zijn.
Grammatica
Spørgeord + verbum + subjekt
Hvorfor er du forsinket?
voo-fo è-ah duu fo-seng-uhdWaarom ben je te laat?
In een Deense vraag staat het vraagwoord vooraan, gevolgd door het werkwoord en daarna het onderwerp.
Deens woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Waar is het?
Antwoord tonen
Hvor er det?Waar ben je?
Antwoord tonen
Hvor er du?Wat is hier gebeurd?
Antwoord tonen
Hvad skete der her?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
de klok
Antwoord tonen
klokkenwat
Antwoord tonen
hvadwaar
Antwoord tonen
hvorgebeurde